Antwerpen 1991
Start Antwerpen 1991 Antwerpen 1988 Info Antwerpen Geel Herentals Lier Mechelen Tongerlo Turnhout


Ga ook naar de FOTOCOLLAGES VAN DE STAD!

Uit ons reisverslag:

ANTWERPEN 1991

dag 1

H E E N R E I S  P E R  T R E I N

Het begint met: "Heb jij ook in de gaten dat we steeds poeniger worden?" Clim richt enigszins verontschuldigend het woord tot Jos; uiteindelijk was hij het die er op stond om le klas te reizen. Achteroverleunend in de zachte kussens van de nationale spoorwegen snellen we richting Antwerpen. We zijn om 11.00 uur in Roermond vertrokken. Na drie keer overgestapt te hebben (in Eindhoven, Breda en Roosendaal) komen we om half twee aan op de Middenstatie, puristische versie van de Vlaamse benaming voor het Centraal Station van Antwerpen.

Allereerst wordt er een welkomsdronk genuttigd. Antwerps bier, De Koninck genaamd, zou heerlijk en dorstlessend moeten zijn. Staande aan een bar in de monumentale hal nemen we de proef op de som, en jawel hoor, de fluitjes glijden er soepel en smaakvol in. Een goed begin is het halve werk. Er zullen nog vele Koninckskes (en andere...) volgen.

Het hotel ligt vlakbij het station aan het Koningin Astrid - plein. Als we inchecken, Jos heeft een maand van te voren al voor vijf dagen gereserveerd, moeten we een half uurtje wachten omdat de kamer nog niet gekuist is. Derhalve maken we een ommetje, onder meer door de winkelgalerijen van het luxe Century Center. Clim heeft honger, want door tijdgebrek die ochtend kon hij geen boterhammen voor onderweg meer smeren. Jos weigerde hem mee te laten eten van de zijne. Hij koopt dan ook meteen een stokbrood, dicht belegd met hesp en groenvoer.



Nadat we onze intrek hebben genomen in het hotel beginnen we aan een lange wandeling naar en door het oude centrum van Antwerpen. We slenteren door de Meir, de Groenplaats (alwaar een gigantische bouwput moet resulteren in meer ondergrondse parkeerplaatsen), langs de Onze Lieve Vrouwe Kathedraal en over de Grote Markt met het Brabo fontein. Brabo is de Romeinse officier die de afgehakte hand van de reus Antigoon de Schelde inwerpt. Bij het Steen, een soort kasteeltje aan de Schelde, keren we terug de stad in. Als het begint te regenen duiken we een kroeg in, waar we maar direct de inwendige mens versterken met Thaise loempia's (Jos) en gepekelde haring (Clim). Via een andere route keren we terug naar het hotel.

We hebben ook een tv op de kamer, die uitgevoerd is in Scandinavische stijl, ooit zeer populair in de jaren zeventig. Na Studio Sport gaan we weer op pad. We blijven in de Statiebuurt, rondom ons hotel, waar het stikt van cafés en etnische eettentjes. We eten bij een Argentijn en doen ons te goed aan een steak van de pampa. Betalen doen we met de credit card. Ter bevordering van de spijsvertering slenteren we wat rond, waarbij we in de tippelbuurt terechtkomen. Af en toe wippen we een stamineeke binnen. Jos probeert dan allerlei soorten bier uit, maar Clim houdt zich wijselijk bij de Koninckskes, daarvan kan hij meer op. In een groot café met biljarttafels sluiten we de avond af. Dit wordt onze vaste stek, besluiten we eensgezind. Op de kamer komt bij wijze van slaapmutsje de fles Antwerpse Zuip te voorschijn. Het is niet zo'n sterk spul, een veredeld soort wijn. De minibar op de kamer laten we met rust, ook al zit hij propvol drank. De prijzen ervan liggen toch wel wat hoog!

dag 2

O P  H E T  K E R K E P A D

Monument voor bouwmeester Appelmans Clim voor biechtstoel Paulus - kerk


Vandaag voert die verkenning ons langs een drietal fraaie kerken, vooral het interieur ervan wekt onze bewondering met zijn schilder- , maar vooral zijn beeldhouw- en houtsnijkunst. Met name de preekstoelen en de biechtstoelen vinden we overweldigend; wat hebben die oude ambachtslieden daar veel werk in gestoken!

We beginnen met de St. Jacobskerk waarin veel zwart en wit marmer is verwerkt. Aan de wanden hangen schilderijen en er zijn tal van kapelletjes. Achter het hoofdaltaar is het grafmonument van / voor P.P. Rubens gelegen. Het gebouw zelf is sober. Vervolgens begeven we ons naar de Carolus Borromeus-kerk, een voormalige Jezuïetenkerk die voor een groot gedeelte ontworpen schijnt te zijn door Rubens. Het is een barokachtig bouwwerk dat opvalt door de goede lichtinval van buiten. Andere oude kerken zijn meestal veel schemerachtiger. We krijgen tekst en uitleg van een soort kerkenwacht, een koster.

De grootste en bekendste kerk is de Onze Lieve Vrouwe Kathedraal. Ze ligt precies tussen de Groenplaats en de Grote Markt in en er wordt entree geheven; alleen ingezetenen van Antwerpen hoeven niets te betalen. Het achterste gedeelte van de kerk was voor bezichtiging afgesloten vanwege uitgebreide renovatiewerkzaamheden. Er zijn veel renaissancekunstwerken te bewonderen. In tegenstelling tot de voorgaande kerken zijn hier meer toeristen, soms hele groepen o.l.v. een gids.


Op de Veemarkt, voor de Paulus - kerk die gesloten was, eten we belegde stokbroden. Het is prima weer, het zonnetje straalt regelmatig. We wandelen verder door het oude. middeleeuwse hart van de stad en proeven de sfeer. Op veel plaatsen heeft men succesvolle pogingen gedaan om oude panden te herstellen in oorspronkelijke stijl en met authentiek materiaal. Het Rubenshuis blijkt op maandag eveneens dicht te zijn, waarop we een blokje omlopen langs de lelijke Stadsschouwburg (modern...) en de tegenvallende Kruidtuin (het is duidelijk niet het seizoen voor een sprankelende flora!). Als alternatief duiken we De Slegte in. Jos koopt voor 2.000 francs een dozijn thrillers. De boeken leveren we bij het hotel af en we gaan naar de film. "City of Joy" heet ie, met Patrick Swayze in de hoofdrol. De film speelt zich af in Calcutta en we vinden de Indiase berusting erin goed getroffen. Het verhaal zelf kan beter en Swayze vinden we ongeloofwaardig als gefrustreerd chirurg.

Recht tegenover de bioscoop ligt een Mexicaans restaurant dat we met een bezoekje vereren. We bestellen er mixed grill dat boven een houtskoolvuurtje op onze tafel wordt opgediend. Het vlees blijkt niet helemaal gaar en we moeten het langer laten roosteren. Naar Belgische begrippen is de prijs hoog: f 75, voor 2 personen.

De rest van de avond besteden we als vanouds in de verschillende cafés in de omringende buurt. Zoals afgesproken besluiten we onze rondgang in het biljartcafé om de hoek. Er staan 2 tafels en er wordt goed gebiljart. Elke speler heeft zijn eigen keu met foedraal bij zich. Het café bestaat uit een hoge, open ruimte. De toog bevindt zich achter in de zaak. Langs de wanden zijn zitjes, die voor een groot gedeelte zijn bezet door voornamelijk klanten van middelbare en bejaarde leeftijd. Opvallend zijn de vele alleenstaande, oudere vrouwen die zich onbekommerd in het openbare leven bewegen. Overal kom je ze tegen, met name 's middags zitten de verwarmde terrassen en koffiecafés vol met oude tantes. Ook in deze zaak vormen ze een niet gering bestanddeel van de clientèle, die overigens uit een doorsnee van de normale Antwerpse bevolking bestaat. We zijn er buitenstaanders, hoewel we er niet als zodanig behandeld worden. De obers beheersen er hun vak prima; ze zijn oplettend, voorkomend en beleefd.


In het hotel maken we het restant van de fles Zuip soldaat. Tot half twee kijken we naar het debat op de televisie van de drie Amerikaanse presidentskandidaten. Clim is duidelijk op de hand van Bush, omdat hij zich als zittende president zo moeilijk kan verdedigen, beweert hij. Jos voelt meer voor Clinton en verklaart hem favoriet. Ross Perot hoort in onze ogen niet op die plaats thuis.

dag 3

P A L I N G  I N  H E T  G R O E N  E N  W O R T E L S O E P

Jos baalt. Er is enkel koud water beschikbaar. Hij kan alleen provisorisch zijn edele delen wassen. Als Clim daarna onder de waterstralen stapt is het water aangenaam warm. Hier is sprake van een omgekeerde wereld. Normaal gesproken is het warme water voorbehouden aan de vroege doucher, niet aan de late zoals hier. België ....


De Pauluskerk is vandaag wel voor publiek geopend. Eromheen liggen nog de resten en halve ruïnes van een oud klooster. De kerk is te vergelijken met de andere die we gisteren bezochten. Jos maakt meerdere foto's, zonder flits op 1500 asa. Hij interesseert zich voor het houtsnijwerk, dat ook hier een uitzonderlijke kracht uitstraalt. Opvallend aanwezig in de kerk is de Jubee, een soort rijk versierde triomfboog ter ere van de Heilige Maagd in het middenschip. Clim neemt plaats op het fris geboende priesterkoor. Alle kerken worden goed onderhouden en gepoetst; dit zal wel in verband staan met het nakende jaar 1993, waarin Antwerpen tot Culturele Hoofdstad van Europa gebombardeerd is. In 1992 is dit Madrid. Tegen de zuidgevel van de kerk ligt een kunstmatige Calvarieberg uit de 17de eeuw, maar de toegang daartoe blijkt stevig afgesloten, we kunnen er niet bij.
 

Aan de voet van het roomse bedehuis strekt zich de Schipperswijk uit. Dit zeemanskwartier is de rosse wijk van Antwerpen. Er bestaat raamprostitutie, warm ebbenhouten koopwaar uit Afrika staat, zit en ligt achter de ruiten op potentiële kopers te wachten. Slechts hier en daar ontwaren we een struise Vlaamse blondine tussen de gordijnen. De middenstand en het caféwezen is er in Griekse handen.

In het Vleeshuis werd vroeger geen menselijk vrouwenvlees verkocht, maar eerlijk vlees van vee en gevogelte. Het was het gildehuis van de vleeschhouwers. Het gebouw is prachtig in stand gehouden. Het stamt uit de vroege 16de eeuw en is gebouwd met bakstenen met dikke lagen wit zandsteen ertussen. Het heeft een spits zadeldak dat ondersteund wordt door machtige zolderbalken. Geëxposeerd worden er: muziekinstrumenten, wapens, schilderijen, beeldhouwwerk en schilderijen, meubilair etc. Het museum bestaat uit 3 "verdiepen". Helaas is de kelder vanwege "werken" gesloten.


Onze volgende bestemming is de vesting "Het Steen" uit de 13e eeuw. Het is nu het Nationale Scheepvaartmuseum. Jos heeft het al 2 keer eerder bezocht, maar Clim gaat er helemaal in op. Er staan erg veel scheepsmodellen, tekeningen, scheepsinstrumenten en dergelijke. Jos wacht in het kelderrestaurant tot Clim klaar is met zijn minutieuze bezichtiging. In de kelder ligt een vergaarput met potscherven, botten en dergelijke.

In een kroegje aan de kade eten we paling in het groen, wortelsoep en een croque madam (dat is een croque monsieur, een tosti met een spiegelei erop). Tot nu toe is het weer opnieuw prachtig zonnig geweest, maar inmiddels betrekt het. Dwalend door binnenstraatjes en steegjes, erg sfeervol allemaal, bereiken we het Museum Moretus Plantin aan de Vrijdagmarkt. We bezichtigen dit voormalige patriciërshuis en wereldberoemde drukkerij. Men heeft met succes gepoogd zoveel mogelijk in authentieke staat te bewaren. Je waant je er in de 17e eeuw. Veel manuscripten en boeken hier natuurlijk. De binnenplaats is interessant, heel evenwichtig met veel klimop. Sinds kort is in België de entreeprijs voor musea ingevoerd, dus wij moesten ook hier de beurs trekken. (Zie foto's hieronder.)

Panorama Plantin Moretus Museum

INFO PLANTIN (DUITS)

Na een snelle mars dwars door de stad, waarin veel straten en pleinen liggen opgebroken en waar koortsachtig wordt gewerkt om vóór maart 1993 klaar te zijn, komen we om half vijf in ons hotel aan. Jos gaat rap onder de hete douche, toch nog...
Onze volgende film staat op het programma: 1492 Christoffel Columbus ofwel ‘The conquest of a Paradise’ met Gerard Depardieu in de hoofdrol. Hier en daar ontdekken we een historische onjuistheid. Wat blijft hangen van de film zijn de stemmige beelden en de sfeervolle landschappen. We zitten in bioscoop "Rubens", nog een filmtempel in de ware zin des woords. Hij ziet er prachtig uit met zijn pluche zetels en hoekloges. De entreeprijs ligt rond de f 12, . (NB We schrijven nu 2010. Het is nu geen bioscoop meer, maar een soort religieus ontmoetingscentrum.)

We eten escalope met spaghetti bij een Italiaanse pizzeria, waarna we de hoofduitvalsweg naar het oosten volgen. Na een kilometer treffen we een kroeg met het onvermijdelijke biljart aan waar we enkele pinten nippen. Het is net café Janssen, goedkoop en met een zelfde soort klantenkring, althans volgens Clim. Een volkscafé waar de vette katers en honden los rondlopen.

dag 4

N O G  E E N  M U S E U M D A G

Het is woensdag. Er staat weer een aantal musea op het programma. We beginnen bij het Rubenshuis, het gerestaureerde atelier en woonhuis van de schilder die zo veel lillend vrouwelijk bloot in zijn schilderijen stopte. Veel hout en kunstwerken vanzelfsprekend, met menig kamer in de oorspronkelijke toestand geconserveerd. Erg veel houtwerk, hetgeen een bepaalde warmte geeft. In deze tijd van het jaar is de nabijgelegen tuin niet erg spectaculair.

AANVULLING (door F. Schetsken)

Het hele gebouw is tijdens de Tweede Wereldoorlog zowat heropgebouwd, precies omdat er nog zo weinig authentieks overschoot. Weliswaar is die herbouw zeer minitieus gebeurd, maar vooral aan de hand van etsen van het originele gebouw. Daarbij is één kardinale fout gemaakt: op de muren van het atelier aan het binnenplein is beeldhouwwerk aangebracht. Maar Rubens was een schilder, die zijn klanten natuurlijk niet wilde wegjagen naar de concurrentie. Dus hij had zijn gevels beschilderd met trompe-l'oeils. En in het woonhuis - dat Rubens niet zelf heeft laten bouwen, maar dat hij gewoon gekocht heeft, in tegenstelling tot het barokke ateliergedeelte - is er enigszins een idee gegeven van hoe zo'n man als Rubens geleefd zou kunnen hebben. Men weet eigenlijk niet welke functies de diverse kamers hadden en bovendien was in de tijd van Rubens er niet zo'n vaste bestemming voor vertrekken, zoals we die vandaag in onze huizen kennen. Maar het oogt wel als een goed idee van een 17de-eeuwse woning. Het meest originele gedeelte van het Rubenshuis zijn het portiek, dat atelier en woonhuis met elkaar verbindt, en het tuinpaviljoen. Dat er zo weinig resteerde van het Rubenshuis komt doordat Helena Fourment daar al vrij snel uit vertrokken is. Ze beschikte immers over het Rubenssteen - een klein kasteeltje of groot landhuis - in Elewijt, tussen Mechelen en Brussel. Eerst heeft ze haar Antwerpse woning verhuurd aan uitgeweken Engelse adel, daarna is een adellijke bewoner er een manege in begonnen voor paardrijlessen en dan is er natuurlijk nog van alles in zo'n gebouw gebeurd, voordat het uiteindelijk via onteigening in de 20ste eeuw in bezit van de stad Antwerpen is gekomen.


Nu ja, met het Jordaenshuis is het in feite nog slechter verlopen. Jullie hebben daarvan via de Reyndersstraat nog de achtergevel gezien vanop de binnenplaats. Maar sindsdien is dat niet eens meer mogelijk, het hele huis is allang particulier bezit en helemaal gesloopt van binnen. Aan de kant van de Hoogstraat zijn het gewoon winkels achter een banale gevel. En onze derde grootheid, Antoon van Dyck, heeft vooral buiten Antwerpen gewerkt, met name in het Engeland van Karel I en heeft hier dus nooit een fraaie woning bezeten. Hij was ook niet echt zo'n honkvast type en is ook vrij vroeg gestorven. In Antwerpen was ook geen plaats voor twee geniale schilders, Rubens volstond.

 

 

RUBENS -

HUIS 

Nu een interessant

museum

Het Museum Mayer van den Bergh is een opbergplaats van een privéverzameling van vooral schilderijen. Pronkstuk: Dulle Griet van Brueghel de Oude. Ook "De Kruisiging" van Quinten Matsijs hangt er. Jammer genoeg is de verzameling beeldhouwwerk afgesloten. Verder is er nog een collectie meubelen, gobelins en kantwerk. In dezelfde straat ligt ook nog het "Maagdenhuis", eveneens een museum. De voormalige residentie van Filips van Marnix van Sint Aldegonde, ooit burgemeester van den Anvers, ligt enkele huizen verderop, in de vroegere refugie van Tongerlo.

We laten dit gebouw links liggen, want we hebben nog een lange wandeling voor de boeg. Over de brede boulevards de Britse Lei en de Amerika Lei geheten en langs het Monument Schelde Vrij lopen we naar het stedelijk Museum voor Schone Kunsten. We gaan niet direct naar binnen. Eerst wippen we "den Artist' binnen, een Jugendstil café met een aardige inrichting. Daar lunchen we; omeletten van 3 eieren, frieten en speciaal bier. Dat smaakt.

Het museum is gebouwd op het einde van de vorige eeuw en ziet er imposant uit met zijn neoklassieke gevel. De entree is gratis! We snappen er niets van, temeer daar een expositie van moderne kunst in hetzelfde gebouw meer dan een tientje moet kosten. We bekijken er alle, maar dan ook álle Oude Vlaamse Meesters: gebroeders van Eyck, de beide Brueghels, van der Weijden, Matsijs, Jordaens en natuurlijk Rubens. We ontdekken er ook Titiaan, Frans Hals en een enkele Rembrandt. De ansichtkaarten van al dit schoons zijn er echter beschamend duur.

In een motregen raken we bij de Vlaamse (en/of?) Waalse Kaai verzeild. Daar is een ontgroening van 1e-jaars studenten aan de gang. Ze liggen op de grond en worden met allerlei rotzooi besmeurd: mayonaise, rauwe eieren, ketchup, noem maar op. Opnieuw via de Ring (de bovengenoemde Lei’en) keren we terug naar het hotel, met een klein ommetje door het driehoekige Stadspark. Clim wil persé over de hangbrug boven de vijver heen. Als we op zoek naar bier zijn komen we terecht in een Chinese supermarkt. Géén bier verkrijgbaar. Jos gaat alleen op zoek en komt even later met 10 blikjes aanzetten, gekocht in de overdekte markthallen.

Om vijf uur zitten we voor de beeldbuis om de voetbalwedstrijd van PSV tegen het Griekse AEK Athene te volgen. We hebben besloten om de avond in "huiselijke kring" door te brengen, vandaar die biervoorraad. De hele avond bekijken we voetbal. Tussendoor gaan we bij de Egyptenaar om de hoek, die eeuwig glimlacht, een hoog opgetast bord shoarma met friet eten. We stillen onze honger tegen een fractie van de prijs die we voorgaande avonden hebben moeten betalen in de zgn. credit card restaurants. Het voetbal die avond valt tegen. Alleen Ajax kan ons een beetje bekoren. Voor het slapen gaan begint Jos nog eens in zijn nieuwe pil, een dik boek van V.S. Naipaul, "Terug naar India". Hij wil zich alvast opwarmen voor zijn verslag over de reis naar India.

dag 5

B E E S T E N  K IJ K E N

Onze laatste volle dag in Vlaamse land, hoewel Antwerpen eigenlijk een Brabantse stad is. Hoeveel geld hebben we eigenlijk nog nodig? We hebben pas één keer gewisseld, namelijk Clim in Roermond bij de Rabo voor f 500. Langzamerhand raakt dat bedrag op. Diners hebben we met de credit card betaald; ook de logieskosten van het hotel zullen we op deze wijze voldoen. Beter te veel frankskes op zak dan te weinig, denkt Jos en hij neemt met een Eurocheque 5.000 Belgische francs bij de Europa-bank op.


ANTWERPER ZOO

Vanaf ons hotel hoeven we maar het plein over te steken en we zijn bij de Zoo. Deze dierentuin is een van de oudste van Europa, nog steeds is het een van de betere in zijn soort. De entreeprijs is gigantisch, vijftien gulden is niet mis hè, maar de kwaliteit en evenzo de kwantiteit van het gebodene is er dan ook naar. Dieren te kust en te keur en allen even goed verzorgd. We hebben alle tijd van de wereld en we bekijken alles op ons gemak, zeker Clim. Jos is over het algemeen sneller uitgekeken op de attracties, ook in de musea is dat het geval. Mooi apenhuis. Het noctuarium (tehuis voor nachtdieren, erg duister binnen) mag er ook zijn. Opvallend veel roofvogels, onder meer uilen in alle soorten en maten. Tot Clims onuitsprekelijke vreugde ontbreken zijn vriendjes de dikhuiden niet op het appel. In het aquarium zijn de bakken eigenlijk overbevolkt met vissen. Pas na twee uur schuiven we aan voor de lunch in het plaatselijke self service restaurant. Er is een buffet en beiden scheppen we een bord vol met koud vlees, vis en andere lekkere dingen. Ook nemen we nog een bakkie soep.

 

De rest van de middag brengen we gezellig door in de bioscoop. We kijken naar een Vlaamse rolprent die in Cannes enkele prijsjes heeft gewonnen. Het is de film “Daens”, naar het boek van Louis Paul Boon over een opstandige priester die het 19e - eeuwse proletariaat van Aalst in zijn klassenstrijd steunt. Een epos van een sociaal bewogen man die uiteindelijk alle tegenstand overwint en in het parlement belandt.

Voor de laatste keer eten we nog eens etnisch. Onze keus is op de American Mexican Pedro gevallen. Onze ogen zijn groter dan onze magen, Jos bijvoorbeeld krijgt niet alles op. Hij heeft iets te veel taco's, enchillado's en chorizo's besteld. Clim houdt het bij ‘chili con carne’. We worden er fluks bediend door een Chinese Antwerpse. Met een laatste rondgang door de cafés besluiten we de avond. In de minibar liggen nog enkele flessen bier gekoeld op ons te wachten. Morgen vertrekken we.


dag 6

T E R U G  N A A R  H U I S

We staan op de normale tijd op. Nog één keer laten we ons het ontbijt smaken. Als Jos bij de balie afrekent blijkt de receptioniste uit Maastricht te komen. We dachten al, die spreekt Nederlands zonder Vlaams accent. We moeten voor vijf nachten alles bij elkaar (dus inclusief ontbijt, minibar, t.v., badkamer, toilet dergelijke) 14.000 francs betalen. Dat komt neer op f 700, ofwel f 70 per persoon per nacht. We hebben wel eens goedkoper gezeten.

We zijn véél te vroeg op het station. De trein vertrekt zeer stipt, moet wel want hij gaat richting Nederland en daar gaat alles er veel georganiseerder aan toe. Daarvan hebben we de laatste dagen genoeg voorbeelden gezien. De Belg leeft over het algemeen veel losser. In het openbare leven neemt men het niet zo nauw. Een stad als Antwerpen heeft dan ook een atmosfeer die je nergens in Nederland terugvindt, nou ja, of het moet Maastricht zijn. De stad heeft al een onmiskenbaar zuidelijk karakter, gemoedelijker en vrijer. Dat laatste zie je in de manier van bouwen erg goed terug. Geen enkel huis is er hetzelfde. Natuurlijk zijn er regels die een en ander aan banden leggen, maar die worden zelden serieus genomen. Regels zijn er om overtreden te worden. Kijk maar naar de echt grootschalige belastingontduiking, dat is in dit land een nationale sport geworden.

In Roosendaal hebben we een mazzeltje. We kunnen overstappen in een vertraagde trein die naar Venlo gaat zodat we een half uur eerder dan gepland in Roermond zijn. Om kwart voor twee gaan we een ijskoud huis binnen. De verwarming doet het niet naar behoren. Schoonzus Mia is net voor wij aankomen weggegaan vanwege die kou, ze had er willen poetsen. Clim begint direct met de vuile was. Jos rekent uit wat het hele reisje uiteindelijk gekost heeft: f 1.000 op de kop af! Nogmaals, we hebben dat wel eens goedkoper gedaan. Maar de stad Antwerpen is ons goed bevallen en daar gaat het toch om.


MEER INFO ANTWERPEN


Antwerpen is de hoofdstad van de provincie Antwerpen, gelegen aan de Schelde. Sinds 1958 de grootste gemeente van België. Na Rotterdam en Hamburg de grootste haven van Europa. Het is de vijfde wereldhaven (1990).
Het tijverschil buiten de haven is maar liefst 4.90 m. De haven wordt echter op peil gehouden door zes sluizen, waarvan de zeesluis bij Zandvliet de grootste ter wereld is. Totale lengte van de kades is ongeveer 100 km. Sinds 1971 bestaat er een oliepijpleiding tussen Antwerpen en Rotterdam.

In het sportpaleis van Antwerpen worden ook grote tentoonstellingen gehouden. De befaamde wielerzesdaagse wordt tegenwoordig echter in het Kuipje van Gent gehouden. De toren van de "Onze Lieve Vrouwe kathedraal" is met 123 m de hoogste van de lage landen, en de kerk is met zijn zeven beuken de grootste van de Benelux.
 

Antwerpen is verder noch bekend om z'n wekelijkse vogeltjesmarkt, een toeristische attractie. Antwerpen dankt zijn naam aan de reus Druoon Antigoon en de Romein Brabo met het 'hand werpen”. Het is de Romeinse soldaat Silvius Brabo die de reus Antigoon heeft verslagen, zijn hand afkapte en in de Schelde wierp. Zo zou de naam Hand-werpen ontstaan zijn. Het is maar een legende. Antwerpen dankt zeker niet zijn naam aan de legende, maar juist andersom. Men weet niet zeker van waar de naam”Antwerpen” komt. Daarom werd die legende in het leven geroepen. De oudste schrijfwijze van de naam is “Antverpia” en vermoedelijk komt het van “anda verpus” = Vooruitgeschoven of geworpen stuk land. In het midden van de Grote Markt staat een fontein met daarop een beeld van de reus die een hand wegwerpt. Op de grote markt staat niet het standbeeld van de reus, maar van Brabo. Het is Brabo die de hand wegwerpt van de overwonnen reus.

Het Steen aan de Schelde dat tegenwoordig het Maritieme museum herbergt was vroeger de gevangenis van de stad. Het Steen is nooit een gevangenis geweest, maar een huis van voorarrest. Het opsluiten als straf bestond vroeger niet in de rechtspraak. Het opsluiten is pas in de rechtspraak gekomen rond 1830. Pas vanaf toen verschenen de eerste gevangenissen.
 


GESCHIEDENIS

Hoewel volgens historici vaststaat dat er omstreeks 650 al een nederzetting Antwerpen bestond bij een burcht,is omtrent het prille begin van de stad niets met zekerheid bekend. Wel zeker is dat dit oudste Antwerpen, samen met de burcht die het moest beschermen,in 836 door de Noormannen werd verwoest. Na 836 ontstond een nieuwe nederzetting, de kern van het huidige Antwerpen,die in de 10de eeuw werd versterkt. Deze versterking werd gebouwd,in opdracht van de Duitse keizer, ter verdediging van de Schelde. Antwerpen was inmiddels een graafschap geworden van het Duitse rijk. In de 12de eeuw werd het marktgraafschap Antwerpen deel van het hertogdom Brabant. Aan het begin van de 14de eeuw was Antwerpen een belangrijke havenstad geworden. Veranderende stromingen en vloedgolven hadden de mond van de Schelde vergroot waardoor de haven gemakkelijker bereikbaar was geworden voor de zeeschepen. Dat leverde de stad onder meer het stapelrecht op van de Engelse wol,waar de Vlaamse lakenindustrie afhankelijk van was. De neergang van Brugge was de opgang van Antwerpen. Na de 16de eeuw begon de neergang van Antwerpen als handels- en geldstad.

Van 1583 tot 1585 werd Antwerpen belegerd door Parma,de veldheer van koning Filips II van Spanje. Deze sloot de Schelde, de levensader van Antwerpen af waardoor de stad onbereikbaar was geworden en alles ging door naar Amsterdam dat de roem van Antwerpen overnam. Burgemeester van Antwerpen was toen Filips van Marnix, heer van Sint - Aldegonde, de dichter van het Wilhelmus. Dit gedicht werd later het Nederlandse volkslied. De leider van de opstand Willem van Orange had hier zijn hoofdkwartier tot hij in 1583 genoodzaakt was naar het veiliger Delft uit te wijken. Na een beleg van meer dan twee jaar moest de stad tenslotte haar poorten openen voor de Spanjaarden. Hollanders en Zeeuwen legden tussen de beide oevers van de rivier de Schelde een schipbrug. Ondanks de sluiting van de Schelde leefde de stad in de 17de eeuw weer op. De nijverheid floreerde weer evenals de kunst. De beroemde schilder Rubens heeft daar natuurlijk het nodige aan bijgedragen. In 1795 opende de Fransen de Schelde. De Franse keizer Napoleon I liet een militaire scheepswerf en twee dokken aanleggen. Hij realiseerde daarmee de eerste uitbreiding van de Antwerpse haven sinds de tweede helft van de 16de eeuw.

Aan het einde van de 19de eeuw werd Antwerpen ook het grootste centrum van de Diamanthandel en de bewerking daarvan.

Antwerpen is met zijn wereldhaven en industrieën een stad van nationale en internationale betekenis. Het is de grootste gemeente van België, in oppervlakte ruim een derde groter dan Parijs.

De gemoedelijkheid en de gezelligheid, vooral in de oude stadskern zijn een wereldbegrip. De oude stad en de kilometers lange haven liggen aan de voet van de O.L.V. Kathedraal,die sinds eeuwen het silhouet van de stad bepaalt. Tal van cafés en terrassen en bars nodigen uit tot het nuttige van een Antwerps biertje. Er bestaat zelfs een boekje over de kroegen in Antwerpen,een tocht die U misschien zelf eens kunt maken. Ook rond het Centraal Station zijn tal van uitgaansmogelijkheden aanwezig. Als U daarvan dan honger hebt gekregen is de "Paling in ‘t Groen", een Antwerpse specialiteit, een goede oplossing.  Museums en monumenten herinneren aan de bloeiperiode van de stad begin 17de eeuw toen de stad de belangrijkste zeehaven van West Europa was.

Door de eeuwen heen is Antwerpen altijd een tolerante stad geweest en ze is dat nu nog. Respect voor de levensovertuiging van zijn medeburgers komt tot uiting in de ruim 100 Rooms Katholieke kerken, 30 kerken van ander gezindten, 22 synagogen,16 moskeeën en 3 boeddhistische tempels, enz.

FOLKLORE
Voor liefhebbers van het poppenspel is er te Antwerpen de beroemde Poesjenellekelder aan de Repenstraat bij het Vleeshuis. In de eerste helft van sept. heeft Antwerpen haar septemberfeesten die gepaard gaan met allerlei feestelijkheden. De hoofdfiguur van de reuzenomgang is Antigoon. Volgens de overleving hief de reus tol voor de Schelde en hakte ieders hand af die dit niet wilde voldoen. Alleen de dappere Romein Brabo durfde het tegen de reus op te nemen en hakte op zijn beurt een hand van de reus en doodde hem. Na de dood van de tolheffende tiran ontstonden Brabant en Antwerpen. de Reuzenomgang heeft een lange traditie. In het volkskundige museum zijn de koppen te zien van 17de- en 18de- eeuwse exemplaren. Overigens is de Reuzenomgang geen typische Antwerpse specialiteit. In tal van andere Belgische plaatsen worden zulke optochten gehouden.
 


BEZIENSWAARDIGHEDEN

DE HAVENS
Pas door de Franse keizer Napoleon I werden de mogelijkheden van de Nieuwstad ten volle benut. Hij realiseerde wat Gilbert van Schoonbeke in de 16de eeuw niet tot ontplooiing kon brengen,een nieuw groot havengebied. In opdracht van Napoleon werden in 1807 en 1808 het Klein Dok en het Groot Dok gegraven. Deze eerste nieuwe havens werden onder Koning Willem I voltooid. Sinds 1903 heten ze Bonapartedok en Willemsdok. Na de afkoop van de Scheldetol, in 1863 heeft de Antwerpse Haven zich voortdurend in noordwestelijke richting uitgebreid. Aan het graven van de Kattendijkdok en het Houtdok werd zelfs al eerder begonnen, dit vooruitlopend op het welslagen van de onderhandelingen. Wie een tocht wil maken door het boeiende havengebied kan dit beter per boot of per auto doen. Vanaf Pasen tot September varen de Flandria - boten door havens voor een rondvaart.

HET BROUWERSHUIS
Het staat aan de Adriaan Brouwerstraat,de middelste van de drie vlieten die Van Schoonbeke had laten graven,en aan de eerste vliet, thans Brouwersvliet. In de ingewanden van het Brouwershuis bevindt zich de waterinstallatie,die bestaat uit een rosmolen,een ophaalmechanisme en een aantal vergaarbakken. Het principe is even ingenieus als simpel. Het water werd aangevoerd in de grote vergaarbak en vervolgens overgebracht naar een hoger gelegen kleine vergaarbak. Vanuit deze bak liep het naar de brouwerijen. De beweging is het zelfde als bij een windwatermolen,met dit verschil dat de aandrijfkracht niet met wind werd geleverd,maar door paarden die dag en nacht in de rosmolen liepen. In de 19de eeuw werd het primitieve ophaal mechanisme vervangen door een pompinstallatie. De rosmolen zelf bleef nog heel lang zijn werk doen.

HET 16DE-EEUWSE VLEESHUIS
Het is een machtig laatgotisch gebouw, dat hoog boven zijn omgeving uitrijst. Het Vleeshuis werd gebouwd door Herman De Waghemakere, een van de architecten van de O.L.Vrouwekerk. Het diende als slachthuis en verkoophuis van vlees. Het Vleeshuis staat met opzet dicht bij de Schelde. Het bloed van de geslachte dieren liet men afvloeien naar de rivier. Thans is het gebouw een museum voor toegepaste kunst en lokale geschiedenis. Het Vleeshuis is uitgevoerd in warmrode baksteen, afgewisseld met banden natuursteen,die hier wel zeer toepasselijk Speklagen worden genoemd.

HET SCHIPPERSKWARTIER
wordt zo genoemd naar de scheepslui en havenarbeiders die hier altijd al hebben gewoond.

DE SINT-PAULUSKERK
Staat in het hart van deze ooit eens zeer kleurrijke buurt. Wie de kerk benadert via de geblakerde poort aan de Nosestraat wordt geconfronteerd met een triest toneel van verval, dat symbolisch lijkt voor het Schipperskwartier. Het Dominicaane klooster waar de Sint Pauluskerk deel van uitmaakte,branden in 1968 tot de grond toe af,en werd nooit meer herbouwd. Kerk en klooster kwamen tot stand tussen 1517 en 1571,op de plaats van een 13de-eeuws gebouwencomplex. De architect zou Domein de Waghenmakere, de zoon Herman,die eveneens betrokken was bij de bouw van de O.L.Vrouwekerk. In 1803 werd de kerk een parochiekerk.

Het meest curieuze religieuze monument bevindt zich in de tuin bij de kerk. tegen het zuidertransept klimt een wonderlijke namaakrots op,een Calvarieberg, waarin het lijden van Christus trapsgewijs is vervat. Alleen al de in hout verstarde verschrikking van de hel maakt een tocht naar deze berg de moeite waard. De Calvarieberg werd tussen 1697 en 1747 gerealiseerd door de belangrijke beeldhouwers Kerrix en Brauscheidt de oude.

HENDRIK CONSCIENCE - PLEIN
Wie het kan opbrengen de lokkende Schelde nog even links te laten liggen, gaat nog even naar de Conscienceplein. Het plein is een buitengewoon fraai stukje Antwerpen. Het dankt zijn ontstaan aan de Jezuïeten die hier een klooster bouwden. Tot dit klooster behoorde het plein,evenals de Sint-Carolus Borromeuskerk, die tot stand kwam tussen 1615 en 1621.Het is een juweel van barokkunst. Een vondst is de zwierige toren, ondanks zijn bescheiden hoogte van 58 meter is het een echte blikvanger, die al van ver de aandacht trekt. Imponerend is ook de rijk met beelden versierde voorgevel van de kerk. In het Fronton troont een Madonna met Kind,die waarschijnlijk is vervaardigd door de beeldhouwer Hans van Milder .De ereplaats in de gevel is natuurlijk voor Ignatius van Loyola,de stichter van de Jezuiëtenorde, zijn door engelen omringde borstbeeld prijkt groot boven het raam in de middenpartij. Het interieur van de kerk is zeer rijk, al heeft het aan schoonheid ingeboet wegens een enorme brand in 1718.Een uniek bezit ging toen verloren, namelijk de 19de-eeuwse plafondschildering van de hand van Rubens, die de gang en de zijbeuken sierden. Zeer vernuftig is het hoofdaltaar met zijn drie verwisselbare altaarstukken. Een vernuftig mechanisme maakt deze afwisseling mogelijk. Zo blijven ook de trouwste kerkgangers nog geboeid. Het mooiste deel van de kerk is de O.L.Vrouw - kapel aan de zuidkant die bewaard is gebleven tijdens de brand in 1718, ze bezit nog de oorspronkelijke inventaris.

AANVULLING (door F. Schetsken)

De plafondschildering in de Carolus Borromeuskerk bestond uit 39 afzonderlijke schilderijen, die Rubens samen met zijn leerlingen heeft gemaakt. Daarnaast heeft hij wat ontwerpen gemaakt voor de voorgevel, die dan door beeldhouwers als Hans van Mildert en de familie De Nole zijn uitgevoerd. Oorspronkelijk was deze kloosterkerk toegewijd aan Maria, want Ignatius van Loyola was bij de voltooiing van deze kerk nog niet heilig verklaard en kon dus geen patroon zijn. Maar toen die heiligverklaring er wel kwam, moest Maria wijken voor deze man en werd het een Ignatiuskerk. Pas nadat de jezuïeten door de afschaffing van hun orde uit deze kerk verdwenen waren en het gebouw als parochiekerk in gebruik is genomen jaren later, is Carolus Borromeus zich over dit gebedshuis komen ontfermen. Hij was een neef van een paus, die veel invloed heeft gehad op een nieuwe kerkinrichting nadat Luther en Calvijn op zichzelf waren begonnen.

Carolus zorgde ervoor dat het volk sterker betrokken werd bij de misdienst door voortaan kerken te bouwen zonder diep koor en zonder grote kruisbeuken en hij laat meteen het doksaal weg, dat vroeger tussen koor en schip stond. Zo'n doksaal of 'jube' vind je nog wel in sommige kerken, zoals in de kathedraal van Doornik. Je ziet dan amper nog de priester staan. Op dat doksaal stond ook doorgaans het orgel. Daarom laat Carolus een soort doksaal boven de hoofdingang van de kerken maken, waarop dan het orgel komt en ook het koor kan plaatsnemen. Ook preken werd vroeger vanaf het doksaal gedaan. Nee, zegt Carolus, dat moet voortaan midden tussen de kerkgangers gebeuren. Dus komen er aparte preekstoelen, die ergens halfweg het schip staan, doorgaans aan de rechterzijde. En om weer zieltjes terug te winnen, laten de jezuïeten een prachtige pronkgevel voor hun gebouwen zetten, een soort decor zoals vandaag bij tv-shows. Je wilt dan wel eens weten wat zich daarachter afspeelt en zo kom je dus toch weer de kerk binnen.

Het Hendrik Conscienceplein wordt vaak als het meest Italiaans ogende pleintje van Antwerpen aangeduid. Dat klinkt natuurlijk goed, sinds Italië met een dolce vita wordt geassocieerd, maar dat komt helemaal door die Carolus Borromeuskerk, die is gebaseerd op de Gésukerk in Rome en door de gele steen van de omliggende gevels, die oorspronkelijk het klooster van de jezuïeten waren en een huis waar vrome mannen en vrome vrouwen - uiteraard gescheiden - samenkwamen om zich in het geloof te verdiepen onder leiding van de fraters.


Teruggaand naar de Grote Markt moet men af en toe eens omhoog kijken naar de gevels die door de restauratie van achter pleisterwerk en verwaarlozing te voorschijn zijn gekomen. Ze tonen de typische Antwerpse bouwwijze. De hoge trapgevels zijn opgetrokken uit baksteen, de vensters worden omlijst door banden van natuursteen.


HET STEEN
Staat op het Scheldeplein aan de Schelde. Het is een bouwwerk van eerbiedwaardige ouderdom, dat is verbonden met het ontstaan van Antwerpen. Het Steen is een overblijfsel van een Burcht, een versterkte plaats, waarbinnen in de 7de eeuw de oudste stadskern tot ontwikkeling kwam. De Burcht bevond zich immers op de 'aanworp', de opgeworpen grond bij de Schelde die de werkelijke verklaring van de naam Antwerpen is. In de 13de eeuw werd de houten palissade die de versterking omgaf vervangen door een stenen muur. Delen van die muur zijn terug te vinden in het Steen. Tot 1823 was het Steen de gevangenis van Antwerpen en in die functie natuurlijk niet geliefd bij de Antwerpenaren. In 1864 werd het een oudheidkundig museum. Zijn huidige kasteelachtige uiterlijk kreeg het tussen 1827 en 1890, toen het werd gerestaureerd en vergroot. Sinds 1952 herbergt het Steen het Nationale Scheepvaartmuseum. Voor het steen staat het standbeeld van Lange Wapper.

AANVULLING (door F. Schetsken)

Het Steen was inderdaad in 1991 nog een Nationaal Scheepvaartmuseum. Nu niet meer, want zowat alles qua stadsmusea wordt nu samengebracht in het nieuwe MAS (Museum aan de Stroom), dat volgend jaar opent. Het is een fonkelnieuw gebouw van de Nederlandse architecten Neutelings en Riedijk, dat tussen het Bonaparte- en Willemdok staat, op de plek waar ooit het historische Hansahuis verrees, een koopmanscomplex van de Duitse kooplieden, gebouwd door Cornelis Floris De Vriendt, dezelfde van het Antwerpse stadhuis en ook in diezelfde tijd gerealiseerd. En wat Het Steen betreft, het is inderdaad een tijdlang gevangenis geweest, maar aanvankelijk was het gewoon de residentie van de Antwerpse markies oftewel markgraaf binnen de burcht. (Markgraaf en markies hebben het woordje 'markeren' ofwel begrenzen in zich, het is dus een titel die wordt gegeven aan de bestuurder van een grensgraafschap. Als de markgraaf uit zijn raam keek, zag hij inderdaad het buitenland aan de overzijde van de Schelde. Daar begon destijds het graafschap Vlaanderen, dat tot het Franse koninkrijk behoorde, terwijl Antwerpen tot het Duitse Rijk behoorde. De Schelde was een internationale grens en daarom dat je er ook diverse burchten langs vindt, die de Duitse keizers lieten bouwen om de Vlaamse graven tegen te houden van hun verlangen naar gebiedsuitbreiding. Naast Antwerpen vond je dergelijke burchten in Bornem (nu kasteel Marnix de Saint-Aldegonde aan de Oude Schelde) en Ename (opgegraven fundamenten nabij Oudenaarde).


DE GROTE MARKT
Is een schitterend plein,en het middelpunt van de oude stadskern, met een 16e- eeuws stadhuis, gebouwd tussen 1542 en 1565. Het stadhuis kreeg geen belfort, maar de verhoogde middenpartij herinnert nog aan het symbool van stedelijke macht. De koperen adelaar, die het middengedeelte bekroont, vormt de verbinding met het verleden. Hij is het symbool van het Duitse rijk waar Antwerpen toen deel van uitmaakte. Tijdens de Spaanse Furie van 1576 die in Antwerpen ongenadig huishield, werd het stadhuis verwoest. In 1579 was het van de schade hersteld. Verder vindt men hier de prachtig Gildehuizen. De restauratie stond onder leiding van de Noordnederlander Hans Vredeman de Vries.

HET BRABO
(1887) Deze stelt de legendarische Romeinse veldheer Silvius Brabo voor. De legende is zo. De schepen die hier over de Schelde voorbijvoeren, moesten tol betalen aan de reus Druoon Antigoon. Dit was een doorn in het oog van de Romeinse veldheer, hij kapte de hand van de reus af en wierp hem in de Schelde, vandaar Hand‑werpen en later vervangen door Antwerpen. De beeldhouwer Jef Lambeaux bracht de legendarische figuur van Brabo op een uitbundige manier in beeld.

O.L.V.KATHEDRAAL
(1352‑1521) in Hoog‑Gotische stijl het is de grootste kerk van België. Opmerkelijk is,dat de kerk volledig volgens plan is gebouwd. Meestal wordt er nog wel eens van de originele bouwplannen afgeweken. Zowel de architectuur als het interieur zijn een bezoek waard. Slechts een van de vijf torens is voltooid geraakt Zij is 123m. hoog en bevat een beiaard van 47 klokken en bezit ook een stormklok Carolus genaamd. Hoewel de kerk het recht heeft zich kathedraal te noemen, is zij niet gebouwd als bisschopkerk. Pas in 1559 kreeg zij deze status doordat het bisdom Antwerpen werd ingesteld. Op de Handschoenmarkt,voor de O.L.V.- kerk, staat een put met fraai smeedwerk. Deze zou in 1490 vervaardigd zijn door de beroemde Antwerpse schilder Quinten Metsijs, die zijn loopbaan begon als smid.

DE VLAAIKENSGANG
In de gevelwand van de Oude Koornmarkt opent zich de allerliefste Vlaaikensgang,een gedeeltelijk overdekt doorgang naar de Pelgrimsstraat die dateert uit de 16de eeuw. In de ondiepe huisjes langs de knusse steeg zijn antiekwinkels en restaurants gevestigd. De naam van de Vlaaikensmarkt is waarschijnlijk afkomstig van een wafel- of vlaaienbakkerij die zich in deze gang zou hebben bevonden. De Pelgrimsstraat komt uit op de Reyndersstraat, waar men even stil moet staan bij nummer 6, het Jordaenshuis. Deze paleisachtige woning in barok, werd in 1641 gebouwd door de schilder Jacob Jordaens, een tijdgenoot van Rubens. De grootte Witte Arend op nr 18, die zich kenbaar maakt door een feestelijk vlag, is een voormalige nonnenklooster en is thans een café-restaurant en galerie. In de zomer is het een plezierige plaats om er een pintje te pakken.
 

DE ST. JACOBSKERK en haar omgeving.

De familie Rubens ging hier steeds ter kerke. De laat-Gotische kerk uit de 15de eeuw, werd gebouwd door Herman de Waghenmakere en zijn zonen Domein en Herman. Later was ook de befaamde bouwmeester Rombout Keldermans bij de bouw betrokken. De toren die zo hoog had moeten worden als die van de O.L.V kerk bereikte deze hoogte niet en kwam niet verder dan deze bescheiden hoogte. Het is een der rijkste kerken wat kunstschatten betreft, met o.a. schilderijen van Rubens, Jordaens en Otto Venius. Rubens heeft er een sobere grafkapel,die werd ingericht door de familie Fourment. Het schilderij boven het altaar (Onze Lieve Vrouw met het kindje Jezus op de arm) werd door Rubens vlak voor zijn dood aangewezen als stuk voor zijn grafkapel.

Op de hoek van de Lange Clarenstraat die uitloopt op de Lange Nieuwstraat, vraagt een elegante Madonna met kind om de blik even omhoog te werpen. Zij werd in 1686 vervaardigd door de beeldhouwer Pieter Verbrugge de Oude. Antwerpen is een groot aantal van deze Mariabeelden rijk. De oudste dateren uit de 17de eeuw, nog oudere exemplaren werden verwoest tijdens de Beeldenstorm. De olielampjes voor de beelden (ook de Madonna op de hoek bezat er een) dienden als straatverlichting in de tijd dat Antwerpen nog geen straatlantaarns rijk was.  Achter de Lange Nieuwstraat 32 bevindt zich een gotisch kleinood, nl. de Bourgondische kapel. De kapel maakte deel uit van het Slot van Immerseel die markgraaf was van Antwerpen. Hij bouwde de kapel in 1497. 


HANDELSBEURS
Zij dateert uit 1531, maar werd na een brand in 1872 gerestaureerd. De Antwerpse Handelsbeurs was de eerste in haar soort. Zij diende als voorbeeld voor dergelijke beurzen in andere Europese steden,ondermeer in Amsterdam. In westelijke richting biedt de Meir uitzicht op een toren in art-deco-stijl, met een karakteristiek, maar niet zeer sierlijk silhouet. Hij werd gebouwd in opdracht van de Algemene Bankvereniging. De ontwerpers waren onder ander Smolders en Averbeke. De Antwerpenaren hebben deze toren de bijnaam Boerentoren gegeven,omdat hij door boeren zou zijn gebouwd. De toren is 95 meter hoog en heeft 26 verdiepingen, wat in 1928 toen hij werd gebouwd best een wolkenkrabber mocht worden genoemd.

DE SUIKERRUI
Zij dankt haar naam aan een van de belangrijkste bronnen van de welvaart van Antwerpen, nl. de suikerraffinaderij. Na de val van Antwerpen vestigden veel Antwerpse 'Suikerbakkers' zich in Amsterdam. Op de Suikerrui herinnert niets meer aan die tijd van weleer. Men vindt er nu restaurants met een veelheid aan visgerechten.

WAALSE KAAI
Een mooi stukje havenkwartier wordt gevormd door de Waalse Kaai. De afgelopen jaren is dit vergeten stukje stad een echt museumkwartier geworden. Aan de Waalse Kaai staat het Zuiderpershuis, een zeer indrukwekkend industrieel monument uit het laatste kwart van de 19de eeuw. In het Zuiderpershuis bevindt zich de hydraulische installatie, waarmee de sluis aan de ingang van de haven kon worden geopend. De installatie is nog helemaal intact. Het complex is nu gerestaureerd.

HET ZUID
De brede Nationalestraat vormt de verbinding tussen de oude stad, die wordt begrensd door de Sint-Rochusstraat en door het 19de-eeuwse zuidelijke stadsdeel, Het Zuid genoemd door de Antwerpenaren. Dit ontstond na afbraak van de citadel, de gehate dwangburcht die de Antwerpenaren drie eeuwen in hun midden hadden moeten dulden. De citadel werd in 1567 op last van Alva aangelegd door de Italiaanse vestingbouwer Francesco Paciotto. De Citadel speelden een aantal keren een belangrijke rol in de geschiedenis van Antwerpen. In 1576 trokken vanuit de citadel muitende Spaanse soldaten plunderend en brand stichtend door de stad, de Spaanse Furie genoemd. En van 1830 tot 1832 was de citadel in handen van de Nederlandse troepen onder leiding van de bevelhebber Chassé. Nadat de citadel nog een aantal jaren deel had uitgemaakt van de vesting van Brialmont, werd zij in 1874 tot vreugde van de Antwerpenaren afgebroken. Op de plaats van de citadel verrees een nieuwe wijk,die in zijn plattegrond de herinnering aan de oude dwangburcht draagt. Wat het binnenplein van de citadel was, heet nu de Leopold de Waelplaats.

AANVULLING (door F. Schetsken)

De citadel is eigenlijk niet goed zichtbaar in het grondplan van het Zuid. Na de afbraak is daar gewoon een fraai ontwerp gemaakt op de tekentafel, met eerder Parijs als voorbeeld dan een oude citadel. Je ziet daar dus rechte brede straten, die uitkomen op pleinen, waar dan weer mooie rechte zijstraten op aansluiten, soms loodrecht lopend, soms diagonaal om in een soort stervorm aan een plein te eindigen, zoals op de Marnixplaats. De Antwerpenaren wilden natuurlijk ook allerminst aan die citadel worden herinnerd, al zijn er sommige straatnamen die daar nog enigszins naar verwijzen: Verschansingsstraat, Bolwerkstraat, Sint-Laureisstraat, Montebellostraat, Kasteelpleinstraat, Kasteelstraat ... De citadel strekte zich namelijk tot over de Leien uit, met daarbij ook nog enkele vooruitgeschoven schansen, zoals Sint-Laureis en Montebello. De andere straatnamen op het Zuid verwijzen naar de Tachtigjarige Oorlog (Zwijgerstraat, Marnixplaats, Brederodestraat), de vrijmaking van de Schelde (Tolstraat, Emiel Banningstraat, De Vrièrestraat, Lambermontstraat/plein - allemaal onderhandelaars), de schone kunsten rond het Museum (Schilderstraat, Beeldhouwersstraat, Plaatssnijdersstraat, Bouwmeestersstraat, Pourbusstraat, De Burburestraat, Verlatstraat) en rond de vroegere Zuiderdokken voor de binnenscheepvaart is er de combinatie van een stad en het product dat van daaruit werd aangevoerd (Namenstraat-Schalienstraat, Luikstraat-Wapenstraat, Verviersstraat-Lakenstraat). Samen met de wijk Zurenborg is het Zuid een van de meest aangelegde stadsdelen en dankzij de toen in zwang zijnde bouwstijlen van de Belle Epoque kom je er de meest fraaie gevels tegen.

HET KONINKLIJKE MUSEUM VOOR SCHONE KUNSTEN
Het plein wordt gedomineerd door het Koninklijk Museum, een witgepleisterd gebouw, dat werd opgetrokken tussen 1884 en 1890 naar de plannen van de architect F.van Dijck en J.J. Winders. De beeldengroepen op de voorgevel, die de triomf van kunst voorstellen, zijn het werk van de Brusselaar Thomas Vinçotte.

De straten die op de Leopold de Waelstraat uitkomen tonen een variëteit van laat 19de-eeuwse en vroeg 20ste-eeuwse bouwkunst. Bijzonder fraai is bv een huis aan de Schilderstraat, met een balkon in de vorm van een schip, dat wellicht het huis was van een kapitein of een reder. De ontwerper was F. Smet - Verhal die ook elders in Antwerpen huizen in Art Nouveau - stijl bouwde.

HET MARNIXPLEIN
Ligt in een stervormig stratenplan,dat in de plaat kwam van het Kasteelplein, het grote exercitieplein van de citadel. Op het plein dat is genoemd naar de Antwerpse Burgemeester Filips van Marnix, heer van Aldegonde, staat een monument ter ere van het vrijkomen van de Schelde in 1863. Voor de stroomgod van de Schelde hangen de verbroken ketenen van de Scheldetol. De maker van dit grootse beeldhouwwerk was J. Winters.

DE VOGELTJESMARKT
Op zondagochtend is de Vogeltjesmarkt een van de meest bezochte plaatsen. De markt wordt gehouden op het Blauwtorenplein en Oude Vaartplaats, vlak bij de Frankrijklei. Men noemt haar de Vogelmarkt uit traditie: Namelijk in de 17de en 18de eeuw werd er wild en gevogelte verkocht. Nu is de markt voornamelijk een rommelmarkt, waar van alles te koop is, van rommel tot dieren. Liefhebbers van antiek kunnen beter terecht op de Lijnwaadmarkt bij de O.L.Vrouwekerk.

HET ROCKOXHUIS
Het mooiste pand aan de Keizerstraat 10 en 12 is toegankelijk. Het is het zorgvuldig gerestaureerde huis van Nicolaas Rockox. De reconstructie van het huis werd financieel mogelijk gemaakt door de kredietbank, de bank die aan de Antwerpse torenreeks de plompe boerentoren toevoegde. De veelzijdige Rockox was ook geïnteresseerd in kunst en wetenschap. Onder zijn vrienden waren veel geleerden, zoals de rechtsgeleerde Hugo de Groot. Rubens was een van zijn meest intieme vrienden. Na Rubens terugkeer uit Italië was de toen Burgemeester zijnde Rockox een van de eerste die een schilderij bij hem bestelde, nl. de Aanbidding der Wijzen, voor de statenkamer van het stadhuis. Dit beroemde schilderij hangt thans in het Prado te Madrid. In opdracht van de Kloveniersgilde gaf hij Rubens ook de opdracht voor de Kruisafneming, die bestemd was voor het altaar van de gilde in de O.L. Vrouwe kerk. De Kruisafneming is nog altijd te bewonderen in deze kerk. In 1970 werd het Rockoxhuis samen met de omringende panden gekocht door de Kredietbank. Op die manier werd voorkomen dat het huis door hoogbouw zou worden ingesloten. Het is een van de weinige plekken waar de slopers gelukkig niet de hand hebben kunnen naar uitsteken.

HET PRINSENHOF
Uit de glorietijd van Antwerpen. Het Hof van Liere werd in 1516 gebouwd door Domein de Waghenare, in opdracht van de rijke koopman en toen Burgemeester van Antwerpen de heer Arnold van Liere. Nadat de toekomstige keizer Karel V, toen nog prins, er had gelogeerd, werd het Hof van Liere het Prinsenhof genoemd. Na de dood van Van Liere kreeg het Prinsenhof allerlei bestemmingen, tot de Jezuïetenorde er aan het begin van de 17de eeuw hun intrek namen. Zij gaven haar ook het renaissance-uiterlijk dat ze nu nog heeft. Thans is er gevestigd De Universitaire Faculteiten van Sint Ignatius. Het enorme complex dat toegankelijk is door drie poorten, ligt rondom drie binnenplaatsen. De grootste van de drie is de Cour d'Honneur waar hoge gasten werden ontvangen. De voorgevel is van latere tijd.

HET BEGIJNHOF
Via de Pieter van Hobokenstraat en de Ossenmarkt komt men in de Rodenstraat. Daar bevindt zich het allerliefste Begijnhof. Een blik op de platte grond leert ons, dat het Begijnhof tussen de Rodenstraat en de Italiëlei ligt. Deze plaats is niet toevallig. Tot de 2de helft van de 19de eeuw rees, waar nu de Italëlei loopt, de omwalling, waar de begijntjes zich veilig voelden. Ze hadden deze plaats met opzet gekozen, nadat het oude Begijnhof, dat buiten de vesten lag, in 1542 was verwoest. In de tweede helft van de 18de eeuw bestond het begijnhof uit 81 huizen die onderdak boden aan 150 begijntjes. Op het Begijnhof wonen nu geen begijntjes meer, maar oudere mensen voor wie de woningen zijn aangepast aan de eisen van deze tijd. Het Begijnhof ligt achter een monumentale barokke poort, waarop het beeld troont van de H. Begga, de patrones van de begijntjes. Aan de noordkant van het begijnhof staat de St.Catharinakerk. Ook de inventaris van de kerk dateert uit de 16de eeuw en de 19de eeuw. Het meest kostbare stuk uit de 16de eeuw is een schilderij uit omstreeks 1650 dat de Kruisafneming voorstelt. Het is van de hand van de Antwerpse meester Jacob Jordaens, die onder de begijntjes twee zusters had. Een pikant detail, wanneer men weet dat Jordaens een overtuigend calvinist was.


DE SCHOUWBURG
Tussen de Graanmarkt en de Komedieplaats staat het fraai, maar jammer genoeg verwaarloosd bouwwerk, de Oude Schouwburg of de Bourla - Schouwburg. Ooit was het " Het Theater Royal", waar in het Frans voorstellingen werden gegeven en was het de trots van de stad. De Schouwburg werd tussen 1829 en 1834 gebouwd naar plannen van Pierre Bourla, de uit Frankrijk afkomstige stadsbouwmeester van Antwerpen. Bijzonder mooi is de halfronde voorzijde,die wordt bekroond door de negen muzen. Tussen de pilasters van de Belle etage, waar zich de grote zaal bevindt, zijn de busten aangebracht van de beroemde Vlaamse en Nederlandse kunstenaars. Rubens en Vondel ontbreken niet in deze portretgalerij. De Schouwburg heeft zijn functie grotendeels moeten afstaan aan het prozaïsche bouwwerk, dat in 1980 aan de gloednieuwe Theaterplein verrees.

HET MAAGDENHUIS
De Arenbergstraat, opzij van de Komedieplaats, loopt uit op de Gasthuisstraat. Het grootse, uit bak- en natuursteen opgetrokken gebouw aan de Lange gasthuisstraat 33 is het voormalige Maagdenhuis. De kinderlievende Antwerpse koopman Jan van der Meeren richtte in 1552 elders in de stad een weeshuis voor meisjes op. Het gebouw aan de Lange Gasthuisstr. kwam tot stand doordat zij de weesmeisjes, na hun dood voorzagen van een flink bedrag, zodat hun verzorging werd verzekerd. Het oudste deel van het Maagdenhuis, de ingangspartij en de kapel, werd gebouwd tussen 1564 en 1568; de rest van het gebouw, waaronder de binnenplaats dateert uit 1636. Het Maagdenhuis behield zijn oorspronkelijke bestemming tot 1882. In 1952 betrok het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn het gerestaureerde complex. In de kapel en de benedenzalen werd een museum ondergebracht. Voordat men er binnengaat moet men even omhoog kijken naar het reliëf boven de ingangspartij,dat de weesmeisjes voorstelt, alsmede God de Vader die zijn armen uitstrekt. In het museum die er zijn ondergebracht zijn ondermeer Antwerpse meubels te zien. Merkwaardig is ook de schuif,een soort hokje, dat was aangebracht aan de voorgevel van het vondelingenhuis aan de St.Rochus­straat. Ongewenste kinderen konden er ongezien te vondeling worden gelegd. De Schuif functioneerde tot 1860.

HET  MUSEUM  MAYER VAN DEN BERGH
In de Lange Gasthuisstraat 19 bevindt zich het museum Mayer, dat kunst van grote klasse bevat. Het museum werd door Henriëtte Mayer van den Bergh opgericht ter nagedachtenis van haar overleden zoon Fritz Mayer van den Bergh. Op haar aanwijzing bouwden de Antwerpse architect J. Hertogs omstreeks 1900 naast het woonhuis van de familie een museum voor de kunstverzameling van Fritz. Het topstuk van de verzameling is ongetwijfeld De Dulle Griet van Pieter Brueghel de Oude, een van de belangrijkste Zuid-Nederlandse schilders van de 16de eeuw. Toen Fritz het schilderij kocht op een veiling in Keulen, was de belangstelling voor Brueghel nog zeer gering. Maar van Fritz was al bekend dat hij een neusje had voor kunst.

DE MEIR

De Meir is een brede allee,die dwars door het hart van Antwerpen loopt en geleidelijk breder wordt. De bebouwing van de Meir is nog grotendeels 19de eeuws. Als je de drukke en veel bezochte Meir inloopt, zou je niet zeggen dat dit vroeger een Moeras is geweest. Zij ontstond uit een drooggelegd meer,en groeide bij iedere stadsuitleg een stukje, tot zij aan het begin van de 14de eeuw haar huidige lengte had bereikt. Zij werd een belangrijke verkeersader, waaraan deftige lieden luxueuze huizen lieten bouwen. In de 19de eeuw veranderde zij in een chique winkelstraat. Aan het eerbiedwaardige verleden van de Meir herinneren nog twee indrukwekkende 18de-eeuwse stadspaleizen: het Huis Osterrieth, op nr. 85 en het voormalige Koninklijk Paleis, thans een cultureel centrum op de hoek van de Meir en de Wapper.

HET RUBENS - HUIS
Aan de Wapper schuin tegenover het voormalige Koninklijk Paleis, staat het huis van Rubens. De befaamde 17de-eeuwse schilder en diplomaat, liet het huis aan de Herentalse Vaart op de Wapper (een op en neer bewegende waterinstallatie) tussen 1611 en 1615 bouwen. Hij woonden er tot zijn dood in 1640, eerst met de lieftallige Isabella Brant, met wie hij in 1609 was getrouwd en vanaf 1630 met de heel jonge en mooie blondine Helena Fourment.

Isabella was in 1626 overleden. Vier jaar na haar dood werd Helena zijn echtgenote. Uit deze twee huwelijken kreeg hij zeven kinderen, die allemaal in dit huis werden geboren. Na veel merkwaardigheden kwam het gehavende Rubenshuis in 1937 in het bezit van de stad Antwerpen. Van 1939 tot 1947 werden het huis en de tuin teruggebracht in de oorspronkelijke staat.  Bij de reconstructie is men met grote zorgvuldigheid te werk gegaan, een arbeid die grote bewondering afdwingt. In het huis wordt dank zij authentieke meubelstukken en kunstvoorwerpen de figuur van de meester weer opgeroepen. Let ook vooral op het portiek tussen de twee paviljoenen op het binnenplein, die Rubens vaak op zijn doeken heeft afgebeeld.

AANVULLING (door F. Schetsken)

Het hele gebouw is tijdens de Tweede Wereldoorlog zowat heropgebouwd, precies omdat er nog zo weinig authentieks overschoot. Weliswaar is die herbouw zeer minitieus gebeurd, maar vooral aan de hand van etsen van het originele gebouw. Daarbij is één kardinale fout gemaakt: op de muren van het atelier aan het binnenplein is beeldhouwwerk aangebracht. Maar Rubens was een schilder, die zijn klanten natuurlijk niet wilde wegjagen naar de concurrentie. Dus hij had zijn gevels beschilderd met trompe-l'oeils. En in het woonhuis - dat Rubens niet zelf heeft laten bouwen, maar dat hij gewoon gekocht heeft, in tegenstelling tot het barokke ateliergedeelte - is er enigszins een idee gegeven van hoe zo'n man als Rubens geleefd zou kunnen hebben. Men weet eigenlijk niet welke functies de diverse kamers hadden en bovendien was in de tijd van Rubens er niet zo'n vaste bestemming voor vertrekken, zoals we die vandaag in onze huizen kennen. Maar het oogt wel als een goed idee van een 17de-eeuwse woning. Het meest originele gedeelte van het Rubenshuis zijn het portiek, dat atelier en woonhuis met elkaar verbindt, en het tuinpaviljoen. Dat er zo weinig resteerde van het Rubenshuis komt doordat Helena Fourment daar al vrij snel uit vertrokken is. Ze beschikte immers over het Rubenssteen - een klein kasteeltje of groot landhuis - in Elewijt, tussen Mechelen en Brussel. Eerst heeft ze haar Antwerpse woning verhuurd aan uitgeweken Engelse adel, daarna is een adellijke bewoner er een manege in begonnen voor paardrijlessen en dan is er natuurlijk nog van alles in zo'n gebouw gebeurd, voordat het uiteindelijk via onteigening in de 20ste eeuw in bezit van de stad Antwerpen is gekomen.

 

Nu ja, met het Jordaenshuis is het in feite nog slechter verlopen. Het hele huis is particulier bezit en helemaal gesloopt van binnen. Aan de kant van de Hoogstraat zijn het gewoon winkels achter een banale gevel. En onze derde grootheid, Antoon van Dyck, heeft vooral buiten Antwerpen gewerkt, met name in het Engeland van Karel I en heeft hier dus nooit een fraaie woning bezeten. Hij was ook niet echt zo'n honkvast type en is ook vrij vroeg gestorven. In Antwerpen was ook geen plaats voor twee geniale schilders, Rubens volstond.

Rubens had eigenlijk een bedrijf, dat schilderijen vervaardigde. Hij zette er natuurlijk zijn naam op, maar dat was vooral een kwaliteitslabel, zoiets als 'Philips' op tv-toestellen zet. Enfin, Rubens maakte wel doorgaans zelf het ontwerp, dat dan eerst even goedgekeurd moest worden door zijn opdrachtgevers. Zij gaven hem trouwens ook heel precies het thema op, met een hele uitleg van wat dat allemaal inhield. Rubens verzon dat niet zelf, hij gaf er wel zijn vorm en interpretatie aan. Voor het uitwerken deed hij een beroep op helpers, zowel andere zelfstandige schilders als leerlingen. Bij Rubens stonden in zijn gsm b.v. de nummers van Jan Breughel (voor als er bloemen geschilderd moesten worden) en van Frans Snyders (als er een tafereel met dieren, al dan niet opgediend als maaltijd, nodig was).


SINT-AUGUSTINUSKERK EN DE SINT-ANDRIESKERK
Ten westen van de Lange Gasthuisstraat zijn twee fraaie oude kerken te vinden, de St.Augustuskerk aan de Kammenstraat en de St.Andrieskerk aan de Sint-Andriesstraat. Beide kerken maakten deel uit van het Augustijnenklooster. De barokke St. Augustinuskerk werd tussen 1615 en 1618 gebouwd naar een ontwerp van Wenceslas Coberger, de architect die onder meer de Bergen van Barmhartigheid en de O.L.V. Basiliek in Scherpenheuvel op zijn naam heeft.

PLANTIN - MORETUS - MUSEUM
De vrijdagmarkt,die tussen de Reyndersstraat en de Steenhouwersvest ligt, werd aan het einde van de 2de W.O door een bominslag verwoest. Ook het museum werd beschadigd, maar gelukkig niet onherstelbaar. In 1951 was de schade hersteld en kon het museum heropend worden. Thans lijkt het of het fraaie gebouwencomplex onaangetast de eeuwen heeft doorstaan. In het huis de Gulden Passer, was vanaf 1576 de befaamde drukkerij gevestigd. De Officina Plantiniana, zoals de volledige naam van de drukkerij luide, werd opgericht door de Fransman Christoffel Plantin,die zich in 1549 in Antwerpen had gevestigd. De drukkerij werd na zijn dood overgedragen aan zijn zoon, Jan Moerendorf, die zijn naam, naar de mode van die tijd verlatijnste tot Moretus. Het eerste Nederlandse woordenboek ontstond uit een initiatief van Plantin. Bijna alle vertrekken zijn nog in hun oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Vooral de werkplaatsen zijn indrukwekkend. Het lijk of het drukke bedrijf even is onderbroken en zo direct weer verder gaat met zijn werk. Zeer indrukwekkend zijn de bibliotheken, daar bevinden zich ruim 30.000 oude drukken.

AANVULLING (door F. Schetsken)
De opvolger van Christoffel Plantijn (of Christophe Plantin) was Jan Moerentorfs, zijn schoonzoon. Plantijn had enkel vijf dochters. Een andere schoonzoon is zijn filiaal in Leiden gaan beheren, want dat had Christoffel daar gesticht omdat hij niet zo zeker was wie er de Tachtigjarige Oorlog zou winnen, Spanjaarden of Hollanders. Dus hij wedde op twee paarden, heeft zelfs een tijdje een illegale drukkerij in Vianen (bij Utrecht) laten draaien. Overigens is zijn meesterwerk, de polyglotte Bijbel, helemaal niet aan de Vrijdagmarkt gedrukt, maar nog in zijn vroegere kleinere vestiging in de Kammenstraat. Plantijn had wel de grond gekocht, maar daar voorlopig enkele huisjes op gezet, die hij als belegging verhuurde. Dat zijn die huisjes aan de kant van de Heilig Geeststraat, die nu deel uitmaken van het museum. De Vrijdagmarkt zelf was ook een van die verkavelingen van onze 16de-eeuwse projectontwikkelaar Gilbert van Schoonbeke, dezelfde dus als van dat Nieuwstad-brouwerijproject. Dat laatste is trouwens geen succes geworden, door felle tegenstand van de brouwers uit de traditonele brouwerswijk, de Kammenstraat (Kamme = brouwerij), die een ware volksopstand tegen hem ontketenden, waardoor hij zelfs naar Brussel is moeten vluchten. Dankzij overheidsingrijpen kon hij wel terugkeren. Overigens heeft Gilbert ook meegewerkt aan de bouw van de Spaanse vesten. Daarvoor richtte hij steenbakkerijen op en kalkovens voor de mortel. De brandstof voor die ovens kwam uit Nederland, waar hij in Gelderland een stuk veengrond had gekocht en liet afgraven, waarna die turf over riviertjes en over zee naar Antwerpen werd gebracht. Op de plaats van die veenafgraving is later de stad Venendaal ontstaan. Je ziet ook dat die benaming 'Spaanse vesten' eigenlijk foutief is, want ze zijn aangelegd tijdens de periode van Karel V, toen we hier nog geen Spanjaarden hadden gezien. Het initiatief kwam er nadat Antwerpen bedreigd was geweest door de Gelderse veldheer Maarten van Rossum. Pas in de periode van Filips II komen hier Spanjaarden het bestuur in handen nemen, wat uiteindelijk de Tachtigjarige Oorlog veroorzaakt, want ze pikken de jobs van de lagere edelen in, die plots naar de bijstand moeten om te overleven. Maar Gilbert kan nog rustig turf in Nederland gaan steken, dat behoort gewoon nog tot de Habsburgse Nederlanden in die dagen.
 
Momenteel (november 2010) loopt in dat museum tot half januari een tentoonstelling "Jan I Moretus en de strijd om de Plantijnse drukkerij". Hij was de schoonzoon die van zijn schoonvader de Officina Plantiniana (zoals het bedrijf officieel heette) in handen kreeg, opdat het niet uiteen zou vallen. Maar Jan moest natuurlijk zien een overeenkomst af te sluiten met de overige erfgenamen en dat heeft een tijdje in beslag genomen. Vooral omdat een van de andere dochters met uitgever Gillis Beys getrouwd was, die eigenlijk ook wel geïnteresseerd was in minstens een deel van het bedrijf of zijn privileges om bepaalde boeken te mogen uitgeven. Terwijl ook concurrende bedrijfjes daarop aasden. Maar Jan heeft het gered en de Plantijnse drukkerij tot nieuwe bloei gebracht, zodat hij aan zijn twee zoons Jan II en Balthasar Moretus een goed lopende zaak kon nalaten. Balthasar had in de Latijnse school samen met Pietertje Pauwel Rubens in de klas gezeten. Vandaar hun latere makkelijke samenwerking, waarbij Rubens titelbladen en illustraties voor de Plantijnse uitgaven leverde. 


CENTRAAL STATION
Het is een van de feestelijkste stations van West- Europa. Dit grote bouwwerk, de koepel is 75m hoog, is gebouwd tussen 1895 en 1905 door de Brugse architect L. de la Censerie. De plaats van het station is niet toevallig hier neergezet, zijn voorganger was een houten barak die net buiten de Spaanse vesten stond. Toen er in 1840 een spoorlijn Antwerpen - Brussel werd aangelegd moest men daar natuurlijk rekening mee houden.

DE ZOO
Het is een van de meest beroemde attracties van Antwerpen. De stad dankt dit kostelijke bezit aan een van zijn burgemeesters, nl. Frans Loos. Deze had in 1840 een bezoek gebracht aan Amsterdam en was onder de indruk van de dierentuin Artis,die twee jaar daarvoor was opgericht. In 1843 kocht de Maatschappij voor Dierkunde,een stuk grond van één ha. vlak bij het station. Daaruit groeide de huidige dierentuin, met een oppervlakte van circa 10 ha. De Zoo werd aangelegd door de architecten A.Demairbaix en A.Lambeaux.De stichter van de zoo is in steen vereeuwigd, gezeten op een kameel. Hij kijkt vanaf zijn hoog verheven plaats naar zijn schepping.

DIAMANTHANDEL

Langs het Centraal Station loopt de Pelikaanstraat, een smalle,wat sombere straat, die niet bepaald uitstraalt dat zij een wereldvermaard centrum is van de diamanthandel. Men kan niet precies aangeven wanneer de diamant in Antwerpen is gekomen, maar aan het begin van de 20ste eeuw groeide Antwerpen uit tot het belangrijkste centrum van de diamantcentrum van Europa. Alle transacties vonden plaats in de omgeving van het Middenstation, nu centraal Station. De kopers kwamen uit de hele wereld en ontmoetten hun leveranciers in de cafés bij het station. Dit verklaart waarom juist de Pelikaanstraat het centrum van de Antwerpse diamanthandel is. De Diamanthandel is al van oudsher in handen van Joodse families en is dat nog steeds. De meestal in het zwart geklede joden verhogen de geheimzinnige sfeer van de Pelikaanstraat nog meer.

 

AAN DE ANDERE KANT VAN DE LEIEN
Het stadsdeel aan de andere kant van Leien kwam in 1864 tot stand na de afbraak van de Spaanse Vesten. De lunetten (een vooruitgeschoven bastion) en verdedigingswerken uit latere tijd die voor de Spaanse Vesten lagen, hebben hun sporen achtergelaten op de platte grond. De militaire afkomst van het stadspark is het meest herkenbaar.

HET PARK
Het werd in 1867 aangelegd op de vrij gekomen grond van de lunet Herentals en heeft nog steeds de driehoekvorm die de lunet ook bezat. Het bezit veel monumenten, waaronder het Monument voor de Gesneuvelden van E. Deckers uit 1935. De Belgiëlei is een van de mooie brede lanen,die dit deel van de stad doorsnijden. Er wonen veel welgestelde Joden. Dat is niet verwonderlijk, want de Pelikaanstraat is hier vlakbij. In het statige pand Belgiëlei 91 is het museum Ridder Smidt van Gelder gevestigd,waar de verzameling kunstvoorwerpen van de rijke Antwerpenaar Pieter Smidt van Gelder valt te bewonderen. Het huis doet bedrieglijk 18de-eeuws aan, maar het dateert uit 1905. De architect Hertogs bouwde het gewoon naar een voorbeeld van de 18de-eeuwse stijl.

DE LEIEN
Waar en op welke manier men de oude kern van Antwerpen ook nadert men passeert altijd de brede boulevards die het stadshart in een halve cirkel omsluiten. De Leien markeren het tracé van de omwalling, die vijandelijke legers tot het midden van de 19de eeuw moesten afschrikken. In het midden van de 16de eeuw, toen ze werden aangelegd, was Antwerpen op het hoogtepunt van haar bloei. De Spaanse Vesten, zoals de Antwerpenaren ze noemen, werden in 1542 aangelegd door de Italiaanse vestingbouwer Donate Buoni, in opdracht van keizer Karel V. Op de gedempte omgrachting van de Spaanse Vesten legde men boulevards aan, die van noord naar zuid Handelslei, Kunstlei, Nijverheidslei en Zuiderlei werden gedoopt. Na de 1ste W.O werden ze Italiëlei, Frankrijklei, Britselei en Amerikalei genoemd, als eerbetoon aan de geallieerden van 1914-1918.

Start Volgende


Laatste update: september 2013

ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË / ARMENIË /  AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  /  GEORGIË   / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  IERLAND   /    INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN /    LUXEMBURG  /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË  /  ROERMOND  / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED   /  WERELDFOTO'S  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN  /  ZWITSERLAND 

Andere websites van Jos Schmitz

Duitse kerken en kloosters  /  Duitse kastelen en paleizen   /   Zanggroep Vocus   /   Schilder Pantaleon Hajenius   /   Hanzesteden   /   Pedac 1971 Reünie   /   Ramakers Reünie   /  
Kunst van Anna Czerniawska   /   Wereldfotoserie   /   Reisfoto's Jos en Clim   /   KNS Gilde Opleidingen  /  De stad Roermond  /  Wereldmuziek Matiz