|
OOST - THRACIË:
Tussen Griekenland en Bosporus
Turks Thracië vormt een overgangszone tussen het Egeïsche gebied en het Zwarte
-Zeegebied.
Thracië heeft de vorm van een omgevallen driehoek waarvan de onderzijde naar
Europa is gericht. De rivier Meriç vormt de grens met Grieks Thracië, terwijl in
het noordoosten de benedenloop van de Rezva Thracië van Bulgarije scheidt. Het
landschap bestaat hoofdzakelijk uit een laagvlakte die naar het noorden
geleidelijk oploopt tot de Istranca Dağlari, waarvan de hoogste top ruim 1000 m
is.
In het zuiden ligt aan de kust langs de Zee van Marmara een rij heuvels. Het
middendeel bestaat uit een vlakte waar de rivier Ergene Nehri doorheen stroomt.
De kust van de Zee van Marmara en die van de Egeïsche Zee zijn door tektonische
krachten gevormd. Hierdoor zijn kaarsrechte oevers ontstaan, die op enkele
plaatsen overgaan in lange smalle schiereilanden waaronder dat van Gelibolu.
Deze landtong met een lengte van ruim 50 km en een breedte van slechts 4 km op
het smalste punt, loopt evenwijdig aan de Aziatische kust en wordt daarvan
gescheiden door een smal kanaal. De Zwarte - Zeekust wordt omzoomd door een
kleine vlakte en onderbroken door moerasgebieden en lagunen, met name tussen
Karacaköy en de Bosporus. Europees Turkije heeft zeer afwisselende landschappen:
heuvels en gebergten verheffen zich te midden van vlakten en plateaus.
Klimatologisch vormt Thracië een overgangsgebied. De weinige neerslag die er 's
zomers valt helpt om de droogte in deze streek draaglijker te maken.
CIJFERS
Bevolking: 6,4 miljoen inwoners
Oppervlakte: 17.400 km²
Bevolkingsdichtheid: 368 inw./ km²
Hoogste punt: 1031 m (Büyük Mahia Dagi)
Toezicht over de zeestraten tussen Azië en Europa
Na de Griekse nederlaag in Klein - Azië werd Oost - Thracië bij het verdrag van
Lausanne in 1923 toegewezen aan Turkije.
Zowel de Griekse als de Turkse kant van Thracië waren al heel vroeg in de
geschiedenis bewoond. Archeologische vondsten hebben aangetoond dat er al in het
5e millennium landbouwgemeenschappen bestonden. Thracië, dat geen contact had
met de Helleense beschaving, werd bewoond door barbaren die een eigen koninkrijk
vormden. De streek werd achtereenvolgens veroverd door de Macedoniërs, verwoest
door de Galaten (Kelten) en bezet door de Romeinen, alvorens een welvarende
periode door te maken binnen het Byzantijnse Rijk. In 324 had Constantijn
namelijk besloten hier zijn hoofdstad te vestigen. Gedurende de eeuw voorafgaand
aan de val van Constantinopel in 1453 vormde Thracië het voorwerp van strijd
tussen het in verval rakende Byzantium en de Turkse Seldsjoeken, die geleidelijk
de overhand namen. Thracië en Constantinopel, die samen in de klem zaten, kregen
weinig steun totdat de kruistocht van 1443 redding bracht. Onder het Ottomaanse
Rijk bleef de bevolking van Thracië in meerderheid uit Grieken bestaan, met een
paar Slavische eilandjes aan de west- en noordkant en Turkse eilandjes in het
oosten. Na de Russisch - Turkse oorlog van 1877 - 1878 en het congres van
Berlijn bleef van Europees Turkije alleen Adrinopel (nu Edirne) over. De
conferentie van Londen (1913), die een einde maakte aan de Balkanoorlogen,
bevestigde dat de Meriç de grens moest vormen tussen West - Thracië en Ottomaans
Thracië. Tijdens de Eerste Wereldoorlog besloten de Engelsen en Fransen tot een
militair ingrijpen om de zeestraten onder controle te krijgen. Van maart 1915
tot januari 1916 vochten 150.000 Engelsen, Australiërs en Fransen een felle
strijd uit met de Turkse troepen onder aanvoering van Mustafa Kemal. Op 24 juli
1923 werd uiteindelijk in het verdrag van Lausanne de oprichting van een moderne
staat en de teruggave van dit stukje Europa aan Turkije vastgelegd.
WETENSWAARDIGHEDEN
Europees deel van Turkije
- Belangrijkste steden: Istanbul (agglomeratie 12 miljoen
inwoners)
- Edirne (102.000 inwoners), Tekirdag, Lüleburgaz, Çorlu,
Kirklareli
- Landgrenzen: Bulgarije (240 km) / Griekenland (200 km)


|