|

Vrijdag 22 juli
13.00 uur: eindelijk na een bijna 53 uur durende treinreis reden we puffend de
grootste Turkse stad, Istanbul binnen. We kwamen aan op het eindstation Sirkeci,
waar we allereerst DM 400 in Turkse lira's omzetten; koers 1 op 85. Zeulend met
de bagage liepen we heuvelopwaarts op zoek naar een geschikt hotel. Het werd, na
enig zoeken, het 1e klas Hotel Sipahi. De kamer kostte L 850 (f10,-) per nacht,
echter zonder bad. We troffen het niet, want ze waren het hotel net aan het
renoveren. Er kwamen o.a. moderne badkamers in, hetgeen betekende dat de oude
dus knap waardeloos waren! Daarvan kan Clim getuigen, de geboden voorzieningen
waren volstrekt ontoereikend.
 |

DE METROPOOL OP DE TWEE WERELDDELEN
|
Toch lukte het ons ons enigermate te verfrissen en gingen we op stap. Onze
eerste verkenning gold de Blauwe Moskee, de Sultan Ahmed Camii. Hij heeft 6
minaretten en ziet er sprookjesachtig uit. Clim verbaasde zich over de
ansichtenverkoper die tot aan het middenrif geamputeerd was. De arme man deed
echter wel erg goede zaken! De moskee mochten we slechts op kousenvoeten
betreden; de schoenen werden netjes bij de ingang geparkeerd. Om vijf uur gingen
we verder. Op weg naar het Gülhane-park (een zit- en wandelpark met een kleine
dierentuin) kochten we Franse kranten i.v.m. de Tour de France. Zou de kleine
Peter Winnen de Grande Boucle winnen? We waren benieuwd. In het park dronken we
sloten thee uit een 2 liter - samovar. Ons viel op dat sommige Turkse mannen arm
in arm liepen.
 |
 |
Vanuit het park bereikten we te voet de Bosporus. Het water was er opvallend
zuiver en helder blauw. Aan de kaden, maar ook op en in de scheuren van de kade
zaten mannen en jongetjes te vissen. We hadden er een uitstekend uitzicht op de
rivier de Gouden Hoorn, de zeestraat Bosporus (druk bevaren, vooral veerboten en
ferries), de paleizen en moskeeën hoog achter ons, de Zee van Marmara (waarin
twee zichtbare scheepswrakken) en de wijk Beyoğlu (Europa) en het stadsdeel
Usküddar (Azië) aan de overkant.
We slenterden richting Galata - brug, het drukste gedeelte van Istanbul, samen
met het koortsachtig levendige en van uitlaatgassen walmende Taksim - plein.
Intussen hadden we al twee maal in kleine restaurantjes gegeten. Die lokanta’s_zijn
doorgaans spotgoedkoop, voor f 5,- heb je er goed gegeten. Zitgenot e.d. moet je
echter niet verwachten. Het Turkse "fast food" bestaat uit köfte
(gehaktrolletjes), tasj kebabi, (goulash-blokjes), döner kebab (schaapsvlees aan
spies), schaslik (ook ons bekend), pilav (gebakken gierst), pirinç (rijst),
patlican (gevulde aubergine) en veel brood en salata met pepertjes! Een halve
haan (piliç) was er echter relatief duur. Hij kostte wel f 3,- zeg!
 |
 |
Tegen een uur of acht waren we weer terug in het hotel en gingen we even onder
zeil. Kort na negen stonden we achter onze eerste pinten van die dag. We hadden
een soort arbeiderscafeetje (birrahane) gevonden. Dit zou ons stamkroegje
worden, spraken we af. Het bier (EFES - pils) werd er getapt zonder schuim, maar
Clim maakte de obers al gauw duidelijk dat hij dit niet op prijs stelde. Een
0.45 cl pint kostte doorgaans één piek, voor het geld hoef je hem dus niet te
laten staan! Hij was gelukkig redelijk drinkbaar. In dit café bleek eens te meer
dat het een fabeltje is dat Turken vanwege hun moslimgeloof geen alcohol
drinken. Ietwat rozig (we hadden immers drie dagen min of meer moeten
blauwbekken) liepen we richting hotel, toen we op dit late uur nog werklui
ontdekten. We knoopten een praatje aan en boden hun cognac aan die we uit
Nederland voor noodgevallen hadden meegenomen. Er werd gewerkt aan het
hoofdkantoor van een weekblad, een soort Turkse "Privé" of "Story”, volgens de
uitvoerder (laten we hem maar zo noemen) volledig gefinancierd door Khaddafi van
Libië. Naam boulevardblad: Hayat (Leven). De grondwerkers buiten (echte
onderbetaalde en uitgebuite koelies) werden door ons nog eens extra onthaald op
alcoholica. Een van hen weigerde plichtsgetrouw, na drankconsumptie kon hij niet
meer werken zei hij, en dan zou onverbiddelijk ontslag volgen.
Om half een 's nachts stommelden we luidruchtig de trap op. In de lounge van het
hotel hadden we nog mineraalwater besteld om de rest van het flesje cognac door
te spoelen. Zonde eigenlijk, van de cognac bedoelen we.


|