|
|
TOURNAI / DOORNIK
REIS BORINAGE , KARNAVAL 2010 De derde dag ga ik de stad Charleroi uit, het is maandag en dan zijn
de musea toch dicht. Werelderfgoedstad Ik neem de sneltrein van 10 uur. Een uur later verlaat ik het bezienswaardige station van Doornik, het voorplein ligt nog vol sneeuw. Het is koud en er waait een gure wind. Ik wandel eerst door een stille, ietwat afgelegen wijk net buiten het oude centrum. Daar kom ik voorbij enkele middeleeuwse kerken en een oud klooster dat nu dienst doet als seminarie. Als ik bij de Schelde aankom, ontwaart zich voor mij een panorama met de vijf torens van de kathedraal dominant boven de stad. Een hoge loopbrug brengt me direct de binnenstad in, waar het ene oude na het andere pand voor mijn ogen verschijnt. Op een blinde muur is een carnavaleske schildering aangebracht, de enige aanwijzing naar dit feest in de stad. Ik ga op zoek naar het VVV-kantoor, maar kan dit niet vinden. Later blijkt dat onverlaten de richtingwijzers verdraaid hebben. Ik kom weer bij de rivier uit na enkele historische pleinen gepasseerd te hebben. Op de Place P.E. Janssen staat een mooie beeldengroep van een stel pelgrims. Als ik het postkantoor binnenloop blijkt dit ineens omgetoverd te zijn tot modecentrum, dat staat aan de ingang echt niet aangegeven. Daarnaast staat het Kruidvat wel prominent met een reclamebord aangegeven. De enorme kathedraal staat van buiten volledig in de steigers en gaat pas om twee uur open. Vlakbij ontdek ik zowaar nog het Office du Tourism waar ik prettig bediend wordt door een donkere man in een sjiek pak, type Afrikaanse intellectueel. De zaak is qua informatiemateriaal goed gesorteerd, maar het ‘videospektakel’ kost 2 euro om daarvan te genieten. Ik ben de enige klant.
Palais des Beaux Arts Tijd voor de eerste koffie in een designcafé met gewone doorsnee klanten,
bejaarden met een cappuccino en dronkenlappen met een pintje voor zich. Ik loop
vervolgens naar het Musee des Tapisseries en het neoklassieke stadhuis dat in
een besneeuwd park met kiosk ligt. Het is pal tegen een oude abdij St. Martin
gebouwd. Daarachter ligt het Palais des Beaux Arts, ontworpen door Victor Horta
in 1910 of daaromtrent. Voor de zuilenrij staat een gouden engelenbeeld met een
gasmasker op. In die buurt liggen nog meer musea (Archeologie, Natuurkunde, etc.),
maar die bezoek ik niet. Ik ga vervolgens weer richting historische binnenstad
die ik via een soort poort bij het Folklore museum (in een 15de-eeuws pand)
bereik. De Grote Markt is wigvormig en verbaast me door zijn omvang.
Grande Place De lakenhal is het meest opvallende en tevens het mooiste gebouw. Ik wandel er naar binnen hoewel dat niet de bedoeling is. In de enorme binnenzaal, omringd door Italiaanse arcaden, is men een expositie aan het voorbreiden. De rest van het gebouw is niet toegankelijk. De patriciërshuizen en gildenpanden aan deze Grande Place hebben bijna allemaal een bestemming als café-restaurant of boetiek gevonden. Midden op het plein staat een reusachtig standbeeld van een vrouwelijke held uit de elfde eeuw. Het plein is in 1940 door Duitse bombardementen bijna totaal verwoest, maar weer in alle luister hersteld. Aan het uiteinde ervan staat de St. Quentin-kerk, een oudje uit de 15de eeuw. Ze oogt sober, maar is ondanks (of juist door) die grijze eenvoud aantrekkelijk om te zien, althans van binnen. Ze is opgetrokken in een strakke gotische stijl.
Indrukwekkende kathedraal met schatkamer De imposante kathedraal van Notre Dame is inmiddels open, ze stamt uit de periode 1140—1171. Ook binnen staat hij bijna volledig in de steigers, lang niet alles is te bezichtigen. In een zijbeuk is een archeologische opgraving te bekijken. Ook sommige kapellen zijn vrijgehouden. Het oksaal, dat het romaanse van het gotische gedeelte scheidt, is in een klassieke stijl vormgegeven en oogt met zijn triomfbogen eerder Romeins dan middeleeuws. De schatkamer beneemt me de adem met zijn schitterende kunstvoorwerpen. Het is een museum op zich, er wordt dan ook 2 euro entree geheven. Van al die juweeltjes noem ik slechts de fraaie missaals, de gouden kruisbeelden, cibories en kelken, de reliekschrijnen van de fijnste siersmeedkunst, de schilderijen waaronder enkele van Rubens. Een 15e-eeuws wandkleed uit Atrecht is een van de topstukken, maar vind ik toch wat te veel verbleekt. Enkele andere kostbare stukken staan in een open kluis tentoongesteld. De schatkamer in de Collegiale Kerk van Mons schijnt nog indrukwekkender te zijn, daar verheug ik me nu al op. Vlakbij de ingang staat een modern beeld van pater Damiaan die onlangs zalig is verklaard. De hoeder van de melaatsen van Molokai heeft er twee rechterhanden, ik weet ook niet waarom. Opvallend zijn verder de preekstoel (helaas in een nogal duister hoekje) en de tientallen gebrandschilderde ramen van rond 1500, die door het bedompte weer buiten niet helemaal tot hun recht komen. De beeldengroepen in het noordelijk gelegen portaal zijn allemaal zwaar verweerd en beslist aan een restauratie toe. Slide show Doornik / Tournai
Ik maak nog een ommetje door de oude wijken St. Jacques en St. Nicaise, bekijk nog een tweetal oude kerken (de St. Marguerite, 14e eeuw en de St. Jacques, neogotisch uit de 19de eeuw) en monumenten voor gevallenen uit de beide wereldoorlogen. Op de Place de Lille staat een zuil met een soldaat erop die memoreert aan de opstand en de strijd tegen de Nederlanders in 1831. Ik kom uit bij het stadspark met een vijver vol eendjes, zwanen en ganzen die zich rondom een wak gegroepeerd te hebben. Ik krijg het ineens veel kouder als ik dit zie. Terug bij de Schelde ligt de Pont des Trous, een brug (niet meer begaanbaar) die in de middeleeuwen deel uitmaakte van de stadsmuren en waar men de rivier met een hek voor de vijand kon afsluiten. Aan de andere kant van het water: weer een kerk (onaanzienlijk, de St. Nicolas) en de stadstoren Tour Henri VIII, in de steigers. Ze ligt op de pas in 1911 gedempte grachten aan het plein Place Verte. Dan vind ik het genoeg en laat ik de kerk waar men de schat van Childerik (vader van Clovis, in 483 overleden) in 1653 bij toeval gevonden heeft voor wat ze is. Die schat met kostbare grafbijgiften heeft men trouwens min of meer noodgedwongen aan de Zonnekoning cadeau moeten geven en is nu in het Musee des Medailles (of zoiets) in Parijs te bewonderen. Denk maar niet dat de Fransen die teruggeven…
Om half zes bereik ik weer het station. Ik heb nog een half uur voor de trein vertrekt, help meet mollige Afrikaanse met pasfoto’s maken (je bent leraar NT2 of niet…) en drink nog een bekertje koffie. Er lopen hier in het Waalse land best veel donkere mensen rond, dat had ik niet verwacht. Ze zijn allemaal veel donkerder dan onze Surinaamse en zeker Antilliaanse landgenoten. Sommige zijn diep-blauwachtig zwart, een teken dat ze seksueel gezien weinig van hun blanke slavenmeesters te duchten hebben gehad, geen raciale vermenging dus. Doorgaans zijn ze afkomstig uit Midden—Afrika uit de voormalige Belgische kolonies en wingewesten Kongo en in mindere mate Burundi en Ruwanda. De meesten zijn streng gelovig christelijk en ze spreken allen vloeiend Frans. Om zeven uur bevind ik me weer in Charleroi, waar ik een schotel kebab met parelend mineraalwater bestel bij een Algerijnse snackbar. De allochtonen hier lijken me beter geïntegreerd dan in Nederland. De Algerijnse vrouw die me bedient bijvoorbeeld is gewoon modern gekleed en heeft zelfs een diep decolleté!
BEZIENSWAARDIGHEDEN DOORNIK / TOURNAI
|