|
Datum : 30/01/2010 <> 16/05/2010
Titel : Het geheime werk van Gustav-Adolf Mossa
Locatie : Félicien Rops Museum in Namur, Namen, België
Gustav-Adolf Mossa
Mossa wordt vandaag beschouwd als de laatste
symbolistische schilder. Zijn werk vond reeds erkenning voor de
Eerste Wereldoorlog, maar werd nadien door de kunstenaar zelf geheim
gehouden.
Mossa woonde zijn hele leven in Nice. In 1926 werd hij er aangesteld
als conservator van het Museum van Schone Kunsten van de stad, een
functie die hij met veel toewijding en overgave uitoefende. Zijn
symbolistisch en duivels aandoend œuvre werd al die tijd verborgen
gehouden. Pas na zijn dood in 1971 werd het ontdekt in het magazijn.
Net als bij Gustave Moreau is het symbolistische oeuvre van Mossa
doordrongen van literaire verwijzingen. Mossa geeft in zijn werken
een nieuwe betekenis aan bepaalde sleutelteksten van de Westerse
cultuur, waarbij een bijzondere fascinatie aan de dag legt voor het
lot van literaire figuren die verderf en verval in zich dragen,
zoals Judith, Dalila, Salomé, Sappho… In tegenstelling tot zijn
tijdgenoten vernieuwt Mossa deze figuren door ze in zijn eigen tijd
te plaatsen, die van de Belle Epoque. In de kleinste details van
zijn werk is te zien hoe Mossa een rijke Art Nouveau iconografie
ontwikkelt, zoals blijkt uit zijn weergave van meubilair, kostuums,
juwelen, enz. Hij put ook inspiratie uit de teksten van schrijvers
van zijn tijd, Baudelaire, Barbey d’Aurevilly, Gautier, en schrijft
zelf gedichten en toneelstukken.
Vrouwen zijn alomtegenwoordig in zijn werk. Mossa stelt de vrouw
voor als een femme fatale, of zelfs als een fallische en castrerende
vrouw, engelachtig en duivels tezelfdertijd. Mossa onderzoekt in
zijn oeuvre zijn eigen onderbewustzijn en beeldt het eeuwige
spanningsveld uit tussen levens- en doodsdrang, tussen Eros en
Thanatos. Net als bij Félicien Rops worden de werken van Mossa
vandaag nog steeds als provocerend ervaren.
In de Eerste Wereldoorlog raakt Mossa gewond in de buurt van Ieper.
Het oorlogstrauma zorgt voor een breuklijn in zijn werk, dat nadien
nog donkerder en wanhopiger wordt. Tot hij in 1918 zelf een punt zet
achter zijn carrière.
De tentoonstelling in het Rops - museum bevat een zestigtal werken
die afkomstig zijn van openbare musea en privécollecties uit België
en het buitenland. Zo zijn er drie werken afkomstig uit de
prestigieuze collectie van Anne-Marie Gillion-Crowet, een grote
verzamelaarster van en belangrijke muze van René Magritte.
De tentoonstelling gaat van start begin 2010, een jaar waarin er ook
heel wat andere activiteiten over Gustav-Adolf Mossa op het
programma staan. In het kader van de 150e verjaardag van de
hereniging van Nice met Frankrijk loopt er zo een tentoonstelling in
het Museum voor Schone Kunsten van Nice. Bovendien zal de
wetenschappelijke catalogus van zijn oeuvre in 2010 verschijnen bij
Somogy. |
FOTOCOLLAGE ROPS - MUSEUM
|
Citadel van Namen
Citadel de Namur,
www.citadelle.namur.be
middeleeuwse militaire vesting die bestaat uit verschillende
delen daterend uit verschillende era's. Médiane en Terra Nova
(nieuwste gebouwen) bijvoorbeeld. Op de website vindt je een
goed overzichtelijk plattegrond van de Citadel. Je kan vrij
rondlopen op de Citadel wat zeer aangenaam maakt om alles zelf
te ontdekken. Er is bijvoorbeeld een brug waarbij het lijkt dat
je over het dak loopt van het onderliggende huis. Bovenop de
citadel is het kasteel van Namur. |
FOTOCOLLAGE CITADEL NAMUR


In deze Waalse stad is altijd wat te doen
Door FRANS BOGAARD (Algemeen Dagblad)
Een gezellig stadje aan de
voet van de Ardennen, met tussen Sambre en Maas de zowat grootste citadel van
Europa
en een bevolking die, als ze niet feest, altijd eet en drinkt.

WAAROM NU?
Goede vraag, want in Namen is altíjd wat te doen. Van 17 tot 20 mei het festival
Namur en mai, met kermis, cabaret, draaimolens, goochelaars en
toneelspelers, in juni het muziek- en kunstfeest Estiv’arts en Verdur’Rock, in
juli het festival van oude muziek, in augustus de rommel- en antiekmarkt van
Temploux (ook ’s nachts!) en in september de Fêtes de Wallonie, de Waalse
feesten. Voor nu meteen kan pleiten dat de wereldberoemde aardbeien van Wépion
weer rijp zijn.
HOE KOM JE ER?
Per trein of auto (E411). Het station is op loopafstand van het oude centrum,
parkeergelegenheid – betaald en onbetaald – is er in overvloed.
OVER DE STAD
Strategisch gelegen op een kruispunt van wegen en rivieren, is Namen altijd één
van de vele slagvelden in de zuidelijke Nederlanden geweest. Half Europa was er
de baas. Nu is dat de Italiaanse mijnwerkerszoon Elio Di Rupo. Namen is de
hoofdstad van Wallonië en zetel van de Waalse regering (18), één van de zes in
België, maar ontleent daaraan geen enkele pretentie.
WAAR BEGINNEN?
Waar anders dan op de citadel? Volg al slingerend de Route Merveilleuse; op 150
meter hoogte vindt u de ingang én gratis parkeerterreinen. De
verdedigingswerken, waarvan de oudste teruggaan tot vóór 900, zijn al even
imposant als het zeven kilometer lange, ondergrondse gangenstelsel, dat volgens
Jean-Christophe Demeuse, één van de vier gidsen, deels nog door Nederlanders is
gemetseld. Zij bouwden in de 15 jaar vóór de Belgische onafhankelijkheid
trouwens het leeuwendeel van de versterkingen op de citadel, inclusief een deel
van de vier meter dikke buitenmuren: één meter steen, twee meter grond en wéér
een meter steen. De Nederlanders deden daar horizontaal vier meter lange stenen
palen doorheen om het boeltje nog wat te verstevigen.
In gemengde groepen, aldus Demeuse, hebben de gidsen er nog wel eens lol in
Fransen en Nederlanders, nazaten van de twee laatste bezetters als we de
Duitsers even niet meetellen, tegen elkaar uit te spelen.
Raadpleeg
citadelle.namur.be voor bezoeken, wandelingen en speciale activiteiten. Ook
minder mobielen kunnen een deel van de onderaardse gewelven in, voor een
buitenexcursie is er een toeristisch treintje. En een shuttle (eens per uur)
naar de oude stad.
 |
 |
| Provinciehuis |
Casino |
SÜSKIND ZONDER LIJKEN
Verlaat de citadel niet zonder even binnen te lopen bij
Guy Delforge , die in ondergrondse kazematten uit de tijd van Karel V al
sinds 1990 zijn parfums componeert. Als een Jean-Baptiste Grenouille (uit
Süskinds bestseller Het Parfum), maar dan zonder lijken, zo beaamt hij
grinnikend. Wat begon als een hobby, is een bloeiend bedrijfje met tien man
personeel. De winkel is bijna permanent open, excursies naar het lab en de
kelders, waar zijn 31 creaties liggen te rijpen, op afspraak of elke zaterdag om
half 4.
OUDE STAD
Op naar de oude stad! Langs de 16de eeuwse vleeshal, nu archeologisch museum,
door de Rue des Brasseurs naar oud- Namen. Wervende teksten over de geneugten
van het bier duiden op een rijk brouwersverleden. De kleine straatjes met 18de
en 19de eeuwse herenhuizen vormen geen grote, maar wel zeer gezellige en
sfeervolle wijk.
33 Rue du Président, nu een speciaalzaak in oriëntaalse kunst, is het
vermoedelijke geboortehuis van één van Namens beroemdste zonen, de
duivelskunstenaar, graficus en schilder Félicien Rops (1833- 1898). De man zelf
verliet het kleinburgerlijke Namen en zijn vrouw, dochter van een vooraanstaand
magistraat, voor een veel joyeuzer leven in Parijs met de zussen Aurélie en
Léontine Duluc, die hij – tussen het etsen door – allebei zwanger maakte.
Met Nederland en de Nederlanders mocht hij weinig op hebben (‘een teil water vol
spinazie’; ‘doods en zwaarmoedig gepeupel’), dat wil niet zeggen dat er andersom
geen liefde en bewondering kunnen zijn. Een representatieve selectie uit zijn
rijke werk, een bonte mengeling van mystiek en erotiek, vindt u vlakbij in het
enkele jaren geleden gerenoveerde Rops - museum (met Nederlandstalige
audiobegeleiding, gids op aanvraag) aan de Rue Fumal.
Loop ook even binnen bij de Librairie Thirionet, Rue de la Croix, in de schaduw
van de Eglise Saint Loup. Claude Thirionet kan uren over Rops vertellen en
handelt in zijn werk.
ANDERE MUSEA
Namen heeft een stuk of vijftien musea, maar die in drie dagen aflopen is wat
veel. Niet ver van Rops, aan de Rue Joseph Saintraint, zit het museum De
Groesbeeck (jawel, Nederlandse wortels!) De Croix. Binnen- en buitenarchitectuur
uit de 17de en 18de eeuw, stijlkamers uit dezelfde tijd. Laat de houten vloeren
kraken onder uw voeten en waan u in de 17de, 18de of 19de eeuw.
Het nabijgelegen bisdom, kunt u laten zitten, evenals de niet bijster
interessante Saint Aubain-kathedraal. Wel aanbevolen, zeker voor fijnproevers:
de schatten van de priorij van Oignies in een piepklein museum aan de Rue
Julie Billiart, onovertroffen siersmeedkunst uit de 13de eeuw.
SLAPEN, ETEN EN DRINKEN
Dé drie favoriete bezigheden van de Namenaar, dus dat zit wel goed. Namen
beschikt over eigen streekgerechten, zoals de aardbeien van Wépion (zie verder),
de petits gris (slakken, groter dan hun naam doet vermoeden), bier en kaas uit
het klooster van Maredsous of witbier (‘Blanche de Namur’) uit de brasserie Du
Bocq.
Hotels, restaurants en cafés zijn er te veel om op te noemen. De Place du Marché
aux Légumes is één groot terras. Heel intiem is Le Temps des Cérises aan de Rue
des Brasseurs. Franse artiesten kalkten er met een volle maag hun fanmail op de
muur. Veel chiquer: het château de Namur op de citadel. Het eten is in Namen
verheven tot avondvullende levenskunst, en daarom vindt u er weinig dancings of
discotheken. Er is wel een casino: Beauregard, aan de boorden van de Maas, en
wellicht extra safe nadat het drie jaar geleden in opspraak kwam wegens fraude.
Slapen kan tegenover het station in het gerenoveerde Grand hotel de Flandre of
in het viersterrenhotel Les Tanneurs aan de Rue des Tanneries, de vroegere rosse
buurt: 17de eeuwse huizen, van de sloop gered door advocaat Bouvier en zijn
nazaten. Een andere optie zijn de in villa’s verstopte hotels met uitzicht op de
Maas iets zuidelijker, met als toplocatie hotel-restaurant Le Moulin des Ramiers
(13de eeuw!) in Crupet.
EN VERDER?
Informeer u zo nodig even bij de lokale VVV, want de mogelijkheden zijn legio.
Boottochten over Sambre en Maas (ook naar Wépion en Dinant) vanaf de Port du
Grognon, gezellig winkelen in de Rue de l’Ange, Rue de Fer of Rue des Carmes, op
zondagmorgen de rommelmarkt van Jambes (over de brug, Boulevard de la Meuse) of
simpelweg langs de Maas afzakken naar het nogal spartaanse aardbeienmuseum van
Wépion, waar beheerder Christian Legat u – in het Nederlands! – alles vertelt
over de aardbeienteelt, over jamfabrikant Edouard Materne en over de villas
mosanes.
Tussen het vele natuurschoon op de Maasoevers ontdekt u verder eventueel nog de
17/18deeeuwse
tuinen van Annevoie of het helaas niet helemaal van commerciële invloeden
gevrijwaarde klooster van
Maredsous. Hoogtijd dat Jezus de wisselaars weer eens een lesje leert!
FOTOCOLLAGE STAD NAMEN


|