|
|
MONS / BERGEN
REIS BORINAGE , KARNAVAL 2010 Om half tien stap ik in de regiotrein naar Bergen—Mons, uit te spreken als “Maos”. Het stationsgebouw daar is niet bepaald indrukwekkend. Het vriest nog steeds een paar graden, de kleinere en oudere straten die met kinderkopjes zijn geplaveid zijn spekglad. Om kwart over tien loop ik al de immense Collegiale Kerk binnen, een massief geval zonder torens overigens. Er staan mooie beelden in het koor en ook de marmeren bas-reliëfs uit de 15de eeuw mogen gezien worden, evenals de houtsnijkunst van de altaarstukken. De befaamde schatkamer blijft voor mij gesloten, pas in maart wordt die weer voor het publiek opengesteld, een tegenvaller dus.
Aantrekkelijke binnenstad Vlakbij ligt op de kasteelheuvel de Klokkentoren, in het Waals de Belfroi (1667 herbouwd na brand) genaamd. De stad is naar deze heuvel genoemd, geen echte berg dus. In de nabijheid liggen de ruïnes van de vesting en een 11e eeuwse kapel. Ook daar kom ik voor een gesloten poort, ‘s middags gaat die pas open. Enkele straten verderop ligt de grote open vlakte van het centrale marktplein, zoals bijna overal elders in zuidelijk België Grande Place genoemd. Daar drink ik mijn eerste koffie. Aan het plein ligt, behalve de te verwachten patriciërswoningen en het Stadhuis (gotische ontvangsthal bezichtigd, aapje aan gevel), ook nog het Téatre Royal, een neoklassiek geval met een moderne foyer. Om de hoek stel ik verbijsterd vast hebben ze temidden van historische panden het BAM, een ultramodern Museum voor Schone Kunsten gebouwd. Aan de noord-as van het centrum liggen verder oude kerken, een Art Deco– herenhuis uit 1910 (het Maison Loisseaux, dat alleen van binnen de show kan stelen) en het Mundaneum, een museum dat pas om één uuropen gaat. Dat is het nog niet. Ernaast ligt een paardenslager die paardenworst in de aanbieding heeft. Ik koop er direct vijf, bij dat aantal krijg je korting. Slide show Mons / Bergen
In de motregen maak ik een ommetje naar het cultureel centrum het Arsenal (modern glazen gebouw in de vorm van een half schip), de oude negentiende-eeuwse kazerne met Manege en de interessante Hof van Justitie. Dat laatste is in roze-oranje tinten gebouwd eind 19de eeuw, maar op het open terrein heeft men een eigentijdse constructie neergeplant die slaat als een tang op een varken. Het gebouw op zich ziet er wel goed uit, maar past totaal niet in deze historische omgeving.
Veel musea gesloten Als ik buiten kom regent het echt. Desondanks ga ik verder naar de 17de-eeuwse Place de Parc, waaraan oude universiteitsgebouwen en de St. Elizabeths-kerk (16e eeuw) liggen. Ik schuil een kwartiertje voor de regen in het hoofdgebouw van de universiteit , de Université de Mons Warocqué, waar ik me verbaas over de jeugd van met name de huidige meisjesstudenten. Ik ben nu aan de rand van de binnenstad beland. Ik keer weer terug naar de kern van de stad , loop weer tegen een tweetal gesloten musea aan . Een daarvan is het klokkenmuseum van Duesberg dat ik graag bezocht had. Het is uitgebreid met edelsmeedkunst; op woensdag is het gesloten. Ik bezichtig verder nog wat panden zoals het Spaans Huis, het Palais de Justice, enkele abdijen en refuges (kloostergebouwen) die tot museum zijn omgebouwd (uiteraard dicht), Hotel de Graty (1772), de Jardin Mercyes dat met een tunneltje verbonden is met de Grande Place. Het loopt onder het huis van de bourgemaistre momenteel is dit Elio de Rupio, een Waalse socialist van Italiaanse komaf die zo dapper is geweest om Nederlands te leren. Dan volgt weer een koffie, alleen al om mijn handen te verwarmen. ![]() Mijn laatste tour gaat door het zuidelijk gedeelte van de stad. Nog wat kerken (o.a. Notre Dame de Messines) en kloosters en een joekel van een 19de-eeuwse kazerne in een carrévorm waar nu overheidsinstellingen en kunststichtingen onderdak gevonden hebben. Het bakstenen abattoir uit 1855 is harmonisch van bouw en is tot rijksmonument uitgeroepen, met subsidie van de EU trouwens. Het begijnhof is niet zo’n juweeltje als in Brugge en Diest, ernaast staat nieuwbouw, flatgebouwen van 4 hoog in dezelfde stijl. Tenslotte nog de kazematten, massieve witgesausde muren zijn er nog van over. Na mijn derde kop koffie in een volkomen verlaten volks estamineeke marcheer ik terug naar het station.
Het boemeltreintje terug vertrekt om half zes, maar omdat het bij twaalf
stations stopt ben ik pas rond zeven terug in Charleroi. Mijn avondeten bestaat
eens te meer uit frites met een frikadel en een gehaktbal. Op de tv volg ik de
EC-wedstrijd FR Porto - Arsenal, gewonnen door de fanatiek spelende Portugezen.
PLATTEGROND MONS / BERGEN (Klik voor een vergroting) Uit de collectie van Musee Duesberg
|