Eupen is een stad in Oost-België, in het oosten van de provincie
Luik (arrondissement Verviers), nabij de Duitse grens. De stad telt ruim 18.000
inwoners. Eupen is een Duitstalige stad en is de hoofdstad van de Duitstalige
Gemeenschap. Eupen bestaat uit een boven- en een benedenstad. De
benedenstad ligt aan de Vesder. Het station van Eupen ligt in de bovenstad en is
het eindpunt van een intercityverbinding met Oostende, via onder meer Brussel.
We verblijven er een hele zonnige, zaterdagmiddag, de terrasjes zijn overvol.
Ons valt op dat er niet veel Duits wordt gesproken, om ons heen klinkt vooral
Nederlands en Frans. Echt veel is er niet te zien, hoewel de kerk een
respectabele ouderdom heeft. Mooi is ze in onze ogen echter niet, in ieder geval
niet van buiten. Van binnen is een ander verhaal: zeker de moeite waard!
MEER INFO EUPEN
Vlakbij de Duitse grens,op de drempel van Hertogenwald en Hoge Venen ligt het
schilderachtige Eupen.
Het is wat sfeer en karakter betreft een Duitse stad die is verdeeld door een
onder- en een bovenstad, gescheiden door een bergrug. Eupen is vooral bekend
door zijn stuwdam in de Vesdre, daar waar de Vesdre en de Getz samenkomen. Hier
ligt ook een enorm meer, dat de vroegere lakenindustrie voorzag van water. Het
water is uitzonderlijk zacht. De oppervlakte van het meer bedraagt 125 ha. De
dam is met de Gileppe de grootste van België. Zij is 63 m hoog 410 m lang en de
dikke benedenarm bedraagt 54 m. Daarbij staat een 33 m hoge uitkijktoren.
De ST. NIKLAASKERK dateert uit 1727.
Eupen is een belangrijke industriestad in het dal van de Vesdre niet ver van de
hoge Venen. Eupen dateert uit de 18e eeuw toen rijke wolhandelaren uit Gent hier
langs de Vesdre mooie woningen lieten bouwen. Ook is in deze tijd de
St.Niklaaskerk gebouwd met zijn groene bolspitsen. In Eupen wordt een Duits
dialect gesproken. Eupen heeft namelijk 100 jaar tot het Duitsland behoort.
Vanaf 1925 is het een deel van België.
Eupen ligt vlakbij de Duitse en de Nederlandse grens. Eupen hoorde vanaf 1815
bij Pruisen (na Waterloo), en werd in
1919 (na de 1e wereldoorlog) aan België geschonken. De stad kende in de 18e eeuw
een grote bloei, dankzij de weefindustrie. Uit deze periode dateren vele kerken,
kloosters en patriciershuizen.
Het bier, de Ardeense ham en de Eupense witte worst zijn uitstekend. Ook hier
wordt carnaval uitbundig, maar met Duitse grondigheid gevierd: de hele stad
loopt op Rosenmontag verkleed rond en gedurende de hele week van carnaval wordt
hier bijna niet gewerkt behalve in de horeca.
Enkele kilometers ten zuiden van Eupen werd het riviertje de Gileppe afgedamd.
Het Meer van Gileppe heeft een inhoudscapaciteit van maar liefst 25 miljoen
kubieke meter (lekker) drinkwater. Op de dam staat de beroemde "Leeuw van
Gileppe": 13,5 meter hoog, gebouwd uit 187 blokken zandsteen, 300 ton zwaar, op
een granieten voetstuk van 8 m.
De Vesder ontspringt in de
Hoge Venen dicht bij de Duitse grens, die hij voor het
stadje
Roetgen voor enkele kilometers oversteekt. Weer terug op
Belgisch grondgebied bereikt de Vesder de
Eupener Stausee (1951) met een 63 meter hoge
stuwdam, de
Weserstuwdam. Westelijker volgt de stad
Verviers, waar zich dankzij de goede kwaliteit van het water
van de Vesder een bloeiende textielindustrie ontwikkelde.
De Vesder mondt even voor
Luik uit in de
Ourthe, die bij die stad op haar beurt de
Maas
bereikt.