Info Gent
Start Brugge Gent Ieper Info Brugge Info Gent Info Ieper Kortrijk Zeebrugge


INFO GENT

Ga naar de fotocollage: GENT ALGEMEEN

Gemeente en stad in België, hoofdplaats van de provincie Oost-Vlaanderen en van het gelijknamige arrondissement, 156,18 km2, met 226!464 inwoners. Gent ligt in Zandig Vlaanderen (Gentse Houtland), aan de samenvloeiing van Leie en Schelde, aan de Kanalen Gent–Terneuzen en Brugge–Gent en de Ringvaart. Hierna wordt onder de paragrafen 1 en 2 de huidige gemeente behandeld. De overige paragrafen betreffen nagenoeg uitsluitend de gemeente Gent vóór de fusie van 1977.

1. Functies

Gent is het enige grootstedelijke centrum in Oost- en West-Vlaanderen, maar ondervindt wel concurrentie van enkele regionale centra (Brugge, Kortrijk, Aalst en Sint - Niklaas) en van de grote steden Antwerpen en Brussel, waarvan de invloed zich uitstrekt tot resp. het Land van Waas en de Denderstreek. De economische betekenis van Gent berustte tot de jaren vijftig in belangrijke mate op de industrie. De verdeling van de werkzame bevolking is: 1,7% landbouw en energie, 22,8% industrie, 68,8% dienstensector en 6,5% bedrijf onbekend. Van oudsher werd de kern van de industrie gevormd door de textielnijverheid (vooral katoenproductie). Het herstructureren van de katoenindustrie (o.a. met het oog op het drukken van de productiekosten) in het begin van de jaren zestig leidde tot het verlies van een groot aantal arbeidsplaatsen (ruim 10.000), dat echter grotendeels werd goedgemaakt door de vestiging van nieuwe industrie, zoals staal (o.a. Sidmar) en automontage. De industriële werkgelegenheid is verdeeld over de sectoren staal- en chemische nijverheid, metaalverwerkende industrie, voedingsmiddelen, papier- en bouwmaterialen, de bouwsector en de elektriciteitsproductie (met drie centrales: Stadscentrale, Ebes-Rodenhuize en Ebes-Langerbrugge). Hoewel de industrie over nagenoeg het gehele grondgebied van de stad is verspreid, is er toch een sterke concentratie in de Gentse Kanaalzone en het daarbij aansluitende oudere havengebied, alsook op het industrieterrein aan het noordervak van de Ringvaart. In deze zone van 2700 ha werken ca. 25.000 personen.

1.1 Haven

De haven van Gent strekt zich uit van het Handelsdok aan de Dampoort in het zuiden langs het Kanaal Gent–Terneuzen in de Gentse Kanaalzone tot in Zelzate in het noorden. De betekenis van Gent als zeehaven is vooral in de jaren zeventig toegenomen, vooral ten gevolge van de modernisering van het kanaal en de bouw van een nieuwe zeesluis te Terneuzen voor schepen tot 80.000 registerton(1968). Het maritieme goederenverkeer bedroeg in 1996 21,7 miljoen ton, tegen 24,1 miljoen ton in 1988. Bij de aanvoer overwegen ijzererts, granenderivaten, kolen, oliehoudende zaden en aardolieproducten; bij de afvoer staal en granen. Gent is ook een belangrijke haven voor de binnen- en Rijnvaart.

1.2 Dienstensector

De dienstensector wordt vooral vertegenwoordigd door handel en de horecasector (24, 5% van de totale werkgelegenheid in de tertiaire sector), vervoer en communicatie (10,7%) en het bank- en verzekeringswezen (12,1%). Onder de overige diensten (52,6%) is het onderwijs van grote betekenis. De dienstverlenende bedrijven en instellingen bevinden zich meestal in de binnenstad. Wel komen in sommige deelgemeenten kleinere kernen voor, vooral aan de grote uitvalswegen, zoals te Sint-Amandsberg, te Ledeberg en Gentbrugge, alsook grote warenhuizen (o.a. te Sint-Denijs-Westrem, Zwijnaarde, Oostakker) en het expo - centrum te Sint-Denijs-Westrem (o.a. tweejaarlijkse technologiebeurs Flanders' Technology).

Gent vervult een administratieve functie als hoofdplaats van de prov. Oost-Vlaanderen en herbergt het provinciebestuur. Kerkelijk is het zetel van het bisdom Gent. Voorts zetelen te Gent, behoudens de rechterlijke instellingen die in iedere arrondissementshoofdplaats gevestigd zijn, het hof van beroep voor Oost- en West-Vlaanderen en het hof van Assisen voor Oost-Vlaanderen. Van het uitgebreide scala aan onderwijsinstellingen dient in de eerste plaats de Rijksuniversiteit Gent (opgericht in 1816) genoemd te worden. Voorts zijn er tal van hogere opleidingsinstellingen, zoals de Rijksfaculteit voor Landbouwkundige Wetenschappen, de enige faculteit voor diergeneeskunde in Vlaanderen, een Koninklijk Muziekconservatorium, het Hoger Sint-Lukasinstituut (voor architectuur), en tal van andere instellingen voor technisch, kunst- en secundair onderwijs. De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde is te Gent gevestigd (in het voormalige Dammansteen of Huys van Oombergen, 1746, in rococostijl, door David 't Kindt), alsook het Willemsfonds. De stad herbergt tal van bibliotheken. Naast die van de Rijksuniversiteit o.a. ook een Stadsbibliotheek en verscheidene bibliotheken van het Willemsfonds. Er zijn een Stads- en Rijksarchief. Gent huisvest belangrijke musea: het Museum voor Schone Kunsten (met een rijke verzameling oude en moderne meesters), het Centrum voor Kunst en Cultuur (St.-Pietersabdij), het Museum voor Oudheden (Bijloke), het Museum van Hedendaagse Kunst, het Museum voor Sierkunst, het Museum voor Stenen Voorwerpen (in de ruïne van de St.-Baafsabdij), het Museum voor Volkskunde, het Natuurwetenschappelijk Schoolmuseum Michel Thiery (dier-, planten- en volkenkunde), het Museum voor Industriële Archeologie en Textiel (met o.a. de Mule Jenny, de spinmachine die Lieven Bauwens uit Engeland smokkelde) en het psychiatriemuseum Guislain. De stad bezit een opera (deel uitmakend van de VLOS). De belangrijkste theatergezelschappen zijn: Arca, Blauwe Maandag Compagnie, Nederlands Toneel Gent (NTG), Poppentheater Magie, Speelteater Gent, Nieuwpoorttheater, Teater Taptoe, Vooruitproductie. In de Minard Schouwburg werden (tot 1990) revues en volkse stukken opgevoerd.

1.3 Toerisme

Het toeristenverkeer wordt in hoofdzaak aangetrokken door de historische binnenstad. Daarnaast trekt ook een aantal manifestaties veel toeristen, zoals de (vijfjaarlijkse) bloemententoonstelling Floraliën en het (jaarlijkse) Festival van Vlaanderen.

2. Verkeer

De stad is verkeersgeografisch gunstig gelegen. De E17- en E40-autowegen, die elkaar te Zwijnaarde kruisen, sluiten via een autoweg op verhoogd niveau (tot in het Zuidpark) aan op de binnenstad, alsook op de expreswegen in de Gentse Kanaalzone. Op de plaats van de voormalige 18de-eeuwse stadsomheining werd een ringweg aangelegd. Gent is ook een belangrijk spoorwegknooppunt (St.-Pietersstation), waarbij o.a. de Gentse ringspoorweg (met de stations Gentbrugge en Dampoort) aansluit.

3. Stadsbeeld

De oude binnenstad, de Kuip, waar een groot aantal kunsthistorisch belangrijke gebouwen staan, krijgt in toenemende mate een citykarakter. Door het afbreken van een aantal oude huizen ontstonden bredere stadsaders en pleinen, waar o.m. handels- en administratieve gebouwen verrezen, en enkele waterwegen als de Houtlei, de Rietgracht, de Oude Scheldestraat en de Reep werden gedempt. Nieuwe woonwijken met hoogbouw ontstonden (sedert de jaren zestig) o.a. aan de Watersportlaan, Nieuwe Wandeling, Afrika - laan, Groene Briel en het Rabot. De meest homogene burgerwijk (het zgn. Miljoenenkwartier) ligt ten zuiden van het Citadelpark. De vooral in het noordelijke stadsdeel gelegen 19de-eeuwse arbeiderswijken, de beluiken, maakten plaats voor open bebouwing.

Naast het Citadelpark en het Koning Albertpark (ook Zuidpark genoemd) bezit de stad nog enkele kleinere parken (o.a. Maaltebrugpark).

3.1 Burgerlijke bouwkunst

Het beroemdste monument van Gent is het 's-Gravensteen, in 1180 gebouwd door Filips van de Elzas. De burcht, deels omgeven door water (Leie en Lieve), omvat een poortgebouw, in Doornikse kalksteen, met ringmuur voorzien van 24 halfronde torens en waartegen een krocht is aangebouwd (oorspronkelijk paardenstal, later folterkelder), een grote rechthoekige donjon uit de 9de of 10de eeuw, met daarbij aansluitend aan de oostzijde een romaanse gaanderij en aan de noordzijde de grafelijke keuken (beide in oorsprong 13de eeuw); voorts het Huis van de Graaf, eveneens uit de 13de eeuw. Het 's-Gravensteen was de residentie van de graven van Vlaanderen tot in de 14de eeuw toen deze het Hof ter Walle (meestal Prinsenhof genoemd) betrokken, waarvan slechts een poort is bewaard gebleven. Daarna herbergde het achtereenvolgens overheidsdiensten, een gevangenis en vanaf het einde van de 18de eeuw werkhuizen. In de jaren 1870–1880 werd het mede-eigendom van de staat en de stad Gent en tussen 1894 en 1913 werd het grondig gerestaureerd en deels gereconstrueerd. De burcht is als museum in gebruik (o.a. foltertuigen). Het Belfort (95 m hoog; eerste helft 14de eeuw) bezit een beiaard, deels van 1660, met o.m. zijn triomfanten of grote klokken, waarvan Klokke Roeland in 1948 moest worden vernieuwd (de oorspronkelijke klok uit 1314 siert een nabijgelegen tuintje); als windwijzer dient een enorme vergulde draak. De gotische Lakenhalle (15de eeuw) heeft aan de achterkant de Mammelokker (1741, door David 't Kindt), vroegere gevangenis. Het stadhuis is deels in renaissance-, deels in laat-gotische stijl (D. de Waghemaekere en R. Keldermans). Langs de Leie, aan de middeleeuwse haven Tussen Bruggen, bevindt zich de fraaie rij gevels van de Graslei, met het romaanse stapelhuis (13de eeuw) en talrijke gildehuizen, o.m. van de Vrije Schippers en van de Metselaars uit begin 16de eeuw. Iets verder staat het Groot Vleeshuis (15de eeuw) en langs de Schelde het patriciërshuis Geraard de Duivelsteen (13de eeuw), thans rijksarchief. Het stadsarchief is ondergebracht in de 17de-eeuwse Berg van Barmhartigheid (door W. Cobergher). Er zijn ook nog enkele getuigen der oude vestingen, o.m. het Rabot, een versterkte sluis uit de 15de eeuw in de Lieve. Voorts staat over de gehele oude stad verspreid een groot aantal bezienswaardige oude panden, het oudste uit de 12de eeuw. Daaronder nemen de classicistische patriciërswoningen uit de 18de eeuw een belangrijke plaats in. De Vooruiti (zetel van de socialistische coöperatieve) is in art-nouveaustijl opgetrokken en fraai gerestaureerd. Tot de bouwwerken uit de nieuwere tijd behoort de universiteitsbibliotheek met de zgn. Boekentoren (1935–1940) door Henry van de Velde.

3.2 Kerkelijke bouwkunst

Onder de kerkelijke gebouwen in de Kuip van Gent dienen vermeld: de St.-Baafskathedraal, voormalige St.-Janskerk, waarvan het koor (met 12de-eeuwse crypte) uit de 13de eeuw dateert; er zijn nog koorgangen en kapellen uit de eerste helft der 14de eeuw, de westtoren (1462–1534), schip en transept (1533–1559) en een enorme rijke verzameling kunstwerken, o.a. het vermaarde veelluik De aanbidding van het Lam Gods (1432) door de gebroeders Van Eyck. Van de St.-Jacobskerk zijn het transept en de westtoren romaans (ca. 1150), schip en koor gotisch (13de eeuw); men treft er een sacramentstoren (1593) en het praalgraf van Jan Palfijn aan. Van de St.-Michielskerk werden de toren en de beuken eind 15de–begin 16de eeuw in Brabantse gotiek opgetrokken en het koor in de eerste helft van de 17de eeuw. Een typisch voorbeeld van vroege Scheldegotiek is de St.-Niklaaskerk (13de eeuw; apsis 1430). De barokke St.-Pieterskerk (1629) is een meesterwerk van P. Huyssens. De St.-Baafsabdij, ca. 630 door de H. Amandus gesticht en in 1539 door Karel V afgeschaft, bezitte midden van haar ruïnes nog een interessante refter en lavatorium (12de eeuw), een kapittelzaal (13de eeuw) en gedeelten van een kloosterpand (1495). De voormalige St.-Pietersabdij, eveneens door de H. Amandus gesticht, op de Blandijnberg, heeft een gotisch kloosterpand. Het Bijloke, voormalige cisterciënzerabdij, gesticht in 1228, waaraan een hospitaal was verbonden, heeft een fraaie ziekenzaal (13de eeuw) en een refter met muurschilderingen (14de eeuw). Het voormalige begijnhof van St.-Elisabeth, gesticht in 1234, heeft een gotisch kerkgebouw (gewijzigd in 1638). Het Klein Begijnhof van O.-L.-Vrouw-ter-Hoyen (17de–18de eeuw) bezit nog zijn serene atmosfeer rond de barokkerk (1639–1730).


3.3 Stadsvernieuwing
De problemen van Gent zijn analoog aan die van alle grote agglomeraties: ontvolking van het centrum, leegstand en verkrotting (in 1978 stonden in Gent ruim 4250 woningen leeg, waarvan 23% reeds langer dan vijf jaar), druk door bouwpromotoren om kantoren en winkels te bouwen (vooral rond de E17-afrit aan het Zuid), verkeersmoeilijkheden in de Kuip zelf. In 1976 werd het schepenambt voor Stadsontwikkeling en Openbare Werken opgericht en begin 1977 gaf het stadsbestuur opdracht tot het maken van een structuurplan. Een werkgroep van ambtenaren en externe deskundigen stelde hiertoe een Interim - rapport stadsontwikkeling op (sept. 1977). Begin 1978 werd een stedelijke Planningsdienst opgericht om het structuurplan uit te werken en een reeks acties op korte termijn voor te bereiden. In het kader van de stadsherwaardering (K.B. van 15 dec. 1978) werden elf renovatiegebieden afgebakend, waarvoor deelplannen worden uitgewerkt, gekoppeld aan concrete verbetermaatregelen (o.a. voor de wijken Patershol, Sluizeke - Muide, St.-Macharius). Begin 1979 ging ook een vijfjarenplan voor de renovatie van de Gentse beluiken (nog een 200-tal beluiken met ca. 3.000 huisjes) van start, waarbij wordt voorzien in een jaarlijkse aankoop door de stad van 120 beluiken. Ook de sociale huisvestingsmaatschappijen werden bij het vernieuwbouwbeleid ingeschakeld.

4. Geschiedenis

Blijkens vondsten uit het Paleolithicum, het Mesolithicum en het Neolithicum was het gebied aan de samenvloeiing van Leie en Schelde reeds zeer vroeg bewoond. In de Romeinse tijd strekte zich een belangrijke agglomeratie (vicus) uit van de samenloop van Leie en Schelde over Sint-Amandsberg tot Destelbergen. Deze vicus, die reeds Ganda (Keltisch, = monding, van de Leie in de Schelde) zou zijn genoemd, bleef bewoond tot aan de Germaanse invallen van het midden van de 3de eeuw, maar werd daarna verlaten.

De H. Amandus stichtte er ca. 630 een abdij, oorspronkelijk Ganda en later St.-Baafs genoemd, terwijl een aantal van zijn leerlingen enkele tientallen jaren later op de Blandinusberg Blandinium, de latere St.-Pietersabdij, stichtte. De St.-Baafsabdij werd bij de inval van de Noormannen (tweede helft 9de eeuw) vernield. Eind 9de – begin 10de eeuw was op de linkeroever van de Leie een versterking (castrum) ontstaan, waarvan het huidige 's-Gravensteen het zwaartepunt vormde. In de schaduw van deze versterking is zich de tweede en definitieve koopliedennederzetting, op de rechter Leieoever, gaan vormen, terwijl ook de oude bevolkingskern op de Zandberg opnieuw tot leven kwam. Ca. 1100 kreeg de stad een watergordel, die een gebied (de Kuip) van 80 ha omsloot. In 1127 verkregen de Gentenaars van de graaf een eigen schepenbank en in 1128 speelden zij voor het eerst een politieke rol in het graafschap Vlaanderen, door partij te kiezen voor Diederik van de Elzas.

Tot op het einde van de 13de eeuw bezette een beperkte groep patricische families (sedert 1228 de zgn. XXXIX) de stedelijke schepenbank. Hiertegen ontstond bij de textielarbeiders in het laatste kwart van de 13de eeuw een groeiend verzet. Pas na de Guldensporenslag (1302) kwam een democratisch bestuur tot stand en sindsdien berustte het stadsbeleid meestal in handen van de volksklasse. Toen de Vlaamse graaf bij het uitbreken van de Honderdjarige Oorlog (1337) de zijde van Frankrijk koos, zette Engeland de woltoevoer stop. De crisis in de textielindustrie die daar het gevolg van was, kon worden bedwongen door het optreden van Jacob van Artevelde. De sociale verzoening die Artevelde tijdens zijn bewind nastreefde, mislukte echter. Hij werd vermoord (1345) door de weverspartij, die de macht in handen nam, tot de nieuwe graaf, Lodewijk van Male, haar positie kon breken. In 1379 brak een opstand uit tegen Lodewijk van Male, die pas onder het bewind van Filips de Stoute eindigde. Ondanks hun nederlaag te Westrozebeke (1382), waar Filips van Artevelde sneuvelde, verkregen de Gentenaren bij de Vrede van Doornik (13 dec. 1385) amnestie en mochten zij hun privileges behouden.

Vanaf 1350 (toen Gent 56.000 inwoners telde en, na Parijs, de dichtstbevolkte stad ten noorden van de Alpen was) nam het verval van de lakennijverheid toe, grotendeels ten gevolge van de concurrentie met Engeland. Onder de Bourgondische hertogen trachtte de stad haar bevoorrechte positie in Vlaanderen te behouden, waardoor het herhaaldelijk tot botsingen kwam. In 1452 kwam het tot een echte oorlog met Filips de Goede en bij de daaropvolgende Vrede van Gavere (1453) werd de zelfstandigheid van de stad in grote mate beknot. Bij de Blijde Intrede van Karel de Stoute (1468) brak een nieuwe opstand los, waarbij Gent tevergeefs trachtte zijn oude voorrechten te herwinnen. Na de plotse dood van Karel werd de jonge troonopvolgster, Maria van Bourgondië, onmiddellijk tot teruggave van de privileges gedwongen. Na de dood van de vorstin (1482) ondervond ook haar echtgenoot, Maximiliaan van Oostenrijk, veel last van Gent, dat zich in 1492 echter moest onderwerpen aan de Vrede van Cadzand, die andermaal de greep van het centrale gezag op het stadsbeleid versterkte. In 1537 weigerde Gent aan de landvoogdes Maria van Hongarije de bede toe te staan, die haar broer Karel V eiste. Opnieuw werd Gent, nu voor de laatste maal, het toneel van bloedige opstanden. Hoewel zelf te Gent geboren en opgevoed, aarzelde Karel V niet de stad streng te straffen: niet alleen moesten de aanzienlijken en leiders van de opstand met een strop om de hals vergiffenis vragen, doch hij legde een nieuw statuut op, de Concessio Carolina (1540). De benoeming van de schepenen zou voortaan door de vorst geschieden en de ambachten verloren alle politieke betekenis. De godsdiensttroebelen van de 16de eeuw brachten de stad tot dieper economisch verval. In 1576 werd de Pacificatie van Gent ondertekend, maar de stad droeg er niet veel toe bij om de daarmee beoogde eendracht in de Nederlanden te bereiken. In 1577 maakte Jan van Hembyze zich meester van de stad, die hij tot calvinistische republiek omvormde. Op 17 sept. 1584 viel Gent in handen van Alexander Farnese. Hierop volgden emigratie (in 1600 telde de stad nog amper 31.000 inwoners) en economisch verval. De opkomende vlasindustrie bracht in de tweede helft van de 17de eeuw enig herstel (52.000 inw. in 1690), maar de grote economische opbloei trad pas na 1750 in (grotere linnenproductie, eerste katoenfabrieken). Door toedoen van Lieven Bauwens kreeg de katoenindustrie tijdens het Franse bewind een nog grotere uitbreiding.

Koning Willem I heeft zich op bijzondere wijze voor de Gentse belangen ingespannen: hij stichtte de universiteit (1816) en liet het zeekanaal Gent–Terneuzen graven (1825–1827). Dit verklaart waarom Gent van 1830 tot 1840 het voornaamste steunpunt van het Orangisme bleef. Ondanks herhaalde crises nam de industrie in de 19de eeuw een grote vlucht. Duizenden arbeiders kwamen de nieuwe wijken bewonen, maar leefden er in erbarmelijke toestanden. Gent is dan ook het centrum van de socialistische beweging in Vlaanderen geworden. In 1857 richtten de katoenarbeiders er verenigingen op met het oog op loonsverbetering. In 1859 verscheen te Gent het eerste arbeidersblad, het Werkverbond. In 1881 waren de eerste arbeiderscoöperaties (o.m. Vooruit) er eveneens tot stand gekomen, zodat de Gentenaar Anseele, de voornaamste socialistische voorman in Vlaanderen, kon steunen op een stevige organisatie voor zijn politieke actie. Eveneens te Gent ontstond in 1891 de christen-democratische arbeidersbeweging, met de stichting van de Antisocialistische Werkliedenbond (A. Verhaegen) en de krant Het Volk. Ten slotte is ook in de Vlaamse Beweging de rol van Gent, vnl. in de eerste helft van de 19de eeuw, belangrijk geweest. J.F. Willems verzamelde rond zich een intellectuele elite (Snellaert, Van Duyse, Ledeganck), die de strijd aanbond tegen de verfransing. In 1851 werd het Willemsfonds te Gent opgericht en in 1886 vestigde de regering er de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde (thans Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde). De universiteit werd in 1930 vernederlandst.
 

Vorige Start Volgende 


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA  /  ANDALUSIË   / ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALI   / BALKANREIS / BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /   GUATEMALA   / HONGARIJE   /  INDIA -NOORD   /   INDIA -ZUID   /   INDIA -RAJASTHAN   /   IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JAVA   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN     /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   /  OEKRAÏNE  / OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   /  ROEMENIË  / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SUMATRA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /   ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN