Om
kwart voor elf nemen we de trein voor het half uurtje naar Brugge. Het is
schitterend weertje, we boffen. Alleen de wind is ietwat kil. In Brugge
bezoeken we allereerst het Minnewater en het Begijnhof. Via de Walmarkt
bereiken we het centrum. Alle historische gebouwen hier, en dat zijn er
ontstellend veel, zijn uitstekend gerestaureerd. Het stikt er dan ook van de
toeristen. Brugge komt bij ons over als één groot openluchtmuseum. De hele
dag lopen we de stad door, gapend naar eeuwenoude gevels en genietend van
het weer. We belanden ook in de iets stillere wijken, waar zich minder
toeristen bevinden. Veel kanaaltjes hier, ze worden er reien genoemd. De
meer kapitaalkrachtige toeristen bekijken de stad vanaf het water in
bootjes. Als lunch nemen we broodjes met lekker beleg zoals zalm, hesp en
filet américaine.
Op de Grote Markt staat een peloton Rijkswacht gereed om eventueel in actie
te komen tegen al te baldadige supporters van de voetbalclub Bochum die er
tegen Club Brugge speelt. Ook kleine sfeervolle straatjes en lommerrijke
pleintjes treffen we verder aan. In de stad rijden paardenkoetsen; als je
die in een stad rond ziet rijden, dan weet je dat er veel aan toerisme wordt
verdiend. In het noordwesten van de stad keren we om en lopen we over de
wallen (met een molen erop) en langs de gracht terug naar het station. Daar
gaan we opnieuw de stad in. Eerst naar het Zand met een mooi fontein met
beelden. Clim maakt een foto van een Duitse Schlachtenbummler. Naar de
Belfort, die blijkt net gesloten. Via een andere weg terug naar het
Minnewater en station. Brugge heeft een diepe druk op ons gemaakt.
MARKT
Op dit historisch plein werd vanaf 958 op zaterdag markt gehouden. De Markt was
eeuwenlang het grootse decor van schitterende feesten en vrolijke kermissen,
’blijde inkomsten’ en ridderlijke steekspelen, woelige volksvergaderingen of
terechtstellingen aan de galg of met de guillotine. Midden op de Markt staat het
standbeeld van Jan Breydel en Pieter De Coninck. De vier hoekbeeldjes stellen
Brugge, leper, Gent en Kortrijk voor. De prachtige gevels maken van de Markt een
plein met klasse. Zo zijn er de huizen op de beide hoeken van de
Sint-Amandsstraat: links het beschermde huis Boechoute (15de eeuw) met de
windwijzer op de gevel (nr. 15), het oudste originele huis van de Markt, en
rechts de Craenenburg (nr. 16) waar de Bruggelingen aartshertog Maximiliaan van
Oostenrijk drie weken gevangen hielden in 1488 en van waaruit hij de
terechtstelling van zijn schout Pieter Lanchals kon aanschouwen. Aan de
overzijde van de Markt bevond zich tot in 1787 de indrukwekkende stedelijke
Waterhalle, gebouwd boven de nu overwelfde Reie en waar de schepen konden
binnenvaren om te laden en te lossen. In 1789 trok men daar een gebouw in
classicistische stijl op dat in 1878 door een misdadige brand werd vernield. In
1887-1910 werd het huidige neogotisch geheel (Provinciaal Hofen Post) gebouwd.
Aan de marktzijde tegenover het belfort staan 17de-eeuwse huizen met puntgevels,
zoals de nummers 27 (1619, herbouwd in 1925) en 30 (Sint-Joris, 1626,
gerestaureerd in 1887). Het meest indrukwekkende gebouw aan de Markt is echter
het belfort. De Markt wordt beheerst door het belfort en de hallen. De stoere en
toch rijzige toren (83 m) beheerst overigens heel het stadsbeeld. Het belfort is
immers het zinnebeeld van Brugge’s vrijheid en zelfstandigheid en het bewijs van
zijn macht en rijkdom. De huidige toren dateert uit ongeveer 1300 en vervangt
een gedeeltelijk houten exemplaar (vermoedelijk uit circa 1240) dat door brand
werd vernield in 1280. In 1487 werd de toren verhoogd met een achtkantig
bovenstuk in zandsteen. Daarop stond nog een houten spits, maar deze werd een
eerste keer helemaal vernield in 1493, een tweede keer in 1741, waarna hij niet
meer vervangen werd. In 1822 werd de toren met een kroonlijst afgewerkt. Het
jaartal 1619 op de voorgevel verwijst naar een restauratie. De toren kan
beklommen worden. in de schatkamer op de tweede verdieping is nu een klein
museum ondergebracht. Het hekwerk waarachter de vrijheidsbrieven of keuren in
koffers werden bewaard, is van omstreeks 1300. Op de volgende verdieping kan men
door een klein venstertje een blik werpen op de ’zege- klok’ (Melchior de Haze,
1680) die in 1802 naar hier werd overgebracht uit de Onze-Lieve- Vrouwekerk. Ze
weegt 6 ton. De huidige beiaard (totaal gewicht 27 ton) bestaat uit 26 grotere
klokken die in 1748 door Joris Dumery werden gegoten en 21 kleinere die uit 1969
dateren. Na 366 treden bereikt men het terras vanwaar men een overweldigend
uitzicht krijgt op de stad en op de verre omgeving van dit vlakke land. Al vier
eeuwen lang helt de toren zo’n 1,20 m naar links over. De hallen werden niet in
een keer gebouwd. Het voorgebouw stamt uit 1248, de twee lange zijgevels (die
gebruikt werden als overdekte marktruimten) uit de 14de eeuw en de achtervleugel
uit de 16de eeuw. Het geheel meet 84 x 43 m.
DE BURG
Van op de Markt bereikt men de Burg langs de verkeersvrije Breidelstraat. De
hele noordzijde van het plein, waar nu bomen staan, werd weleer ingenomen door
de Sint-Donaaskerk, gebouwd halfweg de 10de eeuw en afgebroken tijdens de Franse
overheersing (1799). Bij opgravingen naar aanleiding van bouwwerken in 1987-1989
werden sporen van de oudste houten versterking, van de latere stenen burchtmuur
(circa 950), van de Romaans-gotische kerk (zuidelijke kooromgang, 14de eeuw) en
van het kapittelklooster blootgelegd. Die indrukwekkende sporen kan men gaan
bekijken in de kelder van het hotel, hoek Burg/Hoogstraat. Daar kan men eveneens
een aantal opgegraven voorwerpen en meerdere grafwanden met fraaie fresco’s
bewonderen. Op een stuk muur opnieuw opgetrokken met oorspronkelijke stenen die
bij opgravingen in 1955 werden bovengehaald staat een maquette van de
Karolingische burchtkerk van de graven van Vlaanderen (een nabootsing van de dom
van Aken), en in de bestrating van het plein werd het grondplan ervan
uitgetekend (de rest van het plein onder de bomen is niet verhard). In deze kerk
werd Karel de Goede vermoord (1127) en werden onder anderen Jan Van Eyck (1441)
en de Spaanse humanist Juan Vives (1540) begraven. Onder de bomen staan ’De
geliefden’, een modern beeld waarop men de naam van de kunstenaar (Stefaan
Depuydt) nergens ziet, maar toch een verwijzing naar hem kan vinden. Wie met
zijn rug naar de maquette staat, ziet op de Burg van links naar rechts het
voormalig gerechtshof, de Civiele Griffie, de doorgang naar de Blinde-Ezelstraat,
het stadhuis, de H. Basilius en H. Bloedbasiliek en de Proosdij van Sint-Donaas.
Het voormalige gerechtshof (in gebruik tot 1984) verleent nu onderdak aan
ondermeer de Dienst voor Toerisme. Het geheel bestaat uit een classicistisch
gebouw (1727) dat gedeeltelijk het Landhuis van het Brugse Vrije (1525) verving.
De gotische zuidgevel van dit Landhuis bleef langs de Reie bewaard (te zien
vanaf de Blinde-Ezelstraat, de Vismarkt of de Steenhouwersdijk). Gelukkig werd
ook de Schepenzaal bewaard, waar nu het Provinciaal museum van het Brugse Vrije
(open elke dag behalve maandag, van 10.00 tot 12.00 uur en van 13.30 tot 17.00
uur; gesloten in januari) is ondergebracht. Het pronkstuk uit deze schepenzaal
is ongetwijfeld de schouw van het Brugse Vrije ontworpen door Lanceloot Blondeel.
Dit beroemde kunstwerk werd in 1531 voltooid en is gemaakt uit eikenhout, zwart
marmer en albast. Het is een hulde van het Brugse Vrije aan keizer Karel V,
graaf van Vlaanderen, die in het midden van het kunstwerk staat. Zijn vier
grootouders kregen naast de schouw beelden die nagenoeg even groot zijn als dat
van de keizer zelf: Maximiliaan van Oostenrijk en Maria van Bourgondië (links)
en Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilie (rechts). Het gebouw met de
drie puntgevels is de voormalige Civiele Griffie (1537). Het is een mooi
voorbeeld van Vlaamse renaissance en werd van 1883 tot 1984 gebruikt als
Vredegerecht. De beelden zijn de Gerechtigheid, Mozes en Aäron (verguld brons,
1881, Pickery).
De aanzet van de Blinde-Ezelstraat is een overdekte doorgang of poort door de
oude Griffie heen. Links naast deur nr. 1 bevindt zich een steen waarop
geschreven staat: ’Hier was ’t de Zuydpoort’, het enige overblijfsel van de
12de-eeuwse stadsomwalling. Rechts (nr. 2) kan men een mooie barokke deur
bewonderen. Het straatje leidt over de Reie naar de Vismarkt en het
Huidenvettersplein. Het Brugse stadhuis is een van de oudste van de Nederlanden
en werd gebouwd tussen 1376 en 1420. De gevel kan beslist als een juweel van
gotische bouwkunst bestempeld worden. De oorspronkelijke beelden in de 48 nissen
waarvan er zes door Van Eyck zelf waren gepolychromeerd, werden in 1792 op
aanstoken van de Fransen vernield. De exemplaren waardoor ze in de tweede helft
van de 19de eeuw werden vervangen, bleken bij de gevelrestauratie van 1961 al zo
beschadigd dat ze verwijderd moesten worden. Van op het balkon legden de graven
van Vlaanderen de eed af van trouw aan volk en instellingen. In de voorhal
hangen enkele merkwaardige doeken. In de Schepenzaal of gotische zaal (open elke
dag van 9.30 tot 17.00 uur; van l oktober tot 31 maart gesloten tussen 12.30 en
14.00 uur) heeft men vooral aandacht voor het oorspronkelijke eikenhouten gewelf
(1402), de prachtige kraagstenen, de schoorsteen en de muurschilderingen (1895).
De H. Basilius- en H, Bloedbasiliek is een dubbelkerk (twee kerken boven elkaar)
uit de 12de eeuw. De benedenkapel is de goed bewaarde, Romaanse H. Basiliuskapel,
een van de zuiverste Romaanse bouwwerken in Vlaanderen. Rechts van het koor ziet
men een houten gepolychromeerde H. Maagd (14de eeuw). In het bijgebouw (1503)
bevindt zich een houten Christus aan het kruis. De bovenkapel bereikt men langs
de grote buitentrap (trapgebouw en vroegrenaissancegevel, 1529-1534). Deze kapel
was oorspronkelijk ook Romaans, maar ze werd in de 15de eeuw gotisch verbouwd en
onderging ook wijzigingen in 1821. Met name het doksaal (steen en marmer, 1847)
en de preekstoel (1728) zijn de moeite waard. De relikwie van het Heilig Bloed
bevindt zich in de zijkapel op het marmeren rococoaltaar in een 3 m hoog
zilveren tabernakel met kruis in diezelfde stijl (18de eeuw). Het Heilig Bloed,
dat in 1150 (volgens sommigen pas na 1250) in Brugge aankwam, rust in deze kapel
sedert de 13de eeuw (verering elke vrijdag en van 3 tot 17 mei elke dag van 8.30
tot 11.00 uur en van 14.30 tot 16.30 uur, op Hemelvaartsdag van 8.30 tot 10.30
uur en van 18.00 tot 19.00 uur). In het museum (rechts van de ingang; open van l
april tot 30 september elke dag van 9.30 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 18.00
uur; van l oktober tot 31 maart elke dag van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00
tot 16.00 uur, behalve op woensdagnamiddag; gesloten tijdens de kerkdiensten)
kan men ondermeer het prachtige schrijn (goud en verguld zilver, Jan Crabbe,
1617) bewonderen waarin het Heilig Bloed wordt geplaatst tijdens de vermaarde H.
Bloedprocessie. Het museum is nog vele andere kunstschatten rijk, zoals een
17de-eeuws wandtapijt, twee luiken van Pieter Pourbus, een schitterende Legende
van de heilige Barbara (1480) en een opmerkelijk drieluik (Grafleg- ging, 1520).
De voormalige Proosdij van Sint-Donaas (hoek Burg/Breydelstraat en gedeeltelijk
in deze straat) heeft een indrukwekkende barokgevel (1666). Het gebouw biedt nu
onderdak aan provinciale diensten.
KERKEN
SINT-SALVATORSKATHEDRAAL (Steenstraat)
In de 9de eeuw stond op deze plaats een Romaans stenen kerkje. Het huidige
gebouw is het resultaat van talrijke verbouwingen na evenveel verwoestingen
(ondermeer branden in 1116, 1358 en 1839). De onderbouw (in veldsteen) van de
huidige Romaanse toren stamt nog uit 1127, de rest (in baksteen) is 13de-eeuws.
Het interieur omvat een groot aantal kunstwerken van zeer hoge kwaliteit: het
ligbeeld op het grafmonument (1559) van Carondelet (in de kooromgang); het
laat-gotische gepolychromeerde en vergulde Sint-Annaretabel (circa 1510; in de
tweede kapel van de zuiderkooromgang); het Passieretabel (einde 15de eeuw; in de
4de kapel in de noorderkooromgang); het beeld van God de Vader (1682; doksaal
achteraan in de middenbeuk). Het koorgestoelte (1440) is niet toegankelijk. In
het museum van de kathedraal (open van 1 april tot 30 september elke dag van
10.00 tot 11.30 uur en van 14.00 (zondag 15.00) tot 17.00 uur van l oktober tot
31 maart van maandag tot zaterdag van 14.00 tot 17.00 uur; gesloten op woensdag)
bevinden zich ondermeer: het drieluik ’De Marteldood van Sint-Hippolytus’,
waarvan het midden en rechterpaneel van de hand van Dirk Bouts zijn, terwijl het
linkerpaneel het werk van Hugo Van der Goes is; en ’De Kalvarieberg’ (circa
1380), een van de oudste schilderijen van Brugge.
ONZE-LIEVE-VROUWEKERK (Katelijnestraat)
Deze kerk zou teruggaan op een kapel uit de 9de eeuw die in de 12de eeuw door
een Romaans gebouw vervangen werd. Omstreeks 1250 werden de middenbeuk en de
westelijke gevel (kant Mariastraat) in Scheldegotiek gebouwd, iets later het
koor en de kooromgang. De zijbeuken en het prachtig Paradijsportaal (tegen de
noordmuur van de toren) stammen uit de 14de en 15de eeuw. Wat vooral opvalt, is
de stoere maar toch rijzige toren (122 m, meteen de hoogste toren van Brugge)
uit 1320. Het erg rijke interieur omvat ondermeer: de madonna, een prachtwerk
(1504) van Michelangelo; de praalgraven van Karel de Stoute (gesneuveld bij
Nancy in 1477) en van zijn dochter, Maria van Bourgondie; de grafkapel van
Pieter Lanchals (in, 1488 op de Markt van Brugge terechtgesteld) met enkele
merkwaardige schilderijen; en de kapel en houten bidtribune (1471) van de Heren
van (’ruuthuse.
SINT-JAKOBSKERK (Sint- Jakobsstraat)
Oorspronkelijk (circa 1240) was dit een eenbeukige kerk (de huidige linkerbeuk).
In de loop van de eeuwen onderging deze kerk talrijke verbouwingen en
uitbreidingen. Het evenwichtige interieur is barok. Er zijn achttien altaren en
er hangen zowat 80 schilderijen waaronder het drieluik van de
Sinte-I.ucialegende (1480, anonieme Vlaamse primitief) en een drieluik door
Pieter Pourbus (1556). Merkwaardig zijn de bijna 6 m hoge sacramentstoren
(1593), de preekstoel (1690), het marmeren doksaal (1628), het halfverheven
geëmailleerd terracottabeeld ’Onze-Lieve-Vrouw met Kind’ (15de eeuw) en het
grafmonument van Ferry de Gros (2de helft 16de eeuw).
SINT-ANNAKERK (Sint-Annaplein)
De Sint-Annakerk dateert uit 1624 en bewaarde nagenoeg ongewijzigd haar
barokinterieur uit de 17de en 18de eeuw, zodat haar eenheid in stijl een van de
zuiverste van Brugge kan genoemd worden. Het interieur omvat ondermeer prachtig
kerkmeubilair uit de 17de en 18de eeuw, de doopvont (1630) waar Guido Gezelle
werd gedoopt, een gepolychromeerde beeldengroep (17de eeuw) in het koor en ’Het
laatste Oordeel’ (Herregouts, 1685) boven de toegangsdeur, Brugges grootste
schilderij (meer dan 100 m’).
JERUZALEMKERK (Peperstraat)
Deze kerk, in vele opzichten de meest merkwaardige van Brugge, werd in de 15de
eeuw gebouwd naar de plannen van de H. Grafkerk in Jeruzalem. De benedenbouw is
gotisch, de toren Byzantijns. Het interieur, met verhoogd koor achter het
merkwaardig zandstenen Calvariebergaltaar, omvat ondermeer gerestaureerde
gebrandschilderde glasramen (15de en 16de eeuw) en het praalgraf van de
stichters van de kerk: Anselmus Adornes en zijn echtgenote. De kerk is nog
steeds prive-bezit van een adellijke familie.
SINT-GILLSKERK (Baliestraat)
De Sint-Gilliskerk dateert uit de 15de-eeuw en bezit fraai barokmeubilair uit de
17de en begin 18de eeuw, een van de klankrijkste concertorgels (1976) van Brugge
en een aantal merkwaardige schilderijen. In deze kerk of op het
Sint-Gilliskerkhof zijn Hans Memling (overleden in 1494), Lanceloot Blondeel
(overleden in 1561) en Pieter Pourbus (overleden in 1584) begraven. Tegen de
kerk werd in 1851 een indrukwekkende smeedijzeren pomp aangebouwd.
SINT-WALBURGAKERK (Sint-Maartensplein)
Deze kerk, het belangrijkste kerkelijk barokgebouw in Brugge, werd in 1643 voor
de jezuïeten gebouwd naar plannen van de jezuietenbroeder Pieter Huyssens
(tevens architect van de Sint-Carolus Borromeus in Antwerpen en de Sint-Pieter
in Gent). Ook deze kerk bezit een rijk, vooral 17de-eeuws interieur.
Priester-dichter Guido Gezelle was hier onderpastoor van 1865 tot 1872.
BRUGSE MUSEA
BRANGWYNMUSEUM (Dijver 16)
Dit museum is ondergebracht in het Arentshuis (classicistisch herenhuis met
portiekingang, 18de eeuw), gelegen in de Hof Arents. In dit park werden in 1912
twee zuilen geplaatst die afkomstig zijn van de verdwenen Waterhalle op de
Markt. Voorts ziet men er een indrukwekkend bronzen werk van Rik Poot: de
’Ruiters van de Apocalyps’ (1987) die de heerszucht, de oorlog, de hongersnood
en de dood symboliseren. Het belangrijkste onderdeel van dit museum is de Frank
Brangwynmuseum schenking (1936), bestaande uit schilderijen, tekeningen,
aquarellen en meubels. Naast deze schenking omvat de museumverzameling ook nog
historische stadsgezichten en een representatieve selectie kantwerk uit het
stadspatrimonium.
GROENINGEMUSEUM (Dijver 12)
Dit Stedelijkmuseum voor Schone Kunsten, als museum gebouwd in 1930, biedt een
overzicht van de Zuidnederlandse en Belgische schilderkunst (15de-20ste eeuw).
Wereldfaam genieten de meesterwerken van de Vlaamse Primitieven, waaronder Jan
van Eyck (circa 1390-1441), die hofschilder en kamerheer was van Filips de Goede
sedert 1425 en zich in 1430 definitief in Brugge vestigde. Twee van zijn
meesterwerken bevinden zich in dit museum: de madonna met kanunnik Van der Paele
en het portret van Margareta van Eyck. Verder zijn er nog meesterwerken van
Rogier van der Weyden, Hugo Van der Goes, Hans Memling, Gerard David en
Hieronymus Bosch. Een afdeling is gewijd aan het impressionisme, met ondermeer
een werk van Emile Claus (1849-1924). Er is ook een waardevolle verzameling
Vlaamse expressionisten en andere figuratieve schilders uit 1900-1945: Rik
Wouters, James Ensor, Constant Permeke, Gust De Smet, Gustave Van de Woestijne,
Albert Servaes, Frits Van den Berghe, Edgard Tytgat, Paul Delvaux, Rene Magritte,
Rik Slabbinck. De kunst van de laatste jaren komt ook aan bod met werken van
bijvoorbeeld Pierre Alechinsky, Luc Peire, Dan van Severen en Roger Raveel.
GRUUTHUSEMUSEUM (Dijver 17)
Het Stedelijk museum voor Oudheidkunde en Toegepaste Kunsten is ondergebracht in
het gotische paleis (15de eeuw) van de heren van Cruuthuse. De beroemdste heer
van Gruuthuse was Lodewijk (1422-1492), kamerheer en raadgever van de
Bourgondische hertogen Filips de Goede en Karel de Stoute, gouverneur van
Holland, Friesland en Zeeland, graaf van Winchester en ridder in de Orde van het
Gulden Vlies. De leuze van dit geslacht ’Plus est en vous’ is in het museum op
veel plaatsen te zien. De zowat 2500 voorwerpen, tentoongesteld in 23 zalen,
vormen een indrukwekkende kunstverzameling. Een greep uit het rijke aanbod: in
de Erezaal het gepolychromeerde borstbeeld van keizer Karel (Konrad Meit, 1520),
het indrukwekkende ijzeren en koperen haardgerei in de neogotische schouw, de
zoldering; in de Gotische kamer de glasramen; in de Gotische zaal een
eikenhouten knielende engel (Vlaams, begin 16de eeuw) en een Christus op de
Koude Steen (circa 1500); in de Wapenzaal een portret van Henry Stuart,
foltertuigen, een guillotine (ooit in Brugge nog gebruikt) en een bijzonder
mooie Sint-Sebastiaan (zandsteen, 15de eeuw). Op de eerste verdieping: in de
Tapijtenzaal bijzonder goed bewaarde Brugse wandtapijten die opvallen door de
warme kleuren; in het Muntenkabinet een rijke verzameling munten, medailles en
penningen. In zaal 8 op de tweede verdieping: een spinet (1591) en een
klavecimbel (1624), beide afkomstig van het befaamde atelier Ruckers in
Antwerpen. De zalen 18 en 19 tonen een kostbare verzameling kantwerk met als
pronkstukken: de zogenaamde Mediciskraag (17de eeuw), een benedictievelum (18de
eeuw), een zwarte sjaal (19de eeuw) en een waaier in Brugs bloemwerk en papier
(19de eeuw). Tot dit museum behoren ook een tiental koetsen en sleden, achter
glas tentoongesteld in het Arentspark. Vanuit dit park kan men langs de Reie de
oostelijke gevel (1420) van het paleis bewonderen. Men moet ook een blik werpen
op de prachtige gevel van het paleis op het binnenplein en de gevel in de
Gruuthusestraat.
SINT-JANSHOSPITAAL EN MEMLINGMUSEUM (Mariastraat 38)
Het Sint-Janshospitaal werd in de 12de eeuw gesticht. De oudste delen van dit
geheel zijn het gotische gebeeldhouwde Mariaportaal (circa 1270, de
oorspronkelijke toegang tot het hospitaal aan de Mariastraat) en de ziekenzalen
(13de en 14de eeuw) met gevel op de Reie (te zien van af de brug tussen de
Mariastraat en de Katelijnestraat). Tot in 1976 werd het Sint Janshospitaal als
ziekenhuis gebruikt. De 19de-eeuwse uitbreidingen werden gerestaureerd (1992) en
in gebruik genomen als Kunst, Congres en Onthaalcentrum Sint Jan. In de kerk en
de aanpalende Sint-Cornelius- kapel (15de eeuw) bewaart men zes meesterwerken
van Hans Memling, die in Brugge woonde vanaf omstreeks 1465 en er overleed in
1494. Verder moet men in de Corneliuskapel ook nog aandacht besteden aan de
eikehouten ingangsdeur (17de eeuw), de sacramentstoren (15de eeuw) en het
laat-gotisch gepolychromeerde beeld van Sint-Cornelius (14de eeuw). Ook de
voormalige ziekenzalen zijn een bezoek meer dan waard. In een ander deel van het
voormalige Sint- Janshospitaal werd het Archeologisch museum ondergebracht.
KANTCENTRUM (Peperstraat 3a)
Het Kantcentrum omvat een Kantmuseum, ondergebracht in de fraai gerestaureerde
Jeruzalemgodshuizen (15de-eeuwse stichting van de familie Adornes) en
kantateliers, ondergebracht in een deel van het vroegere woonhuis (15de eeuw)
van de Adornes. In deze ateliers kan men kantwerksters aan het werk zien. De
oudste kantschool van Belgie (1717) maakt ook deel uit van het Kantcentrum.
STEDELIJK MUSEUM VOOR VOLKSKUNDE (Rolweg 40)
Dit museum is sedert 1973 ondergebracht in 17de-eeuwse godshuisjes (destijds
bewoond door oude schoenmakersknechten). Het hangt een boeiend beeld op van het
volksleven ten tijde van onze voorouders. De verzamelingen worden thematisch
tentoongesteld in oude interieurs: keuken, schoenmakerij, kuipersatelier,
klaslokaal, suikerbakkerij, kruidenierswinkel, hoedenmakerij, apotheek en
museumherberg ’In de Zwarte Kat’ (die uitgeeft op een binnenplein met ondermeer
een bolbaan). Men ziet er ondermeer de pijpenverzameling van Achilles Van Acker,
kant, klederdracht, devotievoorwerpen, koekplanken enzovoort.