|

Hotel Spreziano is een uitstekend driesterrenhotel. Het ligt aan de rand van
het dorpje Spreziano, is in het bezit van een zwembad en een groot
parkeerterrein dat het deelt met de belendende discotheek Odyssea (die al die
tijd overigens gesloten blijft). De kamers zijn heel comfortabel en redelijk
ruim. Het sanitair is smetteloos en we hebben de beschikking over een minibar,
waar we uiteraard gebruik van maken. Jammer genoeg is het naar onze smaak veel
te ver van ons hoofddoel Venetië gelegen. Elke dag moeten we behoorlijk vroeg
uit de veren (zo tussen zes uur en kwart voor zeven). Na het ontbijt volgt dan
de lange reis naar de bezienswaardigheden: een uur met de bus naar de veerboot,
waarna al met al nog een half uur varen met de vaporetto (8 gulden per rit) naar
het San Marco - plein. Ook tijdens de excursiedagen naar Verona en naar Vicenza
/ Padua moeten we vroeg opstaan.
Die afgelegenheid is niet het enige minpunt van het hotel. De staf spreekt er
nauwelijks of geen Engels of Duits en behandelt ons toeristenvee afstandelijk en
koel. Er kan geen glimlachje van af. Bovendien is het avondeten (het diner dat
in de reissom is inbegrepen) onder de maat, zowel wat hoeveelheid als wat de
kwaliteit betreft. Vooral de eerste avond is het huilen met de pet op. Slechts
twee jonge, onervaren bedienden (stagiaires?)moeten een gezelschap van vijftig
personen geheel verzorgen. Lange wachttijden en geen drinken zijn het gevolg.
Ondertussen maken we kennis met enkele van onze reisgenoten. Behalve onze
burgemeester zit ook Henk K., een visserszoon uit Urk aan onze tafel. Over
hem zullen we in een apart kader meer vertellen.
Van de zes diners die we in het hotel krijgen aangeboden is er slechts één die
de toets der kritiek kan doorstaan. En dat komt ook nog omdat we van enkele
vegetariërs gebraden kip krijgen aangeboden. Ons voortdurend klagen over de
minieme hoeveelheden heeft dus toch een gunstig effect gehad. Reisleidster Alice
en chauffeur Robert zitten elke avond apart te eten; die afzondering wordt door
een aantal leden van het gezelschap niet op prijs gesteld. Al de tweede avond
heeft er zich een tafel gevormd waar de rokers zich ophouden. Aangezien het een
ouder gezelschap is, wordt er niet erg moeilijk gedaan over roken aan tafel,
gelukkig maar. Na het eten gaan we gewoonlijk nog even naar buiten, maar daar is
weinig te beleven. De bar vinden we niet aantrekkelijk, vandaar dat we onze fles
whisky op onze kamer soldaat maken. Later zullen we een drankvoorraad inslaan
bij de Spar - supermarkt die in het overdekte winkelcentrum naast het hotel
ligt. De laatste dag maakt Jos daar voor ruim tweehonderd gulden aan lires op
door allerlei lekkere etenswaar (kaas, worst, vis e.d.) te kopen.

 |