|

We vinden Padua (in het Italiaans Padova) veel gezelliger dan de steden
Verona en Vicenza. Toch staan deze laatste meer in de belangstelling. Padua kan
bogen op een lange historie en een prachtig binnenstad, maar de meeste Italianen
kennen de stad als een bedevaartsoord en wel voor de Heilige Antonius, die van
de verloren voorwerpen. In de plaatselijke Basilica (Il Santo genoemd hier)
wordt hij vereerd en liggen spullen en botten die aan hem worden toegeschreven.
De dweperige manier waarop de Italianen hem aanbidden staat ons als nuchtere
noorderlingen nogal tegen. De offer(ande)s en ex voto’s aan de muur (de wonderen
zijn de wereld nog niet uit!) doen ons aan de kapel van O.L.V. in ‘t Zand in
Roermond denken. Pater Pio (een nieuwerwetse heilige, in ieder geval zalige
priester...) is hier ook populair.
Padua is een typische studentenstad, iets wat doorgaans voor meer sfeer en
levendigheid in de straten zorgt. Het mooiste vinden we er de middeleeuwse
gerechtshoven, kerken, het raadhuis en de gewone historische burgerhuizen.
Gezamenlijk met de groep bewonderen we het middeleeuwse Baptisterium (een apart
staande doopkapel met de best bewaard gebleven fresco-cycli uit de twaalfde
eeuw) naast de Duomo gelegen. Om er te komen maken we een wandeling door de
historische binnenstad met zijn prachtige architectuur; er is ook veel gotiek
vertegenwoordigd. De groep loopt zonder iets te bestellen brutaalweg door het
adembenemend mooie Art Deco - café Pedrocchi, maar Clim en ik en het
burgemeestersechtpaar vinden dat beneden onze waardigheid.
Scrovegni-kapel
In de late namiddag staat er tenslotte een ander artistiek hoogtepunt op het
programma: de Scrovegni-kapel. De rijke stadsbestuurder (brute potentaat)
Scrovegni liet de kapel in 1302 bouwen in de hoop zijn dode vader te kunnen
redden van de verdoemenis die hem door Dante in zijn Inferno toegewenst was. De
fresco’s aan de muren en plafond zijn in twee jaar tijd geschilderd door Giotto.
Door hun verhalende kracht hebben ze een belangrijke invloed uitgeoefend op de
ontwikkeling van de Europese kunst. En inderdaad, we moeten toegeven dat het ons
imponeert, zeker ook omdat alles nauwgezet gerestaureerd is. Er worden alleen
groepen tot de kapel toegelaten; iets waar strikt op wordt toegezien. De groepen
belangstellenden in grote cultuur staan hier gewoon geduldig in de rij te
wachten op hun beurt. Gedwongen
door tijdgebrek “doen” we in een kwartiertje tijd het aanpalend museum. Jammer,
er wordt best een interessante collecties tentoongesteld.
|
 |
| |
|
FOTOCOLLAGE SCROVEGNI KAPEL (GIOTTO)
(Klik op het miniatuur voor een vergroting)
Tussendoor nemen we in een goedkoop ogend cafetaria enkele broodjes en stukjes
pizza als lunch. Bij het afrekenen blijkt dat we ons deerlijk in de prijzen
hebben vergist, de rekening (wel inclusief halve liters) is astronomisch hoog.
Nog een klein half uur zitten we op een prachtig ovaal plein dat door een gracht
omgeven wordt en vol replica’s van klassieke beelden staat. Clim ligt languit op
de brede balustrade, terwijl Jos zijn nieuwe Canon Eos - camera uitprobeert op
fotogenieke objecten.

PADUA
Trefpunt van kunstenaars
Het moderne Padua heeft in zijn historisch centrum een aantal
waardevolle kunstschatten.
WETENSWAARDIGHEDEN
Het historische stadsdeel wordt omgeven door een gekanaliseerde arm
van de rivier Bacchiglione en het centrum hiervan vindt men rond de
Piazza Cavour en de universiteit. Hieruit blijkt dat Padua al in het
grijze verleden een cultuur- en kunstcentrum was voor de hele regio.
Vlak bij de Piazza Cavour ligt aan een klein pleintje het beroemde
café Pedrocchi in neoklassieke bouwstijl, het trefpunt van de
intelligentsia in de 19e eeuw. Daar dichtbij staat het
universiteitsgebouw uit de 16e eeuw, waar het eerste anatomisch
theater van Europa werd geďnstalleerd. In dezelfde straat bevindt
zich het Municipio, de voormalige residentie van de plaatselijke
autoriteiten. Daarachter staat tussen twee charmante pleintjes, de
Piazza delle Erbe (kruidenmarkt) en de Piazza della Frutta
(fruitmarkt), het Palazzo della Ragione (13e-14e eeuw), met fraaie
zuilengalerijen en een dak in de vorm van een scheepsromp. In het
park ten noorden van het gemeentemuseum staat de Cappella degli
Scrovegni, ook wel Arenakapel genoemd, waarvan het Romaans -gotische
interieur is verlucht met fresco's van Giotto. Beroemd zijn verder
de kerk van Eremitani met fresco's van Mantegna, de tombe van de
heilige Antonius en het altaar van Donatello in de monumentale
basiliek IJ Santo. De moderne stad is daarentegen weinig
interessant.
CIJFERS
Bevolking: 242.000 inwoners / Hoogte: 12 m
De geleerde stad
Al in de Middeleeuwen was Padua een vooraanstaand cultuurcentrum van
kunstenaars en schrijvers.
Volgens de legende zou Padua zijn gesticht door de Trojaan Antenor,
de broer van Priamus. Uit opgravingen blijkt dat op deze plaats in
de 10e eeuw voor onze jaartelling een dorp aan een meertje lag. In
de 4e eeuw v.Chr. duikt Padua na de bezetting door de Galliërs in de
geschiedenis op. De stad behoorde tot het rijk der Etrusken en kwam
in 49 v.Chr. onder Romeins gezag met de naam Patavium. In het
Romeinse Rijk werd Padua als toegangspoort tot de zee in de Povlakte
een welvarende stad door het handelsverkeer met de Balkan. De
invallen van de Hunnen verdreven omstreeks 451 de stadsbevolking
naar de eilandjes in de lagune. In de 11e eeuw kreeg Padua
stadsrechten, voerde eerst strijd tegen Verona en Venetië, maar
verbond zich later met deze steden tegen keizer Barbarossa. Als lid
van de Lombardische Liga verzette de vrije stad zich in de 13e eeuw
tegen de door de Duitse keizer Frederik TI aangestelde Ezzalino da
Romano. Ondanks de overheersende invloed van Venetië kon Padua zich
in de 15e eeuw verder ontwikkelen. De indijking van de rivieren en
het droogleggen van de moerassen droegen bij tot de economische
opleving. Inmiddels had de 13eeeuwse universiteit al buiten de
landsgrenzen bekendheid verworven. De namen van Galileď en Dante
zijn onverbrekelijk verbonden met deze academie. Tot op heden heeft
Padua de bijnaam Docte - de geleerde stad. Na de bezetting door
Napoleon in 1797 kwam Padua bij het verdrag van Campoformio aan
Oostenrijk, evenals de rest van de provincie Veneto. In 1866 kwam de
stad definitief aan Italië. Na een periode van achteruitgang is de
provinciehoofdstad Padua tegenwoordig het hart van een bedrijvig
industriegebied.
|

 |