|
Het is zaterdagmorgen 22 april 2000. Het is stralend weer en we hebben er zin
in. Met taxi en trein bereiken we ons opstappunt Venlo NS -station, voor alle
zekerheid ruim drie kwartier te vroeg. Te beoordelen naar de labels op hun
koffers ontdekken we dat er medereizigers zijn. Jos koopt bij het
Grenswisselkantoor voor tweehonderd gulden lires in. De bus komt min of meer op
tijd aan, zo rond tien voor twaalf. Ze is afgeladen vol met 41 personen (één rij
heeft Comfort Class beenruimte, daarom zijn er minder plaatsen), maar we vinden
nog een plaatsje helemaal achterin. Een eerste indruk leert ons dat wij met rond
vijftig jaar bij de jongeren horen. Robert de chauffeur is een jonge, goedlachse
Tukker uit Holten. Hij rijdt eigenlijk voor de grote reisorganisatie OAD, maar
is voor deze reis uitgeleend aan SRC. De reisleidster stelt zich voor als Alice
Richardson, waarover later meer.
Al bij de Raststätte Frechen onder Keulen wordt gestopt voor de lunch. De meeste
reisgenoten zitten al uren in de bus; ze zijn heel vroeg in Utrecht of Amsterdam
opgestapt. Wij als Limburgers hebben nu eens een keer mazzel. In Frechen lopen
we ons eerste half uur vertraging op; Alice heeft het diascherm voor de geplande
Palladio -presentatie vergeten. Een medewerker van SRC zou haar dat scherm hier
komen nabrengen, maar niemand verschijnt. Een heel stuk verderop in Duitsland
kan het alsnog overhandigd worden. In hotel Spreziano zal later blijken dat deze
operatie helemaal niet nodig was, want het hotel beschikte over uitstekende
faciliteiten voor diapresentaties!
We zitten in totaal dik anderhalve dag in de bus. Onze route door Duitsland,
Oostenrijk en Italië ziet er globaal als volgt uit:
Venlo - Keulen - Wiesbaden - Frankfurt - Würzburg - Augsburg. In de buurt van
die stad overnachten we. De volgende dag gaat het verder via München, Innsbruck,
Bolzano, Verona, Padua naar Treviso. In dit laatste provinciestadje, zo’n 50
kilometer ten noorden van Venetië gelegen, zullen we zes nachten verblijven in
hotel Spreziano.
 |
 |
Na verloop van tijd blijkt dat de airconditioning van de bus het niet goed doet.
Robert de chauffeur stopt een paar keer om hem handmatig te herstellen, maar dat
lukt slechts ten dele. Ergens in de Spessart houden we nog een lange rustpauze
bij een hotel met een Biergarten vlak langs de Autobahn, waar trouwens bijzonder
hard op wordt gescheurd. Meestal zijn daar geen snelheidsbeperkingen. We moeten
er van opkijken. Door al dit oponthoud komen we anderhalf uur later dan voorzien
aan bij ons overnachtinghotel in Zusmarshausen, een dorpje onder de rook van
Augsburg.
We gaan direct aan tafel, hongerig als we zijn. Helaas wordt hier niet, zoals we
hopen, een “gute Bürgermannsküche” geboden, maar een karig lapje vlees met wat
soep, salade en een toetje. We zitten aan tafel met een psycholoog van de
universiteit uit Tilburg. Na een korte avondwandeling door het dorp duiken we
voor ons doen vrij vroeg onder ons warme, Midden-Europese dekbed.
De volgende dag is het Pasen. Al om zes uur in de morgen worden we gewekt door
klokkengebeier (Gebeier in Beieren...). Even later beginnen de koeien op een
nabije stal te loeien om gemolken te worden. Douchen, inpakken en ontbijten. Het
assortiment aan uitgestalde etenswaar is redelijk. We zitten aan tafel met een
ouder, ietwat gedistingeerd echtpaar, genaamd van Z. uit een Brabants dorp. Met
de heer van Z. zal Clim een soort wedstrijd houden wie van beiden de meeste
keren met stropdas verschijnt. Helemaal op het laatst van de reis moet van Z.
ons, niet zonder enige trots overigens, bekennen dat hij oud-burgemeester van
zijn dorp is.
 |
 |
De tweede dag rijden we allereerst naar een garage in een van de buitenwijken
van München. Daar wacht ons een in DAF gespecialiseerde monteur op. Later blijkt
ook deze monteur het euvel aan de airco niet hebben te kunnen verhelpen. We
rijden de bergen in. Even achter de grote Oostenrijkse stad Innsbruck begint de
Brennerpas. De oude pas zelf zien we regelmatig ver onder ons door het dal
kronkelen. Wijzelf rijden op de hoog tegen de hellingen gelegen autosnelweg die
dankzij viaducten en tunnels de kortste weg kan nemen. We lunchen in een
vestiging van het restaurantketen Wienerwald; uiteraard bestellen we er Wiener
Schnitzel. Clim rekent er met zijn credit card af.
| Hoewel de uitzichten vanaf de terrassen van het Wienerwald niet direct
overweldigend zijn heb je er toch al een indruk van de schoonheid van de bergen.
Nadat we de indrukwekkende Europa-Brücke hebben gepasseerd ligt het Iller-Tal
voor ons. Achter Kufstein ligt de grens met Italië. Er zijn geen
douaneformaliteiten, want de chauffeur heeft een vignet moeten aanschaffen
waarmee hij ongestoord door Oostenrijk kan rijden. Natuurlijk moet hij wel
steeds voor de tolwegen betalen, dat doet hij met een soort credit card;
doorgaans heeft dit weinig om het lijf.
Het Italiaanse gedeelte van de Alpen wordt Zuid-Tirol genoemd. De plaatselijke
bevolking is de facto Oostenrijks en spreekt nog steeds Duits tot ergernis van
de bureaucraten in het verre Rome. We zijn in de Dolomieten beland, een gebergte
dat ons wel aanspreekt door de ruwe toppen en grillige vormen. De bergen zijn
hier een stuk minder hoog dan hun grote broers in meer noordelijk gelegen
streken. In de buurt van Trento (bekend van het concilie) hebben we een
koffiebreak. Daar gaan de eerste cappuccino’s naar binnen en neemt Clim met zijn
pinpas een aanzienlijke voorraad Italiaanse lires op. Even later dalen we af
naar de Po - vlakte. Het verkeer wordt er al meteen intensiever. Parallel met
het Garda - meer rijden we via Verona en Padua door naar het stadje Treviso,
waar we toch al weer tamelijk laat in ons hotel Spreziano aankomen.
|
 |

 |
 |
TRENTINO / ALTO ADIGE
De schoonheid van de oostelijke Alpen
De imposante gebergten van Trentino - Alto Adige vormen de
afscheiding met het Duitse taalgebied.
Trentino - Alto Adige, de noordelijkste regio van Italië, grenst in
het westen aan Zwitserland en Lombardije, in het zuiden en oosten
aan Venetië en in het noorden aan Oostenrijk. Dankzij de vallei van
de Adige die naar de Brennerpas (1375 m) leidt, is het ook een
verkeersknooppunt tussen Italië en Oostenrijk. Het reliëf is hoog en
er zijn verscheidene toppen van meer dan 3000 m in dit deel van de
oostelijke Alpen. De Adigevallei begrenst, samen met de Isarco- en
de Rienzavallei, de Alpi Atesine, die ter hoogte van de Brennerpas
in twee delen uiteenvallen; in het westen de Alpi Venoste (3736 m)
en in het oosten de Alpi Aurine (3510 m). Westelijk van de Adige
bevinden zich de kristallijnen massieven OrtlesCevedale (3905 m) en
AdamelloPresanella. Oostelijk van de rivier wordt het reliëf
beheerst door het kalkgebergte van de Dolomieten. Ondanks de hoogte
is de regio betrekkelijk goed bereikbaar dankzij de aanwezigheid van
diepe gletsjervalleien. Het in het algemeen strenge klimaat varieert
afhankelijk van de hoogte; in de dalen is het milder.
De architectuur in de regio vertoont duidelijke Oostenrijkse
invloeden.
WETENSWAARDIGHEDEN
Belangrijkste steden: Trento en Bolzano (Bozen in het Duits –
Zuidtirools)
Talen: Italiaans, Duits / Godsdienst: katholicisme
CIJFERS
Oppervlakte: 13.613 km² / Bevolking: 870.000
inwoners / Hoogste punt: 3905 m (Ortles)
Een deel van Italië met veel Duitstaligen
Trentino - Alto Adige, waar de Latijnse en de Germaanse
beschaving elkaar ontmoeten, draagt in de architectuur van zijn
steden en in de gewoonten van de bevolking de sporen van beide
culturen.
Het via de Brennerpas gemakkelijk toegankelijke Trentino wordt
geromaniseerd omstreeks de 3e eeuw v. Chr. De hoofdstad, die dan nog
Tridentium heet, wordt in die tijd een plaats van groot strategisch
belang. Na te zijn veroverd door de Goten wordt het gebied door de
Lombarden tot een eenheid gevormd, om vervolgens in 952 bij
Duitsland te komen. In 1027 sticht de keizer Konrad het kerkelijk
vorstendom Trente. De bisschoppen blijven aan de macht tot het begin
van de 19e eeuw. Trentino, dat al in 1363 onder Habsburgse invloed
is gekomen, wordt in 1802 door Napoleon aan Oostenrijk gegeven maar
wordt in 1810 opgenomen in het koninkrijk Italië. Na in 1816 opnieuw
door Oostenrijk te zijn ingelijfd komt het gebied na de Eerste
Wereldoorlog uiteindelijk terug bij de Italiaanse republiek. Ondanks
de autonome status die de regio in 1948 krijgt toegekend, zorgt de
aanwezigheid van een grote Duitstalige bevolking voor veel
spanningen. Net als in andere bergstreken zorgen de natuurlijke
omstandigheden ervoor dat een groot deel van de bevolking wegtrekt
naar de dalen en de steden, ondanks het zowel 's zomers als' s
winters bloeiende toerisme en de zeer populaire wintersportoorden.
Naast het toerisme is de landbouw de belangrijkste pijler van de
economie in deze regio. Wijngaarden beheersen het landschap en de
Adigevallei is de grootste appelboomgaard van Europa. De industrieën
zijn gelieerd aan de natuurlijke rijkdommen (o.a.
hydro-elektriciteit, houtverwerking).
KLIMAAT
Streng bergklimaat. Temperaturen variërend afhankelijk van de
hoogte.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Trento: de Duomo, de Via Belenzani, het castello del Buonconsiglio,
de kathedraal.
Bolzano: de Duomo, de Piazza delle Erbe, de Via dei Portici, het
Museo Civico.
Het Lago Caldaro
De watervallen van Nardis (bij Pinzolo)
De route door de Dolomieten.
Riva del Garda en de noordoever van het Gardameer.
|
| |
|
 |
 |
|
Wat is de SRC voor een organisatie?
Ü De
Speciale Reizen Centrale bestaat nu ongeveer 20 jaar. Het is een
organisatie die in Groningen is gevestigd en zich oorspronkelijk
specialiseerde in culturele busreizen naar het nabije buitenland
(Tsjechië, Duitsland, Frankrijk). Inmiddels is de SRC uitgegroeid
tot een middelgrote touroperator die haar reisaanbod heeft
uitgebreid met vliegreizen naar de meer afgelegen landen in Europa,
zoals Spanje, Italië, Griekenland en Turkije. Sinds kort heeft ze
ook verre reizen naar exotische oorden als Thailand, Mexico en Sri
Lanka in haar pakket.
Ü Jos
heeft al een keer of vijf met de Centrale gereisd, o.a. naar Malta
en Egypte . Met de SRC zijn we ook tweemaal in Spanje geweest.
Opvallend is het hoge opleidingspeil van de reisleiders. Meestal
zijn dat al wat oudere mensen die in het verleden
kunstgeschiedenis, talen of architectuur hebben gestudeerd. Voorts
valt op dat zij voornamelijk een erudiet, cultureel goed onderlegd
publiek trekt. Ook tijdens deze reis zijn weer eens veel mensen uit
met name de onderwijswereld van de partij. De SRC kiest voor goede
middenklassenhotels, meestal in de driesterrenreeks. Voor de
excursies die zij organiseert moet je apart bijbetalen, tenzij die
uitdrukkelijk in het reisprogramma staan vermeld. |


|