

VERTREK NAAR ITALIË
Ruimschoots op tijd bel ik vóór half negen een taxi. Die komt pas om drie voor
negen aanzetten. Om negen uur bevinden we ons in de tunnel nabij het station van
Roermond. Zal ik de trein van
09.02 uur nog halen? Jawel, dankzij een vertraging van enkele minuten weet ik
nog net bijtijds de rokerscoupe vinnen te dringen. Het is er al erg druk op deze
zaterdagmorgen. Ik ontmoet een van mijn leerlingen, Pim D., die op weg is
naar het PSV – stadion om daar als steward te gaan optreden.
Als ik moet overstappen in Duivendrecht, onder de rook van Amsterdam, is het
weer dringen geblazen in het gewoel. Waar gaat al dat volk op de vrije zaterdag
naar toe? Naar Schiphol, net als ik, zo blijkt als de trein volledig leegstroomt
op het ondergrondse station aldaar. De meeste reizigers behoren tot de grijze
golf die naar zuidelijke landen de zon gaan aanbidden, omdat die hun verkleumde
botten zo goed weet te warmen.
Het effect van Nine Eleven (aanslag New York) is ook hier op Schiphol duidelijk
waarneembaar. Door de stringente controles ontstaan er ellenlange rijen. Ze
hebben er het check-in systeem gewijzigd in het Amerikaanse model: vanuit een
lange rij word je doorverwezen naar de balie waar je moet zijn. Opvallend is ook
dat vergeleken met vorige jaren het gehalte aan zwarten bij het personeel groter
is geworden. Ook wat dit betreft gaat het ooit zo eigenzinnige Europa steeds
meer op haar Grote Broer de United States lijken.
De KLM - vlucht (inmiddels aan de leiband van Air France, dit verslag stamt uit
oktober 2003…) duurt nog geen twee uur. Mijn medereizigers bestaan vooral uit Italo’s van alle rangen en standen en toeristen die in Noord – Italië of
Slovenië op wintersport gaan. Om 15.00 uur komen we op de luchthaven Mestre bij
Venetië aan. Ik verken op mijn gemak de situatie en de mogelijkheden om zo snel
mogelijk in Trieste, mijn uiteindelijke doel vandaag te komen. Met de airportbus rij ik naar het station van Mestre, waar ik de sneltrein naar Trieste in het
uiterste oosten van de Italiaanse laars kan nemen. Het wordt toch nog een reisje
van rond twee uur, vergelijkbaar met Roermond - Amsterdam. Hier is de prijs € 6,
in Nederland zou ik daarvoor € 19 moeten neertellen! Behoorlijke prijsverschillen binnen de
EU dus. Onderweg doe ik een dutje, dat heb ik wel verdiend vind ik. Als we
aankomen is de trein verlaten, ik ben praktisch de enige reiziger die het tot
deze uithoek heeft volgehouden.
Op het slecht verlichte station kijk ik eerst even de kat uit de boom, waarna ik
te voet op zoek ga naar een hotelkamer. Zeker een half uur sjouw ik met mijn
zware reistas vruchteloos rond. Ik loop door het hele centrum en bereik de
haven. Van een hotel geen spoor. Ik krijg langzamerhand een lamme arm en
schouder van de loodzware tas. Herhaaldelijk moet ik stoppen om op adem te
komen. Ik besluit dan maar via een andere weg terug te lopen en een duurder
hotel te nemen; zo beland ik bij La Posta, een drie-sterrenhotel waar ik voor 70
€ een nette kamer krijg, inclusief ontbijtbuffet. De meisjes (nou ja, dames van
onbestemde leeftijd…) achter de balie spreken zowaar Engels en Duits. Nogal
wiedes, ze blijken allebei uit Oostenrijk te komen. Het hotel bevindt zich in een
opgeknapt herenhuis van rond de eeuwwisseling (1900 dus…)
Na acht uur ga ik de omgeving verkennen. Het heeft net geregend en de straten
glinsteren van het vocht. De temperatuur bedraagt 8 graden. Er is niet veel te
doen hier. Ik drink cappuccino in een cafetaria; die is in Italië goedkoop,
meestal een euro of iets meer per stuk. Weer terug op mijn kamer krijg ik
problemen met de gecomputeriseerde minibar. Ik verplaats namelijk 4 blikjes om
mijn fles whisky kwijt te kunnen, later blijken die automatisch op mijn rekening
te zijn beland! In het vervolg uitkijken geblazen dus. Door de warmte in de
kamer slaap ik niet echt aangenaam.
TRIESTE VERKENNEN
Ik ontbijt chique bij de open haard in de eetkamer. Het ontbijt ziet er
onweerstaanbaar uit, dat mag ook wel voor die prijs. De koffie is heerlijk sterk
en het brood vers. Minpunt: er is te weinig vlees en kaas naar mijn smaak. Pas
na elven ga ik op pad. Het is bedompt weer. Ik loop naar het station om daar
informatiemateriaal over de stad te vergaren. Daarna bezoek ik het centrum,
onder andere het centrale Piazza Inlia (vol kerststalletjes, druk dus) en de
haven die ooit erg belangrijk was voor het Oostenrijkse Habsburgse monarchie.
Trieste was hun enige toegang tot de zee. Door het centrum lopen kanalen, wat
het een beetje op Venetië doet lijken.
In een cafetaria eet ik aan de bar brood en gekruide gehaktballen. Daar raak ik
in gesprek met de vader van de jonge kelner. Hij is een gewezen archeoloog en
filoloog die vroeger op de lokale universiteit heeft lesgegeven. Nog niet zo
lang geleden heeft hij een hersenbloeding gehad, waardoor zijn spraak nog steeds
gestoord is. Het is moeizaam communiceren met hem, maar hij blijkt wel 5 talen
te spreken en nog goed ook. Hij probeert me te betrekken in een linguïstisch
gesprek over de relatie van het Arabisch in Irak met de proto – Europese talen.
Daar moet ik helaas afhaken. De kastelein is zichtbaar trots op zijn erudiete
vader.
Ik vind de stad niet mooi. Vroeger moet ze veel sfeer hebben gehad en veel
schrijvers voelden zich hier thuis (Italo Svevo, James Joyce o.a.), maar daar
merk ik niet veel van op hier en daar een gebouw uit betere tijden na dan,
vergane glorie meestal. Ik loop naar het kasteel waar ik niet naar binnen kan en
bezoek nog een aantal kerken. Het stadsmuseum gaat net voor mijn neus dicht. Ik
keer terug naar mijn hotel om wat te luieren en te lezen.
‘s Avonds ga ik een treinkaartje naar Ljubljana voor de volgende dag regelen. Ik
blijk niet te hoeven reserveren, wat ik raar vind voor een internationale reis. De
lokettiste maakt me in het Italiaans duidelijk dat het nooit druk is op dat
traject. Ik zoek een internetcafé, maar die zijn dun gezaaid. Italië is
welvarend, iedereen heeft zelf een internetaansluiting thuis.

AANKOMST IN SLOVENIË
Het is maandag. Ik sta om 8 uur op, check een uur later uit en begeef me te voet
naar het station. De trein vertrekt stipt op tijd. Bij de grens met Slovenië
staan we lang stil, maar buiten gebeurt zo te zien niets. We rijden door het karstlandschap, waarvan door de mist niet veel te zien is, jammer. De trein is, zoals
door de lokettiste reeds voorspeld, bijna helemaal leeg. Ik had helemaal geen 1e
klas kaartje hoeven te kopen!
Ga naar het verslag van SLOVENIË.


|