|

Uitslapen tot negen uur, waarna ik me uitgebreid moet insmeren vanwege de
ondraaglijke jeuk op bovenbenen en –armen. Ik koop alvast een busticket naar het
vliegveld voor de volgende dag. Daarvoor moet ik bij het stationsloket lang in
de rij staan. Vervolgens daal ik af naar het metro-station om naar Ponte Tiburtina te gaan waar ik wel een juiste bus naar Tivoli te pakken krijg.
Vlakbij het stadje krijgen we onder aan een helling panne: de bus is geen meter
meer vooruit te krijgen. Gelukkig ligt de bebouwde kern op loopafstand.
Halverwege word ik door een ander, lege bus opgepikt. Het begint hard
te regenen, zodat ik mijn trip naar de villa Hadrianus even moet uitstellen. Een
uur later ben ik op weg, maar door onoplettendheid stap ik te laat uit, waardoor
ik 2 kilometer terug moet lopen. Enfin, uiteindelijk bereik ik toch het enorm
uitgestrekte, imposante villacomplex. Het is zo groot als een dorp, met veel
waterpartijen en fonteinen. Veel ruďnes zijn tot halverwege opgebouwd, wat je
een betere indruk geeft van hoe het ooit geweest moet zijn. Bouwmeesters waren
ze zeker, die oude Romeinen. Jammer dat het zwaar bewolkt weer is, zodat mijn
foto’s niet goed uit de verf zijn gekomen.
De terugreis is weer even hectisch als de heenreis: drie keer overstappen
op een andere bus, daarna de metro in Rome naar het hotel. Onderweg geselen
hagelstenen zo groot als duiveneieren ons blikken gevaarte. Niet ver van ons af
slaat de bliksem in. Op mijn kamer smeer ik een voorraadje boterhammen (met veel
kaas en worst) voor de volgende dag als ik op de terugreis ga.
TERUGREIS
Van de terugreis kan ik me niet veel meer herinneren. Ik kan het hotel
in ieder geval met mijn VISA credit kaart betalen. Een ticket voor de Airport
bus heb ik al. Daarna gaat alles gewoon gesmeerd. Ik ben ruimschoots op tijd
terug in Brussel om de trein naar Luik, Maastricht en tenslotte Roermond te
halen. Het loopt dan langzamerhand tegen de avond.

|