Trevifontein
De Trevifontein is ontworpen door Nicola Salvi en gebouwd in de 18de
eeuw. Het is een voorbeeld van de hoge barok. Beelden van goden en
paarden sieren de fontein, en de twee Tritons aan weerskanten van
Neptunus, de Romeinse god van de zee, lijken klaar te staan om zijn
gevleugelde strijdwagen voort te trekken. Volgens de traditie keert
iemand die een muntje in de fontein gooit, ooit terug naar Rome. |
 |
 |
|
Barokfontein waar bezoekers een wens doen, terwijl ze muntjes in het
water gooien
De
26 meter hoge en 20 meter brede Fontana di Trevi (Trevifontein)
domineert het kleine Palazzo Poli in Rome’s Treviwijk. De
witmarmeren fontein is een fraai voorbeeld van weelderige
barokvormen tegen de achtergrond van de gevel van het Palazzo Poli.
Het water voor de fontein komt van de Salonebronnen, 22 km buiten
Rome en wordt aangevoerd door het aquaduct Aqua Virgo, gebouwd in
het jaar 19 v.Chr.
Het idee voor de fontein stamt uit 1629, toen Paus Urbanus VIII de
beeldhouwer en architect Gianlorenzo Bernini opdracht gaf een aantal
ontwerpen te maken. Bernini koos de locatie op het plein tegenover
wat toen de residentie van de paus was en nu die van de Italiaanse
president. Na de dood van de paus in 1644 werd het project echter
afgeblazen. Paus Clemens XII blies het plan nieuw leven in en de
uiteindelijke fontein was een ontwerp van de architect Nicola Salvi.
Salvi deed in 1730 mee aan een door de paus uitgeschreven
ontwerpwedstrijd voor de fontein, maar verloor van zijn rivaal de
Florentijnse architect Alessandro Galilei. Salvi kreeg echter toch
de opdracht omdat het publiek eiste dat een plaatselijke man het
ontwerp zou maken. De bouw begon in 1732 en werd in 1762 voltooid
door Giuseppe Pannini na de dood van zowel Salvi als de paus.
In
het midden staat een beeld van de zeegod Neptunus, afgebeeld in een
door zeepaarden getrokken, schelpvormige wagen. In de nissen aan
weerskanten staan beelden van de Overvloed en de Gezondheid. Boven
de beelden bevinden zich bas-reliëfs met de geschiedenis van Rome’s
aquaducten. Het is een populair gebruik, gebaseerd op een oude
legende, om muntjes in de Trevifontein te gooien. De bezoeker die
één munt over zijn schouder gooit, komt ooit terug naar Rome. Bij de
tweede munt mag u een wens doen. |
 |
Ik neem de bus naar het centrum en bekijk het bruilofttaartachtige
monument en paleis voor de laatste Italiaanse koning Victor Emmanuel. Na veel
trappen bereik ik het bordes, waar je een weids uitzicht over de stad hebt, zo
hoog ligt deze suikertaart. Weer de bus in, maar ik vergeet op tijd uit te
stappen, zodat ik aan de overkant van de Tiber terecht kom. Ik loop over een van
de bruggen terug en zoek het nabijgelegen Piazza Navona met de magistrale
beeldenensembles en fonteinen van Bernini op. Het is er niet zo druk in deze
tijd van het jaar. Toch staan er al verschillende pantomimespelers om het volk
te vermaken.
Monument voor Victor
Emanuel II
Majestueus monument van wit marmer,
symbool van de
eenwording van Italië
Dit robuuste
gebouw, in 1885 ontworpen door Giuseppe Sacconi en ingewijd in 1911,
is een eerbewijs aan de eenwording van Italië en aan Victor Emanuel
II. Als koning van Piemonte, Savooie en Sardinië van 1849 tot 1861,
en vele jaren leider van een beweging voor een verenigd Italië
slaagde Victor Emanuel er in 1860 in het grootste deel van Noord- en
Midden - Italië bij zijn koninkrijk Piemonte - Sardinië te voegen.
Zo was het koninkrijk Italië formeel een feit, met Victor Emanuel
als de eerste heerser. Ondanks zijn inzet bleef Venetië tot
Oostenrijk behoren, terwijl de Pauselijke Staten en het koninkrijk
van beide Siciliën afzonderlijke gebieden bleven. Pas na enkele
jaren strijd gaf Oostenrijk Venetië op en verlieten de Franse legers
Rome, dat in 1871 tot de hoofdstad van het verenigde Italië werd
uitgeroepen. Voor het eerst in duizend jaar was het Italiaanse
schiereiland vrij van de aanwezigheid van een vreemde macht.
Het witmarmeren
monument is bijna overal in de stad zichtbaar. Het heeft een weidse
trap, Korinthische zuilen, fonteinen en twee gevleugelde beelden van
de Overwinning op het dak, elk met een strijdwagen. Victor Emanuel
is afgebeeld in brons op een enorm paard. Het gebouw bevat het Graf
van de Onbekende Soldaat en het Museum van de Italiaanse eenwording.
Het monument
wordt vaak afgeschilderd als te groot en te pretentieus. Men noemt
het wel de 'bruidstaart' of 'typemachine' (een bijnaam van de
Amerikanen uit 1944). Ook de voorgeschiedenis was omstreden, want
een stuk Capitolijnse heuvel en een middeleeuwse wijk werden ervoor
afgebroken. Niettemin blijft het een eerbetoon aan een groots moment
in de Italiaanse geschiedenis. Mussolini had zijn officiële
residentie in het naburige Palazzo Venezia en hield veel
redevoeringen vanaf een balkon dat uitkeek over de Piazza Venezia.
|
PANTHEON
Van
de tempels die de stad rijk is, is het Pantheon een van de best
bewaarde en mooiste. Het Pantheon, zoals de naam zegt ‘een tempel
gewijd aan alle goden’, werd oorspronkelijk door Agrippa, mederegent
van keizer Augustus, ongeveer 25 v.C. gebouwd, maar onder keizer
Hadrianus tussen 118 en 128 n.C. ingrijpend verbouwd. Het bestaat
uit een rechthoekige voorhal en een rotonde die door een koepel is
overdekt. De hoogte en de middellijn van de rotonde bedragen beide
ca. 43 m. In de muur bevinden zich een ingangsboog en zeven, ronde
en recht-hoekige, nissen. De koepel heeft een cassettenplafond met
in het midden een opening van ca. 9 m waardoor het daglicht
binnenvalt.

Gebouwd
als tempel voor alle goden en befaamd
om de reusachtige, intacte
koepel
Het Pantheon
staat aan de Piazza della Rotonda en valt op vanwege de koepel die
wordt beschouwd als een van de hoogstandjes van Romeinse bouwkunst -
alleen al omdat hij na tweeduizend jaar nog intact is ondanks de
moerassige ondergrond.
De binnenkant
bestaat uit een enorme ronde ruimte met een vloer van graniet en
geel marmer, en een halfronde koepel. De hoogte van de vloer tot de
43,3 meter hoge top van de koepel is precies gelijk aan de diameter,
zodat een volmaakte halve bol wordt gevormd. Het daglicht valt naar
binnen door een ronde opening - het oog (oculus) genaamd - in de top
van de koepel.
Het Pantheon
werd rond het jaar 120 gebouwd in opdracht van keizer Hadrianus op
de plek van een tempel van de Romeinse staatsman en generaal Marcus
Agrippa uit 27 v.Chr. Agrippa's gebouw werd in 80 n. Chr. door brand
verwoest, maar zijn naam staat boven de ingang van Hadrianus'
elegante bouwwerk, dat in zijn tijd heel vooruitstrevend was en deed
denken aan een Griekse tempel. 'Pantheon' betekent 'tempel van alle
goden' en het gebouw was oorspronkelijk opgedragen aan de goden van
de oude Romeinen. De Byzantijnse keizer Phocas gaf de tempel in 609
aan paus Bonifacius IV, die er de christelijke kerk Santa Maria ad
Martyres van maakte. Op het forum van Rome werd een zuil opgericht
ter ere van Phocas' geschenk,
In de loop der
eeuwen werd het gebouw leeggeroofd en beschadigd en in 663 verloor
het zijn vergulde bronzen dakpannen toen de Byzantijnse keizer
Constans II het plunderde. Paus Urbanus VIII haalde de bronzen
balken uit het plafond van het portiek om er kanonnen mee te gieten
voor de Engelenburcht als deel van zijn plannen om de pauselijke
burcht verder te versterken. Het Pantheon diende ook als grafkelder
en bevat de lichamen van twee Italiaanse koningen en van
renaissanceschilders en -architecten, onder wie Rafael. |
Vlakbij ligt het Pantheon, een van de architectonische topstukken van
de stad, trouwens van de hele oudheid. Tot nu toe is de koepel ervan nog zelden
door moderne architecten geëvenaard. Ik blijf er vrij lang rondhangen en drink
daarna koffie in een zijstraatje nabij het Piazza dei Fori (veel ruïnes); koffie
op een terras aan het plein is stervensduur. Vervol-gens zoek ik de Trevi –
fonteinen op, ik laat het muntjes gooien achterwege. Ook hier weinig toeristen
op de been. Dan is Piazza de Spagna met de kerk San Trinite dei Monti aan de
beurt, alsmede het bekende Farnese Paleis, dat van buiten helemaal niet imposant
uitziet. Ik bekijk er een expositie. Na nog enkele pleinen, kerken en fonteinen
bezichtigd te hebben keer ik terug naar mijn hotel. Ik heb ondanks mijn
weekkaart bijna alles te voet afgelegd. De trekpleisters liggen
vlakbij elkaar in het centrum, maar als je alles moet belopen blijkt het
achteraf nog een hele tippel te zijn. Ik had dan ook blaren onder mijn voeten.
Die avond ga ik weer eens Chinees eten, waarna ik opnieuw op de bus
stap om bij het Sint Pietersplein en rond de Tiber – bruggen nachtfoto’s te gaan
maken. Het resultaat is erg magertjes. De rest van de avond breng ik door met
internetten (nieuws over karnaval in 'de Limburger', e -mail ophalen, mijn
website bekijken en bezoekerteller aanklikken). Ook pin ik weer, deze keer
200.000 lira.

Bernini, Giovanni Lorenzo
Bernini, Giovanni Lorenzo (Napels 7 dec. 1598 – Rome 28 nov. 1680),
Italiaans beeldhouwer, architect, tekenaar en schilder, de grootste
beeldhouwer van de Romeinse barok, was zoon en leerling van Pietro
Bernini. Zijn vroege werken, o.a. David (1619, Gall. Borghese, Rome)
en Neptunus (1620, Victoria and Albert Museum, Londen), tonen reeds
duidelijk typische barokelementen: zin voor het picturale, invloed
van de klassieke kunst, beweging en beweeglijkheid, heftige
gemoedsaandoeningen, grote aandacht voor naturalistische weergave.
Tussen 1623 en 1640 vervaardigde hij het beroemde bronzen baldakijn
in de St.-Pieter te Rome en een reeks realistische portretbustes.
Een reeks werken voor de St.-Pieter volgde, zoals de gigantische
Longinus (1632–1638), die in een pathetisch gebaar de armen heeft
gestrekt. Van fundamentele betekenis voor de ontwikkeling van het
grafmonument in de 17de eeuw is het monument van paus Urbanus VIII,
Bernini's mecenas (1642–1647, St.-Pieter, Rome), waarin Bernini een
harmonisch evenwicht bereikte tussen de architectonische en de
plastische onderdelen. In de beroemde groep Extase van de H. Teresia
(1644–1652, S. Maria della Vittoria, Rome), die deel uitmaakt van
een geraffineerde architectonische compositie, is de pathetiek tot
een hoogtepunt gevoerd. Intussen creëerde Bernini ook een aantal
unieke ontwerpen voor fonteinen (Fontana del Tritone, 1640, Piazza
Barberini, Rome; Fontana dei quattro fiumi, 1647, Piazza Navona,
Rome), waarbij het element van het stromend water met de
architectonische en plastische onderdelen één geheel vormt.
Van Bernini's reis naar Frankrijk in 1665 is het belangrijkste
overgebleven werk de geïdealiseerde portretbuste van Lodewijk XIV
(Versailles), die het voorbeeld werd voor de Franse portrettisten
tot in de 18de eeuw. Van zijn vele belangrijke werken uit de latere
periode kunnen worden genoemd: de cathedra van St.-Pieter
(1657–1666), het ruiterstandbeeld van keizer Constantijn (1654–1670,
Vaticaan), het grafmonument van paus Alexander VII (1671–1678, St.-Pieter,
Rome). Bernini was virtuoos in de technische behandeling van marmer
en brons.
Niet minder belangrijk is zijn architectonisch oeuvre. Aanvankelijk
werkte hij vaak met anderen samen, zoals met Carlo Maderno aan het
Palazzo Barberini (1625–1633, Rome), waarvan het ontwerp van de
hoofdgevel vrijwel zeker van hem is. Zijn eigen stijl vond hij pas
later, zoals in de beroemde colonnade rondom het St.-Pietersplein te
Rome (1656–1667) en in de Scala Regia (1661, Vaticaan), een
perspectivisch meesterstuk. Bernini vermeed bewust abrupte
overgangen; hij gebruikte bij voorkeur vloeiende vormen.
De kunst van Bernini is niet alleen een vorm, maar ook de
uitdrukking van een intens beleefd en met alle middelen nagestreefd
ideaal: de toeschouwer fysiek en emotioneel het onzichtbare in,
buiten en boven het zichtbare te doen voelen en beleven. Zijn
betekenis voor de kunst van de barok is nauwelijks te overschatten.
Talrijke begaafde leerlingen hebben zijn stijl in en buiten Italië
verspreid. |
Creaties van Bernini
 |
 |
Fontein van de vier
rivieren
Meesterwerk
van de barokkunstenaar Gianlorenzo Bernini
"Bernini had [..] als
uitstekende vertolker van de Italiaanse barok een vormende
invloed."
Nicola Hodge en Libby Anson, The A-Z of Art (1996)
De
Fontein van de Vier Rivieren (Fontana dei Quattro Fiumi)
staat op de Piazza Navona - een van de beroemdste en
fraaiste pleinen in Rome - en vormt een meesterstuk van de
vermaarde barokkunstenaar Gianlorenzo Bernini. De Piazza
Navona is ook de vermeende locatie van het martelaarschap
van Sint-Agnes - de fontein staat tegenover de barokkerk
Sant' Agnese in Agorae. De fontein werd gemaakt voor paus
Innocentius X, die Bernini's beschermheer was en tevens een
lid van de machtige familie Pamphili.
De
beelden op de Fontein van de vier rivieren stellen de vier
grote rivieren voor in de continenten die toen bekend waren.
De Nijl van Afrika, de Ganges van Azië, de Donau van Europa
en de Rio de la Plata van Amerika. Elke rivier wordt
vertegenwoordigd door planten en dieren van het
desbetreffende continent en door een allegorische riviergod
die tegen de toren in het midden leunt; een obelisk uit de 1e
eeuw n.Chr. Op de obelisk zit een duif, het symbool van de
Pamphili’s, de familie van paus Innocentius X (die niet ver
van de fontein woonde in het Palazzo Pamphili). Het is
mogelijk dat de fontein de macht van de paus over de toen
bekende wereld uitdrukte.
De
Fontein van de Vier Rivieren is een dynamisch bouwwerk dat
vanuit alle hoeken van de Piazza Navona zichtbaar is. Hij is
een belangrijk politiek symbool van de pauselijke macht die
zijn uiterste best deed zijn invloed te behouden na het
schisma van de protestantse reformatie. Naast zijn functie
voor propagandadoeleinden leverde de fontein echter ook
schoon water aan de plaatselijke bevolking in een tijd
voordat er waterleiding was. Dit belangrijke werkstuk was
van de hand van misschien de grootste vertegenwoordiger van
de Italiaanse barok, Gianlorenzo Bernini, die al eerder
fonteinen had gebouwd in Rome, zoals de Fontein van de
Triton en de Fontein van de Bijen, beide op de Piazza
Barberini. |

 |