|
Wat later dan normaal sta ik op. Ik ontbijt met brood op bed. Met de
metro ga ik naar Piramide, waar ik op de trein naar Lido di Ostia overstap.
Onderweg blijkt het baanvlak kapot en moet ik weer overstappen in een inderhaast
geïmproviseerde bus. Een en ander kost me anderhalf uur extra. Pas na twaalven
kom ik in de antieke havenplaats aan.
Het is een erg uitgebreid complex, voor het grootste gedeelte opgegraven.
De ooit zo belangrijke haven is verzand. In de 4de eeuw werd de stad door
aanhoudende malariaplagen verlaten: 100.000 inwoners trokken toen weg. Ik bezoek
er het theater, de thermen en de half overwoekerde huurkazernes. De gebouwen
waren voornamelijk in baksteen opgetrokken.
Om drie uur keer ik terug. Voor de eerste en laatste keer word ik bij de
metro-ingang gecontroleerd. Ik wil gaan eten bij een Koreaan, maar als ik die
vind blijkt hij gesloten. Daarom beperk ik me tot frites met een halve haan en
spinazie. Om dat laatste ging het natuurlijk, dat is mijn lievelingskost. Daarna
ga ik het Internet op om het cryptogram van Jo Heijmann te bekijken en het
carnavalsnieuws uit Roermond te vernemen. Laat op de avond weer herrie op de
gang; de kids zijn weer bijzonder rumoerig.

MEER OVER OSTIA
Ruïnes in Ostia
De oude Italiaanse havenstad Ostia is omstreeks 640 V.C. ontstaan. Het was een
aanvoerhaven voor graantransporten uit Sicilië en Sardinië en diende als
oorlogshaven voor Rome. In de 9de eeuw werd de haven vernietigd, maar in de
middeleeuwen opnieuw in gebruik genomen. De ruïnes van Ostia zijn tegenwoordig
een historische bezienswaardigheid.
1.
STADSBEELD
Het kosmopolitisch karakter van de haven met haar kantoren van
handelscorporaties uit het gehele Middellandse-Zeegebied blijkt uit de veelheid
van uitheemse heiligdommen (o.a. van Isis en Mithras), fora en marktpleinen,
theater, horrea (graanpakhuizen), tabernae (winkels) en thermopolia (kroegen).
Opmerkelijk zijn de grote blokken flatwoningen, soms met een gemeenschappelijke
tuin in het midden, die in baksteen waren opgetrokken (insulae). Mozaïeken en
wandschilderingen verlevendigden de interieurs. Op het grootste marktplein
hadden mozaïekvloeren een met de latere uithangborden vergelijkbare functie voor
de verschillende groepen kooplui uit het gehele rijk. Toen Ostia op het
hoogtepunt van haar bloei was (begin 2de eeuw) woonden er naar schatting 50 000
mensen. Een nieuwe, maar korte periode van opbloei kende de stad in het begin
van de 4de eeuw; daarvan getuigen luxueuze, grootscheeps aangelegde villa's met
nymphaea (fonteinen), mozaïeken, enz. en een vroeg-christelijke, door
Constantijn de Grote gebouwde basilica. Op een eiland tussen de zee en de beide
mondingen van de Tiber ligt de begraafplaats met tal van interessante kleine
grafgebouwen. Ostia heeft de regelmatige stadsaanleg – met loodrecht elkaar
kruisende hoofdstraten (cardo en decumanus) in het midden – steeds behouden. De
eerste uitbreiding vond de plaats in het eerste kwart van de 1ste eeuw v.C. Uit
beide perioden zijn gedeelten van de stadsmuur en de poorten bewaard gebleven. |
 |
2. GESCHIEDENIS
Volgens de traditie was Romes vierde koning, Ancus Marcius (ca. 630 v.C.), de
stichter van Ostia, maar andere bronnen dateren het ontstaan in ca. 338 v.C. Ook
archeologische gegevens wijzen op een nederzetting uit de 4de eeuw v.C., die de
oude Latijnse havenstad Antium (338 v.C. door Rome onderworpen) gedeeltelijk
moest vervangen. Behalve door de grote zoutketen (salinae) en als oorlogshaven
(vooral in de Tweede Punische Oorlog [218–201]) kwam Ostia al vroeg tot bloei
als overslagplaats voor Romes korenvoorziening. Nadat de stad in de burgeroorlog
door Marius was verwoest, werd zij door Sulla herbouwd en gemoderniseerd, met
o.a. ruime nieuwe stadsmuren. Haar grootste uitbreiding en vernieuwing kreeg zij
echter in de keizertijd, vooral sinds Claudius de haven 5 km naar het noorden
van de oude Tibermond verplaatste. Deze nieuwe haveninstallaties (Portus Augusti
of Portus Romanus), waaraan in 42 n.C. werd begonnen, werden door Nero in 54 n.C.
opengesteld en in 106 met een bassin vergroot door Trajanus. Deze gaf ook,
wegens de verzanding van de oude Tibermond, de rivier een nieuwe uitweg naar zee
door een kanaal (fossa Traiana), waardoor een kunstmatig eiland in de Tiberdelta
ontstond (Insula sacra; als begraafplaats gebruikt). Mede door de toenemende
verzanding ook van de nieuwe Tibermond begon eind 4de eeuw Ostia's verval: het
werd herhaaldelijk geplunderd en vrijwel verlaten en in de middeleeuwen werden
de ruïnes als marmergroeven gebruikt.

OSTIA ANTICA

Ostia Antica (v. Lat. ostium = ingang), plaats in Italië, ten
zuidwesten van Rome, met 4000 inw., tezamen met Lido di Ostia (40
000 inw.) deel uitmakend van de agglomeratie en gemeente Rome.
Aansluitend aan de huidige plaats (die een burcht, gebouwd door de
latere paus Julius II [1483–1486], en een 15de-eeuwse kerk bezit)
liggen de resten van de in de oudheid bekende havenstad van Rome,
Ostia, aan de Tibermond (door verzanding thans ca. 3 km van zee
verwijderd). Door regelmatige opgravingen sinds 1870 en vooral vanaf
1909 is ruim driekwart van de oude stad blootgelegd en ten dele
gerestaureerd; de te voorschijn gekomen kunst- en gebruiksvoorwerpen
zijn in het museum ter plaatse te zien.
|
THERMEN

In de Romeinse oudheid zijn thermen badinrichtingen met een
geleding in drieën, ontstaan uit hygiënische overwe-gingen die
opeenvolgende koude, lauwe en warme baden voorschreven (in resp. het
frigidarium, tepidarium en caldarium); soms werd er een zweetbad,
laconicum, aan toegevoegd. De openbare thermen hadden ook o.a.
sportvelden (palaestra), een bibliotheek enz. Zij hadden tevens de
functie van ontmoetingspunt. In Rome staan nog kolossale resten van
de thermen van Caracalla (begin 3de eeuw) en van Diocletianus (begin
4de eeuw).
|
Baden van Caracalla
Het op een na
grootste badencomplex in het oude Rome,
genoemd naar de keizer
In de
gloriedagen van het Romeinse Rijk waren openbare badhuizen
belangrijke voorzieningen die diverse ontspanningsmogelijkheden
boden in een aangename entourage. De baden waren ook een fraai
staaltje van bouwkunst, vooral na de uitvinding van een
ondergronds verwarmingssysteem dat de bassins voorzag van warm
water.
Rome bezat
diverse van deze instellingen, maar de Baden van Caracalla waren
verreweg het imposantst. De baden zijn gelegen op de heuvel de
Coehus. Met de bouw werd begonnen in 211, tijdens de regering
van keizer Caracalla. Zes jaar later waren ze klaar. De gebouwen
hadden een capaciteit van circa 1600 bezoekers en bestonden uit
een aantal aparte ruimten, zoals het coldarium (met heet water)
het tepidarium (lauw water), het frigidorium (koud water) en het
noratio (buitenzwembad). Het complex was ook voorzien van een
atletiekbaan en gymnastiekzaal voor degenen die meer
lichamelijke oefening zochten. Voor mensen met intellectuelere
wensen waren er Griekse en Latijnse bibliotheken.
De baden
bleven tot de 6e eeuw in gebruik, toen binnenvallende Goten de
aquaducten die het water leverden, vernielden. De gebouwen
raakten geleidelijk in verval en in de 16e eeuw verwijderde de
familie Farnese veel van het kostbare marmer om hun eigen paleis
mee aan te kleden. In de 20e eeuw werd de baden nieuw leven
ingeblazen toen de fascistische dictator Benito Mussolini er
openluchtopera's liet opvoeren. Er worden nog steeds concerten
gegeven, maar deskundigen vragen zich af of de trillingen van de
stemmen misschien schadelijk zijn voor de gebouwen. |


|