|
Die morgen bezoek ik de Santa Maria Maggiore. Ik loop erheen en kom zo
langs straten die vol Chinese winkels liggen. Vooral kleren en andere
snuisterijen worden er tegen echte afbraakprijzen verkocht. De kwaliteit laat
weliswaar zwaar te wensen over, maar ik koop toch enkele goedkope broeken.
Vlakbij liggen ruines, ik kan niet achterhalen van welke gebouwen of uit welke
periode. Er is een markt omheen gebouwd, die voornamelijk door migranten wordt
bezocht. Ik koop er een dikke stapel ansichtkaarten, die zijn hier veel
goedkoper dan bij de toeristische winkeltjes elders in de stad.
Bij de Via Cavour pak ik de metro om naar het Circo Massimo te gaan.
De vroegere renbaan is uitgestorven. Ik loop er helemaal alleen rond. Op het
einde liggen gelukkig nog enkele bezienswaardigheden: een middeleeuws kerkje,
een ronde tempel uit de Romeinse tijd en een campanile. In een café drink ik
koffie en eet ik een broodje.
Even later bevind ik me op het Isola Tiburena, een eilandje midden in de
Tiber. Er liggen hotels en paleizen. Even verderop is een stuw gebouwd. De
rotzooi in de bomen geeft het peil aan van de regelmatige overstromingen in met
name herfst en voorjaar. Ik stap weer eens op de bus en laat me naar het station
Ostiense brengen, waar ik overstap op een bus naar Piazza Puglia, dwars door de
stad heen. Daar schaf ik voor bijna honderd gulden allemaal lekkere dingen aan.
De rest van de middag en avond breng ik door in en rond mijn hotel. Urenlang zit
ik koffie te drinken en te lezen in een van de koffiehuizen bij Estazione
Termini.

|