|
Ik sta om half zeven op. Een uur later zit ik in de trein die via
Maastricht en Visé naar Luik gaat. Daar moet ik overstappen op de sneltrein naar
Oostende, die over Leuven Brussel – Noord bereikt. Van daaruit is de luchthaven
Zaventem maar een peulenschilletje. Tot mijn verrassing wordt de vlucht niet
door Sabena uitgevoerd, maar door Virgin Express van Richard Branson. Nou ja,
wat zou het ook. Het vliegtuig is half vol, waardoor ik een ruime zit-, resp.
ligplaats kan veroveren. Om 12.30 uur gaan we op weg, beter is “kiezen we het
luchtruim”. We krijgen een papieren zakje met een droog broodje en een appel en
een bekertje koffie, daar blijft het bij. Wil je meer en betere mondvoorraad,
dan moet je daarvoor zelf zorgen. Gelijk hebben ze eigenlijk.
Om kwart voor drie komen we op vliegveld Fiumicino bij Rome aan. Ik moet
lang wachten op mijn bagage en maak me al ongerust; mijn tas verschijnt gelukkig
toch nog als een van de laatste stukken. Ik steek de weg over naar het
treinstation. Dat is goed geregeld hier, in no time zit ik in het hartje van
Rome en wel station Termini, het grootste kopstation van Italië, een bouwwerk
waar Mussolini trots op was. In zijn tijd reden de treinen op tijd, verzucht
menige oude Italiaan nog wel eens… Ik geniet er van mijn eerste kopje
onweerstaanbare koffie, onvervalste cappuccino om precies te zijn. Op Internet
heb ik een hotel gereserveerd, met opzet in de buurt van dit station en
natuurlijk met een redelijke prijs. Het is dus niet ver naar Hotel Luciani, waar
ik zonder problemen (nou ja, een beetje communicatieproblemen dan, men spreekt
er alleen Italiaans) in kan checken. De kamer is piepklein, maar heeft gelukkig
wel een badkamer die er mee door kan. Bijna tegen het plafond aan is een
televisie geplaatst, goed tegen dieven beveiligd door een soort harnas.
In de avonduren verken ik de oostelijke buurt van Termini. Het is een
drukke, typische hotelbuurt met veel kortstondige gasten. Er liggen tal van
kleine winkeltjes die van alles verkopen voor de doorsnee reiziger. Opvallend
vind ik de vele restaurantjes en cafeetjes die geleid worden door Oost -
Afrikanen zoals Eritreërs, Ethiopiërs, Somaliërs. Ik tref er ook enkele
internetcafeetjes aan waar ik regelmatig zal verblijven tussen de Amerikaanse
rugzakjeugd. Ik geniet van spinazie met rijstballetjes voor ik naar het hotel
terugkeer. De rest van de avond zit ik voor de buis gekluisterd en kijk ik naar
calcio, ofwel voetbal: Lazio Roma, de thuisclub, wint van Udinese uit het hoge
noorden. Na wat neutjes uit mijn fles Vat 69 whisky ga ik even na twaalven
slapen. Daar komt in het begin niet veel van, want ik verrek van de jeuk op mijn
bovenarmen en –benen. Ik speel het klaar om me niet te krabben. Toch smeer ik me
niet in met zalf, want ik heb maar een kleine voorraad meegenomen. Die
voortdurende, irritante jeuk behoort tot de psychosomatische naweeën van de
confrontatie met de directeur en zijn consorten binnen de unit Techniek.


|