|
Het Colosseum is waarschijnlijk een van de bekendste symbolen van Rome. Het
werd gebouwd door de keizers Vespasianus en Titus met behulp van grotendeels
joodse slaven, en werd voltooid in 82 N.C.. Het amfitheater met 50.000
zitplaatsen had een uitklapbaar linnen scherm om de mensen tegen regen en zon te
beschermen. De Romeinen kwamen hier naar spelen en andere evenementen kijken,
zoals de populaire gladiatorengevechten. Het Colosseum is zelfs als ruïne
indrukwekkend, maar dreigt door luchtvervuiling en verkeer verder te
beschadigen.
COLOSSEUM
Amfitheater in Rome waarvan de bouw onder keizer Vespasianus in
72 werd begonnen; het werd onder Titus ingewijd (80). De omtrek
bedraagt 527 m, de hoogte 57 m, het aantal ingangen 80, het aantal
toeschouwersplaatsen ca. 50 000. Van het bouwwerk, bestemd voor
gevechten van gladiatoren onderling en met wilde beesten, zijn
indrukwekkende resten over |
AMFITHEATER
Amfitheater (v. Gr. amphi = rondom, theatron = gebouw voor
schouwspelen), een ondanks zijn Griekse naam typisch Romeins
bouwwerk, bestemd voor het houden en bijwonen van gladiatoren- en
wilde-dierenspelen. Het bestaat uit een elliptische arena met rondom
trapsgewijs oplopende zitplaatsen. Onder de arena waren
dienstvertrekken en stallen voor de dieren. Tijdens de spelen kon
een spandoek (velarium) de toeschouwers tegen zon of regen
beschermen. Van buiten zijn arcaden in twee of meer verdiepingen
aangebracht. Vaak is het amfitheater gedeeltelijk in een heuvel
uitgegraven.
Het oudst bekende stenen amfitheater staat te Pompeji (75 v.C.) en
is op een wandschildering aldaar compleet met velarium en al
afgebeeld. In Rome werd pas in 29 v.C. het eerste permanente
amfitheater, ten dele van steen, gebouwd op het Marsveld (Campus
Martius); bij de brand van Rome in 63 n.C. ging het verloren. Het
eerste geheel stenen amfitheater werd er door de Flavische keizers
gebouwd in de tweede helft van de 1ste eeuw n.C.: het befaamde
Colosseum.
Elke Romeinse stad van enige betekenis, in Italië of de
provincie, had haar eigen amfitheater; een uitzondering maakt
slechts Griekenland, waar er alleen een in Korinthe was. Goed
bewaard gebleven zijn vooral, behalve de bovengenoemde, die van
Nîmes en Arles (1ste eeuw), Pula (1ste eeuw), El Djem (3de eeuw) en
Verona (eind 3de eeuw). Ook in Duitsland, Spanje en Zwitserland zijn
enkele amfitheaters redelijk gaaf bewaard gebleven. De ‘arènes de
Lutèce’ te Parijs (Rue Monge), gebouwd in de 2de of 3de eeuw n.C.
(gerestaureerd 1917–1918), is een tot theater verbouwd
half-amfitheater. |
 |
 |
Colosseum
Enorm Romeins amfitheater en het toneel van
gladiatorengevechten en andere spektakels
De bouw van het
Colosseum begon rond 70 n. Chr. in opdracht van keizer Vespasianus
en werd in het jaar 80 voltooid. Het werd ingewijd door zijn zoon
keizer Titus met een feest dat honderd dagen duurde. Het grote ronde
bouwwerk, gemaakt van travertijn, werd aanvankelijk het Flavische
amfitheater genoemd en bond plaats aan circa 50.000 toeschouwers,
die afkwamen op de gladiatorengevechten. Het amfitheater werd ook
gebruikt voor het naspelen van zeeslagen en voor het opvoeren van
klassieke drama's. De gladiatoren waren meestal slaven of
krijgsgevangenen die opvielen door hun atletische eigenschappen en
hun vechtlust. Ze vermaakten de Romeinen door met elkaar en met
wilde dieren te vechten. Ondanks de gevaren van een dergelijk
bestaan waren er ook voordelen – zo werden ze getraind in
militaristische scholen waar de levensstandaard hoger lag dan voor
andere slaven. En succesvolle gladiatoren kregen een heldenstatus.
Na een
gladiatorengevecht vroeg de overwinnaar om een beslissing van de
toeschouwers – of van de keizer als die aanwezig was – of de
verliezer moest worden gedood of gespaard. Deze beslissing werd
genomen met het nu befaamde gebaar van de opgestoken of naar beneden
gerichte duim. De bij de gevechten gebruikte dieren (zoals leeuwen,
luipaarden en krokodillen) werden gehouden in kooien onder het
amfitheater en naar de arena gebracht met behulp van door touwen
getrokken liften.
In de
middeleeuwen diende het Colosseum als kerk en later als burcht voor
twee vooraanstaande families, de Frangipanes en de Annibaldi's. De
tijd heeft zijn sporen achtergelaten op het gebouw, dat te lijden
had van aardbevingen, stenenrovers en luchtvervuiling door het
moderne verkeer. Het vormt echter een herinnering aan de menselijke
voorkeur voor bloedig vermaak. |
Tegen half negen sta ik op. Binnen een uurtje ben ik op pad. Ik koop
bij Termini een weekkaart voor het openbaar vervoer, waardoor ik van menige zorg
op dat gebied verlost ben. Ook sla ik toast voor onderweg in. Ik duik de metro
in en kom er bij station Colisseo weer uit. Ik gebruik na bezichtiging en een
rondwandeling mijn geïmproviseerde lunch (toast, worst en kaas) op de Belvedère,
van waaruit ik een panorama over het Forum en het Colosseum heb. Daarna ga ik op
zoek naar de kerk San Pietro in Vincoli, ik kan het moeilijk vinden. Ondertussen
stoot ik toevallig op de kerk Maria dei Monti, een heel fraaie. Het is inmiddels
aan het motregenen als ik bij de Quirinaal aankom; daar is het huidige
regeringscentrum. Het wordt zwaar bewaakt door fraai uitgedoste militairen.
Uiteindelijk beland ik bij een van de vier grote basilieken van Rome: de Santa
Maria Maggiore. Een enorm grote kerk waarvan ik echt onder de indruk raak, zeker
als je bedenkt dat hij al in de vierde eeuw is gebouwd.
Ik loop terug naar mijn hotel en sla een voorraad blikjes bier in. Het is
slecht weer, dus ik ga maar wat pitten voor ik ’s avonds kip met patat en
lasagne ga eten. Dat laatste ligt me zwaar op de maag, ’s nachts krijg ik er
last van. In het donker doorkruis ik vervolgens het noorden van de stad,
willekeurig bussen nemend. Regelmatig stap ik uit voor een bezienswaardigheid,
bijvoorbeeld het Triton – fontein en de Via Veneto. ’s Nachts word ik gestoord
door uitgelaten schoolkinderen op de gang die heen en weer rennen en veel
krijsen en andere herrie schoppen. Het zijn Italiaanse pubers uit een stad in de
Po – vlakte.


|