|
Bij Hedda deed het nichtje Karin van 8 jaar open. We bleven op het erf
wachten. Achtereenvolgens kwamen moeder Bern, de zus Gerlinde, Hedda en de ouwe
heer Benn thuis. De ontvangst was gastvrij. Direct eten en wijn drinken
natuurlijk. Ondertussen werden de cadeautjes die we aanboden gretig door
voornamelijk Hedda geopend. We vonden Hedda toch wel iets té begerig. Gezien de
schaarste in Roemenië overigens wel enigszins begrijpelijk. Met vader, een beer
van een vent en een echte Pruis, geraakten we al spoedig in een politiek -
historisch gesprek. Hij huldigde nu nog steeds bepaalde „Dritte Reich” ideeën.
Hij was een soort uitvoerder op een bouwplaats. Volgens ons was hij meer een
zwarthandelaar, maar ja, dat is praktisch iedereen in dat economisch geteisterde
land. ’s Avonds bezochten we het nieuwe huis van Gerlinde met haar man Hans,
type ploeteraar.
Aldaar vernielde Yusuf de Rubik kubus die we geschonken hadden: hij had te diep
in het wijnglaasje gekeken en kende zijn kracht niet meer. Met name in de koele
wijnkelder van de familie liep het proeven in een geweldig hoog tempo uit de
hand. De wijn evenwel bleek voortreffelijk. Bij Gerlinde, die met haar man een
groot huis in eigen beheer bouwt en daarvoor alles opzij zet (o.a. haar kinderen
van 3, 5, en 8 jaar oud bij oma parkeerde) omdat zij 6 dagen per week overdag
werkt in een laboratorium) aten we nog wat gestoofde maïskolven.
Voetje voor voetje, het was aardedonker in dit qua infrastructuur zwaar
onderontwikkelde dorp, keerden we naar Hedda's woning terug, alwaar moeder Benn
ons bezorgd stond op te wachten. Zij had bij voorbaat "geahnt" dat iemand van
ons wel dronken zou worden. In dit geval baarde Jos haar veel zorgen. Ze was
bang dat hij de zaak onderkotste, maar gelukkig liep het zo'n vaart niet. Hij
had wel behoorlijk wat spraakwater en sliep, tot grote verwarring van de dames,
geheel naakt. Ikzelf hulde mij in een ietwat wijd en ruim uitgevallen pyjama van
de ouwe Benn. De laatste kwam in het holst van de nacht met een minuscuul lampje
nog eens informeren of wij het naar onze zin hadden. Daarna maakte hij nog een
halve nacht herrie met zijn vrouw, maar dat vernam ik pas later.
Het was inmiddels toch al 12 uur geworden. Hedda, ook niet meer een van de
nuchterste, moest om half zeven op. Om acht uur moest zij, na een busreis van
een half uur, in haar apotheek beginnen. 0 ja, Jos joeg voor het slapen gaan nog
een tijdje achter het schuwe hondje op het erf. Zijn plan om hem eens lekker te
knuffelen, o hij dierenliefhebber, ging niet door om de doodeenvoudige reden dat
hij het diertje niet te pakken kreeg.
Dag 9
Woensdag 12 augustus
Verblijfplaats: Bazna
Ik stond om 8 uur op om te gaan plassen. Op de terugweg werd ik door moeder Benn
de keuken ingeloodst. Zij wijdde me daar in een uur tijd in de diepste
familiegeheimen in. Zij weende en knerste met haar tanden. Zij is een echte
boerderijsloof die nooit iets anders gewend. Ze vertelde me snikkend de
avontuurtjes van haar man, over de 2 jaar werkkamp in de moerasstreek Dobroudsja
(kanalen graven), over zijn weigering te emigreren, waarvan de familie de dupe
werd, over de financiële achtergronden van de familie, over de staatsspionnen in
het dorp, over oplichting, corruptie en smeergeld. Als apotheose volgde haar
smeekbede aan mij om Hedda over de grens te helpen, al was het maar door middel
van een schijnhuwelijk. Zij zou daar alles voor over hebben, o.a. 10.000 Lei (f
2.500) voor mij vrij besteedbaar in Roemenië. Het gesprek werd erg emotioneel,
gelukkig was Jos inmiddels ook opgestaan, zodat ik een voorwendsel had om weg te
komen.
We namen een bad (die voorziening hadden ze wel, alleen werden wij herhaaldelijk
lichtjes geëlektrocuteerd:) en een ontbijt met surrogaat koffie, brood., ham,
kaas, honing. Daarna wandelden we richting kuuroord. Erg veel was er niet te
zien. Het weer was weer erg warm. In een restaurant dronken we namaak cola,
afschuwelijk tuig dat naar karton smaakte. Via de bossen en een ander deel van
het dorp keerden we terug. Tot 3 uur gingen we daarna zonnebaden, toen kwam
Hedda van haar werk terug. Daarna werd uitgebreid buiten gegeten. Op het
platteland heen heeft men aan eten geen gebrek, maar ze moeten er wel alles via
via en zwart versieren.
Om 5 uur gingen we op bezoek bij kennissen van Hedda, allen werkzaam in de
medische sector. Peter, een Hongaarse arts gespecialiseerd in reuma e.d., Erika,
zijn vriendin, Duitstalig en doktersassistente en tenslotte Gladiola, geboren
Roemeense en tandarts. In de koele schaduwen dronken we wijn, kletsen over onze
wederzijdse landen en wel in de Duitse taal, beluisterden de nieuwste hits van
ABBA, en dronken weer wijn.
Het was wel gezellig. We hadden de indruk dat deze Roemeense jongelui op ons en
ons leven jaloers waren (een arme student met een BMW, stel je dat toch eens
voor, terwijl een. tandarts in Roemenië weliswaar genoeg verdient voor een auto,
maar daar zeker 2 jaar op moet wachten) en dat hun behoefte voornamelijk op het
materiële vlak lagen. Op het geestelijke vlak spuide met name Hedda nogal wat
controversiële opvattingen omtrent homoseksualiteit, ras en leger. Vooral ik
stoorde me daar aan. Ik vind dat mensen ondanks hun rotsituatie toch moeten
trachten tolerant te blijven jegens andersdenkenden.
Enfin, het volgende bezoek vond plaats bij de buren. Een ziek meisje en de beide
ouders lagen om tien uur al te rusten. We namen plaats in het kamertje van de 23
jarige dochter Susi. Ook de schoonzoon Hans, een verwoed beverfokker, voegde
zich bij ons. Weer dronken we wijn. Hedda maakte ondertussen een boel lekkere
sandwiches klaar. Hans haalde het tafelbiljart te voorschijn waarop we een
partijtje speelden. We maakten foto's, discussieerden over de oorlog en hun
familie die in Russische krijgsgevangenschap gevallen waren, tapten moppen.
Hedda viel van vermoeidheid in slaap. Om een uur of drie zochten we pas onze
eigen slaapstede op. Ditmaal was ik het die een beetje de hoogte had. Jos had
zich wijselijk ingehouden.
Dag 10
Donderdag 13 augustus
Verblijfplaats: Bazna
Reveille: 11 uur
Een dag waarop niet veel te beleven viel. Laat opstaan, op ons gemak "ontbijten"
na een douche. We wandelden wat door het dorp en belanden bij de enige
plaatselijke industrie, de steenfabriek. Het ging er nog erg primitief aan toe.
Zonder toestemming te vragen gingen we de loodsen en hallen binnen om ons van
het productieproces op de hoogte te stellen. Er waren voornamelijk vrouwen van
de laagste sociale klasse (gemengd ras: zigeuner Roemeens) te werk gesteld die
ons nieuwsgierig maar niet opdringerig bekeken. De arbeidsomstandigheden en
veiligheidsvoorzieningen waren beneden alle peil. Ook lag het werktempo er
relatief` hoog.
Even later sprak de chef van het spul, die ook algemeen economisch directeur
bleek te zijn, ons in het Duits aan. Hij verzorgde uit zichzelf een verdere
rondleiding door het bedrijf en toonde ons o.a. de ovens. Bij ons afscheid
"vorderde" hij van ons een pakje Gauloises, 'für die Frauen" beweerde hij.
Terug op de boerderij gingen we lezen en zonnebaden, terwijl Moeder Benn
ondertussen onze kleren met de hand aan het wassen was. Zij gebruikte hiervoor
vooroorlogse methoden.


|