CLUJ / CLAUSENBURG
Dag 8
Dinsdag 11 augustus
Vertrek: 10.00 uur / Aankomst: 15.30 uur
Route: Cluj Bazna – Medias
Kilometers: 150
De hele nacht had ik nauwelijks geslapen. Ik kreeg niet veel adem, transpireerde
steeds hevig, had vaak de kriebelhoest. Ook ontwikkelde er zich slijm in mijn
luchtwegen. Om 6 uur, toen het licht werd, stond ik dan ook al op om koffie te
zetten en te lezen. Tot mijn verbazing kwam ik er achter dat we vlak bij de
ingang van een staatsbedrijf, c.q. legerkamp gelegen waren: daar hadden we 's
nachts niets van gemerkt. In de verte trokken de herders met hun koeien en
schapen de groene bergen in. Het beloofde mooi weer te worden, maar na een
uurtje sloeg het om. Om half negen stak Yusuf zijn slaperige kop uit de tent.
 |
 |
| Roemeens platteland: |
zonnebloemen en boerenkarren |
Op dat ogenblik kwam ook een schaapsherdertje voorbij. We maakten een praatje
met hem met wat Roemeens en gebaren. We gaven hem kauwgom. Het sjofel geklede
ventje deed mij denken aan bepaalde buitenlandse leerlingen op school. Hij had
een ouwemannenhoed op. Steeds kwamen er militairen te voet voorbij, die ons
verbaasd bekeken. In Roemenië mag je langs de weg kamperen. Het is daar niet
verboden, omdat anders de naar schatting een half miljoen zigeuners met hun
karren e.d. het rondtrekkende leven onmogelijk zou worden gemaakt. Overigens is
de doorsnee Roemeen de tsiganes liever kwijt dan rijk. Wat discriminatie
betreft; daar hebben ze in het Oostblok ook wel kaas van gegeten. Toen we ons
even verderop bij een schuur aan het wassen waren, werden we plotsklaps verrast
door een onguur uitziende schildwacht. Hij bedelde om westerse sigaretten. We
gaven hem wat losse Gauloises.
Op weg naar Cluj , dat een steenworp verder lag, passeerden we nog een
schietbaan waar rechercheurs en politieagenten oefeningen aan het doen waren. In
Cluj gingen we eerst op zoek naar de sierring van een van de wielen; de nacht
van te voren waren we die verloren toen we door een diepe kuil in het wegdek
reden. En inderdaad, op de betreffende plek vonden we hem al gauw terug. Verder
hadden we in Cluj nog verschillende karweitjes op te knappen. Eerst dachten we
ons fototoestel te laten maken, in de werkplaats bleek het echter helemaal niet
stuk te zijn. Wel werd het apparaat bewonderd door de aanwezige Roemeense
clientèle. Voorts moesten we een autoverzekering voor 5 dagen afsluiten. Bij de ACR (Roemeense ANWB) sprak niemand een buitenlandse taal. Ze stuurden ons van
het kastje naar de muur. Uiteindelijk kwamen we terecht in een muf en boordevol
kantoortje, waar de chef ons 25 gulden voor een vodje papier liet betalen.
Toevallig sprak een van de aanwezige tiknimfen Engels. Tenslotte hadden we ook
nog veel moeite met het versieren van benzinebonnen. In Hotel Continental konden
we er eindelijk beslag op leggen, te betalen in Duitse Marken uiteraard.
Tussen de bedrijven door deden we ook nog iets aan geveltoerisme, o.a. foto’s
van lange rijen wachtenden voor bakkerijen en levensmiddelenwinkels, het
Nationaal Theater, een standbeeld van Koning Mathias (een Hongaarse koning nota
bene, er woont hier een grote Hongaarse minderheid), enzovoort. Ook namen we nog
een foto van een Roemeense familie, deze heb ik later op hun verzoek opgestuurd.
Tenslotte aten we op straat nog een soort pannenkoek.
Om 1 uur verlieten we het drukke Cluj. We zetten koers naar het Zuiden. Het
landschap was heuvelachtig en groen. Het was tamelijk druk op de slecht
geplaveide wegen, enorm veel boeren en zigeunerkarren hielden het snelverkeer
danig op. Het relatief grote aantal autobussen en vrachtwagens ontwikkelde een
enorme hoeveelheid stank en rook. Zoiets zou bij ons nooit goedgekeurd worden.
Praktisch alle kinderen in de dorpjes waar we door heen reden, hadden al van
verre in de gaten dat we buitenlanders waren. Ze renden naar de rand van de weg,
schreeuwden en zwaaiden wild en maanden ons tot stoppen. Ze waren allen uit op
westerse "Kaugummi". Sommigen maakten echter wegwerpgebaren als bleek dat wij
niet bereid waren te stoppen. Gelukkig gooiden ze niet met stenen zoals ons ooit
in Oost - Turkije overkomen was.
Zonder problemen geraakten we in Bazna, vlak bij de stad Mediasch, dat zo'n
70.000 inwoners heeft. Bazna heeft 5.000 inwoners en bestaat geheel uit kleine
boerenstulpen, met een erf dat geheel omheind is (privacy of inbraakwerend?).
Ganzen, kippen, eenden en ander gedierte liep vrij over straat, nou ja, over het
met stenen bezaaide spoor dat iets weg had van een weg. We moesten het adres van
Hedda vragen aan een motorrijder uit de jaren '50: leren muts met stofbril, je
weet wel.

 |