|
Ome Jaap wordt hysterisch
In ons straatje was duidelijk iets aan de hand. Ome Jaap had ineens een hevige
aanval van migraine gekregen. Gezien zijn historie als hartpatiënt en zijn
recente beroerte was het dus oppassen geblazen. De bouwvakkers hadden Jaap
willen helpen, maar sprongen nogal ruw om met hem waarop hij hysterisch begon te
schreeuwen en hen voor rotte vis uitmaakte. Die Jaap was echt ziek en verging
van de pijn. Eva maakte zich zorgen, want Jaap viel onder haar supervisie.
Terwijl zij met hem bezig was zette ik het op een zuipen. Nog vier uurtjes, dan
zou de bus komen om ons naar het vliegveld te brengen. Ik begon met whisky –
cola, maar ging al gauw over op whisky puur. Toen begon de ellende voorgoed. Eva
kwam me halen omdat Jan steeds lastiger werd en begon te ijlen. Ik stuurde haar
weg om een ambulance te bellen, terwijl ik op Jaap bleef passen.
De ambulance rijdt voor
Een half uur later kwam de ziekenauto voorrijden, maar Jaap wilde onder geen
enkel beding mee. Hij verzette zich met hand en tand; ook ik kon hem niet
vermurwen. Volgens de vrouwelijke dokter, die alleen Fans sprak, moest de oude
man onmiddellijk geholpen worden. Jaap bleef echter alle medewerking weigeren,
waarop ik zijn gedrag zo langzamerhand spuugzat werd. Ik wilde die koppige oude
man gewoon laten verrekken, maar de zachte, indringende stem van Carmen (waar
kwam die ineens uit het niets vandaan?) weerhield me hiervan. Ik greep Jaap
opnieuw vast, geholpen door een potige ziekenbroeder, waarop hij ons onder begon
te kotsen. Ondertussen tapte de dokter hem bloed af. Toen ik hem een zetpil aan
wilde brengen moesten de vrouwen (Eva, Carmen en de arts) van hem de kamer uit;
hij schaamde zich te zeer, beweerde hij. Nog een tijdje bleef ik tegen hem
aanpraten, terwijl hij rustig werd en vredig insliep.
Wie betaalt de dokter?
Buiten werd ondertussen een felle discussie gevoerd. De arts wilde betaald
worden en wel direct en handje contantje. Zo niet, dan zou Eva alles uit eigen
zak moeten betalen. Ik greep in en beloofde de tussenkomst van Holland
International, waarvan ik haar het telefoonnummer in Constanta gaf. Ik schreef
tevens een kort briefje in het Nederlands waarin ik uiteenzette wat er gebeurd
was. Ook Eva en Carmen ondertekenden het briefje, hoewel ze de inhoud ervan niet
konden lezen. Dat nam de arts uiteindelijk genoegen mee.
Thee drinken met Syrische familie
Voor een van de huisjes zat een Syrische familie die alles met belangstelling
gevolgd had. Ik had al eerder kennis met hen gemaakt en voegde me bij hen. Ze
waren midden in de nacht thee aan het brouwen. De “pater familias” was hoofd van
een chemisch research instituut. Ondanks al die spanningen van die nacht werd
het toch nog erg gezellig. Nu pas kwam mijn Roemeens een beetje uit de verf. De
Syriërs spraken overigens ook Roemeens, maar wel veel beter dan ik. Ik haalde
mijn restantje tuica te voorschijn, wat met frisdrank verdund soldaat werd
gemaakt.
Andermans spullen opruimen
Om drie uur zat ik met Eva op mijn kamer een en ander na te bespreken, toen we
tot het inzicht kwamen dat de spullen van Jaap door iemand ingepakt moesten
worden. Dat deed ik dus maar. Het was een onbeschrijflijke wanorde op zijn
kamer, zeker na die worsteling met de verpleger en mij. Geld en foto’s (vooral
van zijn hond) lagen her en der op de grond verspreid. Ik pakte alles vlug en
slordig op en propte de twee (!) koffers van hem ermee vol. Belangrijke zaken
zoals zijn geld, ticket en paspoort hield ik in mijn eigen zak, daarom kon hij
toch niet omgaan en die hadden we bij de douane beslist nodig.
Nog meer zieken…
Eva was ondertussen elders brandjes aan het blussen. Een tweetal andere
toeristen was ook ziek geworden. Joke en een of andere knul die ik niet kende
hadden allebei een lichte longontsteking opgelopen. De onbezonnen nachtelijke
zwempartij enige dagen eerder zou daar wel eens mee te maken kunnen hebben. Jaap
begon weer tekenen van leven te vertonen. Toen hij weer helemaal bij zijn
positieven was kleedde ik hem aan, waarna we in de bus stapten. Tot in het
vliegtuig bleef hij gelukkig voor rede vatbaar, ook al omdat ik alles voor hem
regelde, steeds bij hem in de buurt bleef en op hem paste. Ik was uitgeput door
drank, spanning en slaapgebrek, maar toch dronk ik nog de fles wijn die ik van
Zeta als afscheidscadeau gekregen had op. Ondanks al dat zuipen voelde ik me
redelijk nuchter, vooral omdat ik voortdurend alert moest blijven tijdens die
spookachtige nacht. De rest van de Hollandse meute was net als ik bekaf of teut
en lag met open deuren te ronken.

 |