|

Zwarte Zee - kust van Roemenië
Vakantiedorp / sea resort Venus
Om 7 uur kwamen we in de badplaats Venus aan. Met 20 andere Nederlanders werd ik
ingekwartierd in een straatje met bungalows; kleine, sobere maar schone
appartementjes die mooi gelegen waren en die privacy genoeg garandeerden. Een
sneeuwwitte gladiool stond ter verwelkoming op tafel. De kamer leek iets op een
appartement van een Nijmeegse studentenflat. Om 8 uur 's avonds kregen we warm
weten in Restaurant Vulturul, dat aan de oever van een (kunstmatige) vijver
gelegen was. Na het eten gaf Jim, de vertegenwoordiger van Holland International
aan de kust, een welkomstcocktail weg, terwijl hij afspraken maakte en tips en
inlichtingen verstrekte. Onze maaltijden werden elke dag in dit restaurant
geserveerd. Het ontbijt van 7 tot 9, de lunch van half één tot 2 en het diner
van half 7 tot 8. Van de (14 x 3 =) 42 maaltijden waar ik recht op had, heb ik
er misschien 15 gehad. Ik hou er niet van om aan tijd en plaats gebonden te zijn
en at dus of niet, óf ik zocht een eigen gelegenheid op als ik honger had.
Restaurant Vulturul
In Vulturul had ik samen met 6 anderen een vaste tafel. Tafelgenoten waren een
familie Maassen uit Deventer, ene Jannie Koek en een Arie de Koning. Echt
Hollands dus. Na de toespraak van Jim ging ik het dorp verkennen. In mijn hotel,
Ina genaamd (de meeste hotels voerden meisjesnamen), had ik honderd gulden
gewisseld tegen een schappelijke koers, zodat het meisje achter de balie me
uitbundig bedankte. Haar naam, Nuti, komt in dit verslag nog terug. Het dorp
zelf vond ik maar weinig interessant. Veel hotels, veel restaurants met
orkesten, enkele tuincafés en wat disco's en nachtclubs. Het had weinig zin om
eenzaam en alleen rond te blijven sjouwen, bovendien was ik doodmoe. Om 12 uur
lag ik dan ook in bed, waar ik nog wat Roemeense korte verhalen las.
2.
Geanina, de poetsvrouw
Rond 10 uur werd ik vanzelf door de hitte wakker. Al gauw maakte ik kennis met
mijn twee poetsvrouwen, t.w. Geanina (48 jaar, kinderen het huis uit, onlangs
geopereerd aan haar abdomen onderbuik evenals mijn moeder) en de spontane Zeta
(27 jaar, getrouwd in Constanta en geen kinderen, man bouwvakker). Er was al
direct een goede verstandhouding. Later op de dag kocht ik 2 sloffen Kent voor
hen. De kosten hiervan kreeg ik in Roemeens geld terugbetaald. Overdag rende ik
maar wat rond. Ik verveelde me, op het strand had ik niets te zoeken en verder
was er nergens iets te doen. Hier en daar trachtte ik een praatje te maken. Ik
volhardde in mijn Frans, maar steeds opnieuw bleek het Engels bij de Roemenen
inmiddels de favoriete taal geworden te zijn.
|
Het was zondag.
Het kamermeisje Zeta trachtte me lief te wekken, maar ik gaf geen
sjoege. De kater werkte in volle hevigheid. Pas omstreeks 12 uur
deed ik mijn ogen open: niet omdat ik uitgeslapen was, maar omdat de
hitte slapen onmogelijk maakte. Van de "night before" kwamen slechts
flarden herinneringen tot mij. Eigenlijk was ik 's morgens dingen
van plan geweest met Zeta. Door mijn roes was daar niets van terecht
gekomen. Uit wroeging kocht ik voor haar een flesje Franse parfum in
de Comtouris‑shop (DM 20.‑).
Daarna ging ik Turkse koffie drinken in
restaurant Aladdin ('s avonds danspaleis). De vent die de koffie
serveerde, bleek een échte Turk te zijn. Zijn naam: Osman Timor. Hij
vond het geweldig dat ik wat Turks sprak, kwam met gratis koffie
aandragen tegen mijn kater en bood aan 's avonds met hem op stap te
gaan om mij te gidsen in het uitgaansleven en eventueel wat vrouwen
op de kop te tikken. Ik accepteerde zijn aanbod. Om 2 uur kwam ik
weer bij de kamer aan. Zeta zat te wachten. Mijn cadeautje viel
uiteraard in goede aarde en zo werd het toch nog gezellig. |
Roemeense taal leren
's Avonds at ik nog in restaurant Vulturul (bij de Hollanders). Daarna ging ik
naar mijn kamer Roemeens leren (ik had toch niks anders te doen) en wat lezen.
Dit lezen vormde een groot probleem voor mij: aangezien ik met Marga op stap zou
gaan, had ik maar niets te lezen mee genomen. De "Toverberg" van Thomas Mann
bleef dus ongelezen thuis achter. In Roemenië was verder niets in het Frans,
Duits of Engels verkrijgbaar, alleen partijpropaganda was in die talen voor
handen. In arren moede moest ik mij maar behelpen met "Scinteia", het officiële
orgaan van de Roemeense CPN. Elke dag worstelde ik het door met behulp van een
woorden-boek. Om een uur of tien begaf ik me naar de dichtstbijzijnde dancing.
Der Harie en die Soffie oet de Winkbuule-sjtad
Het was er afgeladen vol, je kon er alleen cocktails of sterke drank krijgen
(geen bier of wijn of alleen fris), het volk kon niet dansen, het stonk er naar
onbestemde lijfluchtjes (zweet, poeder, parfum, knoflook, wodka) en het lawaai
was er oorverdovend. Langer dan 5 minuten ben ik dan ook niet gebleven. Ik liep
wat caféterrasjes af. Tegen 12 uur belandde ik bij restaurant Razelm, waar ik
Oost-Duits bier bestelde (2 halve liters tegelijk dankzij een misverstand).
Naast mij zat een groepje mensen te praten, gezien hun uitspraak van het Engels
onmiskenbaar Nederlanders. Toen ik me bij hen voegde, bleek het een Limburgs
echtpaar te zijn (der Harie en die Soffie oet de Winkbuule sjtad), samen met
Roemeense vrienden, waaronder een voormalige reisleidster. Deze laatste, Hedda
geheten, sprak acht talen, waaronder gebrekkig Nederlands. Het werd toch nog
gezellig. Als laatste vertrokken we in een rozige stemming naar onze
respectievelijke hotels.
Trappen als ontmoetingsplaats
| Op de trappen van mijn hotelstraatje zat echter nog een internationaal
gezelschap te keuvelen. Ene Dan, een Roemeense student medicijnen die tijdens de
vakanties als reisleider fungeerde, pochte over zijn grote talenkennis. Ik heb
hem aan de tand gevoeld, en inderdaad, hij sprak negen talen min of meer
vloeiend (Roemeens, Russisch, Hongaars, Italiaans, Frans, Duits, Engels en
Nederlands). Hij beheerste zelfs wat Fries, maar dat kwam omdat hij verkering
had met een Friese. Het werd een verhit gesprek, waarbij de aanwezige Hollanders
één voor één hun bed opzochten, omdat ze het niet volgen konden. Ik maakte ook
echt kennis met Eva en Marin. Bij het onvermijdelijke politieke gekrakeel
vertrokken ook alle Roemenen, behalve Dan en Marin. We zetten onze
meningsverschillen voort op mijn kamer, terwijl we ondertussen een fles warme
whisky soldaat maakten. Beide jongens waren zoon van een respectabel lid van de
Roemeense samenleving. Voor de revolutie waren hun vaders respectievelijk
grootindustrieel en medisch specialist geweest. Er werd hun niets in de weg
gelegd, als ze maar formeel lid werden van de partij en zich verder koest
hielden. Hetgeen gebeurde, dit noemt men dus eieren voor zijn geld kiezen. Hun
eigendom bleven zij behouden, met als resultaat dat er nu nog steeds
bevoorrechte klassen en kapitalisten in dit socialistische land bestaan. De
moeder van Marin werkte ook, zij was balletlerares en musicus. Marin had twee
jaar niets om handen gehad, omdat hij uitgeloot was voor de medische faculteit.
Normaal is dit niet mogelijk. De beide kerels spraken voorbeeldig Engels, beter
dan ik. Wat overigens niet veel betekent, want mijn Engels is vooral qua
uitspraak afgrijselijk. Om een uur of 5 dropen beiden af, ontzettend lazarus en
ziek. Ikzelf voelde me trouwens ook allesbehalve lekker. 's Morgens bleek Marin
op de stoep voor mijn deur gevallen te zijn, waar hij dan ook maar direct is
blijven ronken. Dan legde 20 meter meer af en kwam terecht in de struiken.
Enkele uren later werd hij daar gewekt door een argwanende politieagent. |
 |
Turken aan Zwarte Zee-kust
Bij het middageten had ik een heel gesprek met het Deventer
gezin. Ze woonden in Nederland naast Turken en waren daar tevreden
over. Ik vertelde over mijn werk en over de Turkse minoriteit
(50.000) in Roemenië. Die Turken wonen over het algemeen in het
Oosten van het land, aan de Zwarte Zee kust. Het zijn de restanten
van de vroegere overheersers, evenals de Griekse en Bulgaarse
kolonies. In Constanta en Mangalia zijn nog steeds moskeeën in
gebruik. Ook de overal in Roemenië rondzwervende en handelende
zigeuners (tsiganes), die in de schaarse schaduwen van een
eeuwigdurend lijkende siësta liggen te genieten en haveloos maar
kleurrijk zijn gekleed, schijnen de Islam te belijden.
|


 |