|
Eerste gang naar het strand
Om half elf opgestaan. Koffie gedronken in Vulturul, maar direct twee koppen
tegelijk besteld. Een stelletje Italianen zat op het terras "papagello" te
spelen. Ik betaalde met 100 lei, een half uur moest ik op het wisselgeld
wachten. De service is hier ook niet alles. Voor ik naar het strand ging, kocht
ik eerst mijn dagelijkse portie lectuur (de partijbladen) in. Op het strand was
het te druk naar mijn smaak, daarom strekte ik mij uit op een nabij gelegen
gazon, waar het wemelde van hommels en andere bijen. Ik liet hen met rust,
daarom lieten zij mij ook met rust. Voorbijgangers bekeken me alsof ik een fakir
was. Voor het eerst gebruikte ik zonnebrandolie, Piz Buin. Ondertussen knabbelde
ik aan mijn vers gebakken brood, heerlijk.
's Middags wandelde ik wat rond, het
was te warm voor het strand. Ook knapte ik nog een uiltje van een uur. Voor het
avondeten wisselde ik weer DM 100 bij een zwarthandelaar, die me al
verschillende malen benaderd had en waarmee ik geregeld een praatje maakte,
zonder te wisselen overigens. Ik eiste 1 op 13 en kreeg dat ook, hoewel de
doorsnee zwarte koers 1 op 11 is. |
 |
‘Anfreunden’ met kelnerin Angelika
De vroege avonduren benutte ik, gezeten op een bankje, met het observeren van
flanerende badgasten op de boulevard. Toen me dit ging vervelen, begaf ik me
naar restaurant Prajura, waar ik met twee jonge Duitsers uit Wilhelmshafen
verscheidene potten bier opslokte. Op dit terras kreeg ik al gauw contact (eerst
oogcontact) met een dienstertje. Zij bleek Angelika te heten en waarderde mijn
blikken door ons consequent als eerste te bedienen, wat zelden voorkomt in het
Oostblok. Bij het afrekenen maakte ik in een hoekje een praatje met haar.
Tijdens dit geheimzinnig aandoend onderhoud, beloofde ik haar deodorant en zeep
uit de shop. Met een kneepje in mijn zij en een veelbelovend knipoogje ging zij
weer aan het werk.
Opnieuw een avond met Stella
Het was inmiddels 9 uur geworden en ik moest mijn afspraak met Stella nakomen,
dus op naar de Auto Nachtclub. Half tien, tien uur, half elf, nog steeds geen
Stella. Terwijl ik de ene whisky na de andere achterover sloeg, zakte mijn
stemming naar het nulpunt. Ik stond net op het punt om te vertrekken, toen
Stella verscheen. Ze was echter niet alleen, maar had gezelschap van een kennis,
omdat ze na de negatieve ervaringen van de vorige dag niet alleen de zaak in
durfde te komen. Een smoesje? Ik weet het niet. Hoewel haar vriend Angel (hij
sprak alleen een beetje Engels) een aardige knul was, stond zijn aanwezigheid me
niet aan. Mijn stemming werd er dus niet beter op. Buiten stond Ileila te
wachten, ook met een vriendje. Ik schikte me uiteindelijk in mijn lot en
verklaarde mezelf het vijfde rad aan de wagen. We gingen "herumspazieren", iets
waar "latino's" zich graag aan overgeven. Ook moest er nog worden gegeten. Alle
keukens waren gesloten, maar wie slaagde er in om toch nog worst, brood en 2
flessen wijn te versieren? Juist ja, de enige buitenlander in het gezelschap.
Zowel de jongens als de 2 meisjes waren student of student geweest en konden met
dat enigszins onderontwikkeld personeel niet goed communiceren. Ze werden dan
ook argwanend en lomp behandeld. Toen verscheen ik, de toerist, op het toneel.
Een verlegen, maar charmante glimlach, hier en daar achteloos een briefje van 10
lei "baksjies" laten rondslingeren en wat hakkelende, hulpeloze pogingen tot
gesprek in het Roemeens, deden hun weerstand als sneeuw voor de zon smelten. Ik
kreeg eten en drank, betaalde de rekening, maar at en dronk niet van de spijzen.
Mijn psychologische overwinning was een feit.
Politieke uitspraken uitlokken
Na dit incident liep het niet meer zo gesmeerd. Ik begon boudweg over allerlei
onpopulaire onderwerpen te oreren, probeerde hen tot politieke uitspraken te
dwingen en kraakte zowel Oost als West tot op de grond af, waarbij ik vooral
niet vergat de intelligentsia (die dus "life" aanwezig was) een veeg uit de pan
te geven door hen te beschuldigen van elitarisme en isolationisme. Dit alles
werd me niet in dank afgenomen, temeer daar het dispuut drietalig was, waardoor
ik genoodzaakt werd tot bondige zwart wit formuleringen. (De vele
overschakelingen, vooral naar het Frans, kostten me veel moeite!) Ik had echter
een bloedend hart, het romantische avondje met Stella waar ik zo vurig raar
verlangd had, was nu eenmaal toch naar de knoppen.
Afgewezen: balen als een stier
Langzamerhand hadden we ons verplaatst naar het dakterras van hotel Razelm. Weer
kregen we niets te drinken, maar ditmaal kwam ik niet tussenbeide. Ik kreeg
contact met andere Roemenen en liet het groepje links liggen. Even later werden
ze door de gerant weggejaagd, omdat ze niets dronken. (Erg logisch nietwaar?
Iemand weigeren drank te verkopen, waarna je hem kunt verwijderen omdat hij
niets gebruikt...) Ze vroegen of ik mee ging. Ik ging akkoord, maar begon weer
moeilijk te doen (“Waarom willen jullie dat ik meega? Ik ben toch een blok aan
jullie been! Wat zijn jullie fatsoenlijk!” en dat soort dingen.) Stella
probeerde de zaak wat te sussen (“Lassen wir doch froh sein….”), maar ik had er
genoeg van. Zeer correct nam ik afscheid. Op weg naar huis baalde ik als een
stier. Ik had me te veel van deze avond voorgesteld, dat is nooit goed. Tranen
van woede en teleurstelling kwamen te voorschijn, de frustratie van onverwerkte
eenzaamheid. Of, misschien was het wel de overvloedig genoten whisky, die mijn
wil en zelfbeheersing deed verslappen en aldus het sentiment ruim baan gaf?


|