|
Moeizame ochtendgymnastiek
De een na laatste dag. Ik had langzamerhand zin om weer thuis te zijn. Het
klimaat was er te heet naar mijn zin: je wordt er zo lusteloos en lui van. 's
Morgens onder het koffiedrinken observeerde ik de ochtendgymnastiek van een
groep lijvige Duitse vrouwen. Om tien uur was ik al op pad gegaan. Ik nam een
wandelroute via de kust naar het noorden toe. Het beloofde een hele sjouw te
worden. In een strandtentje at ik twee grote braadworsten en dronk ik
afschuwelijk naar karton smakende, plaatselijke cola.
Futuristisch Cap Aurora
Rond het middaguur zeeg ik neer op een vooruitspringende kaap waar ik een uurtje
in de brandende zon bleef liggen soezen. De omgeving oogde fraai en ik voelde me
gelukkig en tevreden: geen plichten en kopzorgen, nergens pijn en geen
kwaaltjes. Na eerst het futuristisch gebouwde Cap Aurora aangedaan te hebben,
kwam ik aan in het vakantiedorp Jupiter. Het dorp was gebouwd rondom een grote
visvijver, annex roeivijver. Het daarbij behorende, bekende visrestaurant kon ik
echter niet ontdekken, zodat ik me maar installeerde op een terras met een hele
liter “apa mineral” voor me. Ik leende de nieuwste ‘Bildzeitung’ van een
Duitser. Waar een mens zich niet toe verlaagt als hij, lettervreter zijnde, niks
in handen heeft om te lezen…
Smullen in gaarkeuken
Bij wijze van experiment sloot ik me aan bij een ellenlange rij in een drukke
gaarkeuken. Hier geen westerse toeristen (of het moesten trekkers met rugzakken
zijn), wel voornamelijk Oost-Europeanen. De serviceverlening ging hier overigens
hand in hand met de lage prijzen. Voor nog geen drie gulden en een half uur
zwetend voortschuifelen kreeg ik een halve kip, dikke groentesoep, spitskool en
rijst. Het eten was wel behoorlijk vet en servetjes waren in velden noch wegen
te bekennen.
Fraaie Yolanda uit Boekarest
Na deze schranspartij zat ik buiten op een bankje bij te komen van de
inspanningen. Er kwam een bloedmooie vrouw langs, zeulend met een koffer. Een
paar meter verder bleef zij hijgend pauzeren. Ik kreeg een ingeving, stapte op
haar af en bood me in het Frans als sjouwer aan. Haar gezicht klaarde op en
samen sleepten we de koffer naar een busstation waar ze moest zijn. Onderweg
konden we het goed met elkaar vinden. Ze kwam uit Boekarest waar ze
kunstgeschiedenis studeerde, heette Yolanda en was tijdelijk gids voor een groep
welgestelde Italianen, van wie zij veel cadeautjes kreeg vertelde ze smalend. We
bleven Frans spreken. Bij de bushalte bood ik haar koffie aan. Ze hapte gretig
toe, liet haar bus schieten en bleef 2 uur aan mijn zijde in een koffiebar. Pas
toen vertrok de volgende bus. Jezus, wat was dit een mooi vrouwelijk exemplaar,
ik voelde me echt een geluksvogel, ondanks mijn ongeschoren uiterlijk (ik had ’s
morgens geen zin gehad me te scheren). Jammer genoeg kon ik geen afspraak met
haar maken, want zij woonde momenteel een heel eind verderop langs de kust.
Zonder eigen vervoer zou ik die plek nooit kunnen bereiken.
Van terras naar terras
In een uitstekende stemming richtte ik mijn schreden weer Venus - waarts.
Onderweg kocht ik een houten fluit voor Dimitri en enkele flessen gekoeld Duits
bier die ik in Venus niet kon krijgen. Ook schreef ik mijn laatste
ansichtkaarten naar Nederland. Ik sliep een uurtje waarna ik mijn aantekeningen
van de laatset vier dagen uitwerkte. ’s Avonds bezocht ik een groot aantal
terrasjes; ik had die dag veel dorst en moest die voortdurend lessen. Normaal
had ik daar niet zo veel last van. Voor het eerst in Roemenië moest ik in een
restaurant vertrekken omdat ik er eenvoudigweg niet bediend werd. Het duurde me
allemaal te lang. In een tuinrestaurant nam ik wat Roemeens “voer” (ik bedoel
die maïsbrij) tot me. Op weg naar het strand kwam ik langs de permanente kermis.
Ik had nog nooit in een UFO – BIT gezeten en daarom kocht ik maar een kaartje.
Ik maakte een paar ritten (vluchten dus …) samen met Ingrid, een knap, blond
pubermeisje uit Bergen in Noorwegen. Ik vond dit als dertiger bijzonder grappig.
Zij ook wel, geloof ik.
Tot de tanden bewapende verrassing
Daarna maakte ik een extra strandwandeling. Alles leek er uitgestorven,
tenminste dat dacht ik. Ik strekte me in het zand uit, rookte een sigaretje en
genoot van de stilte (er was geen branding) en het grillige spel van het
maanlicht op het geheimzinnige water. Mijn zesde zintuig waarschuwde me ergens
voor, ik draaide me om en ja, daar stond een tot de tanden toe bewapende
militair voor me. Met barse stem beval hij me in het Roemeens op te staan en
mijn papieren te tonen. Ik begon te zweten, want ik had helemaal geen paspoort
bij me, dat had Jim van Holland International en die zat ver weg in Constanta!
Ik beweerde dat mijn paspoort in het hotel achtergebleven was, waarop hij me
begon te fouilleren. Hij maakte mijn handtasje open en trof daar mijn Gauloises
aan. Zijn gezicht klaarde op en hij werd ineens veel vriendelijker. Waarom, nou,
dat lag wel voor de hand. Ik bood hem dus een sigaret aan, maar hij pakte het
hele pakje beet, haalde er een vijftal sigaretten uit en gaf het me daarna weer
half leeg terug. Hij verdween schielijk, binnen een seconde was hij door de
duisternis opgeslokt.
Luidruchtige nacht met muggen
Om half twaalf was ik weer ‘thuis’. Buiten was een feestje aan de gang, maar ik
had nu eens geen zin om daar aan deel te nemen. Ik hoorde namelijk weer dezelfde
grappen en grollen als de avond tevoren. Ik dronk mijn in de wastafel gekoelde
flessen Duits bier op en dook het bed in. Dat was tenminste de bedoeling, maar
het feestje buiten werd steeds luidruchtiger, terwijl een zwerm muggen mij het
slapen ook nog eens onmogelijk maakte. Pas tegen vijf uur dutte ik in, maar om
acht uur joeg de onverdraaglijke jeuk van de muggenbeten me het bed weer uit.

 |