|
Inbraak in appartement
Overal in het straatje is politie vanwege de inbraak de vorige dag. Alles wordt
gecontroleerd, vooral de wc – raampjes die meestal openstaan en waarvan de
sluiting slechts provisorisch is. Die dag lees ik veel en ga ik weer eens naar
het strand. Ik zie Eva enkele malen, maar ik laat niets blijken over wat er de
vorige avond en nacht is voorgevallen. ’s Middags sliep ik nog enkele uurtjes,
want die nacht zou ik voor een excursie naar Tel Aviv in Israël vertrekken.
Irina en Tatjana uit Oradea
In de vroege avonduren gebruik ik een aantal cocktails in restaurant Raluka. De
namen van de cocktails zijn fonetisch geschreven. Een ‘Pik For’ staat hier voor
Big Four (een cocktail met gin, whisky, wodka en rum) en een ‘Kllaine Tase’ is
een klein kopje koffie. Even verderop zaten twee leuke meisjes. Ik had zin om
een praatje te maken en stapte op hun af. Beleefd vroeg ik of ik bij hen plaats
mocht nemen, wat ingewilligd werd. Het bleken twee serveersters te zijn die
werkten in een hotel vol luidruchtige Italianen, een volk dat zij gezien hun
uitspraken niet zo konden waarderen. Ze waren beide afkomstig uit Oradea, een
stad in het noordwesten van het land. Irina was erg mooi, tenger met een
bevallige Mona Lisa – glimlach, van Hongaarse afkomst en sprak nauwelijks
Roemeens, laat staan een andere buitenlandse taal. Haar vriendin, een lang
meisje dat Tatjana heette en niet op haar mondje gevallen was, sprak evenwel
Frans, zodat ik niet in het Roemeens hoefde te gaan stamelen. Het was enig op
dat terrasje, jammer dat ik geen vriend bij me had, dan had er waarschijnlijk
meer ingezeten. Met name Irina interesseerde me mateloos.
Feestje in mijn straatje
In het straatje teruggekomen bleek er feest te zijn, alweer. De Hollanders
kaarten, praten, tappen moppen en zuipen pure whisky of coca cola. Het is dan
bijna één uur. Een Hollandse spetter, Ronnie uit Aalsmeer, komt met een knappe
Roemeen aanzetten en verdwijnt linea recta naar haar kamer. Begrijpend geknipoog
en gewaagde opmerkingen volgen haar. Er komen ineens meer Roemenen opzetten,
waarschijnlijk vrienden van die Adonis, maar deze zijn allemaal dronken en
hebben – misschien daarom – geen “Anschluss” weten te vinden bij een blonde
stoot uit het westen.
Uit de hand gelopen stoeipartij gesust
Een van de dronken kerels wil met mij perse ‘lupte’(worstelen) doen, maar
tactvol wijs ik hem door naar de Twentse bouwvakkers even verderop. Vervolgens
gaan ze met elkaar armpje drukken. De Roemeen wint glansrijk en eist een
beloning op, dan ontstaan er problemen, want dat was niet afgesproken. De zaak
escaleert, maar gelukkig verschijnt de politie ten tonele. Ik moet namens de
gasten het woord voeren, want de bouwvakkers spreken alleen Nederlands en wat
Engels. We trekken de aanklacht in, voornamelijk om de Roemeen van Ronnie niet
te compromitteren. In hun kamer is het trouwens opvallend stil geworden, ze
zullen zich wel gedeisd gehouden hebben.
Trip naar Tel Aviv gecancelled
Toevallig hoor ik van een wildvreemd iemand dat de excursie naar Tel Aviv geen
doorgang vindt. Ik ben laaiend dat ik daar niet van op de hoogte gesteld ben.
Terwijl de meute zich om twee uur joelend in het koude water van het zwembad
werpt, ging ik bij de receptie verhaal halen. En wie denk je dat daar zat?
Carmen… Mijn boosheid verdween als sneeuw voor de zon, maar de teleurstelling
bleef. Uiteindelijk wilde ik tijdens deze vakantie ook nog wel eens iets zien en
die reis naar Israël was voor mij een buitenkansje om mijn wens in ieder geval
gedeeltelijk te vervullen. Bovendien was die trip ook nog eens erg goedkoop.
Maar goed, de Palestijnen waren daar weer aan het rotzooien, bommen gooien en
zo, je weet wel. Jeruzalem was door de Israëli’s als ‘Eeuwige Hoofdstad van de
Joden’ uitgeroepen en dat werd niet gepikt door de plaatselijke Palestijnen en
zette ook kwaad bloed bij de rest van de omringende Arabische landen. De
spanningen liepen dus weer eens hoog op. Overigens geef ik de Palestijnen gelijk
in deze kwestie, zij wonen al 2.000 jaar lang in dat land.
Nadere kennismaking reisgenoten
Ik ging terug naar mijn straatje waar de zwemmers weer aangekleed waren. Er kwam
een ladderzatte Duitser bij ons zitten die over “drüben” begon te kletsen. Hij
was ooit Oost-Duitsland ontvlucht en woonde nu in Saarbrücken. Ik vond het
interessant wat hij zo vertelde, maar de Hollanders hadden daar een andere
mening over. Maar goed, de Duitser zoop dan ook ongevraagd mee op hun kosten.
(Meestel is dat andersom…) Verder maakte ik iets beter kennis met enkele
medereizigers. Zo was er Rob, een goedaardige schilder uit Ede. En Hans uit
Coevorden, een mooie jongen om te zien, recht van lijf en leden, maar helaas
geestelijk niet helemaal volgroeid. Onlangs was hij met grote moeite voor het
ITO geslaagd.
Ome Jaap K. uit Purmerend
Een ander geval was ome Jaap, een oude Amsterdammer die nu zoals veel
oorspronkelijke Jordanezen in Purmerend woonde. Zijn achternaam was dezelfde als
van een populaire Amerikaanse president; zijn ouders waren in de 18e eeuw vanuit Ierland naar
Holland getrokken om de mensen daar de weefkunst bij te brengen. Jaap was alleen
op stap, een bijna invalide man met een verlamde rechterarm als gevolg van een
recente hersenbloeding. Hij trok voortdurend de aandacht en eiste hulp op. Ik
vond hem maar zielig, alleen op de wereld met een lading medicijnen die hij
vertikte te slikken, een man die zijn gebreken veronachtzaamde en het
voortdurend had over zijn lieve hond die hij in Holland had moeten achterlaten.
Met deze bijzonder eigenwijze Jaap zou ik de laatste dagen nog heel wat te
stellen krijgen.

 |