|
MEER INFO CONSTANTA
Spulletjes kopen voor anderen
|
Een rustig dagje. Omdat ik met een geestelijke kater als resultaat van die
nervous breakdown de voorgaande avond opstond, had ik de gehele dag weinig fut.
Mijn ontbijt bestond uit een aantal gratis koppen koffie bij Angelika, het
dienstertje met de gespierde benen. Ik gaf haar een slof Kent en enige stuken
Rexona deodorantzeep. Zij betaalde in Roemeens geld. Ik was duf en ging niet in
op haar toenaderingspogingen (het was niet druk op het terras). In het
postkantoor kocht ik ansichtkaarten en postzegels met "prin avion" zegels.
Ook
zocht ik het telefoonnummer op van Mihail Guta, de veder van Marga. Ik probeerde
te bellen in een van de tien verschillende telefooncellen. (Elke cel is bestemd
voor een specifiek gesprek: lokaal, lokaal in weekend, interlokaal direct, idem
ontvanger betaalt, interlokaal indirect, idem ontvanger betaalt, interlokaal
gedurende weekend, inlichtingen, telegrammen doorgeven, etc. Zoek maar uit dus.)
Op de een of andere manier kreeg ik echter geen aansluiting. Ik had toen de
beambten in kunnen schakelen voor hulp, maar ik was eigenlijk niet zo
gemotiveerd om te bellen. Het was meer een kwestie van geweten sussen, dus ik
vond het wel goed zo. Ik lag een uurtje op het strand en ging daarna eten:
kalfsfilet, erwten, sla, met koud gehakt vooraf. Ondertussen schreef ik op pas
aangeschaft Roemeens ruitjesbriefpapier een brief naar mam, zo maar voor de lol.
(De brief kwam aan op dezelfde dag dat ik thuis arriveerde!) |

CASINO VAN CONSTANTA |
Genieten van voorkeursbehandeling
Toen ik in mijn kamer terugkeerde, stond er een cadeautje op mijn tafel. Geanina,
de oudere poetsvrouw, bood mij een fles Murfatlar witte wijn aan als souvenir. '
s Middags dutte ik wat, leerde Roemeens uit mijn boekjes en schreef
ansichtkaarten. Min avondeten bestelde ik bij Angelika: sjaschlik met friet, sla
en koontjes. Ik zat binnen, want het regende pijpenstelen. Alles was vol in het
restaurant, want velen wilden voor de regen schuilen. Angelika leidde me echter
naar een gereserveerd tafeltje. Het is leuk om ook eens van een
voorkeursbehandeling te kunnen genieten. Ik dronk Turkse koffie in een bar en
liep vervolgens de recepties van de drie grootste hotels af, op zoek naar
buitenlandse lectuur (kranten, tijdschriften). De knappe receptionistes waren
erg behulpzaam en putten zich uit in verontschuldigingen. Steeds opnieuw kreeg
ik nul op rekwest. Het regende nog steeds en het was overal slapjes. Ik kroop
maar vroeg in bed en las tot diep in de nacht "Romanian Folk Tales", o.a. over
Dracula.
6.
Nadere kennismaking met Eva, de gids
Om 8 uur werd ik geheel fit wakker. Ik had echt zin om iets te ondernemen. Om 9
uur, na aan de weg koffie en abrikozennectar gedronken te hebben, stapte ik in
de Kiki cars naar Mangalia. En wie schoof er op het laatste moment naast mij
aan? Eva, de gids waarmee ik al eerder kennis had gemaakt. “Hi teacher,” zei ze,
“hier heb ik lang op gewacht, dat ik jou eindelijk eens alleen spreken kan.” Ik
zei, ga je gang, en dat deed ze dan ook. Zij was zelf in haar normale leven ook
lerares, ze doceerde Engels aan een gymnasium in Timisoara. Voor ik het wist
waren we in Mangalia en moesten we ons gesprek over jeugdproblematiek,
didactische aanpak, pedagogische maatregelen, ongeïnteresseerde leerlingen en
gedemotiveerde leraren staken. Zij moest zich in Mangalia melden bij de politie;
om de twee dagen moest ze daar rapport uitbrengen; waarover wist geen mens, de
politie en Eva zelf ook niet. Het zal wel een bureaucratische uitwas zijn of een
ordinair pesterijtje, daar zijn ze sterk in. Ikzelf liep door naar de
plaatselijke trekpleister, de antieke Griekse ruïnes van zomerresidenties. Bij
die oude stenen (die ik echt niet zo interessant vond) lag ook een museum. Ik
vermoedde dat daar wel wat beter archeologisch materiaal opgeslagen was, maar ik
kwam bedrogen uit. Het museum lag opgetast met oude pijpen: lange, korte,
kromme, stenen, rechte, houten, meerschuimen, bewerkte, versierde, beschreven,
geverfde, aardewerken pijpen, niets dan pijpen. Weliswaar mooie pijpen, maar
toch... pijpen! Ik was zeer verbaasd, zelfs de suppooste (die staande aan het
breien was) merkte mijn verbazing. Het verwonderde me niet in het minst dat ik
de enige bezoeker was.
De stad Mangalia
Te voet bekeek ik de rest van Mangalia, maakte een foto van een nieuwerwets
cultuurpaleis (een theater) en begaf me naar het station om de trein naar
Constanta te nemen. Voor dat gebouw bevond zich een oude man met een bascule,
voor een lei of 5 woog hij mij : 80 kilo, niets aangekomen, niets afge-vallen.
Op het perron aangekomen werd ik even niet goed: wel 500 toeristen en reizigers,
zigeuners en soldaten zaten en lagen bepakt er gezakt tot ver in de omtrek te
wachten op schijnbaar nooit verschijnende treinen. Om een kaartje te
bemachtigen, moest ik achter aansluiten bij eer rij van zo'n 40 personen. Dat
verdomde ik. Dit was weer eens het Oostblok ten voeten uit: honderden mensen
gelaten als vee wachtend, nooit op tijd arriverende treinen, elkaar
tegensprekende informatie, personeelsonderbezetting (slechts één van de vier
loketten open), snikheet er nergens verfrissingen te verkrijgen, stationsklokken
(!) die verschillende tijden aangaven, krijsende kinderen, stank van broodjes
met geitenkaas, kortom, complete chaos, verwarring alom. Ik besloot maar de bus
te nemen. Een juist besluit, want een kwartier later was ik, hoewel niet
geriefelijk, op weg naar Constanta.
Constanta: geldwisselaars en zwarthandelaren
Het eerste wat ik in Constanta deed was eten en drinken: een
aantal mititei (pikante gehakttrolletjes gegrild) en veel
mineraalwater. Het was nog een hele tippel naar het centrum, o.a.
langs de grootste haven van de Zwarte Zee, waar ik foto's maakte. In
het oude centrum (hoge huizen, smalle straten, erg levendig, typisch
méditerrannée) waren veel toeristen op de been en dus ook veel
zwarthandelaars en geldwisselaars. Ik scheepte hen steeds in het
Roemeens af: “Nu schimb, merg!” ofwel: “Niet wisselen, ga weg!”
Later haalde ik enige zelf verzonnen grappen met hen uit.
• Grap 1: spreken ze me aan in het Duits, dan antwoord ik in het
Engels; gaan ze over in Engels of halen ze er een vriend bij die
Engels spreekt, dan gebruik ik Frans. Nieuwe vriend erbij, dan was
het Nederlands aan de beurt of het Turks. Ten langen leste gaven ze
het dan maar op, hun talenkennis was uitgeput, ondanks het inroepen
van hun van collega's. Tot mijn vermaak en hun verbazing liep ik dan
door met een Roemeens zinnetje ten afscheid. "Multumesc! Vorbeti,
lingua strain fuorte bine! Arrivedere!” (Welbedankt, jullie spreken
je buitenlandse talen erg goed. Tot ziens!)
• Grap 2: je wordt aangesproken. Je zegt niet nee, maar doet erg
schuw. Ze dringen aan. Plotseling tuur je over hun schouder in de
verte, je gezicht klaart op en je begint met je armen te zwaaien,
terwijl je roept "Polizei, hier, Polizei! " En dan is het lachen
geblazen hoe snel ze het hazenpad kiezen. Logisch ook, op zwart
wisselen staat hier 2 jaar werkkamp.
• Grap 3: ook erg leuk. Ze schieten je aan, bv. in het Duits, en je
gaat er enthousiast op in. Dan beginnen de onderhandelingen, ze
beginnen meestal veel te laag met 1 op 9 (officieel is de koers 1 op
7) . Nee, zeg je dan verontwaardigd, "Ich will mindestens 1 auf 100"
. Ze begrijpen je dan meestal niet, deze eis is zo buitensporig dat
ze het niet kunnen volgen. Ze bieden vervolgens hoger. Ik vraag weer
1 op 100. Dan bieden ze 1 op 11, ik ga ook iets lager: l op 99!
Normaal gesproken voelen ze dan nattigheid en willen ze me
overtuigen dat ik er geen verstand van heb. Ik reageer niet en bied
weer iets lager: 1 op 97. Collega's stromen naderbij (Kom kijken,
daar die Duitser, dat is te gek!), er wordt gelachen en niet
begrijpend gaan de handpalmen de lucht in. Als ik mijn pret niet
meer kan inhouden, krijgen ze in de gaten dat ze voor de gek worden
gehouden. Meestal vatten ze het sportief op, een keer kreeg ik zelfs
een drankje aangeboden
|
Romeins museum Tomis
Behalve avonturen met zwarthandelaars, bezocht ik een vijftal musea in
Constanta, en wel de volgende. Het mozaïekmuseum: grote vloermozaïeken van de
haven Tomis uit de Romeinse tijd. Het folkloristische museum van de Dobroedsja
(de lokale landstreek): veel klederdrachten en gebruiksvoorwerpen. Het
Historisch en Archeologisch Museum: redelijk groot en goed geoutilleerd museum
met het accent op de herkomst van de Roemenen: de Daciërs.
Moskee uit zeventiende eeuw
De Moskee: een moskee uit de zeventiende eeuw, die nu nog gebruikt wordt. Niet
al te groot, maar goed onderhouden. Foto vanaf de minaret gemaakt. De Oude
Grieks-orthodoxe Kerk: ik was er de enige bezoeker. Een klein, intiem kerkje met
veel kunstige stoelen en iconen en wandkleden. Ik stopte iets in het offerblok:
dat was lang geleden! Tot een uur of zes zwierf ik door de stad, Roemeense
specialiteiten (o.a. gebak) en inheems bier gebruikend aan de stalletjes,
imposante gebouwen en fonteinen en parken bekijkend, hoekhandels binnenlopend,
fruit kopend, een zigeunerbruiloft midden op straat meemakend (waar ik geen
foto's durfde te maken, veel zigeuners gaan daar niet mee akkoord), snoepend van
karnemelkijs, uitrustend in de zon op een bankje, in warenhuizen het assortiment
bekijken, etc. Om half zeven stond ik temidden van honderden anderen op de bus
naar het zuiden te wachten. Geen enkele bus vertrok stipt, maar daar stoorde ik
me niet meer aan. Ik liet twee bussen gaan, om de doodsimpele reden dat ik er
zonder te vechten niet in kwam. Dat vond ik beneden mijn waardigheid, dus dan
maar wachten.
Met Hedda in de bus
Plotseling werd ik aangesproken door een leuk meisje, dat accentrijk Nederlands
sprak: Hedda, de gids van Harie en Soffie. Zij was in Constanta inkopen gaan
doen en moest ook de bus terug hebben. Dat werd samen reizen, erg amusant.
Temidden van knoflookwalmen en ruwe, ongeschoren koppen werd "geliteratuurd". We
hadden goed contact, zeker ook lichamelijk, want we werden door de massa tegen
elkaar aangedrongen. Het was bloedheet. Ik was bloedheet. Zij was bloedheet. Zij
was zeker zo groot als ik en dat viel temidden van de meestal klein van stuk
zijnde Roemenen al gauw op. Wij hadden echter geen oog voor de omgeving. We
voelden ons verheven boven de dieren. Echt! We hadden deze mensen zien knokken,
zien gillen, tussen de deuren geklemd zien zitten, duwend, dringend, tierend,
razend, brullend, wezenloos pavloviaans reagerend (term van Hedda), zwetend,
kauwend, gesticulerend… Het is te gek, je krijgt het benauwd, je stikt, je
verwenst die kudde vee, je voelt je individualisme wegsijpelen, je krijgt
engtevrees, vermoedt gauwdieven en teringlijders en dan..., dan klamp je je aan
de enige gelijkbesnaarde ziel (denk je tenminste) vast. Dat was blonde, grote
Hedda in dit geval. De polyglotte Hedda uit de apotheek van het nog middeleeuwse
trekjes vertonende Sibiu in Transsylvania. Plotseling een geweldige klap, het
sardienenblik begon te slingeren en komt in de berm tot stilstand. Paniek,
iedereen naar buiten klauterend. Klapband gehad, de weg bezaaid met flarden
gesmolten rubber. Nog 5 kilometer naar Venus. Gezellig wandelen met Hedda,
blaren of geen blaren, niet wachten maar weg van de kudde. De weg kwijt geraakt
als gevolg van de snel invallende duisternis, maar geen nood: we hadden elkaar.
Roemeense pruimenbrandewijn
Om een uur of elf was ik weer in mijn kamer terug. Met Hedda had ik een afspraak
voor de volgende dag gemaakt: samen naar het strand. Het zou haar laatste dag
aan de kust zijn. Daarna zou ze samen met het Limburgse gezin vertrekken voor
een 5-daagse rondreis door de woeste Karpaten. Die avond ging ik niet meer uit,
maar ordende mijn aantekeningen en het materiaal over de musea van Constanta.
Ondertussen sprak ik regelmatig mijn flesje "tuica" aan (Roemeense
pruimenbrandewijn, vergelijkbaar met slivovitsj), die ik ter verkoeling in een
vaas met water had gezet. De warme douche die ik nam om het stof en alles van
die dag af te spoelen, maakte me slaperig genoeg om in bed te duiken.
MEER INFO CONSTANZA
Aan de Zwarte Zee
Het stadsbeeld van Constanza is uiteenlopend,
met oudheidkundige monumenten
naast betonnen flatgebouwen.
Het hart van de stad is het piata (plein) Ovidiu, met in het
midden een standbeeld van de vermaarde Romeinse dichter Ovidius. De oude stad
heeft nog talrijke overblijfselen uit de Griekse en Romeinse perioden, zoals de
marktmozaïeken van de oude stad Tomis, niet ver van het oudheidkundig museum.
Maar deze historische monumenten komen niet tot hun recht. De 15e - eeuwse
moskee aan de strada Muzeelor is nu een betonnen bouwsel dat een replica moet
voorstellen van de moskee van Konya in Turkije. Bij het oude stadshart vindt men
nog enkele originele straatjes uit het eind van de 19e eeuw. Hier staan huizen
van twee of drie verdiepingen met overhangende pannendaken en originele gevels,
met balkons en boogvormige ramen. Aan de kust liggen nog enkele luxueuze villa's
uit het begin van de eeuw. Verder is Constanza een verzameling van betonnen
woonblokken, gescheiden door brede straten, die van de kust tot diep in de
vroegere oude wijken zijn doorgetrokken. Ten noorden en zuiden van de stad
liggen een aantal badplaatsen en ook daar wisselt beton of met bungalows. Alleen
Eforie heeft een zekere charme.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Mahmoud II - moskee, casino, kathedraal, Museum voor Volkskunst, Archeologisch
Museum, piata Ovidiu.
WETENSWAARDIGHEDEN
Hoofdstad van de provincie Constanza
Taal: Roemeens / Munteenheid: leu
Godsdiensten: orthodox, rooms-katholiek
CIJFERS
Bevolking: 349.000 inwoners Oppervlakte: ongeveer 60 km2 Bevolkingsdichtheid:
5816 inwoners / km2
De Roemeense "Riviera"
De oude Griekse stad is nu het centrum van een verstedelijkte zone
aan de Roemeense Zwarte - Zeekust.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Toerisme, havenactiviteiten, scheepswerven, passagiersvervoer. Handwerk.
Industries voedingsmiddelen, petrochemie, textiel, papier.
Constanza begon als de stad Tomis in de 7e eeuw v.Chr., gesticht door Griekse
kolonisten uit Anatolië. In de eerste eeuw v. Chr. kwam deze handelspost onder
Romeins gezag. Keizer Octavianus verbande de vermaarde dichter Ovidius voor acht
jaar naar deze streek. In de 4e eeuw bet keizer Constantijn de Grote de stad
herbouwen, en gaf het de naam van zijn zuster Constantiana. Daarna werd
Constantiana een Genuese handelspost, die tussen de 6e en de 15e eeuw
herhaaldelijk blootstond aan invasies en verwoestingen. In 1413 kwam
Constantiana onder Turkse overheersing. Het Ottomaanse ge¬zag duurde tot 1878 en
in die periode degradeerde de stad onder de Turkse naam Kistenja tot een
onaanzienlijke vissersplaats. Roemenie kreeg het gebied weer terug en Kastenja
werd Constanza. Als badplaats aan de Zwarte Zee kreeg de stad een casino, luxe
hotels en fraaie villa's en tot 1939 was dit in de wintermaanden een
vermaaksoord voor de Roemeense aristocratie en bourgeoisie.
Onder het communistische bewind van Ceausescu werden de haveninstallaties
uitgebreid en de aanleg van het Donau - kanaal naar de Zwarte Zee verbond
Constanza met Cernavoda. Maar de infrastructuur voor het toerisme werd een
eerste prioriteit. In een kustgebied van 50 km werden badplaatsen als Mamaia,
Eforie of Mangalia een vakantiebestemming voor de communistische nomenklatura
uit Oost - Europa, die Ceaucescu's schaarse deviezenreserves aanvulden. De
revolutie van 1989 betekende het einde voor Ceausescu en daarna werd de kustzone
ook opengesteld voor minder draagkrachtige Roemenen; meer dan 2 miljoen
vakantiegangers toeven hier jaarlijks. De haven van Constanza werd
gemoderniseerd en is nu qua overslag de vierde van Europa, die meet dan 60 grote
zeeschepen tegelijkertijd kan afhandelen. Buitenlandse investeringen blijven
ondanks de inspanningen van de nieuwe regering aan de bescheiden kant, want tot
dusver zijn slechts 23 van de 177 ha van de vrijhandelszone in exploitatie. Het
havenverkeer stagneert, maar de teruggang van de graan- en olie-uitvoer is toch
min of meet opgevangen.
KLIMAAT
Zeeklimaat. Gemiddelde temperaturen: januari, 2,4° C; augustus, 20°
C. jaarlijkse neerslag: 400 mm.

 |