|
C.C.T. Schmitz, etc.
Roermond
Betreft: uitvoerige beschrijving van
diefstal van een schoudertas met inhoud
Donderdag 30 juli 1987:
Na een vermoeiende busreis uit het noorden van
Portugal kwamen ondergetekenden om 7 uur in de namiddag aan in
Lissabon. Op het station Sao Apollonia aldaar reserveerden zij 2 1e
klas plaatsen in de Lusitania ‑ Express die dezelfde avond nog om
21.00 uur naar Madrid vertrok. Toen zij om 20.30 uur hun intrek
namen in hun coupé, bleek dat hun gereserveerde plaatsen aan de
gangkant lagen. Bovendien waren alle andere plaatsen reeds bezet,
waardoor er nog maar weinig bagageruimte beschikbaar was. Hun beide
reistassen pasten nog net op het bovenste bagagerek, maar hun
schoudertas, die zij samen gebruikten, kon alleen nog maar geplaatst
worden op het veel kleinere en lager bevestigde benedenrekje.
Vrijdag 31 juli 1987:
Even na middernacht maakten de inzittenden van
de coupé waarin beide ondertekenden reisden aanstalten om van hun
nachtrust te gaan genieten. Ook wij installeerden ons voor de nacht;
uit voorzorg droegen wij waardevolle, documenten (paspoort, cheques
e.d.) en geld op ons lichaam. De schoudertas bleef op het
benedenrekje staan, er was immers nergens anders plaats voor. Rond
01.00 uur lagen ook wij onder zeil. Het werd een rusteloze nacht.
Niet alleen Portugese conducteurs liepen in en uit, maar ook
douaniers droegen hun steentje bij. Het was daarom ook verboden om
de schuifdeuren van het compartiment af te sluiten: de bovengenoemde
functionarissen keken daar streng op toe, want zij moesten hun werk
ongestoord kunnen uitvoeren.
In Spanje aangekomen ging een en ander in
omgekeerde volgorde in zijn werk; eerst verschenen de douaniers,
daarna de conducteurs. Soms werden de deuren ook wel eens geopend
door verdwaalde passagiers of slaapdronken reizigers uit
aangrenzende coupés. Hoe vaak dit gebeurde weten we niet, want in
een diepe slaap gedompeld ben je je niet van zo iets bewust. Hoe dan
ook, toen de trein om 08.00 uur Madrid naderde, ontwaakten wij. Een
tweetal medepassagiers bleek tussen 06.00 en 08.00 uur al in andere
Spaanse plaatsjes te zijn uitgestapt, maar daar hadden wij niets van
meegekregen. Wij ontdekten al spoedig het verdwijnen van de
schoudertas. We gingen op onderzoek uit, maar vonden niets. We
ondervroegen de twee overgebleven medepassagiers, twee Madrileense
jongedames, maar die hadden ook geslapen en niets gemerkt van lieden
die kwaaie bedoelingen hadden. Ook de conducteur die we tenslotte
aanschoten kon ons niet verder helpen.
Om 09.00 uur kwamen aan op station
Madrid ‑ Zuid, genaamd Atocha. Een gang naar het bureau "gevonden
voorwerpen" was vergeefs, dat was nog gesloten. Gelukkig was in het
station wel een post van de gemeentepolitie gevestigd, zodat we
zonder noemenswaardig tijdverlies aangifte konden doen van de
diefstal van onze schoudertas. De politieagenten door wie we werden
ontvangen toonden zich over ons verhaal allerminst verbaasd. Naar
hun zeggen opereerden veel zakkenrollers en andere vagebonden op het
traject Lissabon-Madrid v.v., met name tijdens de nachtelijke uren.
Het opstellen van de verklaring van aangifte
had door wederzijdse taalproblemen nog wel wat voeten in aarde, maar
uiteindelijk kwamen de mannen van Hermandad er met behulp van een
formulier - dat in 4 verschillende talen gesteld was - toch nog uit.
Om 10.00 uur konden we onze reis voortzetten.
Naar waarheid opgesteld,
Roermond, 08 september 1987
|