Uit het verslag van 1987
Do. 30 juli 1987
Om 11.40 uur vertrekken we met bus vanuit Coimbra naar Fátima. Aankomst daar om 13.00 uur, bagage
afgegeven bij een depot aldaar. Bedevaartsoord bezocht, als onkerkelijke (Clim)
en atheïst (Jos) hebben we
hier eigenlijk niets te zoeken. Het is niet zo erg druk, het seizoen is al lang
afgelopen. Grappig vinden we de kruipende gelovigen. we voelen wel enig
medeleven met hun smarten.
Ook opvallend zijn de duizenden druipende en stinkende kaarsen die ter ere van
de Heilige Maagd ontstoken zijn. We drinken er koffie in een van de vele
restaurants en hotels die het heilige oord omgeven. De meeste zijn trouwens
gesloten, net zoals de souvenirshops. Om 15.30 uur vertrekken we naar Lissabon met dezelfde busmaatschappij.
Vertrek met de Lusitania Express Aankomst
in Lissabon tijdens het spitsuur. Van station midden-noord naar station oost:
Sao Apollonia. We moesten tijdig zitplaatsen in de Lusitania Express voor de dag
erna reserveren (Clim
stond weer eens één uur lang in rij). Geld wisselen, van escudo's naar peseta's,
had weer eens heel wat voeten in de aarde. We moesten hierbij ook
onze paspoorten laten zien.
Om 21.00 uur: de trein vertrekt punctueel, we gaan weer terug
naar Spanje om van daaruit met een andere trein via Frankrijk en België
huiswaarts te keren. Dezelfde kennis van de heenreis, de Portugese zakenman, zit weer in
trein. We maken een gezellig praatje met hem en hij vertelt ons over de
succesvolle carrières van zijn kinderen, die allen de universiteit
afgerond hebben. Druk, druk, druk! |
 |
| Lees verder Naar huis |
|
| |
|
19. FÁTIMA (1999)
In 1999 maakt Jos vanuit Lissabon alleen een excursie naar het bedevaartsoord Fátima. Naast Lourdes, Rome en Jeruzalem
is dit het belangrijkste pelgrimsoord van de rooms-katholieke wereld. In 1988
ben ik er al eens met Clim geweest toen we op doorreis van Coimbra naar Lissabon
hierlangs kwamen (zie hierboven). De naam Fátima verwijst naar een kruisvaarder die de jonge
vrouw van een Moorse vorst schaakte. Uiteraard heette die vrouw Fátima, zij
bekeerde zich alras tot het christelijke geloof Het is er nu helemaal niet druk.
De legende van Fátima
Het seizoen begint pas op 13 mei, de dag dat drie jonge herderskinderen in 1917
de verschijning van de Heilige Maagd Maria mochten aanschouwen. Een wonder: in
een steeneik zagen zij een vrouw die helderder straalde dan de zon. Vijf maanden
lang, elke keer op de dertiende van de maand, verscheen de vrouw opnieuw. De
laatste keer waren 70.000 gelovigen getuige van een wonderbaarlijke
zonnerotatie. De antiklerikale republikeinen, die hadden toen net de koning naar
huis gestuurd na een burgerlijke revolutie, sloten de kinderen op, waarna er
geen verschijningen meer volgden. De Maagd schijnt nog een drietal geheimen
onthuld te hebben aan de kinderen; geheimen die alleen aan de Heilige Vader in
Rome bekend zijn. Twee ervan zijn al uitgekomen: de val van het Communisme in
Rusland en het uitbreken van nog een Wereldoorlog, namelijk de Tweede.
Met de bedevaartkerk werd begonnen in 1928, de architect was een Nederlander,
een zekere Gerardus van Kriechen. Pas in 1953 was het bouwwerk voltooid. Het
enorme voorplein voor de kerk stroomt met name op de twaalfde van de maand, als
er nachtprocessies worden gehouden, helemaal vol. Na het bezoek aan Fátima en
een souvenirfabriek (vertraging!) zijn we een uur later weer terug in Lissabon.
Onze-Lieve-Vrouw van Fátima
Populair
heiligdom voor de maagd Maria
Onze-Lieve-Vrouw
van Fatima werd gebouwd ter herinnering aan het feit dat hier in
1917 de maagd Maria werd gezien door drie herderskinderen: Lucia
Santos en Francisco en Jacinta Marto. Ze zouden op 17 mei door Maria
zijn bezocht in een weide niet ver van het dorpje Aljustrel zo'n 1,6
km van de stad Fátima. De verschijning zou hebben gezegd dat ze zich
bezorgd maakte over de oorlog die Europa verscheurde (dit was het
voorlaatste jaar van de Eerste Wereldoorlog). De gedaante keerde
vijf maanden achtereen terug en elke keer was een grotere menigte
aanwezig (hoewel alleen de kinderen Maria konden zien en horen). Op
13 oktober verscheen ze voor het laatst en meer dan 70.000 mensen
meldden dat ze donderwolken hadden zien langsgaan en dat er
gekleurde lichtstralen naar de aarde schoten.
De bouw van de
basiliek, die de graven bevat van de drie zienertjes (Lucia overleed
als laatste in 2005), begon op 13 mei 1928 en in oktober 1953 werd
hij gewijd. Het gebouw, met een 65 meter hoge centrale toren, bezit
lange wandelgangen in Romeinse stijl met witmarmeren zuilen. Aan
weerskanten van de ingang hangen schilderijen van Maria. De kerk is
via colonnades verbonden met een reeks gebouwen, waaronder een
klooster en een ziekenhuis. De vijftien altaren zijn opgedragen aan
de vijftien mysteries van de rozenkrans en de gebrandschilderde
ramen vertonen afbeeldingen van de verschijningen. De pelgrims
verzamelen zich op de aangrenzende Cova, een weids voorplein met een
kapelletje op de plek waar Maria zou zijn verschenen.
In 1970
verklaarde het Vaticaan het verhaal van Fátima een legitiem
onderdeel van de christelijke geschiedenis. Het voorplein biedt
plaats aan 300.000 pelgrims, maar het waren er meer dan een miljoen
toen de paus kwam. Van de maanden tussen mei en oktober is elke
dertiende dag de favoriete datum om een bezoek te brengen.
|


|