De volgende dag ontbijten we laat, maar wel met gebakken eitjes. Het buffet is
weer eens uit de kunst. Helaas regent het buiten. We hadden nog een beetje van
de stad willen bekijken, maar door dat slechte weer komt daar niets van terecht.
We blijven nog een beetje nabuiken op de majesteitelijk grote bedden. Pas tegen
half twaalf vertrekken we. Jos rekent de garagehuur af. Gelukkig is het gestopt
met regenen. Het duurt zeker een half uur voor we de stad helemaal uit zijn. We
beginnen met een goede, maar erg drukke autoweg. Na luttele kilometers gaat die
helaas over in een bijzonder intensief gebruikte driebaansrijksweg.
Gelukkig is de toestand van het wegdek hier een stuk beter dan meer in het
oosten van het land. Dat neemt niet weg dat het erg onprettig rijden is voor
Clim. In feite komt het neer op een voortsukkelende file van ruim 200 kilometer
met veel ‘Brummi’s’. We drinken uitstekende koffie in een chauffeurscafeetje bij
een tankstation (Clim heeft het Kaatje daar voorzien van verse brandstof).
Zestig kilometer voor Poznan dient zich een autosnelweg aan. Het blijkt een
tolweg te zijn, als gevolg van die tolheffing blijkt plotsklaps driekwart van het verkeer
verdwenen te zijn. Zij geven de voorkeur aan de gratis, maar levensgevaarlijke
rijksweg naar Poznan. Clim kan eindelijk weer eens op het gaspedaal trappen en gemiddeld 130
km/u gaan scheuren.
Poznań
Poznań (Duits, historisch: Posen) is
een stad in het westen van
Polen. De stad ligt aan de rivier de
Warta en telt 574.100 inwoners (2004), waarmee
het de vijfde stad van het land is. Poznań is de
hoofdstad van het
woiwodschap
Groot-Polen en de voornaamste stad van de
gelijknamige historische regio (Groot-Polen).
Het is een belangrijke handels- en industriestad,
die bekend staat om haar
jaarbeurzen. Poznań is sinds 1519
universiteitsstad en heeft een internationale
luchthaven.
Poznań behoort tot de oudste
steden van Polen. In de 10de eeuw werd in Poznań de
eerste Poolse kathedraal gebouwd en de eerste
vorsten van de
Piastendynastie werden hier begraven. In de 16de
eeuw beleefde de stad haar grootste bloei, waaraan
de
Dertigjarige Oorlog en de
Pools-Zweedse Oorlog in de 17de eeuw een einde
maakten.
De stad was van
1793 (Derde
Poolse Deling) tot
1919 (Vrede
van Versailles) in Pruisisch-Duitse handen: het
was vanaf 1815 de hoofdstad van het
Pruisische
Groothertogdom Posen, dat in 1846 de
Provincie Posen werd. Een deel van de bevolking
was dan ook Duits. Zij werden met de invasie van het
Rode Leger vanaf
1945 uit Polen verdreven. Na de Eerste
Wereldoorlog, toen Poznań Pools werd, waren de
meeste Duitsers overigens al uit de stad vertrokken.
Wij rijden regelrecht naar het Mercure Hotel, waar we aan de achterkant een
betaalde parking vinden. Weer eens vier sterren, het kan niet op. Voor we onze
kamers inspecteren, nemen we heerlijke pilsjes op het terras. Clim vindt dat hij
dat wel verdiend heeft. We eten in het hotel; lekkere, maar niet echt grote
porties worden er geserveerd. Jos eet kippenlevertjes, Clim kippenpootjes.
Daarna maken we een avondwandeling door een gedeelte van het centrum. Ook hier
lag vroeger na WO II alles in puin, maar de meeste gebouwen zijn weer in hun
oude luister hersteld, met name de universiteit en het theater. Natuurlijk staat
er ook een opvallend monument, nu niet voor de gevallenen in die oorlog, maar
voor de doden die hier in 1956 tijdens een opstand tegen het communistische
regiem zijn gevallen. Na koffie op een overdekt terras keren we om negen uur
terug naar het hotel. Daar bekijken we belangstellend een documentaire van
Costas Gravas over de ondergrondse terreurbeweging / verzetsgroep Tupamaros
tijdens de jaren zeventig in Uruguay. Met name de geheime betrokkenheid van de
CIA in het bestrijden / oprollen van de guerrillero's wordt hier door de
begaafde filmer uit de doeken gedaan.
Wodka voor zloty’s
Voor de laatste keer deze reis vis bij het ontbijt! Morgen
logeren we al op Duitse bodem. Na het ontbijt gaat Jos nog een uurtje de stad in
om foto’s te maken. Gisteren was het weer daarvoor te bewolkt, maar nu is het
gelukkig een stuk zonniger. Vlakbij ons hotel ligt het station, meer een
ondergronds geval trouwens. Om half twaalf verlaten we het hotel. In een mum van
tijd zijn we de stad uit en zitten we op een goede driebaansweg. Ondanks de
lange rijen vrachtauto’s kunnen we toch nog een beetje opschieten, dat komt ook
omdat het wegdek betrouwbaarder is. De 180 kilometer naar de grens leggen we
binnen 2½
uur af. Aanlengkoffie bij een benzinestation, naast ons op het terras zit een
hoer op leeftijd naar ons te lonken, no chance! Bij het allerlaatste
benzinestation voor de grens gaat Jos onze zloty’s opmaken; beladen met flessen
wodka keert hij terug. Tien kilometer voor de grens worden we verrast met een
autobaan van onmiskenbaar Duitse kwaliteit. Bij de grens staat veel
vrachtverkeer, maar wij mogen ongehinderd doorrijden. We zitten in Duitsland,
met name het oosten, dat vroeger tot de DDR behoorde. We zijn van plan hier nog
een drietal dagen aan onze Baltische vakantiereis vast te knopen.