|
Fotocollage Gdansk
DAG 3 GDANSK
Malbork ligt ongeveer 60 km van Gdansk af, maar het duurt bijna anderhalf uur
voor we het parkeerterrein aan de rivier de Nogat oprijden. Via een houten brug
bereiken we het enorm uitgestrekte complex, dat eigenlijk uit drie burchten
bestaat. Natuurlijk is er ook een toeristische circus omheen gebouwd met veel
kraampjes vol ridderspul. Voor de kassa staat een lange rij voor ons, gelukkig
schiet die snel op. Malbork staat op de werelderfgoedlijst van de Unesco.
Rondleiding met Poolssprekende gids
We sluiten ons aan bij een Poolse groep die we bijna twee uur lang volgen. Dan
wordt het ons te veel en scheiden onze wegen zich en exploreren we de rest van
het kasteel op eigen houtje. Het geheel maakt een diepe indruk op ons, ook al
omdat het zo goed gerestaureerd is, zeker aan de buitenkant. Van binnen is men
nog bezig met restauratie van de fresco’s en andere muurschilderingen.
Vermeldenswaard zijn de grote ridderzaal, de kruisgang, de binnenplaats met een
eenzame oude boom, het museum met een magnifieke collectie barnsteen sieraden,
standbeelden, keldergewelven, keukens. Volkomen terecht dat deze authentieke
riddervesting op de Werelderfgoedlijst staat. Voor verdere info: zie de volgende
bladzijde. Er is ook een restaurant waar we in de schaduw van de eeuwenoude
wallen op een bank van boomstammen koffie drinken en middeleeuwse koek eten.
| Terug in Gdansk blijft Clim in het hotel, terwijl Jos het noorden van de stad
opzoekt. Daar liggen uiteraard nog wat oude kerken, maar het interessantste is
de Jugendstilachtige overdekte markt van rond 1900 (met veel gietijzeren
ornamenten en poorten) en de grote middeleeuwse Myln (watermolen) die van binnen
omgebouwd is tot winkelcentrum met vooral kleine boetiekjes. Hier ligt ook het
onaanzienlijke 19de-eeuwse stadhuis, waar een standbeeld staat van één van Danzigs grote zonen: de astronoom Hervenius, die al in de zestiende eeuw een
atlas van de maan (inclusief bergen, kraters en woestijnen) het licht deed zien.
Onder het stadhuis bevindt zich een goed restaurant waar je nog
oorspronkelijke lokale gerechten kunt krijgen. Koffie op het ééntafelig terrasje van een minirestaurant aan een kanaaltje dat
langs de stadswallen loopt.
Gdansk is ook de stad van Günther Grass die met zijn bestseller (en
niet te vergeten de film) Der Blechtrommel het vooroorlogse Danzig
onsterfelijk maakte. Zijn geboortehuis, een onopvallende woonkazerne,
bestaat nog steeds in de westelijke wijk Wrzeszcz (Langfuhr in het
Duits), evenals een standbeeld van de trommelende Oskarchen. Hoewel met
name Jos een fan is van deze met de Nobelprijs gelauwerde Duitse
schrijver bezoeken we deze bezienswaardigheden niet. |
 |
We eten weer aan het water en bekijken de bungee jumpers. Voor een laatste keer
maken we een rondgang door de oude stad, waarbij we nieuwe gevels ontdekken.
Zittend met een sterke kom koffie van Costa Coffee laten we het volk aan ons
voorbijtrekken. In de vallende duisternis bereiken we ons hotel. We drinken een
laatste pint op het terras en besluiten de terugreis in twee dagen te doen in
plaats van drie. We geven de voorkeur aan de noordelijke route via Stettin naar
Duitsland. De wegen lijken ons daar beter dan de route via Midden - Polen: Torun,
Poznan, grens Duitsland.


MEER INFO MALBORK
| Historie In 1274 begonnen de kruisridders van de Duitse Orde met de bouw van een kasteel
dat het grootste van Europa zou worden. Deze ridders waren na de Kruistochten op
zoek naar een territorium om een eigen christelijke staat te stichten. In 1226
werden zij door hertog Konrad van Mazovië gevraagd om zijn grens tegen invasies
van stammen uit het oosten te verdedigen en het christendom te verspreiden. Het
middel bleek erger dan de kwaal, want binnen vijftig jaar had de orde een groot
gebied veroverd dat zij als haar eigendom beschouwde. Gevechten om macht,
rijkdom en een aandeel in de handel in barnsteen bepaalden het beleid van de
kruisridders. De kruisridderburcht werd de Mariënburg genoemd, naar Maria, de
schutspatroon van de orde. Nadat de grootmeester van de orde zijn hoofdzetel van
Venetië in 1309 naar Malbork had verplaatst, werd het kasteel sterk uitgebreid.
De orde was religieus van aard en iedereen die toetrad, deed een eed op de
kuisheid. De ridders hielden een sober dieet en sliepen op eenvoudige houten
bedden. Het succes van de orde leidde echter tot zelfgenoegzaamheid en verval
van normen, hetgeen uiteindelijk leidde tot de nederlaag bij Grunwald in 1410 en
het verlies van het kasteel in 1465. De grootmeester verplaatste het
hoofdkwartier toen naar Koningsbergen, Kaliningrad in het huidige Rusland,
vanwaar hij werd gedwongen zich te onderwerpen aan de koning van Polen. Toen de
Duitse Orde het hoogtepunt beleefde van haar macht, was Malbork een drukke
plaats met een lange markt langs de rivier. In de 14e eeuw waren er grote
aantallen handwerkslieden werkzaam en was er een levendige handel in producten
afkomstig van het rijke achterland. Na de nederlaag bij Grunwald staken de
ridders het stadje in brand ter verdediging van de burcht. |
 |
Het mooiste gezicht op de burcht heeft men van de overzijde van de rivier de
Nogat: een houten brug leidt u van de parkeerplaats naar de westelijke oever,
waar men een prachtig overzicht heeft over één van Europa's machtigste burchten.
Nobelprijswinnaar Sienkiewicz schreef er het volgende over: `Een blik op het
kasteel van Malbork was genoeg om elke Pool schrik aan te jagen, want deze
vesting met zijn boven-, midden en onderkasteel was niet vergelijkbaar met enig
andere op de wereld. De Poolse ridders hadden nog nooit zoiets indrukwekkends
gezien'. Het kasteel kan worden bezocht vanuit het huidige stadje Malbork
(35.000 inwoners).
| U betreedt het kasteel aan de noordzijde over een donkere brug die uitkomt in de
middenburcht. Vanuit de binnenplaats van het tussen 1310 en 1330 gebouwde
middenkasteel kan men de kelders betreden, waar een expositie met kaarten,
modellen, voorwerpen en foto's is ingericht over de geschiedenis van de landen
aan de Wisla. Daarboven liggen de vertrekken van de grootmeester. Eén van de
kamers heeft een plafond dat met florale motieven is beschilderd. In andere
kamers is meubilair te zien uit de periode dat het kasteel nog daadwerkelijk
werd bewoond. De meest imponerende zaal is de grote refter in de middenburcht.
Het is een enorme ruimte met een gepolijste stenen vloer en smalle zuilen, die
een hoog en mooi gewelf dragen. In deze zaal ziet u een wapenverzameling met
zwaarden en pistolen uit de 14e tot de 19e eeuw. Interessant zijn ook de zalen
met barnsteen. Fascinerend zijn vooral de stenen met insecten of planten en de
miniatuuraltaren die zijn opgebouwd uit verschillende kleuren barnsteen. Een
gang aan het eind van de eerste binnenplaats leidt naar de bovenburcht, het
oudste gedeelte van het complex. In 1274 begon men met de bouw van de noordvleugel, waarin zich de belangrijkste vertrekken bevinden, zoals de kapel,
het dormitorium, de kapittelzaal, de gevangenis en het archief Hier zijn onder
andere wapenrustingen, munten en medailles tentoongesteld. Ronddwalend door de
zalen zal men zeker onder de indruk raken van het complex. In tegenstelling tot
wat het uiterlijk doet vermoeden, bevat het veel interessante architecturale
details. |
 |
Het meest intrigerende van het kasteel is de enorme omvang van het bouwwerk. Het
is moeilijk voor te stellen wat een tijd en geld het gekost moet hebben om
zoiets tot stand te brengen. Daarbij dient u ook nog te bedenken dat het boven-
en middenkasteel slechts de helft van de totale omvang van het oorspronkelijke
complex vertegenwoordigen.


|