|
Jos rekent met zijn credit card (met pincode!) bij de receptie de
parkeergelden af. Al gauw zitten we op de autosnelweg naar het oosten. We rijden
via Opole naar de industriestad Katowice, waar we afslaan naar het zuiden. Niet
ver van die afslag ligt het concentratiekamp Auschwitz, waar we eerst het bijbehorende werkkamp Birkenau bezoeken. De meeste houten barakken zijn verdwenen, alleen de
schoorstenen staan nog symbolisch overeind, evenals een aantal wachttorens en
prikkeldraadomheiningen. We bezoeken er de gebouwen van de SS kampbewaking met
een kleine expositie en enkele in stand gehouden slaapbarakken en latrines. De
entree is vrij. Rondom ons wordt veel Amerikaans gesproken. Foto van de spoorweg
die hier zo’n miljoen slachtoffers aanvoerde, voornamelijk Joden, maar ook
Poolse en Russische krijgsgevangenen, homo’s en zigeuners.
Het echte hoofdkamp van Auschwitz ligt enkele kilometers verderop en bestaat nog
geheel uit bakstenen gebouwen. Het wordt omringd door parkeerplaatsen
(betaalde), waar we ontvangen worden door een hippe, schaars geklede girl op
roller skates. Moet kunnen, nietwaar… We drinken water op een terras. Ernaast
liggen hotels en een pizzeria. De vestiging van een McDonalds heeft men na een
rel weten tegen te houden.
Baksteen en beton
Elk land heeft in Auschwitz zijn eigen gebouw. De gebouwen, met veel beton
binnen, zijn allemaal eender. In dat van Nederland is een foto-expositie
ondergebracht. Veel aandacht natuurlijk voor Anne Frank. Ook de bekende foto van
het zigeunermeisje in de treinwagon treffen we er aan, evenals het relaas van de
Sinti zigeunerkoning Hannes Weiss (die nog steeds in Limburg actief is). De
namen van alle 57.000 Nederlands - Joodse omgekomenen in dit vernietigingskamp
(van de in totaal 106.000 van de 130.000 Joden in heel Nederland) kun je op de
computer opzoeken. De naam Schmitz komt er niet in voor, maar wel vaak de namen Polak, Cohen,
Meijer en dergelijke. Ook hier is het druk, opvallend zijn de vele Japanners
en Spaanstaligen. We bekijken de Todesmauer en de gevangenis met zijn lugubere
cellen en galgen nader. We bezichtigen het kamp op eigen houtje, maar de meeste
bezoekers lopen er in groepen met een gids rond.
|

Overal staan borden met uitleg in
diverse talen.
Fotogeniek is natuurlijk de toegangspoort met de cynische spreuk
ARBEIT MACHT FREI |
 |


|