|
|
GOTISCHE KATHEDRALEN
DE GOTISCHE KATHEDRALEN VAN PICARDIË
Och arme middeleeuwer. Kijk zoals hij nederig gebogen het voorportaal van de kathedraal betreedt. De poort naar de hemel niet meer dan op een kier. Hij had toch kuis en vroom geleefd? Toch? Zo niet, dan was de hel akelig dichtbij. Het enkeltje vagevuur stond alvast gebeiteld in het middelste portaal van de kathedraal. Het Laatste Oordeel liet weinig vragen open. Zondaars die dobberen in ketels met kokend vet, door aapachtige demonen de hel in worden gesleept of met huid en haar door de duivel himself verorberd. Wee je gebeente, zondige sterveling.
Zie hem na deze grondige schrobbering al kruisjes slaand de kerk betreden en kijk hoe hij duizelt als hij het aandurft zich op te richten en zijn ogen te openen. Dit kon niet anders dan het werk zijn van God. Nog nooit had hij zo’n hoog gebouw gezien. Met stenen bogen die tot aan de hemel leken te reiken, ramen in alle kleuren van de regenboog en Gregoriaanse gezangen die klonken als de fluwelen tonen van het paradijs. De hemel had zich voor hem geopenbaard. Hij zou nooit meer zondigen, dat wist hij zeker.
DE ZWAARTEKRACHT GETART
Zes massieve kathedralen staan er in Picardië en ik heb een weekend de tijd. Ik besluit een route te rijden langs de drie noordelijkste: Laon (mooist gelegen), Noyon (meest intieme) en Amiens (grootste en mooiste). En ze heten alle drie Notre Dame, dat heeft toch ook wel wat. Met pijn in het hart zet ik streepjes door Senlis, Soissons en Beauvais.
OP SAFARI IN LAON Wist een middeleeuwer wat een nijlpaard was? Volgens mij niet. Toch steekt er een dikke nijlpaardenkop uit de voorgevel van de kathedraal van Laon. Laon is het bestbewaarde geheim van Picardië. Het oude stadscentrum ligt als een antieke acropolis op een rotsplateau dat ver boven de omgeving uitsteekt en is in achthonderd jaar tijd geen spat veranderd. De machtige bisschop Gautier de Mortagne die in 1150 opdracht gaf tot de bouw van de Notre Dame zou de weg naar zijn kathedraal nog steeds met zijn ogen dicht kunnen vinden. Als de vrome bisschopsneus zich tenminste niet in meer aardse zaken had verloren. Macht maakte ook toen al sexy.
Het was een gelukje dat er op het rotsplateau geen plek meerwas voor de moderne stad en dus hebben ze dat gedrocht aan de voet van de rots neergelegd. In de ville haute bleef alles bij het oude. De vier torens van de Notre Dame zie je al van dertig kilometer afstand. Maar tegenwoordig heeft de imposante kathedraal van Laon het moeilijk. Weer, wind en smog hebben de ooit keiharde rotsblokken poreus gemaakt en op gezette tijden komt er een stuk monument naar beneden. Ik zie geamputeerde waterspuwers en pokdalige stierenkoppen. De stenen ossen waarmee de torens van de kathedraal zijn opgetuigd zijn uniek in de wereld, maar de ooit viriele horens zijn botte stompjes geworden. De rest van de façade is al in even erbarmelijke staat. Nog even kunnen toeristen genieten van het fenomenale uitzicht dat je vanaf de torens hebt. Bij helder weer kijk je met gemak vijftig kilometer ver weg. Nog even zal het immense rozetraam in de façade zijn glorie tentoonspreiden. Maar binnen twee jaar zal de Notre Dame aan een grondige restauratie onderworpen worden, waarbij torens en vooraanzicht voor jaren achter de steigers zullen verdwijnen.
Maar Laon kan een stootje hebben. Het stadje heeft altijd nog het kathedraalplein vol terrassen, de geheimzinnige tempelierkapel, het bisschoppelijke paleis en vooral de oude dwaalstraatjes van de bovenstad. Dit is zo’n plek waar je op de bonnefooi gaat rondwandelen en langs de stadsmuren dwaalt. Steeds zijn er mooie uitzichten vanaf het rotsplateau en verdwalen kan toch niet, overal steken de ossentorens van de Notre Dame boven het stadsmaaiveld uit.
En de binnenkant van de kathedraal dan? Mooi, prachtig symmetrisch en sereen gotisch, maar in Laon moet de Notre Dame het toch echt van haar ligging en van de ossentorens hebben. En van dat maffe nijlpaard natuurlijk. Hoe de negentiendeeeuwse restaurateurs op het idee kwamen een nijlpaard en een neushoorn in de façade te verwerken is onbekend, maar de gotische safaribeelden zijn anno 2003 de grote publiekslievelingen.
POTENTE MONNIKEN Oké, Calvijn mag hier geboren zijn en de lekkerste aardbeien van Frankrijk komen er vandaan, maar Noyon zal nooit een schoonheidsprijs winnen. Het tweede kathedraalstadje waar we halt houden mag zich heel gelukkig prijzen met de Notre Dame. De kathedraal van Noyon laat mooi zien hoe snel de opmars van de gotiek was. De bouw begon in 1150 en de rechtertoren is nog Romaans van stijl. Bij de linkertoren zijn al duidelijk gotische invloeden zichtbaar en het interieur is je reinste gotiek.
Binnen een tijdsbestek van honderd jaar had de nieuwe stijl het pleit gewonnen. In de kerk stapelen de steile bogen en hoge vensters zich op tot vier verdiepingen en lijkt het door de vele bogen en smalle pilaren of je in een Moorse moskee rondloopt. De symmetrische bogenpartijen friemelen zich tot een climax in de kapel van Notre Dame de Bonne Secours. Toch is het ook bij deze kathedraal vooral de buitenkant die me pakt. De kerk is door een serie fraaie kanunnikenhuizen van de stad afgeschermd en ligt in een soort middeleeuwse cocon. Wie rondom de Notre Dame wandelt en de ijle orgelklanken uit het binnenste van de kerk hoort opborrelen, wordt als vanzelf meegesleept naar middeleeuwse tijden. Dit effect wordt nog eens versterkt door de waterspuwers en steunberen. Geen kathedraal in Frankrijk waar ze zo laag zitten, zo ver uitsteken en zo expressief zijn uitgebeiteld. En de boodschap kan ook hier niemand ontgaan. Wat trouwens ook wel noodzakelijk was met die monniken daar om de hoek.
Want om de hoek, aan de achterkant van de kathedraal, staat de best bewaarde kapittelbibliotheek van Frankrijk. Het houten gebouw uit de zestiende eeuw is een lust voor het oog, maar achter de houten wanden speelden zich minder vrome taferelen af. De bibliotheek had de bijnaam ‘de hel’. Behalve kerkelijke boekwerken werden er vele onkuise werken bewaard. Waarom gooiden de monniken van Noyon deze middeleeuwse ‘vieze boekjes’ niet op de brandstapel? Ze wilden ze natuurlijk bewaren vanwege de interviews!
HET MIRAKEL VAN AMIENS
De Notre Dame van Amiens beleefde haar meest recente wonderen tijdens de laatste twee wereldoorlogen. In de Eerste Wereldoorlog werd ze door een smeekbede van de paus op het laatste moment gespaard voor artilleriebeschietingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het mirakel nog groter. Heel de stad brandde af na verwoestende bombardementen, maar de vlammen doofden wonderbaarlijk toen ze de voorgevel van de kathedraal hadden bereikt. De grootste kathedraal van Frankrijk, het ‘Parthenon van de gotiek’, de parel van Amiens, had wederom een gril van de geschiedenis weerstaan. Maar de rest van de stad had het moeilijker na de Tweede Wereldoorlog. Amiens was gebrandmerkt door de bombardementen. Veel lelijke noodrestauraties vervuilden het stadsaanzicht. Pas de laatste tien jaar heeft de stad haar oude glans weer enigszins teruggekregen. De middeleeuwse wijk Saint Leu is helemaal opgeknapt en is met haar grachten en bruggetjes inmiddels erg populair. Net als de boottocht door de drijvende middeleeuwse moestuinen van de Hortillonnages. Het Musée de Picardie is uitgegroeid tot het mooiste museum van Picardië en de terrassen aan de Place du Don en Cuai Bélu zijn uitermate aangenaam.
Maar hoe je het ook wendt of keert: de kathedraal roept. Wie voor het eerst recht voor de Notre Dame van Amiens staat, staat letterlijk aan de grond genageld. Een immense façade vol heiligenbeelden waarvan de afmetingen nauwelijks tot je doordringen. De kerk is 145 meter lang, 70 meter breed en tot 112 meter hoog. De meeste kathedralen hadden in de Middeleeuwen een bouwtijd van meerdere eeuwen, maar de kathedraal van Amiens was in een recordtijd van vijftig jaar klaar en kreeg daardoor een uniform gotisch uiterlijk. En dat is precies wat haar zo overrompelend maakt. Je was heilige van de tweede categorie, als je in Amiens geen plekje op de gevel had. Het gebouw overleefde trouwens niet alleen twee wereldoorlogen, maar ook de Beeldenstorm tijdens de Franse Revolutie. Waar andere Franse kathedralen zowat alle originele heiligenbeelden missen, ontbreken er in Amiens welgeteld drie. En dan ben je nog niet eens binnen. Wie de kathedraal van Amiens betreedt, wordt overvallen door de ruimte, grootsheid en sereniteit. In feite is de rest bijzaak. Natuurlijk heeft het interieur schatten als de eikenhouten koorbanken uit 1508 , de reliëfs van San Fermin, de relieken van Johannes de Doper en het beroemde huilende engeltje van Nicolas Blasset. Dat was van oorsprong een kitscherig barok grafmonument uit 1628, maar in de Eerste Wereldoorlog werd het gepromoveerd tot meesterwerk toen geallieerde soldaten in de tranen van de wenende engel hun loopgravenverdriet weerspiegeld zagen. Duizenden ansichtkaarten met de Ange Pleureur werden over de wereld verstuurd en de Notre Dame had er een publiekstrekker bij. Maar eigenlijk is iedere bezoeker in de kathedraal toch vooral bezig met omhoog kijken. Die enorme afmetingen lijken een brug te ver. Hoe kunnen die dunne pilaarlijntjes dit enorme plafond dragen? Is de hele constructie van 8000 vierkante meter met die enorme ramen en dunne muren niet veel te fragiel? Ergens moet de zwaartekracht misleid worden. Iets moet deze verpletterende verticaliteit mogelijk maken. Het moet de broncode van de gotiek zijn die hier in Picardië al sinds de twaalfde eeuw ligt verankerd. Een geheim dat ook een eenentwintigste - eeuwer als ik niet kan ontraadselen. Nederig verlaat ik door de zijuitgang de kathedraal.
(Uit: onbekend) |