|
Woensdag, 4 mei
CAEN / BOCAGES / VIRE
Vóór tien uur zijn we weer op pad. Jos heeft meer dan €
300 moeten afrekenen. Niet alleen voor de kamer trouwens (3 nachten), maar ook
voor het ontbijt (bij Campanile altijd apart afrekenen, is niet inbegrepen) en
de maaltijden met de daarbij genuttigde drankjes (water dus…). In het begin
rijden we wat verloren rond in Herouville, het voorstadje van Caen waar ons
hotel ligt. Pas na enig gevloek komen we er achter dat het bordje ‘centrum’ hier
verwijst naar het stadscentrum van Herouville en niet van Caen… Herouville is
namelijk een eigen gemeente. Dat had Jos behoren te weten.

CAEN
De oorspronkelijke Keltische naam van de stad Catumagos betekent slagveld. De ironie van de geschiedenis wilde dat
de stad bij de invasie twee maanden lang in de vuurlinie lag en
bijna volledig is verwoest. Het in 1944 zwaar beschadigd kasteel
(gebouwd door Willem de Veroveraar) is een machtige en grote vesting
uit de 11e-, 14e- en 15e- eeuw,
omringd door grachten, binnen de muren ligt de kapel van St - Georges
uit de 12e -15e- eeuw (gedenkteken Normandische oorlogen); Hooggerechtshof van Normandië en een oude
donjon, 12e-, 13e- eeuw; museum 'de Beaux
Arts' (Beeldende Kunst) (Vlaamse en Italiaanse primitieven,
Italiaanse schilderijen, 16e-,17e- eeuw, rijke
collectie hedendaagse kunst (Van Dongen, Villon, Soulages, Vasarely,
Clavé, Adami enz.), aardewerk, email en ivoren voorwerpen,
belangrijk prentenkabinet met 50.000 nummers (waaronder een rijke
verzameling werken van Albrecht Dürer) en Normandisch museum in het
voormalige paleis der Gouverneurs, etnografische en archeologische
collectie.
De kerken zijn Caens glorie: de Abbaye aux
Dames met de Drievuldigheidskerk (crypte en graf van Mathilde, de
vrouw van Willem de Veroveraar), de Abbaye aux Hommes met de kerk
van St-Etienne (Stefanus), 11e eeuw (absis in 3 etages,
versterkt door steunbogen, 13de-14de eeuw) zijn bezienswaardige
voorbeelden van de Romaanse bouwkunst; de kloostergebouwen, 18de
eeuw, van de Abbaye aux Hommes (nu stadhuis) bevatten een magnifieke
reeks lambrizeringen. Coll. Messager van Normandische kostuums
(dagelijks open). De kerk St-Pierre, 13de-16de eeuw, heeft een
toren, 13de-14de eeuw;de absis, l6deeeuw, is een meesterwerk van de Normandische renaissance. Kerk St-Sauveur: de 2 nevengeschikte
schepen, 14de en 15de eeuw, hebben veelhoekige absissen, de ene
laatgotisch, de andere renaissance. Schilderachtige (in een tuin
gelegen) ruïnes van de Oude St. Etienne, 13de-14de eeuw, van de St.
Nicolas, Romaans, eind 11de eeuw (omringd dooreen romantisch
kerkhof), van de Notre-Dame-de-la-Gloriette, voormalige
jezuïetenkerk, 17de eeuw, enz.
Aan de westelijke zijde van de St. Pierre
verheft zich het fraaie renaissancehuis d' Escoville; het binnenhof
heeft gebeeldhouwde versieringen van verfijnde elegantie. Inde wijk
van de Oude St-Sauveur interessante oude huizen: het huis Colomby,
17de eeuw, (rue des Cordeliers 6); 'Maison des Quatrans', 14de-1 6de
eeuw, (Rue de la Géóle 31) is een van de mooiste vakwerkhuizen. In de
Rue St-Pierre (nrs. 52 en 54) staan ook nog enkele na de oorlog mooi
gerestaureerde huizen. Ten noorden van de stad, op de Eisenhower
esplanade: het gedenkteken; een Vredesmuseum (elke dag open). |
Enfin, ietwat later dan gepland stallen we de auto bij de
Abbaye de Dames, een vrouwenklooster. De kerk (niet zo bijster interessant) is
open, maar het klooster zelf is pas na de middag open en dan nog alleen voor een
begeleide bezichtiging. Daar hebben we geen zin in, we gaan door naar het
centrum. Onder de burcht heeft men daar een parkeergarage gebouwd, geen gek idee
trouwens, hij valt nauwelijks op. Het Palais Ducale, in feite een vesting op een
heuvel gelegen, valt nogal tegen. Men is er wel driftig bezig met
herstelwerkzaamheden. We bezoeken er een tweetal musea. Moderne kunst (Beaux
Arts, brrr…) en een museum voor de stadsgeschiedenis. Dit laatste is wel een
beetje de moeite waard. We drinken koffie in het museumrestaurant, maar omdat we
daar niet mogen roken, nemen we plaats op het terras. Daarvoor is het eigenlijk
geen weer, het is vandaag bijzonder zwaar bewolkt; af en toe regent het zelfs
lichtjes.
Te voet verkennen we een beetje de binnenstad, terwijl we
naar de Abbaye des Hommes lopen. Dit klooster, in de reisgidsen hoog geprezen,
is eveneens gesloten en alleen toegankelijk na afspraak of onder begeleiding van
een gids. Daar passen we voor. Het Hotel de Ville is er wel gelegen en daar
mogen we binnen. Er wordt net een expositie vertoond over… oorlogen in de loop
der tijd. Erg leerzaam allemaal, vooral als je een beetje op de hoogte bent van
de Franse ‘histoire’. Hele panelen vol authentieke foto’s en krantenmateriaal,
vooral uit het interbellum (de periode tussen de twee wereldoorlogen). Op de
terugweg koopt Jos voor de aardigheid een pakje Gitanes: hij schrikt als hij
daarvoor € 5 moet neertellen. Dat is nog een stuk duurder dan in Nederland!
Frankrijk is echt duur geworden de laatste jaren. We pikken de auto op en rijden
naar Vire, een stadje midden in het bocage - landschap van Normandië gelegen.
Calvados
Calvados is een op cognac gelijkende
sterke alcoholische drank (40%) verkregen door het destilleren van
appelcider.
Deze cider - doorgaans op basis van appelen -
wordt tweemaal gedestilleerd, waarna een rijping op eikenhouten
vaten volgt. De rijptijd kan variëren van 1 tot 5 jaar. Gebruikt men
als basis geen appelcider maar droesem, dan spreekt men van een marc.
Gebruikt men perenwijn, dan spreekt men van Poire of Poiré.
Kenmerkend voor calvados, marc en Poiré is het hoge
alcoholpercentage dat kan schommelen tussen 35° en 60°.
De drank is afkomstig uit het gelijknamige
Franse departement in Normandië en laat zich uitstekend combineren
met de eveneens Normandische camembert. Commissaris Maigret uit de
boeken van Georges Simenon was een bekend calvadosdrinker.
Brie
Brie is een Franse kaas. Brie behoort
net als Camembert en Herve tot de zogenaamde 'zachte'
zuivelproducten.
Brie komt van oorsprong uit het departement
Seine-et-Marne in de Île-de-France, met de oorspronkelijke
'Brie'-kaas Brie de Meaux en Brie de Melun. Beide zijn altijd
beschermd geweest, maar er bestaan vele imitaties.
De Brie de Meaux en de Brie de Melun zijn de
enige twee brie - soorten die ook een AOC-keurmerk hebben, een
appelation d'origine controlée, wat inhoudt dat strikt
gereglementeerd is welke melk, uit welk gebied gebruikt mag worden
voor de kaas, en daarnaast hoe de kaas geproduceerd moet worden, hoe
/ hoe lang de kaas moet rijpen.
Traditionele brie wordt zowel van rauwe als
gepasteuriseerde melk gemaakt. De wrongel wordt niet gesneden of
geperst. De kunst van het brie - maken is om de lagen wrongel
gelijkmatig in de kaasvormen te scheppen en de wei er goed uit te
laten lopen. Wanneer de kaas stevig is geworden, worden deze op
(stro)matjes gelegd. Door ze regelmatig te keren en te bestrooien
met een speciaal schimmel krijgen ze de kenmerkende smaak en vorm.
Brie rijpt het best bij constante temperatuur. De allerlekkerste
boerenbrie ligt in de nazomer en herfst in de winkel. |
We hebben die ochtend een kamer bij Hotel Campanile
gereserveerd. Dat is dus al goed geregeld. Als we er arriveren, regent het
pijpenstelen. We blijven echter niet lang binnen zitten, want het klaart al gauw
op. We gaan een ritje door de streek maken. We volgen daarvoor een bordje dat
verwijst naar de Gorges de la Vire. We denken dat het een soort uitzichtpunt is,
maar na de ene kilometer na de andere gevreten te hebben worden we ons ervan
bewust dat het hier gaat om een toeristische route… Enfin, we volgen die zoveel
mogelijk door het landschap vol kleine, holle weggetjes die door heggen omzoomd
worden. Weinig akkerland hier, maar vooral appelbomen (cider- en
calvadosproductie) en weilanden met runderen (kaasproductie). Onderweg stappen
we uit om in het bos de Grot van Prion te zoeken, een Maria - grot met bankjes
ervoor en een kapelletje.
Even verderop roken we een sigaretje bij een zand-, kalk-
of kiezelgroeve, wie zal het zeggen. Op een smal landweggetje komt ons een
tractor met aanhangwagen (gierton, mestwagen?) tegemoet. We kunnen elkaar
onmogelijk passeren. Clim wil al terugrijden (achteruit, nu niet direct zijn
fort…), maar de tractor (die bergop rijdt) neemt het initiatief en weet zich met
veel moeite achteruit een weiland in te manoeuvreren, waarmee hij ons doorgang
verleent. Clim spreekt als we hem passeren uit eigen beweging enkele woordjes
Frans: “Merci, monsieur!”, een unicum. Via een smal rivierdalletje met een
rustig voortkabbelende stroompje de Vire komen we weer op de grote weg terecht.
Het stadje Vire is dan niet ver meer. Het is inmiddels weer aan het regenen.
BOCAGE
Het
coulissenlandschap (in het Frans: de bocage) bedekt ongeveer
drie/vijfde van Normandië. Met zijn onregelmatige perceeltjes,
beplant met peren- en appelbomen, met zijn door hagen in vakken
verdeelde weiden krijgt het landschap een bepaalde
aantrekkelijkheid. Ook de talrijke holle wegen bepalen er het wat
mysterieuze karakter. Zonder de vele hagen zou er geen bocage zijn.
De boeren en andere bewoners (met name die er van toerisme moeten
leven) zijn er als de dood voor ruilverkavelingen, die zouden het
landschap net zoals bij ons in Nederland definitief verwoesten. |

VIRE
In het restaurant moeten we in een aparte ruimte gaan
roken, we hebben per abuis plaatsgenomen in het niet-rokers gedeelte. Het buffet
is er voortreffelijk, er is volgens ons extra zorg aan besteed.
’s Avonds volgen we op de tv de voetbalwedstrijd PSV – AC Milaan, de ander halve
finale van de Europa Cup. PSV speelt groots, maar door een onverwacht
geïncasseerde tegengoal tegen het einde van de match bereiken ze de verdiende finaleplaats niet. We zijn een
beetje teleurgesteld.


 |