|
|
|
TRONDHEIM: OUDE HOOFDSTAD EN UNIVERSITEITSSTADDe routebeschrijving klopt deze keer perfect, we rijden tot aan het hotel zonder enig moment van aarzeling. Parkeren is er een probleem, maar dat kan volgens de receptioniste gewoon langs de openbare weg, gratis want het is weekend. We zitten echt in het hartje van de stad. We gaan gezien het fraaie zomerweer onmiddellijk op verkenning uit. Eerst naar de haven, daarna terug naar het centrum waar we op een leeg binnenplein pilsjes pakken. Veel pakhuizen zijn hier verbouwd tot café of restaurant. Er zijn ook veel jonge mensen op de been, Trondheim is een aantrekkelijke studentenstad. We gaan op zoek naar een visrestaurant, maar dat is net gesloten. Wordt het dan Indiaas, Tex - Mex of Italiaans? Ook niet, uiteindelijk valt onze keuze op de Chinees aan de haven. In het Peking - menu voor twee personen dat we er bestellen zitten erg veel garnalen. We hebben van bovenaf uitzicht op een terras waar zich vooral “young beautiful people” ophouden. Opvallend veel jongedames zitten er aan het bier, bovendien roken ze. Omdat het zo lang licht blijft, maken we nog een wandeling door de stad, inclusief sigaretjes op een bankje. Naar ons gevoel blijft het avondrood op deze geografische hoogte urenlang hangen en daarna blijft de hemel nog steeds tamelijk licht. Tegen vier uur ‘s nachts komt de zon al weer boven de kim uit. Dat weten we, omdat we die nacht allebei met maag- en darmklachten te kampen krijgen. Zouden die grote aantallen garnalen daar debet aan zijn?
KLEURRIJKE PAKHUIZEN OP PALENWe staan iets later op dan normaal, per slot van rekening is het zondag en hoeven we vandaag niet te rijden. Het buffet van de “frokost’ is tot 11 uur open. Veel bustoeristen, waaronder een heleboel Amerikanen. Die laten elkaar zien wat ze de vorige dag allemaal gekocht hebben. We kijken even of onze auto er nog staat enkele straten verderop, we zijn toch wel bang voor diefstal. Daarna bezichtigen we de stad en de wijk Bryggen met zijn kleurrijke pakhuizen op palen aan de rivier (gerestaureerd, ze vallen onder monumentenzorg), de houten ophaalbrug Bybrua (vroeger de enige toegang tot de stad), de statige herenhuizen die vooral uit hout zijn gebouwd, een theater, een gerechtsgebouw, een museum. We lopen de steile heuvel naar het fort op. Tot onze verbazing heeft een vindingrijk iemand daar een soort fietslift (een zogenaamde sykkelheis) geconstrueerd, een ketting (met fiets dus) die over een rail naar boven getrokken wordt. We kijken een tijdje toe hoe een man tot driemaal toe zich naar boven laat trekken en dan weer naar beneden fietst. Volgens Clim is het de trotse uitvinder van die handige voorziening die zijn geesteskind aan den volke vertoont.
KRISTIANSTEN FESTNUNGBij de Kristiansten Festnung (17de eeuw) op een heuvel aan de oostzijde van de stad blijven we een tijdje rondhangen. De stad met de rivier de Nida ligt aan onze voeten met de dominerende kolos van de kathedraal die overal bovenuit piekt. We maken een rondgang over de bastions, het kleine museum met wapens en zo in de weertoren laten we links liggen. We drinken koffie in het milde zonnetje op een terras waar we omringd worden door brutale kraaien, of zijn het kauwen of raven? Groot en luidruchtig zijn ze in ieder geval wel.
DE NIDAROS DOMWeer terug in de stad gaan we via het stadhuis de Nidaros Dom in, het is behoorlijk druk daar. Voor veel Noorse gelovigen is dit een heilige plaats waarnaar ze op bedevaart gaan. Je moet entree betalen voor dit grootste middeleeuwse bouwwerk van Scandinavië: 102 meter lang en 50 meter breed. De voorgevel is ronduit prachtig versierd met zijn tientallen, goed geconserveerde figuren uit de bijbel en kerkgeschiedenis. Het is een duistere kerk, men wil er een authentieke sfeer creëren door kaarsen te laten branden. Vanuit het mooie roosvenster in het westelijke portaal (geïnspireerd op dat van de kathedraal van Chartres) en de gebrandschilderde ramen komt wel wat licht, maar dat is erg zwak. We duiken de crypte in, maar de schatkamer kunnen we niet vinden: is die misschien dicht? We zoeken niet lang en gaan door naar het belendende klooster en aartsbisschoppelijke paleis (de Erkebispegården) , waarin een oorlogsmuseum (Rustkammeret) is gevestigd. Mooi is de ridderzaal uit 1180. We bekijken alles, met name de expositie over de Noorse verzetsbeweging in WO II heeft onze belangstelling, maar ook de uitrustingsstukken van de boerenlegers die tegen de landheren in opstand kwamen. Jos loopt de brug over de Nida op en af om boeiende foto’s te maken. We zoeken vergeefs naar een synagoge die in de buurt zou moeten liggen.
HOUTEN PALEIS STIFTSGÅRDENOm vier uur melden we ons voor een rondleiding door het oudste houten paleis van Scandinavië, de Stiftsgården. Elk jaar verblijft de koninklijke familie van Norge hier nog enkele weken, het behoort dus tot de koninklijke residentie. Het is slechts 13 meter breed en 58 meter lang, rond 1770 in rococostijl gebouwd. De gids is een Chinees die als kind door een Noors gezin geadopteerd is; hij spreekt goed Engels, maar enigszins hakkelend Duits. Niet bijster interessant, geen luxe hier en sober ingericht. We bezichtigen maar enkele van de in totaal 64 kamers. Wel veel aandacht voor de onafhankelijkheidsviering in 1905 waarvan allerlei ceremoniën hier plaatsvonden (losmaking van het Zweedse koninkrijk.). Oude foto’s onder andere. We eten ‘s avonds in een Burger King, baguettes met friet. Tot laat in de avond in de schemersfeer ontspannen op het plein waar het standbeeld van stichter Olaf Tryggvasson op een zuil van 20 m hoog opvallend de wacht houdt.
FOTOCOLLAGE TRONDHEIM
|