|
|
|
EEN STUKJE AUTOSNELWEGNa een stevig ontbijt (het is toch nog druk geworden, bussen vol toeristen!) vertrekken we even na tienen, onze standaard vertrektijd als we op pad moeten gaan. We kiezen voor de autobaan (een van de weinige in Noorwegen) naar Trondheim. Na 40 km is die al ten einde en komen we terecht op de nationale wegen. Die zijn doorgaans goed geplaveid, maar zijn wel tamelijk smal. De maximumsnelheid is er over het algemeen 80 km per uur, dat schiet dus niet echt goed op. Het voordeel hiervan is uiteraard dat je een beter beeld van de omgeving kunt krijgen. Dat loont zich wel in Noorwegen: liefhebbers van landschappelijk schoon kunnen in dit land blijven smullen!
LANGGEREKT MEERWe slaan af naar de weg die langs de westzijde van het Mjösa Meer loopt. Dat is het grootste binnenmeer van het land met een lengte van meer dan 100 km en een oppervlakte van 360 km². Aan de oostelijke oever ligt de bekende plaats Hamar (internationale schaatswedstrijden). Bij Byrurd Gård passeren we een smaragdgroeve. In het "witte" stadje Gjővik ongeveer halverwege drinken we koffie bij een kiosk langs de weg. Hier ligt ook een veer dat het meer oversteekt; verder kan het stadje bogen op een Olympische ijshockeyhal. Onderweg stoppen we ook nog bij een dorpskerkje voor een sigaretje. Daar begint het te regenen en dat weer houdt uren aan. We maken bewust een omweg door berggebieden en genieten van de vergezichten. De wegen zijn prima berijdbaar. Bij Lillehammer (23.000 inwoners, ook bekend als stad waar de Olympische Wintersportspelen van 1984 plaats hebben gevonden) komen we weer op onze aanvankelijke route, de E6. We volgen het meer en de rivier die het water uit het noorden aanvoert enige tijd.
BUFFETDINER IN WINTERSPORTHOTELTenslotte gaan we bij Harpefoss opnieuw de bergen in tot het wintersportoord Gålå. Daar ligt ons eerste hotel, vooral van hout gebouwd. Het is een hőjfjellhotel, dat wil zeggen dat het voor dat bijzondere kwaliteitspredikaat op meer dan 800 meter hoogte moet liggen. Mooi uitzicht op het blauwe meer en de toppen van de bergen die hier en daar nog besneeuwd zijn. ‘s Avonds genieten we er van een uitgebreid buffet (later blijkt dit € 45 per persoon te kosten…), samen met een buslading oudere Franse toeristen uit Aurillac. Na een korte avondwandeling wast Clim nog even de auto, terwijl Jos pogingen doet om de hik te onderdrukken; hij vreest het ergste… Gelukkig verdwijnt de klacht na enige tijd en komt de gevreesde nachtmerrie van langdurige braaksessies niet uit.
RIJDEN OVER HOOGVLAKTE Direct na het ontbijt op pad. Hoewel het bewolkt is en er regelmatig wat regen uit de hemel valt, breekt het zonnetje af en toe toch bescheiden door. We rijden eerst beneden naar het meer, waarna we de hoogvlakte oprijden om de beroemde Peer Gynt Vegen (of Veien volgens de oude spelling) tot Skei te gaan volgen. Die bestaat uit heide, veenmoerassen, meertjes, dwergsparren, kruipwilgen, taaie grassoorten, wilde bloemen en dergelijke. Door de lage begroeiing heb je er weidse uitzichten. Je moet wel een kleinigheid (€ 8) tol betalen. We hebben geen kleingeld voor de automaat. Een ons tegemoetkomende auto stopt om ons te helpen. Het blijkt een jong paar uit het Limburgse Schimmert te zijn; ze hebben slechts een dikke week hier. Zij tippen ons dat we ook met de credit card kunnen betalen. We moeten opletten dat we geen schaap aanrijden; je ziet ze overal langs de weg opdoemen, meestal zijn ze met zijn tweeën. Het zijn de enige dieren die we er zien; geen muskusossen, rendieren, elanden, lynxen, veelvraten of ander wild dat hier schijnt te leven.
KIL EN GUUR WEERHalverwege drinken we koffie in een bergrestaurant met veel opgezette dieren aan de wand. De opzet en uitvoering doet ons enigszins denken aan de lodges in de nationale parken in de USA; een beetje basic en veel hout. Het is dan buiten behoorlijk guur geworden. De kilte is wel verklaarbaar, we zitten op meer dan 1000 meter hoogte. Onderweg komen we regelmatig auto’s met Nederlandse nummerborden tegen, we zijn beslist niet de enige bezoekers uit de Lage Landen. In Skei is het gedaan met de weidse panorama’s en komen we weer in de bewoonde wereld.
|