BOURGOGNE
Deze landstreek is wereldwijd bekend om zijn wijn. Vergeleken met de
omgeving van Bordeaux zijn de wijngaarden hier veel kleiner van
omvang. De regio is de erfgenaam van het oude hertogdom Bourgondië,
dat zijn bestaansrecht ontleende aan zijn ligging tussen het Franse
Koninkrijk en het Heilige Roomse Rijk. Bronnen van inkomsten: veel
industrie (staal en textiel), toerisme, graanteelt, rundveehouderij,
wijnbouw. Steden: Dijon (hoofdstad), Châlon, Auxerre, Nevers, Macon,
Beaune, Le Creusot. Bijna even groot als Nederland, maar met slechts
1,6 miljoen inwoners. Bewoners stammen af van de Germaanse Burgunden,
de stam waarnaar het Lied van de Nibelungen gemodelleerd is. In de 5e
eeuw vestigden zij zich hier. |

Fontenay, 11e-eeuws klooster
We koersen door het afwisselende, licht glooiende landschap
van de Bourgogne - streek in de richting van de abdij van Fontenay, alweer een
monument dat opgenomen is in de lijst van
Werelderfgoederen van de Unesco. De 11e
-eeuwse Cisterciënzer – abdij ligt in een nauw dal waar verschillende
beekjes samenkomen. Het is heerlijk zonnig weer. We bereiken de abdij zo rond 12
uur, waardoor we niet met een rondleiding mee kunnen, gelukkig maar; nu kunnen
we alles op eigen houtje bekijken. Het complex is goed gerestaureerd, maar doet
daarom ietwat steriel aan.
Maulbronn in Duitsland, dat uit ongeveer dezelfde
tijd stamt, vinden we daarom veel authentieker. Er is daar trouwens wel minder
verwoest. De kloosters en abdijen in Frankrijk hebben in de tijd van de Franse
Revolutie veel van het plunderende gepeupel te lijden gehad. Er is zelfs een
tijdlang een papierfabriek in gevestigd geweest! Het klooster is momenteel in
het bezit van nazaten van de bekende familie de Montgolfier (die van de
luchtballon!). Na een picknick uit de mand en koffie uit de automaat zetten we
onze reis voort.


FONTENAY
Abdij door Sint Bernard in 1118 gesticht in de Bourgogne,
cisterciënzer klooster. Bijzonder eenheid van stijl, zeer
harmonieus. Gelegen op 30 km afstand van Dijon in een bosrijke,
heuvelachtige omgeving. Na de Revolutie papierfabriek geweest,
oeroude smidse te bezichtigen, blaasbalg door waterkracht
aangedreven. Enorme, leeg aandoende kerk met graven. Aardige
slaapzaal en kapittelzaal. Watervalletjes en vijvers in de tuinen.
In particuliere handen, uitstekend gerestaureerd. Niet alle gebouwen
zijn toegankelijk. |
ABBAYE de FONTENAY
Fontenay, voormalige
cisterciënzerabdij, ligt in het departement
Côte-d'Or en is gesticht door Bernardus van
Clairvaux in 1119. Tot de 16de eeuw kende de
abdij een grote bloei. Daarna kwam het in
verval en werd tijdens de Franse Revolutie
verkocht. In begin van de 20ste eeuw begon
de restauratie en werd het in zijn
12de-eeuwse staat teruggebracht.
Voorbeeld van een
middeleeuwse cisterciënzerabdij.
Of men nu de loop van
de Brenne volgt of over de met bossen
bedekte heuvels aankomt, het naderen van
Fontenay wekt altijd enige ontroering. De
abdij is pas op het laatste moment te zien,
ze ligt in al haar stilte en volmaaktheid
verstopt tussen de hoge bomen van het nauwe
dal.
Bernardus van
Clairvaux
Deze geliefde dochter
van Bernardus van Clairvaux heeft een
bijzondere toewijding genoten. Hij maakte er
een familieaangelegenheid van en benoemde
zijn oom van vaderszijde, Godefroy de
Rochtaillé, als de eerste abt, die weer werd
opgevolgd door zijn neef Guillaume de
Spiriaco. De uitverkoren plaats was eigendom
van zijn oom van moederszijde, Raynard de
Montbard. Deze tak van de familie bezat een
aardig fortuin en droeg bij aan de
financiering van bouwprojecten, wat de
kwaliteit en de snelheid waarmee gebouwd
werd, kan verklaren. Fontenay werd zo een
voorbeeld voor de andere abdijen: de eerste
voltooide abdij die het meest voldeed aan
het bouwplan van Bernardus en die gebouwd
was in de geest van Cîteaux. De inwijding
van de kerk werd op 21 september 1147
met een buitengewone ceremonie gevierd. In
negentiende-eeuwse monografieën wordt deze
legendarische gebeurtenis nog vermeld. “De
kerk zit vol mensen die uit alle buurlanden
zijn toegestroomd. De leenmannen en de
ambachtslieden van de abdij staan beneden,
de zijbeuken zitten vol vrouwen met kinderen
op hun knieën, in het schip staan
driehonderd witte monniken. De abt van
Clairvaux heeft net een uitmuntende
toespraak gehouden. Hijzelf, die in de
geschiedenis de scheidsman van koningen en
volken zal gaan heten, knielt op de stenen
van het sanctuarium. Onmiddellijk staat een
oude, in een witte pij geklede man op die de
tiara draagt, hij is de opvolger van Petrus,
het is Eugenius III, die monnik in Clairvaux
is geweest. Rond hem staan tien mannen met
witte baarden in rode kleden, het zijn tien
kardinalen; rechts knielen acht bisschoppen;
links zitten, eveneens op hun knieën, alle
abten van Cîteaux met mijter en staf, net
als de bisschoppen, aan beide zijden van het
koor staan langs de muren van de apsis de
oude edel heden van Bourgondië in hun
wapenrusting, waarin ze zullen aanvallen en
sterven tijdens de kruistochten. Eugenius
III wijdt de tempel en alle aanwezigen”.
Alle
oorspronkelijke gebouwen nog aanwezig
In Fontenay zijn bijna
alle oorspronkelijke gebouwen bewaard
gebleven. In 1359 plunderden de Engelsen de
abdij, maar verwoestten haar niet. Twee
eeuwen later werd ze onder de commende
verwaarloosd, maar alleen de
dertiende-eeuwse refter stortte in door
gebrek aan onderhoud. In de negentiende eeuw
werd de abdij door de kopers na de Franse
Revolutie als fabriek gebruikt, maar niet
als steengroeve. Sinds 1820 vereenzelvigt
een en dezelfde familie zich met de plaats.
De voorvaders Louis Élie de Montgolfier en
zijn schoonzoon Marc Seguin, de ontwerper
van de eerste locomotieven, maakten van de
abdij een papierfabriek. Een eeuw later
leggen hun nakomelingen zich met evenveel
geestdrift toe op het restaureren van de
historische gebouwen en de omgeving.
Fontenay is door de UNESCO uitgeroepen tot
werelderfgoed.
Romaanse
kloosterarchitectuur
De abdij is nog steeds
een van de uitgebreidste en boeiendste
voorbeelden van de Romaanse
kloosterarchitectuur. Het bestaansrecht van
deze bouwkunst zou, volgens André Malraux,
zijn geweest: “het veranderen van tekens in
symbolen en hen tot leven brengen door de
openbaring van de geestelijke waarheid, die
het universum onbewust onthult en die de
mens aan het licht dient te brengen”.
Systeem van
symbolen
In veel boeken wordt de
middeleeuwse architectuur gezien als een
systeem van symbolen waarin alle tekens,
voor hen die ze weten te vertalen, het
goddelijk mysterie openbaren. De symboliek
der getallen zou in de Middeleeuwen het
meeste succes hebben gehad, in het licht van
de neo-platonische traditie waarin getallen
een “wereldsysteem” voorstellen. De
volmaakte God kende volgens de middeleeuwer
natuurlijk ook de getallenleer. De bouwers
van Fontenay, die hun ambacht voldoende
beheersten, konden dus het aantal ramen
vermeerderen zonder dat het heiligdom er
minder sterk door werd. Het aantal ramen in
iedere reeks lichtopeningen was geen toeval.
Het waren er altijd drie, vier of vijf. Het
triplet in de apsis verwijst naar de Heilige
Drie-eenheid, de drie dagen dat Christus in
zijn graf lag, de drie tijdperken van het
joodse volk, en naar de drie betekenissen
van de Heilige Schrift (historisch,
allegorisch en moreel). Vier staat voor de
elementen, de seizoenen, de rivieren in het
Paradijs, de windrichtingen, de Evangeliën,
en vooral, in de ogen van Bernardus van
Clairvaux, voor de vier maten van God “die
tegelijkertijd lengte, breedte, hoogte en
diepte is” (De consideratione, V-27). Vijf
symboliseert de vijf punten van de ster van
de kabbala, maar ook de vijf boeken van
Mozes, en de maten van de mens volgens
Hildegard van Bingen. De drie plus drie
ramen van de koorsluiting geven zes, het
aantal dagen van de schepping. En de drie
plus vier ramen in de voorgevel geven zeven,
het aantal sacramenten; drie maal vier geeft
twaalf, het aantal apostelen en het aantal
monniken dat een abdij kan gaan vestigen.
Getallen werden zo “instrumenten ter
overdenking” dankzij het licht dat hun vorm
aftekent op het scherm van de muren. Een
licht dat onderbroken wordt door het ritme
van de pilaren in het schip en dat op de
processie naar het altaar valt.
Fontenay ook
aarde
Maar Fontenay is ook de
aarde van de naastgelegen ijzermijn, zoals
de humus de grond is van het immense bos;
het is ook het vuur van de smidse waar bomen
gebruikt worden om metaal te maken; en al
het water dat de abdij binnendringt, net als
het licht (de lucht) de abdijkerk. Deze
“vier elementen”, die altijd aanwezig zijn
in het cisterciënzer universum, staan voor
een wereld van symbolen van vóór Franciscus.
Daar komt de boodschap vandaan die Bernardus
van Clairvaux herhaaldelijk in zijn brieven
verkondigt: 'Men leert meer van het bos dan
uit boeken, de bomen en rotsen zullen u over
zaken onderwijzen die u op geen andere wijze
zou hebben kunnen leren. U zult zelf zien
dat het mogelijk is honing uit stenen te
halen, en olie uit de hardste rots.' (Brief
106.)
|
 

Vézelay, toerisme ten top
Het landschap verandert weinig, hoewel het wel bosrijker
wordt, en het weer blijft onveranderlijk stralend. Op een gegeven moment
bereiken we de top van een helling en ontwaren we aan de overkant van een
vruchtbaar rivierdal Vézelay. Het dorp, tevens bedevaartsoord en opgenomen in de
Unesco - lijst, ligt bovenop een piramideachtige heuvel die boven alles
uitsteekt. We kunnen er met de auto heenrijden, bij de ommuring parkeren we. Te
voet verkennen we het tamelijk toeristische stadje, we bezoeken er het VVV -
kantoor en bewonderen de weidse omgeving vanaf het panorama – plateau.
VÉZELAY
Middeleeuws dorp, fraai gelegen op een heuveltop, bekroond met
een bedevaartskerk. Al in de oudheid door Kelten (Galliërs dus)
bewoond en als heiligdom aanbeden. Nogal toeristisch van inslag. Omringd
door uitgestrekte wijngaarden.
Vézelay ligt in het departement Yonne, regio Bourgondië, op
een ca. 300 m hoge heuvel boven de Cure, een zijrivier van de Yonne.
In de straten ziet u boekwinkels, antiquairs en kunstgaleries.
Basiliek Sainte-Madeleine
Vézelay is vooral beroemd om de abdijkerk. Deze vormt een hoogtepunt
in de Franse Romaanse bouwkunde. Staat op een rots in een diepe
vallei. Om er te komen kan men het beste de steile hoofdstraat
oplopen.
Girard de Rousillon
Stichtte rond het midden van de 9de eeuw, een nonnenklooster dat
direct onder de bescherming van de Heilige Stoel geplaatst werd.
Toen de Noormannen binnenvielen, bleef het intussen door monniken
overgenomen klooster echter niet voor verwoesting gespaard. De
monniken vluchtten naar een nabijgelegen heuvel die de naam Vézelay
droeg. Ze stichtten daar een nieuwe abdij. Doordat in de 11de eeuw
de relieken van de Heilige Maria Magdalena naar Vézelay gebracht
werden, maakte het klooster een periode van grote bloei door en werd
het een van de belangrijkste tussenstations op de bedevaartroute
naar Santiago. De rijke giften maakten het al gauw mogelijk om een
bij de relieken passende basiliek te laten verrijzen; haar
voltooiing vond plaats in de 12de eeuw.
Ramp in 1120
In juli 1120 ging de nieuwbouw in vlammen op en werden meer dan
duizend pelgrims onder zijn brandende puinhopen begraven. In 1140
was het schip weder opgebouwd en in 1215 werd het intussen in
gotische stijl vormgegeven koor gewijd. Ook de kathedraal van
Vézelay had in de volgende eeuwen onder de godsdienstoorlogen en de
Franse Revolutie te lijden en moest verwoestingen en plunderingen
ondergaan. Dat zij echter ooit een van de grootste kunstwerken in de
Romaanse sacrale stijl geweest moet zijn, laat zich ook nu nog in
het kerkschip vaststellen.
Afmetingen
Het kolossale inwendige is met zijn hoogte van 18 meter en zijn
lengte van 62 meter een meesterwerk van de Romaanse architectuur.
Het tongewelf is met zijn enorme breedte en hoogte in die stroming
iets unieks. Omdat men moest vrezen dat de muren mettertijd naar
buiten zouden wijken, werden in de vroege 13de eeuw steunberen aan
de buitenkant aangebracht die de enorme druk van de gewelven moesten
verwerken.
Viollet-le-Duc
De basiliek is midden 19de eeuw door Eugène Emmanuel Viollet-le-Duc
gerestaureerd. De gebeeldhouwde kapitelen in het Romaanse schip met
zijn geblokte gordelbogen en graatgewelven zijn van grote betekenis.
Het timpaan boven het centrale portaal is het mooiste
voortbrengselen van de Romaanse beeldhouwkunst. De voorgevel van nu
stamt uit de 19de eeuw. Onder het koor is een in oorsprong
Karolingische crypte, waar de relikwieën van Maria Magdalena worden
bewaard. Aansluitend aan de kerk zijn er een kapittelzaal en een
deel van de kloostergang.
Saint-Père-sous-Vézelay
Aan de voet van de heuvel van Vézelay ligt het dorpje
Saint-Père-sous-Vézelay, met de fraaie gotische kerk Notre-Dame uit
de 13de–15de eeuw. Er is een regionaal archeologisch museum met
vondsten uit de nabijgelegen zgn. Fontaines-Salées, resten van
Gallo-Romeinse thermen rond een heiligdom. |

 |
Bedevaart naar Basiliek
De basiliek is hier het middelpunt. Voor je de kerk
binnengaat kom je door een ruime en hoge hal. Hij is groot, indrukwekkend, maar
niet echt speciaal in onze ogen. Alleen de kapitelen van de zuilen in de kerk
zijn zeer de moeite waard. Ze zijn goed bewaard gebleven of zorgvuldig
gerestaureerd.
Via de noordzijde van de heuvel zoeken we ons autootje weer op.
We drinken koffie op een terras en vertrekken om 16.00 uur. Onderweg slaan we
bier, ham en dergelijke in bij een Aldi – supermarkt. Daar zullen we tijdens
deze reis een gewoonte van gaan maken. |
 |
| |
|
|
| |
|
|

Abdij van Vézelay(Vézelay,
Frankrijk)
De
spectaculairste kerk van Bourgondië,
ooit een befaamd pelgrimsoord
Op de
top van een heuvel, met een prachtig uitzicht over het
omringende landschap, ligt La Madeleine, de abdijkerk van
Vézelay en een architectonisch juweeltje.
De kerk
van Vézelay werd eind 9e eeuw gesticht op een plek waar ooit
een Romeinse villa stond. Begin 11e eeuw nam de
invloed van de kerk toe door het verhaal dat Maria Magdalena
haar laatste dagen als kluizenaar in de Provence had
doorgebracht en dat een monnik haar gebeente later had
meegenomen naar Vézelay. Die aanspraak werd in 1058 erkend
in een pauselijke brief en toen was de toekomst van de kerk
verzekerd. Vézelay werd een pelgrimsoord en het middelpunt
van religieuze en politieke gebeurtenissen. Pelgrims,
koningen en aartsbisschoppen stroomden toe. In 1146 kondigde
Bernard van Clervaux hier de tweede kruistocht af vanaf de
kansel en in 1166 dreigde Thomas Beckett Hendrik II met
excommunicatie.
Door
zijn groeiende roem moest de abdij uitbreiden en in 1096
begon de abt Artaud met het huidige gebouw. De kosten waren
echter hoog en de bittere armoede van de bevolking die het
gevolg was, leidde tot een opstand waarbij de abt werd
vermoord. De kerk werd voltooid, maar de glorie van de abdij
was kortstondig. Het was omstreden wie de echte relikwieën
van Maria Magdalena bezat en in 1295 koos de paus voor een
rivaliserende kerk. Dit leidde tot een langzame neergang en
toen de architect Eugene Viollet-le-Duc kort na 1830 het
gebouw kwam restaureren, was het weinig meer dan een lege
huls. Tegenwoordig geldt de abdijkerk als een van de mooiste
voorbeelden van romaanse architectuur, vooral vanwege het
superieure beeldhouwwerk. |

 |