|
|
CHARTRESOp topsnelheid naar Chartres Om een uur of twaalf houden we het voor gezien en steken we via een stalen brug de Loire over. We zoeken zo snel mogelijk de autoroute naar het noorden op. Via Angers en Le Mans (Clim rijdt hier in een rotvaartje van meer dan 150 kilometer per uur, misschien is de snelheidsduivel door de "24 uur van Le Mans" geïnspireerd?) bereiken we om half drie de grote stad Chartres, die al gevaarlijk dicht bij de metropool Parijs ligt. We parkeren de kar in een ondergrondse, spiraalvormige parkeergarage, eten ergens een broodje met sterke koffie erbij en zoeken het symbool van de stad op: de Kathedraal, weer eens een monument dat we op onze lijst van Werelderfgoederen van de Unesco kunnen afvinken.
De Kathedraal van Notre Dame Hij lijkt niet echt imposant, maar als we dichterbij komen zien we dat de portalen heel fraai beeldhouwwerk bevatten. Ook de gevels zijn prachtig geornamenteerd, maar de luchtvervuiling knaagt zichtbaar aan de kunstwerkjes. Van binnen is de kerk erg duister, een beetje goedgemaakt door de vele glas-in-lood ramen. Het schip is smal, maar wel heel hoog. De crypte blijkt gesloten. Rondom het koor treffen we de mooiste fragmenten in steen aan van het leven van de Heer, Jezus Christus. Binnen zijn ze niet aangetast door de weerselementen, dus er valt veel te genieten. Verder heeft de kerk in onze ogen niet veel meer te bieden. Als we er omheen lopen merken we pas dat de kerk op een soort heuvel ligt, aan de oostelijke voet ervan ligt de oude binnenstad. Deze bezoeken we uit tijdgebrek maar niet. We willen in de buurt een hotel vinden. Campanile ligt in het noorden en we bevinden ons in het zuiden. Na enig zoeken wordt het de Comfort Inn van gelijke kwaliteit en prijs. Het bijbehorende restaurant heet Primavere. We nemen een pilsje aan de bar en bekijken daarna de andere goedkope hotels in de buurt: Formule 1, B & B en zo meer. Ze bevinden zich in de prijsklasse € 25 tot € 35 per kamer. We eten die avond in het hotel. Jos kiest voor het koud buffet (onbeperkt vis eten…, hmmmm); Clim houdt het bij een steak, want hij wil ’s avonds graag iets warms op zijn bord hebben.
![]()
Huiswaarts keren Het is zondag. We genieten van een uitgebreid ontbijt. We zijn de laatste, want om half tien sluit de zaak. Om tien uur zijn we weer op weg, richting huiswaarts. Het belooft een schitterende dag te worden; de eerste dag met zomerse temperaturen (boven de 25 graden Celsius dus). We hebben besloten het berucht drukke Parijs en omgeving toch maar niet te mijden, want dat zou meer dan 100 kilometer over kleinere wegen omrijden betekenen. We hebben echter nergens last van, de richtingborden zijn erg duidelijk en we komen zelfs niet in de buurt van de zo gevreesde Route Périphérique. We houden richting Reims aan, van waaruit we via Metz en Luxemburg naar het noorden willen rijden. We kiezen echter om voor de verandering eens een route door de regio Picardië te nemen, een die we nog niet hebben verkend en wel die via Laon, Saint Quentin, Cambrai (Kamerijk) en Valenciennes. De route valt ietwat tegen, maar dat was eigenlijk wel een beetje de verwachting. We willen ons graag zelf overtuigen van wat de reishandboeken beweren.
Prachtig zomerweer In die laatste plaats eten we broodjes in een wegrestaurant. Het weer blijft onveranderlijk mooi en zonnig. Clim houdt superhoge snelheden aan (hij bereikt met zijn Ford Ka naar eigen zeggen een top van tegen de 180 kilometer per uur, maar dan wel bergaf, met aanloop en wind in de rug…), waardoor we in een mum van tijd via Mons (Bergen), Charleroi, Namen in Luik belanden. In Maastricht volgt de onvermijdelijke opstopping bij het Europa - plein. Gelukkig is die van korte duur; langzaam rijdend komen we vooruit. In Melick maken we een ommetje om bij boer Wolters (die van een zuurverdiend pilsje aan het genieten is) twee kilo asperges in te kopen. Zo rond vijf uur zijn we thuis.
| |||||||||||||