|

Op het platteland
Op een dag maken we een excursie naar het kasteel en het merendistrict van
Trakai. Onderweg raken we aan de rand van de stad in een file. Dat komt niet
vaak voor in deze landen: het verkeer is hier nog niet zo intensief, zelfs niet
in de grote steden. Oorzaak van de opstopping is een gesprongen waterleiding.
Trakai ligt ongeveer 30 kilometer van de stad, dus het duurt niet lang of we
kunnen er de auto (betaald en dus bewaakt, dat is geruststellend) parkeren. We
bereiken het stadje overigens niet direct, want we nemen een afslag te vroeg,
zodat we op het platteland terecht komen. Om de kilometer staat daar wel een of
ander standbeeld, wegkapelletje of
kruisbeeld. We zitten hier niet ver van Polen, dat moge duidelijk zijn. Deze
streek heeft eeuwenlang onder Poolse heerschappij gestaan; veel bewoners hebben
nog steeds Pools als moedertaal.

Waterkasteel Trakai
Naar lokale begrippen betalen we een forse entreeprijs (€ 2,50) om het kasteel
en het bijbehorend museum te kunnen bezoeken. Het is een erg toeristisch oord,
hele stromen dagjesmensen en buitenlandse toeristen vergezellen ons. Van een
afstand ziet het waterslot er fantastisch uit. Maar als we er doorheen dwalen,
komt die volledige herbouw ons toch als iets te veel van het goede over. Die
perfecte restauratie heeft eigenlijk het hart uit de historische ruïne gehaald.
Je kunt ook precies zien waar de historie eindigt en de moderne tijd begint: de
bakstenen zijn dan van een andere kwaliteit. Enfin, we gaan de ophaalbrug over
om het museum vol middeleeuwse schatten te bekijken. De ridderzaal ziet er
gloednieuw uit, maar is karig gemeubileerd. Interessant zijn de muntschatten die
men in potten heeft gevonden en er mooi tentoongesteld zijn. Andere exposities
tonen pijpen, stempels en zo meer.
Uitgestrekt merengebied
Na het kasteel maken we nog een wandeling door het stadje zelf. Echt veel is er
niet te zien; een katholieke en een orthodoxe kerk en nog wat onaanzienlijke
museumpjes. De omgeving is mooi, het hele kastelencomplex ligt op een eilandje
middenin een uitgestrekt merengebied.
Het is een uitloper van de Mazurisch Meren die in Noordoost - Polen liggen. Een
dag later rijden we er doorheen en verbazen ons eigenlijk over de
landschappelijke schoonheid van het gebied. Groot voordeel is natuurlijk dat het
nog niet overstroomd wordt door toeristen. Hoewel, op een terrasje waar we
Bonaqua drinken zit een grote groep Nederlandse jongeren die er een zeilvakantie
houden. Het gebied is dus wel ontdekt door westerse reizigers en
watersportliefhebbers. Waarschijnlijk niet alleen vanwege de relatieve rust,
maar zeker ook wegens het sympathieke prijspeil van het land.
Afscheid van Litouwen
Vandaag verlaten we de laatste Baltische staat die we bezocht hebben:
Litouwen. Jos rekent het hotel af met zijn credit card: het gaat hier
vooral om het parkeergeld, het wasgoed en de consumpties op de patio. We
hebben de auto van het Zeeuwse echtpaar op de parkeerplaats zien staan,
maar van de mensen zelf geen spoor. We hebben hen ook in de ontbijtzaal
niet gesignaleerd. Tot Trakai volgen we dezelfde route als gisteren,
daarna slaan we af naar een van de grotere steden van Litouwen,
Mariyampole. We rijden door een golvend landschap met heel veel
verstilde meren temidden van vooral dennenbossen. We vinden het erg
aantrekkelijk, vooral ook vanwege de rust die het uitstraalt.
Ongehinderd de grens over
Het laatste stadje van het land is Kalvariya. Alweer zo’n katholieke
naam, de Poolse invloed is onmiskenbaar hier. Daar stoppen we om koffie
te drinken, maar we vinden nergens een geschikt terras, restaurant of
hotel. In een dorpswinkel besteedt Jos onze laatste litas aan allerlei
soorten drank, waaronder veel bier. Niet veel verder is de
Pools-Litouwse grens. Ooit was deze grens berucht om de lange
wachttijden, maar wij kunnen ongestoord doorrijden, men werpt zelfs geen
blik op ons paspoort. Sterker nog, de posten zijn gewoon niet bemand. We
kunnen dat niet geloven en denken dat we iets fout doen. We rijden
uiteindelijk heel langzaam door, maar worden niet aangehouden. De
douanemannen en -vrouwen zullen wel aan het lunchen zijn, dat gaat voor
alles. Opgelucht rijden we Polen binnen.
|
 |


|