Achtergrondinfo
Start Klaipeda Kaunas Vilnius Trakai Foto's 1 Foto's 2 Achtergrondinfo Meer info


ACHTERGRONDINFORMATIE

INLEIDING

Litouwen (Litouws: Lietuva; officieel: Lietuvos Respublika; Eng.: Lithuania; Russ.: Litovskaja), republiek in Noordoost-Europa, 65 300 vierkante kilometer (1998 reëel), met 3 610 535 (2001 schatting) inwoners (55 personen per vierkante kilometer (2001 schatting); hoofdstad: Vilnius. Munteenheid is de litas, verdeeld in 100 centas. Nationale feestdag is 16 februari, de dag waarop in 1918 de republiek werd geproclameerd.


1. FYSISCHE GEOGRAFIE


Litouwen is de zuidelijkste van de drie Baltische republieken. Het land is vrij vlak; alleen in het oosten en het midden-westen komt een aantal heuvels boven de 200 meter - hoogtelijn. Het hoogste punt is 228 m. De voornaamste landschapselementen zijn de eindmorenen en de tongbekkens – bedekt met grondmorenemateriaal, waarin meertjes en veenmoerassen – waarop soms, evenals in de oerstroomdalen, jonge afzettingen zijn gevormd (zand, grind, klei). Deze zijn begroeid met bossen en heide. De afwatering geschiedt naar de Oostzee, direct of via de voornaamste rivier, de Nemunas of Memel. Het klimaat is gematigd continentaal.


2. BEVOLKING


Het grootste deel van de bevolking (80%) bestaat uit Litouwers; 9% is van Russische en 7% is van Poolse afkomst. Ca. 800 000 Litouwers wonen in het buitenland, m.n. in de Verenigde Staten (Chicago is de grootste ‘Litouwse’ stad). Litouwen verloor tussen 1940 en 1958 ca. 1 miljoen inwoners door geweld, deportatie en emigratie. Pas in 1968 werd het aantal inw. van voor de oorlog weer bereikt, vnl. door immigratie van Russen, Wit-Russen en Oekraïners. Sinds 1990 daalt de bevolkingsgroei (in 1995: 0,4%). Bijna 70% van de bevolking woont in de steden. Officiële taal is het Litouws. Ook Russisch en Pools zijn belangrijke omgangstalen.


Ca. 80% van de Litouwers en Polen is rooms-katholiek. De Russen zijn meest Russisch-orthodox. Er bestaan kleine lutherse en gereformeerde kerkgenootschappen.


3. BESTUUR EN SAMENLEVING


3.1 Staatsinrichting
Volgens de grondwet van 1992 berust de wetgevende macht bij het eenkamerparlement (de Seimas), waarvan de 141 leden rechtstreeks, voor vier jaar worden gekozen. Staatshoofd is de direct, voor vijf jaar door het volk gekozen president. Bij hem en zijn regering, aangevoerd door een minister-president, berust de uitvoerende macht. De president bepaalt de buitenlandse politiek van het land, kan het parlement ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven.


3.2 Politieke partijen
De twee belangrijkste politieke partijen zijn de Litouwse Democratische Arbeiderspartij (LDAP), voortgekomen uit de oude Communistische Partij van Litouwen en thans varend op een sociaal-democratische koers, en de Vaderland Unie, de voortzetting van de conservatief-nationalistische Sajudis-coalitie die aan de wieg van de onafhankelijkheid van Litouwen stond. Het is de partij van voormalig president V. Landsbergis. Verder zijn nog een tiental kleine partijen vertegenwoordigd in het parlement.


4. ECONOMIE


Litouwen behoort met de andere Baltische republieken en de provincie Kaliningrad tot het Baltische economische gebied. Van oudsher zijn land- en bosbouw het belangrijkste bestaansmiddel, maar na de Tweede Wereldoorlog is de industrie sterk opgekomen en heeft er een sterke migratie van het platteland naar de stad plaatsgehad (in 1937 woonde 23% van de bevolking in de steden; in 1994 was dit 71%). Sinds de onafhankelijkheid worden economische hervormingen doorgevoerd en wordt aansluiting gezocht bij westerse instellingen. Bijna de helft van de totale oppervlakte van het land is in gebruik als akkerland (49,1%); verbouwd worden o.m. granen, aardappelen, suikerbieten en groenten. Van de oppervlakte is 16,3% bedekt met bos, grotendeels naaldbossen; de houtopbrengst is ca. 2,5 miljoen m3 per jaar.


Als delfstoffen bezit Litouwen diverse gesteenten die geschikt zijn voor bouwmateriaal (gips, kalk, dolomiet), en voorts turf, ijzeroer, fosforiet en mineraalwater. De machine-industrie, die o.m. turbines, werkbanken en schepen produceert, is vnl. geconcentreerd in en rond de grote steden. Van de chemische industrie is vooral de kunstmestproductie van belang. De lichte en de levensmiddelenindustrie bevinden zich behalve in de grote steden ook in talrijke kleinere steden; geproduceerd worden o.m. textiel (linnen, wol), hout, papier, leerwaren, conserven en suiker. De spoorwegen vormen het voornaamste vervoermiddel; het spoorwegnet omvat (1990) 2007 km. Het autoverkeer beschikt over ca. 20 900 km verharde en 10 600 km onverharde wegen. Litouwen heeft ca. 600 km binnenvaartwegen. Voornaamste luchthaven is Vilnius; belangrijkste zeehaven is Klaipeda.


5. GESCHIEDENIS


Litouwen was het kerngebied van de Baltische stammen der Zjemaïten, Jatvingen en Auksjitaïten, die zich in de 13de eeuw door de dreiging van de Duitse kruisridders (zie Duitse Orde) tot een nauwer verband aaneensloten. In tegenstelling tot de andere Balten wisten ze zich te handhaven en Litouwen groeide uit tot een machtige mogendheid, die na een enorme gebiedsuitbreiding in de tweede helft van de 14de eeuw ten slotte het grootste deel van het Russische rijk van Kiëv omvatte. Onder grootvorst Jagiello ging de bevolking over tot het katholieke geloof, teneinde de Poolse koningskroon te verwerven.


De personele unie met Polen, die aldus ontstond (1386), had grote gevolgen voor de verdere ontwikkeling van Litouwen: sterke polonisering van de Litouwse adel en aanpassing van Litouwen aan de Poolse staatsinstellingen en maatschappelijke inrichtingen. Bij de Unie van Lubliń (1569) werden Polen en Litouwen nauwer verbonden door het instellen van een standenvergadering.
Door de Poolse Delingen kwam bijna geheel Litouwen aan Rusland, dat in 1815 ook nog het in 1795 door Pruisen verkregen Oud-Litouwse gebied verwierf. In de tweede helft van de 19de eeuw streefde de Russische regering er steeds meer naar Litouwen te russificeren.


Gedurende de Eerste Wereldoorlog (1915) bezetten de Duitsers Litouwen. Op 23 sept. kwam het te Vilnius (destijds Vilna) tot de oprichting van een nationale raad, die onafhankelijkheid van Rusland eiste en op 16 febr. 1918 de onafhankelijkheid uitriep. Onmiddellijk echter trokken de bolsjeviki het land binnen. Bij de Vrede van Brest-Litovsk moesten zij Litouwen echter erkennen. Litouwen moest onmiddellijk een verbond met Duitsland sluiten en in juni 1918 hertog Wilhelm von Urach als koning aanvaarden. Na de Duitse ineenstorting onttrokken de Litouwers zich aan de Duitse voogdij en vormde Woldemaras op 11 nov. 1918 een nationale regering.
Toen de Russen Litouwen opnieuw binnenvielen, kwamen de Polen de Litouwers te hulp; zij eisten echter Vilna, dat zij in april 1919 bezetten, voor zichzelf op. De geallieerden kenden Vilna aan Litouwen toe, waarbij het ook weer ingedeeld werd. In hun strijd tegen de Polen konden de Russen de Litouwers nu voor zich winnen door hun eveneens Vilna toe te kennen en de Litouwse onafhankelijkheid te erkennen. Op 12 juli 1920 sloten Rusland en Litouwen bij het Verdrag van Moskou vrede.


Op 9 okt. 1920 maakten Poolse vrijscharen onder generaal Zeligowski zich van Vilna meester. De Volkenbond, in het conflict gemoeid, kon geen oplossing brengen. De Polen behielden Vilna en omliggend gebied. Een referendum over de definitieve status werd op 8 jan. 1922 gehouden; dit gebeurde echter onder ‘toezicht’ van Zeligowski, zodat Litouwen de uitslag, volgens welke de meerderheid van de bevolking aansluiting bij Polen wenste, niet erkende. Polen lijfde in april Vilna en omgeving officieel in.


Om zich schadeloos te stellen, trachtten de Litouwers Klaipeda (destijds Memel) en omgeving te verkrijgen, een gebied dat sinds 1919 onder geallieerd toezicht stond. Door toedoen van Litouwen brak op 11 jan. 1923 een opstand in Memelland uit, dat enige dagen later door Litouwse troepen werd bezet. Op 16 febr. kende een gezantenconferentie van de geallieerden Memelland aan Litouwen toe, op voorwaarde dat het autonomie zou krijgen.
Engeland, Frankrijk, Italië en Japan bevestigden de nieuwe toestand bij het Memelstatuut (mei 1924). Intussen vonden in Litouwen belangrijke binnenlandse hervormingen plaats: in 1922 werd een democratische grondwet ingevoerd en het grootgrondbezit werd onder de boeren verdeeld. In dec. 1926 bracht een rechtse staatsgreep Smetona aan de macht. Deze werd dictator (officieel president van de republiek), Woldemaras deelde met hem de macht. Linkse partijen en katholieken werden vervolgd en in sept. 1929 werd Woldemaras ten val gebracht, waarna Smetona alleen regeerde.


Door de spanningen met Duitsland (Memel) en Polen (Vilna) werd Litouwen tot samengaan met de Sovjet-Unie gedreven. In febr. 1936 werden alle partijen behalve de nationalistische verboden. In maart 1938 eiste de Poolse regering in de vorm van een ultimatum dat de Pools-Litouwse betrekkingen weer op normale voet zouden worden geregeld. De Litouwse regering zwichtte voor de bedreiging. Memel moest zij op 23 maart 1939 aan Duitsland afstaan. Enige dagen later kwamen de oppositiepartijen in de regering terug.
Litouwen trachtte zich nu aan de toenemende Duitse dreiging te onttrekken, o.a. door toenadering tot de erfvijand Polen. Bij de Russisch-Duitse verdeling van Polen in sept. 1939 kreeg Litouwen Vilna met omgeving toegewezen. Op 17 juni 1940 bezetten de Russen Litouwen. Begin augustus werd het met de andere Baltische staten bij de Sovjet-Unie ingelijfd. In juni 1941 veroverden de Duitsers Litouwen, in het najaar van 1944 werd het door de Russen heroverd. Na de Tweede Wereldoorlog kwam het, vergroot met het gebied van Memel, en onder de naam Litouwse Socialistische Sovjet Republiek opnieuw bij de Sovjet-Unie.


In 1988 werd in Litouwen het volksfront Sajudis (Lit., = beweging) opgericht, dat zich allengs ontwikkelde tot de stuwende kracht achter de onafhankelijkheidsbeweging. Nadat in de loop van 1989 na de 50ste verjaardag van het zgn. Molotov-von Ribbentrop-pact openbaar werd dat dit een geheime paragraaf bezat waarin de inlijving van de Baltische Staten bij de Sovjet-Unie werd vastgelegd, verklaarde een door het Litouwse parlement ingestelde commissie de annexatie onwettig (aug. 1989). Hierna nam de Litouwse communistische partij in snel tempo enkele vérgaande maatregelen: in dec. 1989 maakte zij een einde aan de monopoliepositie van de CPSU en werd het meerpartijenstelsel ingevoerd.


De centrale regering in Moskou bleef de roep om onafhankelijkheid bekritiseren, maar verleende in jan. 1990 financieel en economisch zelfbestuur aan alle Baltische staten, waardoor deze het beheer kregen over hun eigen industrieën, land, banken en natuurlijke hulpbronnen, met uitzondering van aardolie en aardgas. Nadat in febr. 1990 vrije verkiezingen werden gehouden en het Volksfront een ruime (tweederde) meerderheid behaalde in de Litouwse Opperste Sovjet, volgde op 11 maart 1990 een officiële onafhankelijkheidsverklaring; president werd Vytautas Landsbergis, Kaziemiera Prunskiene werd premier.


Op 11 jan. 1991 bestormden afdelingen van het Sovjet-Russische leger het radio- en televisiegebouw in Vilnius en hielden dit kortstondig bezet. Enkele dagen later ontkende de centrale regering in Moskou iedere betrokkenheid bij het optreden van het leger, waarbij doden en gewonden vielen. Na de mislukte staatsgreep van eind aug. 1991 in Moskou erkende het Sovjetparlement, het Congres van Volksafgevaardigden, op 6 sept. de onafhankelijkheid van de drie Baltische staten, binnen een maand gevolgd door de erkenning door de Verenigde Naties.
De nieuwe staat, afhankelijk van Russisch aardgas en aardolie, kreeg te maken met hogere energieprijzen waardoor een grote economische teruggang optrad. Het Volksfront Sajudis verloor daardoor veel van zijn invloed. In oktober 1992 werd de Democratische Arbeiderspartij (LDDP) de absolute winnaar bij parlementsverkiezingen. Landsbergis trad af als staatshoofd en werd vervangen door Algirdas Brazauskas (LDDP). In mei 1993 richtte Landsbergis een nieuwe politieke partij op, Tevynes Santara, een conservatieve partij bedoeld om het verslagen Sajudis op te volgen. In juni 1993 werd de litas als munt ingevoerd, ter vervanging van de coupon. In aug. 1993 werd de terugtrekking van de laatste Russische troepen voltooid.


De economische hervormingen leverden nog geen grote resultaten op en de gemiddelde levensstandaard daalde verder als gevolg van de hervormingspolitiek. De werkloosheid bleef hoog, vooral op het platteland. Een groot probleem vormde verder de afhankelijkheid van Russische energieleveranties, die bijna 30% van de totale Litouwse invoer vertegenwoordigden. Russische prijsverhogingen bevorderden de inflatie en bedreigden de economische groei. Het faillissement van de Innovation Bank in dec. 1995 stortte het land in een politieke crisis toen bleek dat hoge overheidsfunctionarissen, onder wie minister-president Slezevicius en minister van Binnenlandse Zaken Vaitiekunas, van tevoren op de hoogte waren gesteld en tijdig hun banktegoeden hadden opgenomen. Deze bankcrisis werd de Litouwse Democratische Arbeiderspartij (LDAP), die tijdens lokale verkiezingen in 1995 al een zware nederlaag had geleden, fataal. Zij verloren ruim zestig zetels en keerden met twaalf zetels in het parlement terug. Grote winnaar werd de rechtse Vaderland Unie van oud-president Landsbergis, die in nov. 1996 een regeerakkoord sloot met de christen-democraten.


De tweede ronde van de presidentsverkiezingen, januari 1998, tussen Arturas Palauskas, oud-procureur-generaal van Litouwen en Valdas Adamkus, die in 1994 na een verblijf van 48 jaar in de Verenigde Staten in Litouwen was teruggekeerd, werd gewonnen door Adamkus. De economische crisis in Rusland deed zich in 1998 ook voelen in Litouwen. Na de val van de roebel stortte de export naar Rusland en de overige GOS-staten, in 1997 goed voor 46% van de totale uitvoer, volledig in elkaar. In 2000 groeide de economie ruim 2% en steeg de inflatie licht na ruim 1%. Dit resultaat was mede te danken aan het crisisprogramma van de Vaderland Unie, dat voortgezet werd door de nieuwe minderheidsregering van Liberale Unie en Nieuwe Unie. In mei 1999 trad Gediminas Vagnorius af als premier. Zijn positie was onhoudbaar geworden nadat de zeer populaire president Adamkus zijn vertrouwen in Vagnorius had opgezegd. Adamkus verweet Vagnorius eigenmachtig optreden en falend economisch beleid. Vagnorius’ partij, de Vaderland Unie, ging akkoord met Adamkus’ voorstel Rolandas Paksas, lid van de Vaderland Unie, te benoemen tot minister-president. Al in oktober nam Paksas ontslag uit protest tegen het kabinetsbesluit de oliemaatschappij Mazeikiai te privatiseren. Adamkus, de drijvende kracht achter de verkoop van de oliemaatschappij, benoemde minister van Sociale Zaken Irena Degutiene tot waarnemend president. Op 29 oktober werd de verkoopovereenkomst (van 33% van de aandelen) met Williams International ondertekend. Paksas werd opgevolgd door het conservatieve parlementslid Andrius Kubilius.
 

Klaipeda Kaunas Vilnius Trakai Foto's 1 Foto's 2 Achtergrondinfo Meer info


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

 ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN