|
|
ACHTERGRONDINFORMATIEINLEIDINGLitouwen (Litouws: Lietuva; officieel: Lietuvos Respublika; Eng.: Lithuania; Russ.: Litovskaja), republiek in Noordoost-Europa, 65 300 vierkante kilometer (1998 reëel), met 3 610 535 (2001 schatting) inwoners (55 personen per vierkante kilometer (2001 schatting); hoofdstad: Vilnius. Munteenheid is de litas, verdeeld in 100 centas. Nationale feestdag is 16 februari, de dag waarop in 1918 de republiek werd geproclameerd.
|
![]() |
![]() |
3.1 Staatsinrichting
Volgens de grondwet van 1992 berust de wetgevende macht bij het
eenkamerparlement (de Seimas), waarvan de 141 leden rechtstreeks, voor vier jaar
worden gekozen. Staatshoofd is de direct, voor vijf jaar door het volk gekozen
president. Bij hem en zijn regering, aangevoerd door een minister-president,
berust de uitvoerende macht. De president bepaalt de buitenlandse politiek van
het land, kan het parlement ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven.
3.2 Politieke partijen
De twee belangrijkste politieke partijen zijn de Litouwse Democratische
Arbeiderspartij (LDAP), voortgekomen uit de oude Communistische Partij van
Litouwen en thans varend op een sociaal-democratische koers, en de Vaderland
Unie, de voortzetting van de conservatief-nationalistische Sajudis-coalitie die
aan de wieg van de onafhankelijkheid van Litouwen stond. Het is de partij van
voormalig president V. Landsbergis. Verder zijn nog een tiental kleine partijen
vertegenwoordigd in het parlement.
Litouwen behoort met de andere Baltische republieken en de provincie Kaliningrad
tot het Baltische economische gebied. Van oudsher zijn land- en bosbouw het
belangrijkste bestaansmiddel, maar na de Tweede Wereldoorlog is de industrie
sterk opgekomen en heeft er een sterke migratie van het platteland naar de stad
plaatsgehad (in 1937 woonde 23% van de bevolking in de steden; in 1994 was dit
71%). Sinds de onafhankelijkheid worden economische hervormingen doorgevoerd en
wordt aansluiting gezocht bij westerse instellingen. Bijna de helft van de
totale oppervlakte van het land is in gebruik als akkerland (49,1%); verbouwd
worden o.m. granen, aardappelen, suikerbieten en groenten. Van de oppervlakte is
16,3% bedekt met bos, grotendeels naaldbossen; de houtopbrengst is ca. 2,5
miljoen m3 per jaar.
Als delfstoffen bezit Litouwen diverse gesteenten die geschikt zijn voor
bouwmateriaal (gips, kalk, dolomiet), en voorts turf, ijzeroer, fosforiet en
mineraalwater. De machine-industrie, die o.m. turbines, werkbanken en schepen
produceert, is vnl. geconcentreerd in en rond de grote steden. Van de chemische
industrie is vooral de kunstmestproductie van belang. De lichte en de
levensmiddelenindustrie bevinden zich behalve in de grote steden ook in talrijke
kleinere steden; geproduceerd worden o.m. textiel (linnen, wol), hout, papier,
leerwaren, conserven en suiker. De spoorwegen vormen het voornaamste
vervoermiddel; het spoorwegnet omvat (1990) 2007 km. Het autoverkeer beschikt
over ca. 20 900 km verharde en 10 600 km onverharde wegen. Litouwen heeft ca.
600 km binnenvaartwegen. Voornaamste luchthaven is Vilnius; belangrijkste
zeehaven is Klaipeda.

Litouwen was het kerngebied van de Baltische stammen der Zjemaïten, Jatvingen en
Auksjitaïten, die zich in de 13de eeuw door de dreiging van de Duitse
kruisridders (zie Duitse Orde) tot een nauwer verband aaneensloten. In
tegenstelling tot de andere Balten wisten ze zich te handhaven en Litouwen
groeide uit tot een machtige mogendheid, die na een enorme gebiedsuitbreiding in
de tweede helft van de 14de eeuw ten slotte het grootste deel van het Russische
rijk van Kiëv omvatte. Onder grootvorst Jagiello ging de bevolking over tot het
katholieke geloof, teneinde de Poolse koningskroon te verwerven.
De personele unie met Polen, die aldus ontstond (1386), had grote gevolgen voor
de verdere ontwikkeling van Litouwen: sterke polonisering van de Litouwse adel
en aanpassing van Litouwen aan de Poolse staatsinstellingen en maatschappelijke
inrichtingen. Bij de Unie van Lubliń (1569) werden Polen en Litouwen nauwer
verbonden door het instellen van een standenvergadering.
Door de Poolse Delingen kwam bijna geheel Litouwen aan Rusland, dat in 1815 ook
nog het in 1795 door Pruisen verkregen Oud-Litouwse gebied verwierf. In de
tweede helft van de 19de eeuw streefde de Russische regering er steeds meer naar
Litouwen te russificeren.
Gedurende de Eerste Wereldoorlog (1915) bezetten de Duitsers Litouwen. Op 23
sept. kwam het te Vilnius (destijds Vilna) tot de oprichting van een nationale
raad, die onafhankelijkheid van Rusland eiste en op 16 febr. 1918 de
onafhankelijkheid uitriep. Onmiddellijk echter trokken de bolsjeviki het land
binnen. Bij de Vrede van Brest-Litovsk moesten zij Litouwen echter erkennen.
Litouwen moest onmiddellijk een verbond met Duitsland sluiten en in juni 1918
hertog Wilhelm von Urach als koning aanvaarden. Na de Duitse ineenstorting
onttrokken de Litouwers zich aan de Duitse voogdij en vormde Woldemaras op 11
nov. 1918 een nationale regering.
Toen de Russen Litouwen opnieuw binnenvielen, kwamen de Polen de Litouwers te
hulp; zij eisten echter Vilna, dat zij in april 1919 bezetten, voor zichzelf op.
De geallieerden kenden Vilna aan Litouwen toe, waarbij het ook weer ingedeeld
werd. In hun strijd tegen de Polen konden de Russen de Litouwers nu voor zich
winnen door hun eveneens Vilna toe te kennen en de Litouwse onafhankelijkheid te
erkennen. Op 12 juli 1920 sloten Rusland en Litouwen bij het Verdrag van Moskou
vrede.
Op 9 okt. 1920 maakten Poolse vrijscharen onder generaal Zeligowski zich van
Vilna meester. De Volkenbond, in het conflict gemoeid, kon geen oplossing
brengen. De Polen behielden Vilna en omliggend gebied. Een referendum over de
definitieve status werd op 8 jan. 1922 gehouden; dit gebeurde echter onder
‘toezicht’ van Zeligowski, zodat Litouwen de uitslag, volgens welke de
meerderheid van de bevolking aansluiting bij Polen wenste, niet erkende. Polen
lijfde in april Vilna en omgeving officieel in.
Om zich schadeloos te stellen, trachtten de Litouwers Klaipeda (destijds Memel)
en omgeving te verkrijgen, een gebied dat sinds 1919 onder geallieerd toezicht
stond. Door toedoen van Litouwen brak op 11 jan. 1923 een opstand in Memelland
uit, dat enige dagen later door Litouwse troepen werd bezet. Op 16 febr. kende
een gezantenconferentie van de geallieerden Memelland aan Litouwen toe, op
voorwaarde dat het autonomie zou krijgen.
Engeland, Frankrijk, Italië en Japan bevestigden de nieuwe toestand bij het
Memelstatuut (mei 1924). Intussen vonden in Litouwen belangrijke binnenlandse
hervormingen plaats: in 1922 werd een democratische grondwet ingevoerd en het
grootgrondbezit werd onder de boeren verdeeld. In dec. 1926 bracht een rechtse
staatsgreep Smetona aan de macht. Deze werd dictator (officieel president van de
republiek), Woldemaras deelde met hem de macht. Linkse partijen en katholieken
werden vervolgd en in sept. 1929 werd Woldemaras ten val gebracht, waarna
Smetona alleen regeerde.
Door de spanningen met Duitsland (Memel) en Polen (Vilna) werd Litouwen tot
samengaan met de Sovjet-Unie gedreven. In febr. 1936 werden alle partijen
behalve de nationalistische verboden. In maart 1938 eiste de Poolse regering in
de vorm van een ultimatum dat de Pools-Litouwse betrekkingen weer op normale
voet zouden worden geregeld. De Litouwse regering zwichtte voor de bedreiging.
Memel moest zij op 23 maart 1939 aan Duitsland afstaan. Enige dagen later kwamen
de oppositiepartijen in de regering terug.
Litouwen trachtte zich nu aan de toenemende Duitse dreiging te onttrekken, o.a.
door toenadering tot de erfvijand Polen. Bij de Russisch-Duitse verdeling van
Polen in sept. 1939 kreeg Litouwen Vilna met omgeving toegewezen. Op 17 juni
1940 bezetten de Russen Litouwen. Begin augustus werd het met de andere
Baltische staten bij de Sovjet-Unie ingelijfd. In juni 1941 veroverden de
Duitsers Litouwen, in het najaar van 1944 werd het door de Russen heroverd. Na
de Tweede Wereldoorlog kwam het, vergroot met het gebied van Memel, en onder de
naam Litouwse Socialistische Sovjet Republiek opnieuw bij de Sovjet-Unie.
In 1988 werd in Litouwen het volksfront Sajudis (Lit., = beweging) opgericht,
dat zich allengs ontwikkelde tot de stuwende kracht achter de
onafhankelijkheidsbeweging. Nadat in de loop van 1989 na de 50ste verjaardag van
het zgn. Molotov-von Ribbentrop-pact openbaar werd dat dit een geheime paragraaf
bezat waarin de inlijving van de Baltische Staten bij de Sovjet-Unie werd
vastgelegd, verklaarde een door het Litouwse parlement ingestelde commissie de
annexatie onwettig (aug. 1989). Hierna nam de Litouwse communistische partij in
snel tempo enkele vérgaande maatregelen: in dec. 1989 maakte zij een einde aan
de monopoliepositie van de CPSU en werd het meerpartijenstelsel ingevoerd.
De centrale regering in Moskou bleef de roep om onafhankelijkheid bekritiseren,
maar verleende in jan. 1990 financieel en economisch zelfbestuur aan alle
Baltische staten, waardoor deze het beheer kregen over hun eigen industrieën,
land, banken en natuurlijke hulpbronnen, met uitzondering van aardolie en
aardgas. Nadat in febr. 1990 vrije verkiezingen werden gehouden en het
Volksfront een ruime (tweederde) meerderheid behaalde in de Litouwse Opperste
Sovjet, volgde op 11 maart 1990 een officiële onafhankelijkheidsverklaring;
president werd Vytautas Landsbergis, Kaziemiera Prunskiene werd premier.
Op 11 jan. 1991 bestormden afdelingen van het Sovjet-Russische leger het radio-
en televisiegebouw in Vilnius en hielden dit kortstondig bezet. Enkele dagen
later ontkende de centrale regering in Moskou iedere betrokkenheid bij het
optreden van het leger, waarbij doden en gewonden vielen. Na de mislukte
staatsgreep van eind aug. 1991 in Moskou erkende het Sovjetparlement, het
Congres van Volksafgevaardigden, op 6 sept. de onafhankelijkheid van de drie
Baltische staten, binnen een maand gevolgd door de erkenning door de Verenigde
Naties.
De nieuwe staat, afhankelijk van Russisch aardgas en aardolie, kreeg te maken
met hogere energieprijzen waardoor een grote economische teruggang optrad. Het
Volksfront Sajudis verloor daardoor veel van zijn invloed. In oktober 1992 werd
de Democratische Arbeiderspartij (LDDP) de absolute winnaar bij
parlementsverkiezingen. Landsbergis trad af als staatshoofd en werd vervangen
door Algirdas Brazauskas (LDDP). In mei 1993 richtte Landsbergis een nieuwe
politieke partij op, Tevynes Santara, een conservatieve partij bedoeld om het
verslagen Sajudis op te volgen. In juni 1993 werd de litas als munt ingevoerd,
ter vervanging van de coupon. In aug. 1993 werd de terugtrekking van de laatste
Russische troepen voltooid.
De economische hervormingen leverden nog geen grote resultaten op en de
gemiddelde levensstandaard daalde verder als gevolg van de hervormingspolitiek.
De werkloosheid bleef hoog, vooral op het platteland. Een groot probleem vormde
verder de afhankelijkheid van Russische energieleveranties, die bijna 30% van de
totale Litouwse invoer vertegenwoordigden. Russische prijsverhogingen
bevorderden de inflatie en bedreigden de economische groei. Het faillissement
van de Innovation Bank in dec. 1995 stortte het land in een politieke crisis
toen bleek dat hoge overheidsfunctionarissen, onder wie minister-president
Slezevicius en minister van Binnenlandse Zaken Vaitiekunas, van tevoren op de
hoogte waren gesteld en tijdig hun banktegoeden hadden opgenomen. Deze
bankcrisis werd de Litouwse Democratische Arbeiderspartij (LDAP), die tijdens
lokale verkiezingen in 1995 al een zware nederlaag had geleden, fataal. Zij
verloren ruim zestig zetels en keerden met twaalf zetels in het parlement terug.
Grote winnaar werd de rechtse Vaderland Unie van oud-president Landsbergis, die
in nov. 1996 een regeerakkoord sloot met de christen-democraten.
De tweede ronde van de presidentsverkiezingen, januari 1998, tussen Arturas
Palauskas, oud-procureur-generaal van Litouwen en Valdas Adamkus, die in 1994 na
een verblijf van 48 jaar in de Verenigde Staten in Litouwen was teruggekeerd,
werd gewonnen door Adamkus. De economische crisis in Rusland deed zich in 1998
ook voelen in Litouwen. Na de val van de roebel stortte de export naar Rusland
en de overige GOS-staten, in 1997 goed voor 46% van de totale uitvoer, volledig
in elkaar. In 2000 groeide de economie ruim 2% en steeg de inflatie licht na
ruim 1%. Dit resultaat was mede te danken aan het crisisprogramma van de
Vaderland Unie, dat voortgezet werd door de nieuwe minderheidsregering van
Liberale Unie en Nieuwe Unie. In mei 1999 trad Gediminas Vagnorius af als
premier. Zijn positie was onhoudbaar geworden nadat de zeer populaire president
Adamkus zijn vertrouwen in Vagnorius had opgezegd. Adamkus verweet Vagnorius
eigenmachtig optreden en falend economisch beleid. Vagnorius’ partij, de
Vaderland Unie, ging akkoord met Adamkus’ voorstel Rolandas Paksas, lid van de
Vaderland Unie, te benoemen tot minister-president. Al in oktober nam Paksas
ontslag uit protest tegen het kabinetsbesluit de oliemaatschappij Mazeikiai te
privatiseren. Adamkus, de drijvende kracht achter de verkoop van de
oliemaatschappij, benoemde minister van Sociale Zaken Irena Degutiene tot
waarnemend president. Op 29 oktober werd de verkoopovereenkomst (van 33% van de
aandelen) met Williams International ondertekend. Paksas werd opgevolgd door het
conservatieve parlementslid Andrius Kubilius.

|
ONZE ANDERE REISVERSLAGEN ALASKA / ARGENTINIË / AUSTRALIË / AVONTUREN / BALKANREIS / BELGIË / BELIZE / BULGARIJE / CANADA / CALIFORNIË / CHILI / CHINA / CUBA / CURAÇAO / CYPRUS / DENEMARKEN / DUITSLAND / ECUADOR / EGYPTE / ENGELAND / ESTLAND / FILIPPIJNEN / FINLAND / FOTOSITE / FRANKRIJK / GRIEKENLAND / GUATEMALA / HONGARIJE / INDIA / INDONESIË / IRAN / ISRAËL / ITALIË / JORDANIË / KRETA / KROATIË / LETLAND / LITOUWEN / MADEIRA / MALEISIË / MALLORCA / MALTA / MAROKKO / MEXICO YUCATAN / MEXICO / NEPAL / NEW YORK / NOORWEGEN / OEKRAÏNE / OEZBEKISTAN / OOSTENRIJK / PARAGUAY / PERU / POLEN / PORTUGAL / REISFOTO'S / ROEMENIË / RUSLAND / SCANDINAVIË / SICILIË / SINGAPORE / SLOVENIË / SLOWAKIJE / SPANJE / SRI LANKA / SYRIË / THAILAND / TSJECHIË / TUNESIË / TURKIJE / UNESCO - SITE / URUGUAY / USA / WERELDERFGOED / ZUID-AFRIKA / ZWEDEN |