|
|
|
Ga naar de FOTOCOLLAGE RIJEKA Dag 7 Ik geef bij het hotel mijn bagage in bewaring en reken af. Daarbij wijs ik een agressieve Yank op zijn nummer omdat hij wil voorkruipen met zijn grote bek. Urenlang zit ik in het café van Union tussen taartjes snoepende tantes koffie te lurken en internationale kranten te lezen. Ik vertrek namelijk pas tegen drie uur ’s middags. Ik ben ingedeeld in een coupé met een Oostenrijks yuppiepaar dat naar de Kroatische kust gaat om een vakantiehuisje te inspecteren. Er zit ook een oudere man van in de zeventig bij. Hij vertelt me zijn levensverhaal in een ietwat harkerig Duits. Hij woont in Graz bij zijn kinderen, maar heeft veertig jaar in Venezuela gewoond en gewerkt (als ingenieur in de suikerindustrie). Geboren is hij echter in Sarajevo waar hij op een christelijk internaat het gymnasium heeft gevolgd. Hij wil graag in het Spaans praten, maar dat kan ik niet zo goed volgen: dan liever zijn gebroken Duits met Oostenrijks accent. Hij blijkt ook in Argentinië gewerkt te hebben. We wisselen ervaringen uit over dat land. Hij kan niet begrijpen dat zo’n in potentie welvarend land naar de kloten gaat. Ik wel, denk ik: te veel corruptie, nepotisme, wanbestuur en macho’s aan de macht…
Vlak voor Rijeka valt het licht in de hele trein uit. Dat is de schuld van de
Slovenen, beweert men verderop in de trein, die willen ons pesten. De grens is
nabij, we passeren hem zonder oponthoud. In het pikkedonker controleert de
douane onze paspoorten. Ze kunnen niets zien, want ze hebben niet eens een
zaklamp bij zich! Wat een klungels. Als ze horen dat ik een buitenlander ben
laten ze met rust, maar de Servische grijsaard wordt wel aan de tand gevoeld,
God mag weten waarom. Het station van Rijeka beantwoordt aan alle vooroordelen van Oost-Europees communisme. Groot, donker en slecht onderhouden. Over de open rails lopend bereik ik het hoofdgebouw, waar ik geld wissel. Ik krijg een briefje van € 50 terug omdat het gekreukt is. Ik maak geen stennis over die nodeloos stomme argwaan, maar word hierdoor wel herinnerd aan de praktijken van de banken en wisselaars in Moskou in 1993. Op het station is geen informatiebalie of –stand. Buiten het station duik ik direct een cafeetje in om meer informatie te vragen, maar niemand kan me helpen. Men spreekt er enkel Kroatisch en mijn simpele, waarschijnlijk verkeerd uitgesproken Russisch willen ze ook niet begrijpen. Ik ga op eigen houtje op zoek. Cafés en restaurant genoeg hier, het lijkt wel Italië, maar van een hotel geen spoor. Pas na een dikke drie kwartier door de motregen sjouwen ontdek ik een lichtreclame aan de haven. Hotel Continental wordt erop aangegeven. Daar vind ik uiteindelijk onderdak voor een schappelijke prijs: € 42. Het is een en al vergane glorie en de kamer is klein, maar wel behaaglijk warm. Een tv moet ik echter ontberen. ’s Avonds zwerf ik door de binnenstad. In een delicatessenwinkel schaf ik me geurige warm brood, Gentse kop, vispaté en kruidige kaasjes aan. Die verorber ik op mijn gemak in mijn kamer. Het restant bewaar ik voor de volgende dag.
Dag 8 Het ontbijtbuffet is niet zo goed als dat in Slovenië, maar je kunt per slot van rekening niet alles hebben. Ik ga verder met de stadsverkenning, maar nu bij daglicht. Het centrum heeft wel iets authentieks, althans de kleine steegjes. Aan de grote straten heeft men heel wat stedenschoon weggebroken om plaats te maken voor modieuze westerse merkwinkels en restaurants, met name pizzeria’s en het onvermijdelijke McDonalds. Zeker de Corso, de Italiaans aandoende hoofdstraat, heeft hierdoor behoorlijk aan waarde ingeboet. Een kerk aan de markt biedt tevens onderdak aan een museum, maar er is weinig interessants te bekijken. Wat oude foto’s van de stad en stukken van opgegraven Romeinse zuilen, dat is zowat alles.
Regenrijke middag Die middag begint het behoorlijk te gieten, waardoor ik gedwongen wordt de rest van de dag op mijn kamer door te brengen. Ja, zo krijg ik mijn boek van Goddard van 450 bladzijden erg snel uit. Wel kan ik nog een uurtje internetten naast het hotel. Daar is een modern cybercafé gevestigd, de jongeren die de zaak runnen spreken zonder uitzondering perfect Amerikaans. Mijn broer Clim blijkt nog steeds niet teruggemaild te hebben, dat valt me wel even tegen van hem. Mijn homepage (deze reissite dus...) is verdwenen van het net; te veel bezoekers zo blijkt later als ik de zaak thuis onderzoek. 9 Het is zondag. Ik besluit een fikse wandeling te maken. Direct achter de stad ligt een berg die ik beklim. De brede weg wordt steeds smaller naarmate ik hoger kom. Opeens kan ik niet meer verder en moet ik via privé-paadjes de top proberen te bereiken. Mij wordt echter door de bewoners geen strobreed in de weg gelegd en na enige inspanning kom ik boven. Daar ligt tot mijn verrassing een gerestaureerd kasteel van waaruit ik een prachtig uitzicht heb over de baai en de vele kleine eilandjes die voor de Dalmatische kust liggen. Trstat heet de vesting, er ligt zelfs een (echte of nagemaakte?) tempel binnen de muren. Er zijn nog meer bezoekers, wat mij verbaast. Is dit soms een toeristische attractie? Dat blijkt van wel, even verder op ligt een dorpje met een groot aantal terrassen. Het is zonnig weer, hoewel niet al te warm. Hele Kroatische families zijn hier naar de bedevaartskerk geweest en maken er een excursiedagje van. Daar wist ik van te voren helemaal niets van. Ik had van Rijeka bijzonder weinig informatiemateriaal op de kop kunnen tikken, het ligt niet echt op de toeristische routes. Vlakbij ligt zelfs een enorm sportcomplex met een sporthal waar basketball- en handbalwedstrijden tegelijk gespeeld kunnen worden. Het parkeerterrein staat bomvol auto’s, belangstelling genoeg dus.
Uitgestorven haven Ik maak na enkele terrasbezoekjes nog een wandeling door een park, waarna ik de berg aan de andere kant via een weg vol haarspeldbochten afdaal. Dit is de oude villawijk, maar de meeste ooit statige gebouwen verkeren in een deplorabele toestand. Terug in de stad zoek ik vergeefs naar een restaurant waar ik soep kan eten, daar had ik net zin in. Ik zwerf langs de kades door de min of meer uitgestorven stad. In de haven is weinig activiteit te bespeuren. ’s Avonds eet ik uitgebreid in het ruime, maar smakeloos ingerichte restaurant van mijn hotel: een visschotel, Schnitzel en…. soep (al lang niet meer gehad...! De prijs voor het diner in dit voormalige staatsrestaurant is te verwaarlozen, ik meen een euro of acht.
Volle bus naar Italië Voor het uitchecken controleer ik mijn mailbus op internet. En waarachtig: Clim heeft me een bericht gestuurd. Hij meldt me dat onze goede kennis Wiel J. plotseling overleden is. Het busstation ligt een kwartiertje verderop, dus niet te ver om te lopen. Terwijl ik daar sta te wachten maak ik al mijn kleingeld op aan broodjes, blikjes fris en ansichtkaarten. De grotere bankbiljetten wissel ik terug voor euro’s. De volle bus vertrekt stipt om twee uur. Ik dien het kaartje van € 8 contant aan de chauffeur te voldoen. We doorkruisen het schiereiland Istrië (dat een klein stukje bij Slovenië hoort) dwars van zuid naar noord. Het gebied heeft veel weg van de Eifel met zijn golvende landschap en groene heuvels. Onderweg passeer ik twee grenzen en moet ik dus vier keer mijn pas tonen. Er wordt nauwelijks aandacht aan besteed. Dat was in deze contreien ooit wel eens anders, nog niet eens zo lang geleden. Na tweeëneenhalf uur verlaat ik definitief Kroatië.
FOTOCOLLAGE RIJEKA(Klik op de foto voor een vergroting) |