BEAUME LES MESSIEURS
Heerlijk dorp
gelegen aan de kruising van drie
valleien, zogenaamde reculeés. Gesticht in de 6e-eeuw door een benedictijner monnik. Van hieruit werd enige eeuwen later het
klooster van Cluny gegrondvest. De kloosterabdij is, hoewel in de loop der tijd
enige malen verwoest, met zijn 71 meter lengte nog steeds een imposant gebouw
voor zijn nietig dorp. Het altaarstuk is van Vlaamse makelij. De omgeving is
inspirerend. We bezoeken er verder de watervallen van de Tufs. ’s Zomers moet
het hier een toeristenkermis zijn, maar nu is het rustig. Je kunt er ook nog
grotten onderzoeken.
BAUME LES MESSIEURS
RECULEE
Hoogte
Grottes de Baume les Messieurs 20 m
Reculee
betekent `afgelegen' en verwijst in dit geval naar een aantal
diepe, smalle en vaak doodlopende dalen aan de westkant van het
Juraplateau, tussen Lons-de-Saunier en Salinsles-Bains. Het
dorp Baume les Messieurs is gebouwd rond een klooster in zo'n
reculee en dit dorp is een indrukwekkend voorbeeld van dit
fenomeen.
In de
grotten van Baume les Messieurs aan het einde van de vallei
ontspringt de Dard, die stroomt over vulkanisch
sedimentgesteente dat is overdekt met zeldzame mossen: een
prachtige, woeste waterval is het resultaat. In duizenden jaren
heeft het water het sediment afgesleten en is een reeks
onregelmatige, afgeronde trappen en kanalen ontstaan, waardoor
het water nu raast. Het zonlicht zorgt voor een spectrum van
kleur in de nevel. |
GROTTEN
Afbrekende
werking van grondwater komt vooral tot
uiting in goed oplosbare gesteenten zoals kalksteen. dolomiet, gips en kalkrijke
zandsteen en mergel. De oplosbaarheid neemt toe naarmate het water koolzuur of
andere zuren bevat. In de natuur blijkt het koolzuurgehalte van het water de
belangrijkste factor te zijn. Waar dikke pakketten oplosbare gesteenten, meestal
kalken en dolomieten, aan oplossing door neerslag en grondwater bloot
staan, vormt zich een speciaal reliëf met typische terreinvormen en dikwijls
geheel of gedeeltelijke ondergrondse afwatering. Dit soort gebieden noemt men
karstgebieden (kars = steen, rots).
Grotten en grotsystemen zijn bekende en opvallende verschijnselen van
onderaardse karst. Ze zijn ontstaan door de oplossende werking van het
karstwater. Grotten zijn geologisch gezien jonge en kortdurende verschijnselen.
Tussen de vorming door oplossing en instorting van het dak verlopen meestal maar
enkele miljoenen jaren. De grootte loopt sterk uiteen. Uitgebreide grotsystemen
kunnen vele kilometers lang zijn.
|
De bekendste grotafzettingen zijn de stalactieten en stalagmieten. Ze ontstaan
alleen in goed geventileerde grotten waar het koolzuurgehalte laag is.
Stalactieten bestaan uit buisjes of pegels van calciumcarbonaat die van de
wanden en zoldering afhangen. Begonnen als ragfijne buisjes kunnen ze wel
uitgroeien tot kegels met een doorsnede van een meter en meer. Ze ontstaan als
de druppels sijpelwater vooral aan de buitenzijde koolzuurgas aan de lucht
afgeven. Er ontstaat dan een dun neerslagringetje en dat groeit geleidelijk uit.
Als een druppel kronkelend langs het plafond loopt, laat het een spoor achter.
Volgende druppels volgen dit spoor en zetten opnieuw calciumcarbonaat af. Zo
kunnen hele gordijnen of draperieën ontstaan. Die zijn eerst maar een druppel
dik maar door erlangs vloeien water worden ze dikker.
Onder de van plafond en wanden van de grotten afhangende stalactieten vindt men
op de grotbodem hun tegenhangers de stalagmieten. Dit zijn vaak afgeronde
heuvels en kegels van calsiet die ontstaan zijn uit het water dat van de
stalactieten naar beneden valt. Dit water bevat nog een lichte mate van
koolzuurgas. Dit ontwijkt bij het uiteenspatten van de druppels. Ze kunnen
enorme afmetingen, tot tientallen meters, in hoogte en breedte aannemen. Bij
steeds groter worden van stalactieten en stalagmieten kunnen ze samen zuilen
vormen. |
 |

 |