|
|
ACHTERGRONDINFOMILAANGunstige ligging
GENUAIn de verdrukking van de voorsteden
|
![]() |
![]() |
Deze streek die oorspronkelijk tot het rijk van de Longobarden behoorde, besloeg
een groter gebied dan het huidige Lombardije. De Longobarden beheersten het
gebied tussen de 6e en 7e eeuw en vestigden in Pavia de hoofdstad. Tussen de 12e
en 14e eeuw werd de Milanese macht gesticht. Pas na de tweede
onafhankelijkheidsoorlog in 1859 wordt Lombardije een aparte regio. Lombardije,
gelegen op een strategisch kruispunt in Europa en doortrokken van belangrijke
verbindingswegen, is altijd een welvarende streek geweest en speelt op het
gebied van de politiek en de economie een belangrijke rol. Het is de tweede
agrarische regio van het land, kent een enorme industriële bedrijvigheid en
heeft de best ontwikkelde tertiaire sector van Italië. Milaan is het financiële
centrum van Zuid - Europa en een mondiale modestad. Lombardije heeft nog andere
niet te verwaarlozen troeven in handen: historische monumenten en kunstschatten
temidden van prachtige landschappen.
WETENSWAARDIGHEDEN
Regio in Noord - Italië met Milaan als hoofdstad.
Steden: Milaan, Mantova, Bergamo, Pavia, Brescia, Varese
Rivieren: Po, Ticino, Adda, Oglio, Mincio, Serio, Brembo, Chiese
Luchthavens: Milaan (Enrico Forlanini en la Malpensa), Bergamo
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Milaan en de dom, de chartreuse van Pavia, Bellagio aan het Como-meer, de drie
Borromeo - eilanden in het Lago Maggiore. Gardone Riviera aan het Gardameer. In
Padova, de toer langs de villa's van Palladio.
KLIMAAT
Tamelijk streng landklimaat; veel mist. Gemiddelde temperaturen: 20º C in
januari; 28º C in juli.
Overal meren
Lazio ligt tussen de Apennijnen en de Tyrrheense Zee met in het midden de
provincie Rome.
De regio Lazio, gelegen in het midden van het Italiaans schiereiland, bestaat
uit een verzameling kleine provincies die zich uitspreiden rondom Rome (Viterbe,
Frosinone, Latina, Rieti), De regio, die wordt doorstroomd door de Tiber en de
Garigliano, ligt in het oosten tegen de Appennino d' Abruzzo aan, grenst in het
westen aan de Tyrrheense Zee, in het noorden aan Toscane en Umbrië en in het
zuiden aan Campanië en bezit een grote verscheidenheid van landschappen. De
ruige, kalksteenachtige Apennijnen in het oosten verheffen zich boven de laagten
van Sabina in het noorden en van Ciociaria in het zuiden. Het midden bestaat uit
een laagvlakte met van noord naar zuid lopende heuvelrijen (Monti Volsini,
Cimini, Albani), In het noorden bevinden zich op een aantal van deze oude
vulkanen nog uitgedoofde kraters, In het zuiden strekken kalksteenachtige of
vulkanische heuvels zich uit langs de kust, In de meeste kraters hebben zich
meren gevormd, De Tibervallei en de Agro Romano in het westen vormen een
overgang naar de lage, zandachtige kust. In het meest zuidelijke deel zijn
ontgonnen vlakten te vinden, de vroegere latifundia, die nu zijn drooggelegd
zoals de Maremma en de Agro Pontino. Lazio is vooral een landbouwstreek met
wijngaarden en olijfbomen op de heuvels, en veeteelt, graanbouw en groenteteelt
in de vlakten,
Bakermat van Rome
Na een lange periode onder Etruskische overheersing kwam Latium, zoals de
historische naam van Lazio luidt, onder het gezag van Rome alvorens te worden
opgenomen in Italië.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Policultuur: graan, fruit, groenten, olijven, wijn, tabak. Veeteelt: runderen,
schapen. Industrie: luchtbanden, chemie, cement, synthetische stoffen,
olieraffinage. Aardewerk. Toerisme (bedevaart).
Latium, dat vanaf het 2e millennium v. Chr. werd bewoond door de Latijnen,
besloeg in die tijd een veel kleiner gebied dan nu dat zich beperkte tot de
vallei rond de benedenloop van de Tiber en de Monti Albani. De streek was de
bakermat van de stad Rome. Vanaf de 8e eeuw v. Chr. werden in Latium
bondgenootschappen van dorpen gevormd (liga albana, liga septimontiala) om de
onafhankelijk van het gebied veilig te stellen en om een dynamische politiek te
kunnen voeren. Door de herhaalde conflicten tussen Rome en Alba in de 6e eeuw v.
Chr. kwam het gebied onder Etruskische overheersing tot in 509. Door de strijd
tegen eerst de Samnieten en later de Latijnen kwam Rome tot bloei en vestigde
zijn gezag over Latium in 338 v. Chr. De Latijnen, die Romeinse burgers waren
geworden, waren de eersten die van het Latijnse recht konden profiteren. Na de
val van het Romeinse Rijk werd Latium de twistappel tussen Lombarden en
Byzantijnen. Nadat de Byzantijnen in Rome een hertogdom hadden gevormd, kwam
deze geleidelijk onder het gezag van de paus, die vanaf het einde van de 6e eeuw
het erfgoed van Sint-Petrus in zijn beheer had. Vanaf de 16e eeuw was de
geschiedenis van Latium nauw verbonden met die van Vaticaanstad. In 1870, bij de
eenwording van het land, werd Lazio opgenomen in Italië. Hoewel de landbouw nog
steeds van groot belang is, steunt de economie van deze regio tegenwoordig op de
dienstensector, vooral het toerisme en de ontwikkeling van diensten in de
handelswereld.
![]() |
![]() |
BEZIENSWAARDIGHEDEN
In het noorden: Rome, Bomarzo (100 km ten noorden van Rome), Viterbe (80 km van
Rome), Tarquinia, Tuscania, Bracciano en het meer, Cerveteri (tussen Rome en
Civi tavecchia).
In het oosten en zuiden: Tivoli, de villa Hadriana (ten zuiden van Tivoli),
Anagni, de abdij van Casamari. Circuit Castelli Romani, oude vestingdorpen tegen
de hellingen van de Monti Albani.
De abdij Montecassino, beroemd geworden door de veldslag die de geallieerden en
de Duitse troepen hier met elkaar leverden tijdens de laatste oorlog.
In de schaduw van de Vesuvius
De stad van het belcanto toont de sporen van -'armoede en de tand des tijds,
maar weet toch zijn culturele uitstraling te behouden.
Napels ligt aan de noordelijke oever van de gelijknamige golf aan de Tyrrheense
Zee tussen de Elegreïsche Velden en de Vesuvius en is de grootste stad in
Zuid-Italië, de Mezzogiorno. De baai wordt begrensd door de schiereilanden
Posilippo en Sorrento en de stad heeft zich na de stichting door de Grieken door
de eeuwen heen ontwikkeld tot de hoofdplaats van de gelijknamige provincie en de
regio Campania. Napels fascineert, vanwege de pracht van de baai en de nabijheid
van een van de meest onvoorspelbare vulkanen van Europa. Het stadscentrum omvat
de heuvel van Vomero en het massieve kasteel Sant'Elmo en de Piazza's Cavour en
Garibaldi. Het Castell'Ovo in het zuidwesten beheerst de jachthaven. De oude
stad is een wirwar van pittoreske steegjes en straatjes, waar oude
patriciërshuizen afwisselen met proletarische woonblokken, die in de loop der
jaren te lijden hadden van aardbevingen en de uitbarstingen van de Vesuvius. De
werkloosheid in Italië' s dichtstbevolkte stad bedraagt 64,7% in de
leeftijdsgroep van 1524 jaar, een nationaal record. De teruglopende
industrialisering, ongebreidelde vastgoedspeculatie en de almachtige Camorra, de
plaatselijke maffia, drukken hun stempel op de samenleving. Toch blijft Napels
dankzij de havenactiviteiten (scheepsbouw, overslag, passagiers) een van de
belangrijkste havensteden van Italië en van oudsher trekken het milde klimaat,
de unieke artistieke sfeer en de vermaarde ruïnes van Pompeï en Herculanum
drommen levensgenieters en toeristen uit de hele wereld.
![]() |
![]() |
Een warmbloedige schoonheid
Als doelwit van overzeese invallers kende Napels perioden van geweld en
voorspoed, maar de 'stad is altijd zichzelf gebleven.
Neapolis (nieuwe stad) werd omstreeks 600 v. Chr. gesticht door de Griekse
kolonie Cumae, 200 jaar later samengevoegd met Parthenope en groeide al snel uit
tot de belangrijkste stad van Campania. In 326 v.Chr. kwam Napels onder gezag
van Rome en kreeg het statuut van een bevoorrechte kolonie (colonia augusta) tot
diep in de Romeinse keizertijd. Onder de 30 000 inwoners waren vele migranten
uit het noorden en in de 6e eeuw was Napels al een rijke handelsplaats. In 553
kwam de stad in bezit van de Byzantijnen, die er een militair hertogdom
vestigden. Daarna volgden vijf eeuwen van welvaart, totdat de stad in 1137 door
de Normandiërs werd veroverd. Het rijke Napels kwam in 1266 onder het gezag van
de Anjou's. Het werd een centrum van de renaissancecultuur met vermaarde
bezoekers als de schrijvers Boccaccio en Petrarca. In 1442 kwam Napels na een
Spaanse inval onder de kroon van Aragon. Pas in 1734 herwon Napels zijn
artistieke en intellectuele prominentie onder de Spaanse Bourbon - dynastie.
Napoleon veroverde het gebied in 1799 en stelde zijn broer Joseph aan als
gouverneur, totdat in 1815 Ferdinand IV Campania met Sicilië verenigde. Aan deze
historische wisselvalligheden kwam pas in 1860 een einde toen Napels onder
Garibaldi definitief met de rest van Italië werd verenigd.
KLIMAAT
Mediterraan. Gemiddelde temperaturen: januari, 4-12° C; juli, 18-29° C.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
De wijk Via Toledo, Koninklijk Paleis, Spacca - Napoli (oude volkswijk), kapel
San Severo, Nationaal Archeologisch Museum, paleis en park Capodimonte (in het
noorden), Galleria Umberto I en Castell'Ovo.
![]() |
|
Woeste natuur
Basilicata is een kleine regio met een complex reliëf en met geërodeerde
rotsbodems waarop geen grote opbrengsten zijn te behalen.
Basilicata, gelegen in het zuiden van het Italiaans schiereiland, is een van de
kleinste regio's van het land. Het wordt begrensd door Puglia in het noorden en
oosten, Carnpania in het westen en Calabria in het zuiden. De regio heeft in het
zuidwesten een smalle toegang tot de Tyrrheense Zee en wordt in het oosten
bespoeld door de Golf van Tarente. In het westen wordt het reliëf beheerst door
de Apennijnen, waarvan de massieven bestaan uit flysch en schist in het noorden
en uit kalksteen in het zuiden. Oostwaarts maakt het gebergte plaats voor een
uitgestrekt gebied met zand- en kleiheuvels die sterk zijn aangetast door
erosie. Aan de grens met Puglia verheffen zich de kalksteenplateaus van Murges,
waarin de bewoners vroeger holwoningen uithouwden. De kustvlakte tenslotte
strekt zich uit tot aan de lage en regelmatig gevormde kust langs de Golf van
Tarente.
Het Middellandse - Zeeklimaat wordt beïnvloed door het reliëf. In de bergen is
het vrij streng, maar in het westen is het milder dan in het oosten, waar het 's
zomers erg warm en droog is. 'De armoede van de regio is te wijten aan de
natuurlijke omstandigheden, maar ook aan de zeer ouderwetse sociale organisatie.
Bodemerosie, ongezonde omstandigheden in de weinige vlakten (malaria) en de op
grote schaal voorkomende latifundia hebben de bevolking gedwongen hun heil
elders te zoeken. Ondanks de hervormingen in de landbouw, de bodemverbetering en
de aanleg van irrigatiewerken is Basilicata nog altijd een van de meest
noodlijdende regio' s van Italië.
Ontmoetingsplaats
Deze regio was in de Oudheid een trefpunt tussen het Oosten en het Westen en was
in de Middeleeuwen een doorgangsgebied, maar is nog steeds zeer arm.
Rond de 7e eeuw voor het begin van onze jaartelling werd het gebied bewoond door
de Grieken, die er bloeiende steden stichtten (Eraclea, Metapontum). Nadat het
in de 3e eeuw v. Chr. Een Romeinse provincie was geworden, onderging Basilicata
de Barbaarse invallen en kwam daarna onder de heerschappij van de Lombarden.
Malaria en Moorse aanvallen dwongen de bewoners in die tijd uit het kustgebied
weg te trekken naar hoger gelegen plaatsen in het binnenland. In de 10e eeuw
werd het gebied binnengevallen door de Byzantijnen en in de 11e eeuw kwam het in
handen van de Noormannen, die het koninkrijk Zuid - Italië stichtten. Door de
verplaatsing van de hoofdstad naar Palermo en later naar Napels werd Basilicata
een achtergesteld gebied en raakte in een isolement, waar het nooit echt heeft
weten uit te komen. De politieke conflicten die het zuiden van Italië in de
daaropvolgende eeuwen in beroering brachten (ten tijde van de Angevijnen en de
Aragonezen) gingen bijna ongemerkt aan het gebied voorbij. Aan het einde van de
15e eeuw veroverde de koning van Frankrijk het koninkrijk, maar de Bourbons
namen het gezag over en handhaafden zich vrijwel zonder onderbreking tot aan de
vorming van de Italiaanse natie.
KLIMAAT
Middellandse - Zeeklimaat.
Vochtiger en koeler aan de Tyrrheense kant dan aan de Ionische kant, strenger in
de bergen. Temperaturen oplopend tot 350 C. Neerslag: 500 mm per jaar.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
In Matera: de Duomo en de weg langs de Sassi (holwoningen).
In Potenza: het Provinciaal Archeologisch Museum.
In Metaponte: de Tavole Palatine.
Bij Melfi: de Monte Vulture en de meren van Monticchio.
In Venosa: de Drievuldigheidsabdij.
Onder de rook
van de vulkaan
Catania leeft onder permanente bedreiging van Europa's grootste vulkaan, maar
heeft zich daaraan aangepast.
De tweede stad van Sicilië, gelegen aan de Ionische Zee, is gebouwd op de lage uitlopers van de Etna, die de stad met zijn 3340 in hoogte domineert. Het stadsbeeld is rechtstreeks beïnvloed door de permanente activiteit van deze vulkaan, te beginnen met een volledige wederopbouw na een verwoestende eruptie in de 18e eeuw. Catania is in een dambordpatroon aangelegd rond de Piazza del Duomo, waar ook de Via Etnea begint, de stedelijke hoofdverkeersader. De Via Etnea is 4 km lang en telt een groot aantal winkels, kantoren en openbare gebouwen. Deze autovrije hoofdstraat is zeer geanimeerd en weerspiegelt het bedrijvige stadsleven. De Piazza del Duomo is omzoomd met barokke gebouwen uit grijze lavasteen en heeft zijn historisch karakter niet verloren. De kathedraal uit de 11e en 12e eeuw is herhaaldelijk gerestaureerd en gewijzigd en beslaat de oostzijde van het plein. De Via Vittorio Emanuele ligt haaks op het plein en leidt landinwaarts naar de oude stad en kustwaarts naar het centraal station. Interessante monumenten, zoals de Santa Agata - kerk, het Griekse theater en het Bellini Museum, liggen alle in dit stadsdeel. In de zuidelijke volkswijk ligt het kasteel Ursino uit de 12e eeuw, dat voor de grote uitbarsting van 1669 nog aan de kust stond.
CIJFERS
Bevolking: 330 000 inwoners / Provinciebevolking: 1 miljoen inwoners
WETENSWAARDIGHEDEN
Stad op Sicilië
Talen: Italiaans, Siciliaans
Godsdienst: katholicisme
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Piazza del Duomo en de kathedraal, Santo Placidokerk, Paleis Biscari, kasteel Ursino, Grieks theater, benedictijnenkloosterr, Via Crociferi met de 18e-eeuwse kerken, Via Etnea (autovrij). In de omgeving: Acireale en de Etna (in het noorden).
Meer bergstad dan zeehaven
Deze Siciliaanse havenstad
heeft zich meer georiënteerd op de vruchtbare hellingen van
de Etna dan op maritieme activiteiten.
De geschiedenis van de tweede stad van Sicilië is onverbrekelijk verbonden met de Etna, waarvan talrijke catastrofale uitbarstingen het lot van Catania hebben bepaald. De stad werd in de 8e eeuw voor onze jaartelling gesticht en als een bloeiende Griekse kolonie trok Catania al snel de niet zo onbaatzuchtige belangstelling van andere mediterrane volken. In de 5e eeuw v.Chr. werd het door Syracuse bezet en daarna door de Carthagers, om in het jaar 263 v.Chr. in handen van de Romeinen to vallen. Onder de Pax Romana genoot Catania een rustig bestaan, dat in het jaar 121 werd verstoord door een hevige uitbarsting van de Etna, waarvan Plinius de Oudere uitgebreid verslag deed. Daarna onderging Catania talrijke invallen van Vandalen, Byzantijnen, Noormannen en Zwaben, die veel ravage aanrichtten. Ook de Middeleeuwen verliepen niet zonder problemen; in 1169 werd de stad geteisterd door een aardbeving en daarna kwam de Zwabische invasie die een eind maakte aan de voorspoed van de Normandische periode. In 1348 werd de stadsbevolking gedecimeerd door de pest. Onder het Huis van Aragon beleefde de stad een nieuwe bloeiperiode en kreeg in 1437 een universiteit. Alles ging goed tot een nieuwe eruptie in 1669, die de helft van de stad onder een aslaag begroef; ook de aardbeving van 1693 richtte grote schade aan. In de loop van de 18e eeuw werd Catania geheel herbouwd en tegen het einde van de 19e eeuw was het de voornaamste handelsstad van Sicilië. Door zijn ligging op de vruchtbare vulkaanhellingen is de hele stadsgeschiedenis gekenmerkt door een haat - liefdesrelatie met de Etna. De bewoners gaven de voorkeur aan het bewerken van de vruchtbare vulkaangrond en keerden de zee de rug toe.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Belangrijke markt. Handelscentrum en dienstensector.
Landbouw op de hellingen van de Etna: wijn, olijven, citrusvruchten, groenten en fruit.
Industries voedingsmiddelen (pasta, wijn, visconserven), werktuigbouw en elektrische producten. Tabaksproductie. Zwavelraffinaderij, cement- en kunstmestfabrieken.
Complex reliëf
De regio vormt meer een bestuurlijke dan een geografische eenheid.
Campania, gelegen tegen de westelijke helling van de Apennijnen, wordt begrensd door Lazio en Molise in het noorden en door Puglia en Basilicata in het oosten. In het westen wordt de regio bespoeld door de Tyrrheense Zee. De beroemde eilanden Ischia, voor de kust van Napels, en Capri, voor het schiereiland van Sorrento, Koren eveneens tot zijn grondgebied. Het landschap van Campania is uiterst afwisselend en zeer complex, maar er kunnen niettemin drie grote zones worden onderscheiden. De kustvlakte, die wordt onderbroken door de Golf van Gaeta, de Golf van Napels en de Golf van Salerno; een gebied met vlakten en heuvels tussen de kust en het gebergte met Kier en daar vulkanische (Vesuvius, 1277 m; Monte Santa Croce, 1005 m) of sedimentaire reliëfvormen (Monti Lattari, 1443 m); en het binnenland, dat wordt beheerst door de Apennijnen. De massieven van deze bergketen, die alhier minder hoog is dan in Abruzzo, worden gescheiden door hoogvlakten of brede bodeminzinkingen uitgesleten door rivieren (Sele en diens zijrivieren, Volsumo en Calore) of afgewisseld met keteldalen (Benevento en Avellino). Tenslotte zijn er een aantal kalksteenmassieven (Monti del Matese, Monti Picentini, Cilento) die de voortzetting vormen van de Appennino d'Abruzzo. Steeds meer mensen in deze dichtbevolkte regio trekken uit het binnenland weg om zich in de vruchtbare kustvlakten of tegen de vulkaanhellingen to vestigen. Daar zijn dankzij bodemverbetering en irrigatie intensievere vormen van landbouw mogelijk.
CIJFERS
Bevolking: 5,8 miljoen inwoners / Oppervlakte: 13 595 km2
/ Bevolkingsdichtheid: 431 inw./ km2 ; meer dan 2700 inw./ km2
in de provincie Napels
Lengte: 200 km / Breedte: 130 km / Kustlengte: 360 km
Een dichtbevolkt gebied
Campania is een immigratiegebied dat in
de loop der eeuwen veel volken heeft opgevangen.
Tegenwoordig is het een van de dichtstbevolkte regio's van Italië.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
In Napels: de Castel Nuevo, de Duomo, het Nationaal Archeologisch Museum, het museum en de galerij Capodimonte, de certosa, de Piscina Mirabile. Capri en de Blauwe Grot. Herculaneum en Pompeï. De Vesuvius.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Landbouw: tabak, vlas, tarwe, olijven. Wijn.
Groenteteelt (aardappelen, tomaten, aubergines) en fruitteelt (perziken, noten,
abrikozen).
Industries metaal, werktuigen, textiel, chemie en voedingsmiddelen. Handel en
toerisme.
Grieken, Etrusken en Samnieten hebben zich gevestigd in war nu Campania is tussen de 8e en 4e eeuw v. Chr. Napels en Capua zijn in deze tijd gebouwd (6e en 5e eeuw v. Chr.). Vanaf de 3e eeuw v. Chr. werd de streek geleidelijk veroverd door de Romeinen, maar niet alle sporen van Griekse cultuur werden uitgewist. De Golf van Napels werd een geliefde vakantiebestemming voor de aristocratie en kustplaatsen als Herculanum en Pompei leidden een bloeiend bestaan. Na de val van het Romeinse Rijk kwam Campania onder de heerschappij van de Oostgoten, de Byzantijnen en, in de 6e eeuw, van de Lombarden, die er een bestendig hertogdom vestigden. In de loop van de 11e eeuw vielen de Noormannen het gebied binnen. Later werd het opgenomen in het koninkrijk Sicilië, de belangrijkste staatkundige entiteit van Italië voor de eenwording. Het koninkrijk werd tot 1442 geregeerd door het Huis Anjou en ging teen over in banden van de Aragonezen. Ruim twee eeuwen lang stond het ender Spaans gezag alvorens kortstondig to worden bezet door Oostenrijk en daarna door de troepen van Napoleon (Italiaanse campagne), die er verbleven tot 1815. De inname van Napels door Garibaldi en de Duizend in 1860 betekende de aansluiting van Campania bij het moderne Italië. Maar de Eenwording was in zekere zin nadelig voor de streek doordat de tot dan toe bloeiende industrialisering erdoor vertraagd werd. Hierdoor liep deze regio met in die tijd duizenden migranten een ontwikkelingsachterstand op.
Heel apart
landschap
De Dolomieten zijn door hun verrassende vormen en de steeds wisselende kleuren
een heel uitzonderlijk gebergte.
De Dolomieten, die deel uitmaken van de oostelijke Alpen, liggen in de noordelijke provincies van Italië tussen de valleien van de Adige in het westen (Bolzano), van de Rienza (Val Pusteria) in het noorden, van de Piave in het oosten en zuidoosten, en van de Brenta (Val Sugana) in het zuidwesten. Dwars door dit ruitvormig gebergte loopt de grens tussen twee volkeren en twee culturen: Duits in het noorden en Italiaans in het zuiden. De Dolomieten onderscheiden zich door hun unieke uiterlijk, die totaal verschilt van die van de rest van de Alpen. Het gebergte valt uiteen in afzonderlijke massieven met steile hellingen (met de Marmolada van 3342 m, de Sella van 3151 m en de Tofana di Mezzo van 3244 m als hoogste toppen). De bergketen, waarin men soms de vorm van reusachtige ruïnes, torens of burchten kan herkennen, staat garant voor schitterende landschappen. Maar nog verrassender en boeiender dan het fantastische reliëf zijn de kleuren. Ze kunnen binnen een dag veranderen van goud tot roze en van rood tot okergeel, afhankelijk van de lichtintensiteit. Het blauw van de meertjes die zich in de keteldalen gevormd hebben, en het groen van de alpenweiden maken het kleurenpalet compleet. Deze eigenaardigheden zijn to danken aan de structuur van het gebergte, dat bestaat uit een opeenstapeling van horizontale lagen kalksteen. Dit kalksteen, dolomiet geaamd, bevat een bicarbonaat van calcium en magnesium dat anders op de inwerking van erosie reageert, wat het ontstaan van de bijzondere vormen veroorzaakt. De vegetatie verandert met de hoogte: alpenweiden op de toppen, naaldwouden beneden de 2000 m en onderaan, rondom de dorpen, liggen de akkers.
CIJFERS
Oppervlakte circa: 6000 km' Bevolkingsdichtheid: 30 inw./krn' Hoogste punt: 3342 m (Marmolada)
WETENSWAARDIGHEDEN
Talen: Italiaans, Duits
Belangrijkste steden: Bolzano, Trente, Contina d'Ampezzo, Bressanone
Natuurlijke rijkdommen
zijn er nauwelijks, maar de onovertroffen schoonheid van de
Dolomieten is goed voor heel wat inkomsten.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Het meer van Carezza, de dorpjes (Ortisei, San Martino di Castrozza), de schitterende uitzichten (vanaf de Pordoi, de Passo di Rodella, de Tondi di Foloria en de Tofana di Mezzo), de grote weg door de Dolomieten. In Bolzano: de kathedraal, de Via dei Portici, de Dominicanenkerk en de Franciscanenkerk.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Landbouw: graan, aardappelen; rundveeteelt. Houtwinning.
Zomer- en wintertoerisme (diverse wintersportplaatsen). Handwerksnijverheid
(houtsnijkunst ).
Volgens talrijke overleveringen heeft dit berggebied in de loop der geschiedenis van de mensheid vaak als toevluchtsoord gediend. In de Middeleeuwen waren de Dolomieten al goed bekend bij reizigers en kooplieden op weg vanuit MiddenEuropa naar het machtige Venetië. Hoewel vooral een doorgangsgebied zijn de bergen nooit helemaal onbewoond geweest. De bevolking, die voor het grootste deel in de dalen woont, is door verscheidene culturen beïnvloed. Onafhankelijk van de regionale grenzen wonen in de Dolomieten mensen met een Duitse en een Italiaanse taal en cultuur, maar ook Ladinischtaligen (verbonden met Zuid-Tirol). De bewoners van de Dolomieten, gehuisvest in dorpen en kleine gehuchten, hebben lange tijd van landbouw (graan, aardappelen), veeteelt en houtwinning geleefd. Deze activiteiten zijn geleidelijk verdrongen door het toerisme, dat tegenwoordig de belangrijkste inkomstenbron van deze streek is. Het gebergte bezit naast mogelijkheden voor alpinisme ook een aantal bekende wintersportplaatsen. Natuurliefhebbers komen vooral of op het aangename klimaat en de zeldzaam fraaie landschappen. De grote weg door de Dolomieten, die het gebergte doorkruist tussen Cortina d'Ampezzo en Bolzano, is op zichzelf al de moeite waard.
KLIMAAT
Alpenklimaat, maar met relatief zachte gemiddelde wintertemperaturen. Veel zon. 's Winters weinig neerslag.
De geografische ruggengraat van Italië is een zuidelijke uitloper van de Alpen, maar heeft als plooiingsgebergte een heel ander aspect.
Verlengstuk van de Alpen
CIJFERS
Oppervlakte: 84 000 km2 Bevolking: ongeveer 1,1 miljoen
inwoners
Bevolkingsdichtheid: 13 inw./ km2 Gemiddelde hoogte: 1220 m Hoogste punt: 2914 m
(Corno Grande in de Gran Sasso d'Italia)
De Apennijnen strekken zich over een lengte van 1200 km en een maximale breedte van 130 km over de hele lengte van Italië uit en bieden een vrij gelijkvormige aanblik. Tech toont deze bergketen markante geologische verschillen met de Alpen. Kalksteen en dolomiet vormen de belangrijkste gesteenten en vulkanisme en aardbevingen getuigen van tektonische activiteit. De inzinking van de Po - vlakte vormt de noordelijke afscheiding en in het noordwesten Scheidt een tektonische breuk de Apennijnen van de Ligurische Alpen. De wordingsgeschiedenis van de Apennijnen begint in het secundaire tijdvak en de hoofdplooiing dateert uit die periode. Umbria en Toscana vormen het vroegere continentale plat van een uitstulping van het Afrikaanse continent, aan de rand van het oude Tethys. De plooiing ontstond door de compressie van de Afrikaanse en Europese aardschollen. Hier vindt men de Ligurische Apennijnen, een compact middelgebergte, en de hogere Toscaanse Apennijnen. Door tektonische bewegingen in het Quartair werden bepaalde zones omhoog gestuwd, zoals de kalksteen- en karstformaties van Marche en de Abruzzen, terwijl in de grote inzinkingen het schiereiland de Adriatische, Ionische en Tyrrheense Zeeen ontstonden. Dit ging gepaard met metamorfe verschijnselen waaruit in het Trias-Jura tijdperk het befaamde Carrara - marmer ontstond. In de landstreken rond Rome en Napels vormden zich machtige vulkanische basaltafzettingen. De regio's Umbria en Marche werden in september 1997 getroffen door een zware aardbeving, waarbij meerdere dorpen werden verwoest. Vele kunsthistorische, middeleeuwse kerken, waaronder de basiliek van de heilige Franciscus in Assisi, werden hierdoor beschadigd.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Nationale Park van Abruzzo, Monte Greco, Perugia, Arezzo, Vesuvius, thermische badplaatsen in het noorden.
De Apennijnenketen is al
sinds het Neolithicum bewoond en was door de eeuwen heen
een schuilplaats voor bandieten uit de Abruzzen en meer recentelijk
voor de verzetsbeweging uit de Tweede Wereldoorlog.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Koper, marmer. Veeteelt. Olijven, wijngaarden. Waterkrachtenergie. Chemische industrie. Metaalbedrijven. Papier. Toerisme.
De economie in het Apennijnen - gebied komt overeen met die in andere mediterrane bergstreken. Akkerbouw is van beperkte omvang, behalve in de vlakkere gebieden tussen de bergketens. Op de lagers hellingen vindt men plantages van olijf- en amandelbomen en tamme kastanjes, afgewisseld met wijngaarden. Op grotere hoogte liggen de bergweiden voor merendeels kleinvee, dat 's winters weer naar de laagvlakte wordt teruggebracht. De schrale berggrond leidde al snel tot emigratie, allereerst richting Rome en Piemonte en later naar Frankrijk en Amerika. Sinds 1970 herstelt de economie zich dankzij het wintertoerisme, met name in de Abruzzen. Maar ook 's zomers trekker de bergen hoe langer hoe meer toeristen,die de hitte van de grote steden ontvluchten. De abrupte hellingen van de Abruzzen zijn geliefd terrein voor alpinisten uit de hele wereld. Dankzij industriële investeringen bij Terri en Bussi wordt nu ter plaatse waterkracht geproduceerd voor regionale bedrijven in de Centrale Apennijnen. Maar de Apennijnen ten zuiden van Napels, met name in Calabria en Lucania, behoren nog steeds tot de armste streken van Italië. Ten gevolge van de sterke ravijnvorming en overheersende droogte is landbouw hier zeer problematisch, infrastructuur en voorzieningen ontbreken en de sociale omstandigheden zijn nog vaak middeleeuws.
WETENSWAARDIGHEDEN
Regio's: Liguria, Emilia-Romagna,
Toscana, Marche, Umbria, Lazio (Latium), Abruzzo, Molise, Campania, Puglia,
Basilicata, Calabria
Taal: Italiaans
Godsdienst: katholicisme
Belangrijkste rivieren: Parma, Garigliano, Volturno, Arno, Tiber, Pescara,
Sangro
Belangrijkste meren: Trasimeno, Campotosto, Matese
KLIMAAT
Gematigd in de bergen, met sterke temperatuurverschillen. Gemiddelde temperaturen: januari, 3° C; juli, 24° C. Gemiddelde jaarlijkse neerslag: 500-900 mm.
Een historisch
fenomeen
De Vesuvius, hoewel nauwelijks rokend sinds 1944, wordt nog steeds actief geacht
en in de gaten gehouden.
Op ongeveer 30 km van de stad ligt de Vesuvius aan de Baai van Napels en beheerst de dichtbevolkte vlakte van Campania. Het is een stratovulkaan, opgebouwd uit successieve lagers, die in de loop der geschiedenis zijn uitgestoten. De vulkaan bestaat uit twee over elkaar geplaatste kegels. De oudste en buitenste kegel, de Somma (1132 m), vormt een grote halve cirkel, met een doorsnee van 4 km, die aan de zuidkant onregelmatiger is dan in het noorden. De Somma is het overblijfsel van een oude vulkaan, die tot 2500 m oprees. Aan de binnenkant van de Somma bevindt zich de eigenlijke Vesuvius, een meer recente lavakegel, met een hoogte van 1277 m. De twee componenten van de vulkaan zijn gescheiden door een vallei, de Atrio del Cavallo in het noorden en de Valle dell' Inferno in het oosten. Verschillende uitbarstingen, afgewisseld door rustperioden, hebben de Vesuvius zijn tegenwoordig aanzien gegeven. De Somma ontstond in het begin van het Quartair. Erupties worden ingeleid door lange perioden van aardbevingen; de grote uitbarsting van 1631 werd voorafgegaan door aardschokken, die al in 1564 begonnen. Dit was het begin van een nog steeds voortdurende actieve cyclus. Tussen 1906 en 1944 trad de Vesuvius opnieuw in werking, to beginners met de eruptie van 1906, die de hoogte van de Somma drastisch verminderde. In het oorlogsjaar 1944 vonden nog hevige explosies plaats en sindsdien sluimert deze roemruchte vulkaan.
WETENSWAARDIGHEDEN
• Hoogte: 1277 m
• Ligging: Campania, Italië
• Dichtstbijzijnde stad: Napels (1,055 miljoen inw.)
• Belangrijkste uitbarstingen: 79, 1631, 1794, 1906, 1944
Een lichte sluimer
Ondanks het gevaar van een
nieuwe catastrofe heeft de bevolking zich weer gevestigd
in de vruchtbare omgeving van de Vesuvius en de hellingen worden als vanouds
gecultiveerd.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Toerisme: landschap en archeologische opgravingen;
landbouw: wijn (La Critua Christi), fruitbomen; havenverkeer; scheepswerven
(Napels).
De meest roemruchte uitbarsting vond plaats in het jaar 79, toen de steden Pompeï, Herculaneum en Stabiae werden bedolven door een dikke aslaag, die zich uitstrekte over een gebied 300 km2. Dit drama lies een schat aan archeologische gegevens achter. Daarna volgden in de loop der eeuwen nog talrijke andere erupties. In de lange rustperioden herstelden zich de flora en fauna en zelfs de krater werd opnieuw bebost. De lavastroom van de grote uitbarsting van 1631 verwoestte opnieuw de velden en talrijke dorpen tot aan de zeeoever. De laatste vijftig jaar lijkt de vulkaan opnieuw tot rust gekomen en de plaatselijke bevolking schijnt te vergeten dat de sluimer van de Vesuvius altijd onberekenbaar is. Aan de voet van de vulkaan liggen niet minder dan veertig dorpen. De lavastroom van 1944 is nog steeds zichtbaar in de vorm van een zwarte en onvruchtbare strook land. In de onmiddellijke omgeving daarvan is de plantengroei nog mager. Op de weg naar de Vesuvius zijn de hellingen bedekt met wijngaarden, die de Lacrima Christi produceren, een in Italië zeer gewilde, geparfumeerde wijn.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
De weg naar de Vesuvius; de krater (30 min. te voet) en het uitzicht op de omgeving; het eiland Capri; de tombes van Herculaneum en Pompeï; Sorrento.
Een
asymmetrisch geheel
Het mooie mediterrane eiland biedt de bezoekers een verscheidenheid van
landschappen
onder een vaak meedogenloze zon.
Het grote Italiaanse eiland, van het continent gescheiden door de nauwelijks 3 km brede Straat van Messina, heeft ruwweg de vorm van een gelijkbenige driehoek. Het wordt in het noorden omzoomd door de Tyrrheense Zee, in het oosten door de Ionische Zee en in het zuiden door de Middellandse Zee. Rondom het eiland ligt een zeer groot aantal kleine archipels (Lipari, Ustica, Egadi, Pelagie ... ) van eilanden en eilandjes, waarvan enkele slechts uit rots bestaan. Al deze van oorsprong vulkanische eilanden hebben zowel gemeenschappelijke als specifieke kenmerken. Sicilië heeft een heterogene structuur. In het noorden strekt zich over meer dan 250 km een bergmassief uit dat de kust van het binnenland isoleert. Van oost naar west liggen het Peloritani - gebergte, een kristallijn massief omhuld met kalk, het Nebrodi - gebergte (1847 m op de Soro) van kleischalie, en het Madonie - gebergte (1977 m op de Carbonara). In het zuidoosten van het eiland verheffen zich de kalkplateaus van het Iblei - gebergte, dat wordt ingesneden door diepe kloven. Het gebergte zet zich in noordelijke richting voort tot aan de vlakte van Catania, een uitgestrekte vruchtbare bodemverzakking. Hierboven verheft zich de imposante Etna die, vanaf een hoogte van 3340 m, over het Siciliaanse land regeert. Op de hellingen met vruchtbare gronden leeft al eeuwenlang een hoog percentage van de bevolking. De rest van Sicilië bestaat slechts uit een opeenvolging van kleine dalen en kleiachtige of zandige heuvels, waarvan de hoogte boven de 500 m ligt.
WETENSWAARDIGHEDEN
Autonome regio van Italië sinds 1948
Hoofdstad: Palermo
Belangrijkste steden: Agrigento, Catania, Enna, Marsala, Messina, Raguse,
Siracusa, Palermo
Taal: Italiaans, Siciliaans
Godsdienst: katholicisme
Internationale luchthaven: Palermo
CIJFERS
Bevolking: 4,9 miljoen inwoners Bevolkingsdichtheid: 191 inw./ km2
KLIMAAT
Mediterraan klimaat, met zachte regenachtige winters en warme droge zomers, dat
gekenmerkt wordt door een grote onregelmatigheid.
Een dikwijls bezet gebied
Dit arme emigratieland, dat tegenwoordig het symbool is van de strijd tussen de Italiaanse staat en de machtige maffia, is eeuwenlang om zijn rijkdommen begeerd.
Sicilië, dat sinds de prehistorie bevolkt is, wordt omstreeks de 9e eeuw v. Chr. bezet door de Feniciërs, vervolgens honderd jaar later door de Grieken die werden aangetrokken door de rijkdommen van het eiland (graan, olijfolie, wijn...). Deze twee grote volken vestigen koloniën en stichten handelshuizen. Tijdens de daarop volgende eeuwen worden er steden gesticht en breken er binnenlandse oorlogen uit. Het westen van het eiland blijft in handen van de Feniciërs en komt daarna onder Carthaags gezag. Tijdens de eerste Punische oorlog verdrijven de Romeinen de Carthagers en wordt Sicilië een Romeinse provincie. Enkele steden behouden echter hun status van vrije stad. Sicilië wordt vanaf 440 achtereenvolgens binnengevallen door de Vandalen, de Oostgoten en de Byzantijnen en wordt vervolgens overheerst door de Arabieren totdat in de loop van de 11e eeuw de Noormannen het eiland innemen. De open en tolerante nieuwe leenheren zorgen ervoor dat het land zich ontplooid en een rijke macht wordt. Na een opstand en het bloedbad onder de Fransen ten tijde van de Siciliaanse vesper, doet het eiland een beroep op Pedro van Aragon en komt zo, in de 13e eeuw, onder Spaanse leiding. Savooiaarden, Oostenrijkers en Bourbons regeren vervolgens op Sicilië, dat uiteindelijk in 1860 bij volksstemming wordt ingelijfd bij het koninkrijk Italië. Sicilië, dat zich in een sociaal vacuüm bevindt en uitgeput is door de maffia, heeft grote economische problemen gekend die nog steeds voortduren en die een belangrijke migratiestroom hebben veroorzaakt, met name naar de Verenigde Staten.
BRONNENVAN INKOMSTEN
Landbouw: graan, wijngaarden, olijfbomen,
johannesbroodbomen, fruitbomen (amandelbomen, pistachebomen), groenteteelt,
citrusvruchten. Visserij. Industries zoutwinning, zwavel], kali, aardolie;
werktuigbouw (scheepswerven), textiel, voedingsmiddelen, chemie, auto's
Belangrijke tertiaire sector. Havenactiviteit. Toerisme.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Taormina, de Etna, de archeologische vindplaatsen (Segesta, Selinume, Agrigente, Piazza Armerina), het klooster van Monreale; in Palermo: de kathedraal, het paleis van de Zisa, het park van de villa Giulia; de plaatsen Note, Modica, Ragusa, Caltagirone.