|
Dinsdag, 24 februari.
Vandaag ga ik de westkant van het Europese deel van Istanbul verkennen. Het
wordt een behoorlijke wandeldag. Ik schat dat ik weer minstens 15 kilometer te
voet afleg. Ik beland in rustige woonwijken, die overigens allen om de 500 meter
door brede verkeerswegen worden doorkruist. In de wijk Piyale bezoek ik een
rustiek gelegen moskee. Erlangs ligt een hooggelegen Islamitische begraafplaats.
Het is ook vandaag mooi weer. Onderweg maak ik af en toe praatjes met
nieuwsgierige kinderen, vaak meisjes die pas Engels aan het leren zijn. De stad
is heuvelachtig hier, sommige hellingen zijn echt steil.
 |
 |
Tegen het middaguur heb ik na een omtrekkende beweging weer het water van de
Gouden Hoorn bereikt. In de straten wordt in de open werkplaatsen druk gelast,
gesmeed en getimmerd. In een soort kantine eet ik voor een schijntje stevige
kost tussen de bezwete mannenlijven van vermoeide smeden en metaalbewerkers. En
juist in dit sjofele achteraf gelegen eethol loopt een forse kelner rond die
vloeiend Amerikaans babbelt! Had hij op de Amerikaanse luchtmachtbasis Incirlik
geleerd, nabij de Turks - Irakese grens. Zelfs om en nabij de toeristische
trekpleisters spreken weinig mensen Engels. Duits wordt echter veel beter
beheerst, hetgeen niet zo verwonderlijk is met twee miljoen Turken in de
Bondsrepubliek. Iedereen heeft daar wel vrienden, kennissen of familie wonen of
heeft er zelf een tijdje gewoond.
Aan het water ligt het achttiende-eeuwse Aynalikayak - paleis, waar ik als enige
belangstellende een privé-rondleiding krijg voor viereneenhalve piek. Ik zit
inderdaad in een buurt waar geen toerist zich laat zien. Het is geen groot
paleis en ook niet zo bijzonder mooi. Het is meer een zomerhuisje voor rijke
Ottomaanse hoogwaardigheidsbekleders. Onderweg ben ik verschillende
begraafplaatsen gepasseerd, wat bewijst dat dit gebied vroeger aan de rand van
de stad lag. De doden werden uitsluitend buiten de stadsmuren begraven in die
tijd. Als ik bij Hasköy op de rondweg stuit, besluit ik een bus noordwaarts te
nemen. Na een half uur stap ik uit in Mecidiyeköy.
Het duurt een tijdje voor ik de autobaan kan oversteken. Met voetgangers houdt
men hier geen rekening. Aan de andere kant in het stadsdeel Şişli ligt alweer een
kerkhof, nu duidelijk van christelijke signatuur. Het is Armeens en ziet er
onberispelijk uit; daar kunnen de Turken een puntje aan zuigen! Ik maak een
praatje met een moslimtuinman die me de meest markante graven aanwijst.
| Armeniërs Armeniërs vormden vroeger in Turkije een grote en belangrijke minderheid.
Vanwege vermeende collaboratie met de Russische vijand werden zij in de Eerste
Wereldoorlog met honderdduizenden door de opgehitste Koerden en ook reguliere
Kemalistische troepen afgeslacht. De eerste moderne volkerenmoord van de
geschiedenis, zegt men. Hitler schijnt hieruit inspiratie te hebben opgedaan.
Armeense terroristen nemen af en toe met bomaanslagen op Turkse
doelen nog steeds wraak voor deze ongekende volkerenmoord.
Tegenwoordig leven veel Armeniërs in de diaspora; vooral in
Frankrijk en Californië hebben zij bloeiende en redelijk welvarende
gemeenschappen gesticht. In Istanbul wonen momenteel nog
maar enkele duizenden Armeniërs. |
In snel tempo loop ik naar Taksim, hier en daar stilstaand bij moderne winkels.
Dit is weer eens een welvarend en op westerse leest geschoeid deel van Istanbul.
Onderweg rust ik uit in de sfeervolle lobby van het Divan, een vijfsterrenhotel.
Daar lees ik de gratis International Herald Tribune. Er hangt een ingetogen
sfeer, de mensen spreken zachtjes en gedragen zich erg beschaafd. Mij valt op
dat dit soort dure hotels ook genoeg Turkse burgers onderdak biedt, de elite in
dit land kan zich deze buitensporigheden met gemak veroorloven.
Een uur later zit ik in een kaal ingericht çayhane
(theehuis waar vooral oude en werkloze mannen urenlang aan hun thee nippen, al
kaartend en triktrak spelend.) thee te drinken aan een gammel tafeltje met een
plastic, vlekkerig kleedje erop. De tegenstelling kon niet groter zijn. Ik ga
niet terug naar het hotel, maar bezoek om zes uur de volgende film. Titanic
staat op het programma. Het is een hele zit van drieëneenhalfuur. Wederom kan ik
het Engels/Amerikaans niet of nauwelijks volgen. Maar het is een indrukwekkende
film waarbij de tekst niet direct van doorslaggevend belang is. Het gaat hier
meer om de filmische kwaliteiten de visuele rijkdom en die is in ruime mate
aanwezig. De hoofdrolspeelster lijkt op de kasteleinse van mijn stamkroeg in
haar frissere jaren. De bezoekers van de film zijn allemaal jong, mooi en in
goeden doen.


|