|
's Morgens word ik om acht uur gewekt. Het is somber weer buiten, ik vrees
het allerergste. In de lobby krijg ik van iemand thee aangeboden die ik opdrink
terwijl ik naar het ontbijtprogramma voor vrouwen op de tv kijk. Onderwerp: de
correlatie tussen gebroken enkels en het dragen van hoge hakken. De stomerij is
nog dicht. Ik stuur een jongetje op pad om de baas te halen. Na 5 minuten komt
deze amechtig hijgend aangehold, hij put zich in verontschuldigingen uit.
Ik bezoek die dag een viertal musea in het centrum, ook al vanwege het barre
weer. De musea liggen aan en rondom het Sultan Achmed-plein.
1. Het Persmuseum. Stelt erg weinig voor, de toegang is dan ook gratis. Het ligt
in de straat van al die drukkerijen en uitgeverijen. Er staan wat oude
Oost-Duitse drukpersen en historische uitgaven in facsimile.
2. Het Gezondheidsmuseum. Eveneens niet veel zaaks, weinig om het lijf. Wel een
lachertje, want het heeft een educatieve doelstelling. Het wil door middel van
illustraties en tekeningen en modellen het ongeletterde Turkse volk medische
voorlichting verstrekken. De gevaren van kanker, microben en dergelijke worden
er breed en vooral bloederig uitgemeten. Hoogst vermakelijk allemaal. Ernaast
ligt een kraamkliniek voor ongehuwde moeders, heel wat minder amusant de
versleten kleding en het onverzorgde uiterlijk van de moeders-in-spe in
aanmerking genomen.
Tegen het middaguur verorber ik een grote omelet in de Pudding Shop, een ‘famous
all over the World’ restaurant, voornamelijk bij (inmiddels veertigjarige)
hippies die in de jaren '60 en '70 van hieruit de Oriënt en India gingen
verkennen in de hoop het Walhalla van de Cannabis te ontdekken. Velen van hen
eindigden hun zoektocht in Nepal en Goa. Sommigen zitten daar nu nog steeds weg
te vegeteren. |
 |
| |
|
3. Het Oudheidkundig Museum voor Turkse Beschavingen. (Die laatste twee woorden
vormen voor rechtse politici als Janmaat, Schöngruber of Le Pen natuurlijk een
"contradictio in terminus"). Een heel net museum, pal aan het plein gelegen,
door veel toeristen bezocht. Jammer genoeg ook hier tal van zalen niet
toegankelijk vanwege ingrijpende verbouwingen. Dat is een van de nadelen als je
in het winterseizoen op reis gaat. Als ik buiten kom is de temperatuur gedaald
tot rond het vriespunt en begint het te sneeuwen. De sneeuw blijft liggen.
4. Het Mozaïekmuseum. Was een beetje een tegenvaller. Niet erg groot, wel weer
goed verzorgd, maar de getoonde Byzantijnse mozaïeken vind ik eigenlijk niet de
moeite waard. Bovendien zijn er slechts een beperkt aantal te bekijken. |
 |
 |
 |
Ik ga voor de sneeuwstorm schuilen in de Binnenhof van de Blauwe Moskee. Vele
malen word ik aangeklampt door snuisterijenverkopers en tapijtenhandelaars. Zo
gauw iemand me overdreven vriendelijk begroet met "Hello sir" of "Where do you
come from?" zet ik mijn stekels op. Een van die polyglotte knapen (dat moet ik
hun nageven, ze beheersen heel wat talen, inclusief het Arabisch, Italiaans en
Spaans!) declameert een gedichtje als hij verneemt dat ik Nederlander ben:
"Negentig, tachtig, God allemachtig, wat is het toch prachtig!" Hij weet niet
wat het betekent. Wel meent hij te weten dat Hollanders "alleen kijke, nie kope".
Ik bijt hem ietwat sarcastisch toe dat het niet getuigt van gezond
handelsinzicht om "alleen te kope en niet te kijke" en dat Nederlanders het
vanwege deze eigenschap dan ook in de wereld verder geschopt hebben dan de
Turken. Een iets te overtrokken reactie van mij, vind ik achteraf. Onder de
besneeuwde bomen van het voorhof voer ik een gesprek met een Koerd uit Malatya.
Het gaat over politiek. Ik ga nergens te diep op in.
|
Blauwe Moskee
Superieure
demonstratie van Osmaanse bouwkunst
De Blauwe Moskee is een van de prachtigste
bouwwerken van het Osmaanse Rijk. Haar zes minaretten en vele
koepels en halfkoepels domineren nog altijd de skyline van het oude
deel van Istanbul. Het gebouw werd bekend als de Blauwe Moskee
vanwege de kleur van het interieur, maar de juiste benaming is de
Sultan Ahmed - moskee, vernoemd naar sultan Ahmed I, de
opdrachtgever.
De Blauwe Moskee werd van 1609-1616 gebouwd in
het voormalig centrum van Istanbul, dat de Osmanen in 1453
veroverden op de Byzantijnen. Ze staat recht tegenover de Hagia
Sophia, de grote vroegere orthodoxe kerk die is omgebouwd tot
moskee. Ahmed I koos deze locatie opzettelijk - hij wilde laten zien
dat Osmaanse architecten en bouwkundigen hun christelijke voorlopers
konden evenaren. Uiteindelijk werd de koepel van de Blauwe Moskee
niet zo groot als die van de Hagia Sophia, maar de architect van de
moskee,
Sedefhar Mehmet Aga, poogde dit te compenseren
met de perfecte verhoudingen van zijn bouwwerk. De gebeeldhouwde
marmeren minber (preekstoel) is zo geplaatst dat men de imam overal
in de moskee kan horen. De hoofdkoepel van de moskee is 43 meter
hoog en 33 meter in doorsnee. Het interieur is bekleed met ruim
20.000 met de hand gemaakte keramische tegels, rijkversierd met
bloemen, bomen en abstracte patronen. Meer dan tweehonderd
gebrandschilderde ramen laten het daglicht binnenstromen. Ahmed I
stierf kort nadat de moskee was voltooid en ligt begraven in een
mausoleum net buiten de moskeemuren.
De Blauwe Moskee biedt plaats aan zo'n 10.000
gelovigen en honderden moslims gaan er vijf keer per dag bidden,
maar op vrijdagen en moslimfeesten komen er veel meer.
Niet-gelovigen mogen binnen via de noordingang, maar de westingang
heeft de allermooiste decoratie. |
Ik spring op de bus en pak de veerboot naar de overkant. De ijzige koude van de
Russische steppen dringt zich onstuitbaar de Bosporus binnen. In een jagende
sneeuwstorm ploegt de amechtig puffende boot zich door een zware golfslag naar
de andere oever die zich in de grauwe hemel vaag aftekent. Een Duitser uit
Hannover staat samen met mij aan dek te klappertanden. We verwarmen ons met hete
thee. In Üsküddar neem ik direct de bus naar het Beylerbey - paleis, dat helaas
blijkt te zijn gesloten (“Altijd op donderdag”, zegt de schildwacht. Ja, weet ik
veel!). Ik neem de eerste de beste bus terug, slenter door de straatjes, eet en
drink wat en besluit na een uurtje de boot terug te nemen. Ik trap in een
wisseltruc van enkele jochies. Voor de loketten is het druk. Om de rijen te
ontlopen kan ik jetons voor de boot bij hen kopen, wat ik dan ook doe. Wat
blijkt? De tourniquetten bij de ingang zijn buiten werking, ik had dus gratis
mee gekund. Bovendien legt iemand me uit dat de jetons die ik gebruik inmiddels
uit omloop zijn genomen en dus niet meer geldig zijn. Handig gedaan van die
knaapjes, dit getuigt van echte handelsgeest Weer op Europese bodem verkeer ik
in tweestrijd of ik naar de film ("The Fly” in Beyoglu) of terug naar het hotel
zou gaan. Ik hak de knoop door ten gunste van de tweede optie; ik ben verkleumd
tot op het bot, dus een warme douche trekt me meer aan dan spannende
filmbeelden.
 |
 |
Die avond dineer ik in een beter restaurant, dat wil hier zeggen, een restaurant
met damasten tafellakens. Uit het menu stel ik ter afwisseling eens een volledig
Europese maaltijd samen: biefstuk met boontjes en frites. Blijkt echter
uitverkocht. De ober: "Is niet meer. Vandaag erg druk geweest." Ik geloof er
niets van. Ik ga dus maar weer op de Turkse tour en bestel er ditmaal een groot
glas raki bij. Na afloop krijg ik van het huis een grote fruitschotel
aangeboden. Ik kreeg argwaan en even later werd dit dan ook bevestigd door de
gepeperde rekening die me op een zilveren schaaltje wordt aangeboden: f 17.-!
Dezelfde maaltijd zou me in een restaurant zonder tafellakens f 9,- hebben
gekost. Maar goed: eigen schuld, dikke bult.


|