|
In mijn favoriete café drink ik Nescafé, er was buiten thee niets anders voor
handen. Avdin Bekir, de ober die me altijd keurig bedient, werkt van 09.00 uur
's morgens tot 24.00 uur 's avonds! Zijn verdiensten zijn omgekeerd evenredig
met zijn grote aantal arbeidsuren. Ik heb met hem te doen. De koffie kost drie
kwartjes. Echt lekker smaakt hij niet.
De bus legt de 4 km naar het plein Eminönü af in 40 minuten; stapvoets wurmt zij
zich door het walmende verkeer. In het centrum kun je soms echt beter gaan
lopen. Het plein is het kloppend hart van Istanbul, het bruist er van
activiteiten: roepende visventers, krijsende meeuwen, klotsend water tegen de
verweerde kaden van de Gouden Hoorn, de korte rivier die in de Bosporus
uitmondt. Toeterende taxi's, geloei van de veerboten,
brommende bussen, fluisterende zwarthandelaren, koerende duiven. Die kakofonie
heeft evenwel zijn charme. Waar ik maar niet aan kan wennen is de doordringende
en alles overheersende stank van vis en dieseluitlaatgassen.
 |
 |
Ik loop de Galata-brug over, maak foto's van vissers en koop kaarten voor dit
verslag. Ook vul ik aan een stalletje batterijen voor mijn draagbare radiootje
aan. Ik beklim de Yüksek Kaldirim, een steil straatje waar je van alles kunt
kopen en waar ik munten voor Clim op de kop hoop te tikken. Ik kan echter niets
van mijn (en Clim's) gading vinden.
Ik voeg me bij een groep Italiaanse toeristen en aldus vermomd verschaf ik me
gratis toegang tot de Galata - toren. Het uitzicht valt tegen vanwege het
mistige weer. Toch maak ik enkele foto's. Ik bevind me inmiddels op Tepebasi bij
de ingang van de Tünel, een ondergrondse kabelbaan uit de vorige eeuw. Op deze
plek hebben Clim en ik in 1983 vaak vertoefd. In een rustige binnenhof drink ik,
omringd door bedelende poesjes, thee en een flesje fris. Daarna loop ik de
hoofdstraat Cumhürivet Caddesi af en bekijk er de Cicek Pasaji (een overdekte
biertuin), de Anglicaanse kerk, de Nederlandse Ambassade. Uit nostalgische
overwegingen bekijk ik ons hotel uit 1983 (de toentertijd in de buurt
rondzwervende hoeren zijn verdwenen). In het vijfsterrenhotel Etap Istanbul
blijken de buitenlandse kranten uitverkocht te zijn. Er heerst hier geen
Kerstsfeer, maar een Nieuwjaarssfeer. In de nabijheid is ook een luxueuze
cadeautjesmarkt waar zich alleen welgestelde burgers ophouden.
 |
 |
Om 2 uur heb ik het Taksim - plein bereikt. Ik wandel wat door het kale park en
neem plaats op een verwarmd terras van café Pondorosa om een biertje te
nuttigen. Naast me draait een MacDonalds op volle toeren.
In de regen ren ik naar bioscoop Laleli, waar "Mississippi Burning" met Gene
Hackman in de originele versie gedraaid wordt. (KKK en negerbevrijding,
burgerrechtenbeweging, moord- en politieonderzoek, 1964) Het publiek is er
overwegend jong en ziet er onberispelijk en modern gekleed uit, ook de meisjes.
Ik kan het Amerikaanse zuidelijke geknauw niet allemaal volgen, zodat ik af en
toe mijn toevlucht moet zoeken tot de simpele Turkse vertaling in ondertitels.
 |
 |
Tegen zeven uur is de film afgelopen. Ik eet ergens sjies kebab met rijst en
yoghurt. Het regent nog steeds, maar ik laat de paraplu in mijn schoudertas
zitten en gebruik in plaats daarvan de capuchon van mijn gloednieuwe jas, die nu
van grote waarde bleek. De bus naar mijn wijk Findikzade was propvol.
Ik maak me kwaad op zwartrijders die door de achteruitgang binnendringen,
waardoor ik, en vele anderen met mij, niet meer naar buiten kunnen. Ik meen een
lichte aanval van claustrofobie bij me te bespeuren. Ik krijg het benauwd en
zonder aanziens des persoons dring ik iedereen opzij om enkele haltes te vroeg
uit te stappen. Liever 1 km lopen dan in dat sardineblikje opgesloten te zitten!
Op weg naar het hotel neem ik een kijkje in een ondergrondse bazaar, ik ben net
binnen of ik word met enkele lotgenoten bijna opgesloten achter grote ijzeren
hekken. In deze stad houdt men nauwelijks rekening met zijn medemens.

 |