|
Ter gelegenheid van de eerste dag van het jaar 1990 gunde ik me een uurtje
langer in bed. Om half tien stapte ik eruit. Vandaag is de Europese linkeroever van de Bosporus mijn doel. Met twee bussen bereik ik de Dolmabahce
- moskee. Het weer is iets beter nou. Ik zet twee zigeuners met hun bergberen op
de gevoelige plaat, een actie waarvoor zij 10.000 lira vragen, maar slechts
1.000 lira krijgen. Ze zitten er niet mee. Ikzelf zit er later wel een beetje
over in: per slot van rekening heb ik hier dierenbeulen gesponsord. Vanaf de aanlegsteiger Kabatas loop
ik noordwaarts. Bij het Dolmabahce - paleis tref ik het: er is net aflossing van
de wacht.
 |
 |
Ik passeer de Klokketoren, het Maritieme Museum en het Museum voor Beeldende
Kunsten. De paleizen en musea zijn dicht vandaag, maar ik ben toch niet van plan
om die te bezoeken. Op de kade van Besiktas hangt een gezellige zondagse sfeer.
Het volk slentert er doelloos langs de gemeerde rondvaart- en veerbootjes. Het
midden van het plein wordt gesierd door een standbeeld van Barbaros, ik weet
niet wie dit is.
In snel tempo trek ik een heuvel op waar het Yildiz Paleis is gelegen. Dit wilde
ik echter wel bezoeken, maar dat ging dus niet door. Ik mag zelfs geen foto voor
de poort maken! Rondom het paleis liggen nog wat kiosken, musea en ministeriële
gebouwen. Ook liggen er kostscholen voor de kinderen van de ‘happy few’. Achter
de heuvel ligt een autoweg die mijn weg verspert. Ik zou dus weer moeten
teruglopen, maar dat vertik ik. Ik verricht halsbrekende toeren om over
schuttingen te klauteren, steek de drukke rijbaan over en beklim tenslotte op
handen en voeten een spekgladde helling. Achteraf bekeken niet zo slim.
Aan de andere kant van de heuvel kon ik wel terecht in een park. Ik dronk koffie
in een prachtig 19de-eeuws paviljoen, de Malta - kiosk. Er was verder een mooi
uitzicht op de Bosporus en de hangbrug; jammer genoeg bleef het somber weer. Een
half uur later zat ik onder die zelfde hangbrug, die nota bene over het
voormalige dorpje Ortaköy heenloopt. Het was goed toeven bij het haventje op het
theeterras. Een pareltje van een moskee stond er ook nog. Ik las in Der Spiegel
over de Duitse hereniging, at gefrituurde mosselen aan een stokje en joeg en
passant een al te opdringerig schoenpoetsertje weg.
 |
 |
Na een verkenning van het dorpje Ortaköy nam ik de bus naar het Taksim - plein.
Voor de aardigheid at ik een frietje bij MacDonalds, waar het bloedjonge (en
waarschijnlijk zwaar onderbetaalde) personeel, zich het vuur uit de
sloffen rende om de klanten, voornamelijk jeugdige jet-set op Nike-schoenen, te
bedienen. Ik vervolgde daarna mijn voettocht naar het noorden, langs de grote
hotels, kantoren van vliegmaatschappijen en reisbureaus die aan de
boulevardachtige Istiklal Caddesi liggen. In de vroege avonduren belandde ik in
de rijkere voorsteden Harbiye. Elmadag, Osmanbey en Sisli. Terug naar Taksim. In
het 5 sterrenhotel Etap Hyatt Hotel wilde ik Clim opbellen, maar omdat ik geen
resident van het hotel was mocht ik niet telefoneren. Ik bleef er nog wat
rondhangen om van de kosmopolitische sfeer te proeven. Veel Arabieren hier. De
Turken mogen die poenig omhooggevallen woestijnnomaden niet erg, maar wat wil
je, ze hebben nu eenmaal ontzettend veel oliedollars.
Om half tien heb ik weer mijn vertrouwde plaatsje in mijn stamcafé ingenomen.
Ditmaal word ik bediend door de andere kelner, Engin geheten. Engin heeft
duidelijk de hoogte. In het hele lokaal is bier noch sterke drank verkrijgbaar,
maar af en toe knijpt hij er stiekem tussenuit om een afzakkertje te nemen. lk
ben eigenlijk een beetje jaloers op hem. Ikzelf kan me nu niet al te veel
drankconsumptie veroorloven gezien de overreactie van mijn lichaam hierop pas
enkele dagen geleden. Als ik mijn hotel binnenwandel, poeier ik onmiddellijk de
vervelende Iraniër af die een praatje met me wil maken. Op de bank ligt de ouwe,
gekke Ali heerlijk onbezorgd te ronken.

 |