|
Het eerste wat ik 's morgens na het ontwaken deed was mijn vuile was in een
plastic zak stoppen en naar een stomerij in mijn straat brengen. Daar voerde ik
een lang en aangenaam gesprek met een manke veertiger. Onze voertaal was Duits.
Metin, zo heette de sympathieke gesprekspartner, had in de zestiger jaren een jaar
lang aan de Universiteit van Nürnberg gestudeerd. Momenteel dreef hij een
onbestemde handel. Hij maakte een bijzonder ontwikkelde indruk op mij.
Deze dag concentreerde ik me weer eens op het centrum: de Beyazit Moskee en
Universiteit (waar de studentes er goed uitzagen), een rommelmarkt (waar ik
munten voor Clim aanschafte tegen een veel te hoge prijs), de overdekte bazaar
(alleen maar om foto's te nemen) en een oude karavaanserail (aan de achterkant
van het Sipahi - hotel, waar ik toevalligerwijs stuitte op een "sweat-shop',
waar kinderen in het schemerduister kleren zaten te naaien). Mijn pad wordt
gekruist door toeristen, vooral veel Italianen en Japanners, maar ik vang zowaar
ook een woordje Nederlands op.
Pal achter de Aya Sophia ontdek ik het markante straatje Sogukcesme Sokak. waar
de gemeente uit toeristische motieven de oude houten huizen heeft herbouwd en
een fris pasteltintje heeft gegeven. Het zijn nu allemaal pensionnetjes (tegen yuppie-prijzen) en eethuisjes. Ziet er wel aardig uit. Door het Gülhane-park kom
ik bij de waterkant, bij het havenhoofd dat gesierd wordt door een buste van de
grote Turkenleider Atatürk. Het is er guur en winderig, daarom verruil ik deze
plek voor het nabijgelegen Archeologische Museum, dat eigenlijk bij het Topkapi
Paleis hoort, maar daarvan is afgescheiden. Ze hebben er een prima collectie in
huis, maar helaas zijn de wintermaanden gereserveerd voor restauratie en
renovatie, met als gevolg dat er nogal veel zalen niet toegankelijk waren voor
het publiek. Voorts viel er te weinig licht op al die Griekse en Byzantijnse
kunstschatten om ze in volle glorie te laten uitkomen. In de tuin stonden
honderden standbeelden en ander beeldhouwwerk waarvoor men binnen geen plaats
meer had. Pal ernaast ligt het Museum voor Oosterse Beschavingen, dat er beter
uitzag, maar dan ook van veel recentere bouwdatum was.
 |
 |
Ik hield het voor gezien en nam de bus naar Taksim. Ik ging naar de film 'Julia
and Julia" (met Kathleen Turner en Sting), die goed in elkaar zat. Een hele
mooie film met een geraffineerde intrige en een magisch-realistische plot.
In het café leerde ik 's avonds een jongeman op zijn verzoek shag rollen. Hij
had een pakje Drum bij zich dat hij van een vriendin had gekregen. Gebiologeerd
keek hij toe hoe ik sigaretjes draaide. Zijn pogingen bleven nogal onbeholpen en
ik drukte hem dan ook op het hart om elke dag goed te oefenen.
In het hotel verbaasde men zich over mijn vorderingen met de Turkse taal. Wat
zij niet wisten was dat ik al een bepaald beginniveau had toen ik er aankwam,
maar ik moet toegeven dat hun bewondering mijn ijdelheid streelde.

|