|
Ik doe het rustig aan; het is mijn laatste volle dag in Istanbul. Ik laat de
bus voor wat hij is en ga te voet de stad in. Allereerst bezoek ik de Kiz Tasi
(een oude verwaarloosde zuil uit het jaar 0), het moderne stadhuis en het
Aquaduct van Valens dat men aan het restaureren is. Daar word ik door een fors
besnorde Turk aangesproken die me het hemd van het lijf vraagt over Lubbers.
Heeft hij ook al die vrouwen in zijn kabinet goed in de hand?
Vervolgens loop ik langs de moskeeën van Selim en Süleyman (een van de mooiste
van Istanbul). Het is stralend weer, eigenlijk jammer want ik heb nog maar 6
foto's op mijn Fuji - fotorolletje en moet dus zuinig zijn met fotograferen. Ik
daal door morsige steegjes af naar de Gouden Hoorn waar ik een half uurtje wacht
op de boot naar Eyüp. Ik maak een praatje in het Turks met de veerlui van de
sloepen die er geduldig op een vrachtje azen. Amicaal slaan ze me op de
schouders.
Als ik de boot opstap wrijf ik mijn ogen uit. Wie zit daar verliefd hand in hand
op de houten bankjes? Gerard R. en Margot S., twee collega's van
me. Ik knipper een paar maal vol ongeloof met mijn ogen en het beeld verdwijnt.
Het blijkt een excentriek Frans echtpaar te zijn dat als twee druppels water
lijkt op voornoemde collega's. Het zou ook te mooi zijn... Van een slippertje
van met name Gerard zou ik dolgraag getuige willen zijn! Gerard is namelijk een
ex-priesterstudent…
We volgen een zigzag koers van de ene naar de andere oever. Ze zijn volkomen
kaalgeslagen door Bedrettin Dalan, de voormalige "schoon schip" - burgemeester
van Istanbul die aan deze operatie zijn bijnaam Bulldozer overhield. Hij heeft
van die open stadswonden parkjes gemaakt; overal zie je die duizenden zelfde
banken en would be -romantische lantaarnpaaltjes.
Eyüp is een centrum van religie, het vormt het bolwerk van Islamitisch
fundamentalisme. Veel heilige moslims liggen hier begraven; hun tombes worden
bezocht door vooral vrouwelijke bedevaartgangsters. Het stikt er verder van de
duiven die af en toe zelfs de zon lijken te verduisteren. Er staan ook
stalletjes opgesteld waar religieuze prullaria en devote souvenirs te koop zijn.
In de buurt liggen ook enkele oude houten huizen uit voorgaande eeuwen, ze
vallen onder de Turkse monumentenzorg, maar zijn desondanks verkrot.
Monumentenzorg betekent in dit land: niet aankomen, in huidige staat laten
voortbestaan met als gevolg een reeds vergevorderd proces van verval.
 |
 |
Dwars door de klassieke begraafplaats, die op een heuvel ligt, baan ik me een
weg naar boven, op de voet gevolgd door twee giechelende schoolmeisjes die
opdrachten van de juffrouw moeten uitvoeren. Op de top ligt het historische café
van Pierre Loti, een 19e - eeuwse Franse schrijver. Een van zijn boeken had ik
op mijn literatuurlijst van de HBS staan. Er is een superbe uitzicht, maar
helaas is mijn fotorolletje inmiddels volgeschoten. Ik zit hier vlakbij de bron
van de 6 km lange rivier de Gouden Hoorn - ofwel in het Turks, de Haliç.
Eenmaal beneden drink ik op mijn gemak thee op de binnenplaats van een
uitgeleefde huurkazerne. Het mannelijke gedeelte van de bewoners volgde
gespannen een voetbalwedstrijd op de tv. Toen de club Besiktas binnen 5 minuten
tweemaal scoorde kende de vreugde geen grenzen en werd de boel op stelten gezet.
Het behoeft verder geen betoog dat Besiktas een club uit Istanbul is. Ik mocht
meedelen in de feeststemming en kreeg zowaar een glaasje thee cadeau.
Met de bus ga ik naar de wijk waar men lederwaren verkoopt. Ik heb mijn zinnen
gezet op een leren reistas. De meeste winkels worden door uitgeweken Polen
gedreven en ik vind er alleen maar spul (meestal van canvas) van Puma, Adidas en
Benetton. In de overdekte bazaar heb ik meer succes. Na 10 minuten onderhandelen
koop ik een tas die me bevalt. Prijs: 180.000 TL. Mijn aanvangsbod was 120.000
TL, het hunne 230.000 TL. Ik word in onvervalst Berlijns te woord gestaan. De
verkopers spreken eveneens vloeiend Engels, dat ze op een privécursus (door de
baas betaald) hebben geleerd. Ze strijken 25% van de omzet op, althans dat
beweren ze.
In een overvolle bus, het is midden in het spitsuur, sleep ik mijn nieuwe
aanwinst mee. Ik mis bijna mijn halte omdat ik niet kan uitstappen, de weg naar
de uitgang wordt door tientallen medereizigers versperd. Lastig reizen zo. |
 |
Ik betaal de hotelrekening (240.000 TL voor 12 dagen, dat is ongeveer f 16 per
dag) en doe in de kleine supermarkt die de wijk rijk is inkopen: pakjes Turkse
soep, kaas, worst en bier. Als ik met mijn boodschappen in een theehuis zit,
stapt ineens een tiental politieagenten de gelagkamer binnen. De inval duurt
maar 5 minuten. Alle aanwezigen worden gefouilleerd en moeten zich
identificeren, dat wil zeggen iedereen behalve ik! Mij, als buitenlander, laat
men merkwaardigerwijze met rust. In Nederland, en zeker in Duitsland en
Frankrijk, zou dat precies andersom zijn geweest.
Op straat maak ik een afspraak met een taxichauffeur om me de volgende dag om
half acht 's morgens bij het hotel op te pikken, want ik moet dan naar de
luchthaven. Op mijn kamer pak ik mijn nieuwe tas in. De oude laat ik leeg
achter.

 |