|

|
Een land
van eilanden
en meren
|
Met een kust van 4000 km, 1400 meren en vele
rivieren biedt Estland landschappen die voornamelijk door water
worden beheerst. Estland, de meest noordelijke van de drie Baltische
staten, strekt zich van oost naar west uit over 350 km en van noord
naar zuid over 250 km. In het zuidwesten begrensd door de Golf van
Riga, in het westen door de Oostzee en in het noorden door de Golf
van Finland, en met 1400 meren, veen- en moerasgronden en talrijke
rivieren zoals de Narva, de Pämu, de Pedja en de Emajägi, is het bij
uitstek het land van het water. Het reliëf is er heuvelachtig en de
grond, van glaciale oorsprong, is er niet erg vruchtbaar. Van het
grondgebied wordt 48% bedekt met bos, dat hoofdzakelijk uit dennen,
sparren, berken en elzen bestaat. De kust is overwegend rotsachtig
met zeer steile kalkklippen. Vanuit de elkaar opvolgende baaien zijn
de ongeveer 1500 eilanden te zien, die 1/10 van het landoppervlakte
uitmaken. Het binnenland is gevormd uit een overvloedige voorraad
oliehoudende leistenen die de basis vormt van een groot deel van de
economische activiteiten. De dolomietsteen van het eiland Saaremaa
zorgt voor het bijzondere karakter van de bouwindustrie.
|
CIJFERS
Oppervlakte: 45 215 km2
Bevolking: 1,5 miljoen inwoners (Esten 61,5%; Russen 30%).
Bevolkingsdichtheid: 35 inwoners per km2
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Tallinn, Lahemaa Nationaal Park, Pärnu, Tartu, eilanden (Saaremaa,
Hiiumaa, Kihnu)
Grootste steden
Tallin 420.470 Tartu 101.901 Narva 75.211 Kochtla-Järve 53.485 Pärnu
51.807
Een onafhankelijkheid die lang op zich liet wachten.
Estland is altijd de inzet geweest van buitenlandse machten.
Pas in 1991 kan het land zich onafhankelijk verklaren.
De
voorouders van de Esten bewoonden het gebied vanaf het 3e millennium
v. Chr. Na vele invasies (Vikingen, Slaven, Germanen) behoorde het
gebied in de 13e eeuw gedeeltelijk toe aan de Denen en gedeeltelijk
aan de Duitsers. Vanaf de 16e tot de 18e eeuw volgden Denen, Polen
en Zweden elkaar op. In 1721 stonden de Zweden de Baltische staten
of aan Peter de Grote. Pas in januari 1921 werd Estland als natie
erkend. Maar, als gevolg van het in 1939 gesloten pact tussen
Duitsland en de Sovjet-Unie, bezette de USSR het Baltische
grondgebied en voerde een krachtige russificatiepolitiek. Toen de
perestrojka zijn intrede deed, verklaarden de Esten zich op 20
augustus 1991 onafhankelijk. In 1992 ondertekende Estland met de
EEG een samenwerkingsverdrag op economisch en commercieel gebied,
en op 18 juni 1994 een vrijhandelsverdrag met de Europese Unie. De
Esten, die een meer Finse dan Baltische cultuur verdedigen, zijn
vastbesloten te integreren in de westerse wereld.
BRONNEN
VAN INKOMSTEN
Landbouw:
graangewassen, aardappelen, vlas, veeteelt. Industries
voedingsmiddelen, chemische producten, lichte industrieën. Visserij
en visverwerkende industries bosbouw Machinebouw, bouwindustrie.
Oliehoudende leistenen, fosforieten. Toerisme.
WETENSWAARDIGHEDEN
Officiële
naam: Republiek Estland
Staatsvorm: parlementaire democratie
Hoofdstad: Tallinn
Talen: Estisch, Russisch, Fins
Godsdiensten: evangelisch-luthers, Russisch-orthodox, methodistisch
Munteenheid: Estische kroon
Hoogste punt: de Munarnagi, 318 m
Belangrijkste meren: Peipsimeer (3555 km2 ) en Vórtsidry
(270 km2 )
Kaart van Estland
|
INLEIDING
Estland (Estisch: Eesti Vabariik; = Republiek Estland), republiek in
Noordoost-Europa, aan de Oostzee, 45 227 vierkante kilometer (1998 reëel), met 1
423 316 (2001 schatting) inw. (31 personen per vierkante kilometer (2001
schatting)); hoofdstad: Tallinn. Munteenheid is de Estische kroon, onderverdeeld
in 100 senti. Sinds 20 juni 1992 is deze gekoppeld aan de Duitse Mark
(omrekenkoers 8:1). Nationale feestdag is 24 februari, de dag waarop in 1918 de
republiek Estland werd uitgeroepen.
1. FYSISCHE GEOGRAFIE
Het gebied bestaat voor meer dan de helft uit laagland, waarvan het centrale
deel wordt gevormd door een oerstroomdal dat rijk is aan glaciale
landschapsvormen (morenes, drumlins) en waarin ten gevolge van de slechte
afwatering uitgestrekte veenmoerassen ontstonden (turfwinning). Door het in het
oosten liggende Peipusmeer verloopt deels de grens met de Russische Federatie.
Het noorden bestaat uit een tot 166 m hoog kalksteenplateau dat naar het westen
geleidelijk afhelt en in het noorden eindigt met een steile klifkust. De ca. 800
voor de kust gelegen eilanden zijn resten van een oude kust. Het zuiden van
Estland is een zandsteenplateau dat in het oosten tot 317 m hoog is.
Het klimaat is gematigd met naar het oosten toe een toenemend continentaal
karakter.
2. BEVOLKING
2.1 Samenstelling en spreiding
De bevolking bestaat voor 63% uit Esten (in 1959 nog 75%; het verschil is een
gevolg van de al dan niet gedwongen emigratie en een laag geboortecijfer onder
de Esten), voor 29% uit Russen en voorts uit kleine minderheden van Oekraïners,
Wit-Russen en Finnen. De grootste steden zijn Tallinn (1995: 443 000 inw.),
Tartoe, Narva en Kochtla-Järve. Meer dan 70% van de bevolking leeft in de
steden. De bevolkingsgroei was aan het begin van de jaren negentig als gevolg
van een toenemende netto-emigratie en een dalend geboortecijfer naar vrijwel 0%
gezakt. Geboortecijfer per duizend inwoners: 19,5; sterftecijfer: 14,5 (1994).
De gemiddelde levensverwachting bij geboorte bedroeg 69,5 jaar.
In 2000 kondigde de regering een zevenjarig programma af dat was gericht op de
sociale integratie van de Russische minderheid. Het programma richt zich vooral
op de verbetering van het Estse taalonderwijs op Russische middelbare scholen in
Estland.
 |
 |
2.2 Taal
De officiële taal is het Estisch (zie Fins-Oegrische talen). Voorts wordt er
Russisch gesproken.
2.3 Religie
60% van de bevolking is lid van de Evangelisch-Lutherse Kerk; de rest is voor
het merendeel lid van de Russisch-Orthodoxe Kerk.
3. BESTUUR
3.1 Staatsinrichting
Volgens de nieuwe grondwet van 1992, die teruggaat op die van 1938, berust de
wetgevende macht bij het parlement (Riigikogu), dat 101 afgevaardigden kent die
elke vier jaar direct worden gekozen. Er bestaat een kiesdrempel van 5%. De
uitvoerende macht berust bij de minister-president en zijn ministers, die door
het staatshoofd worden benoemd (de ministers op voordracht van de premier). De
president wordt eens in de vijf jaar door het parlement gekozen. Volgens de
nieuwe grondwet is elk kind met minstens één Estische ouder staatsburger. Dit
benadeelt de in Estland wonende minderheidsgroepen, van wie de grootste de
Russen zijn. Zij zijn, als zij willen stemmen, verplicht zich te naturaliseren.
3.2 Administratieve indeling
Estland is administratief verdeeld in vijftien regio’s en zes stadsdistricten.
3.3 Lidmaatschap internationale organisaties
Estland is lid van de Verenigde Naties, de Raad van Europa en de Baltische Raad.
Estland tekende in 1995 een associatieverdrag met de Europese Unie dat
toetreding tot de EU in het vooruitzicht stelt. Ook heeft het een Partnership
for Peace-overeenkomst met de NAVO.
3.4 Politieke partijen
Tot 1990 heerste de Communistische Partij van Estland vrijwel oppermachtig. Na
de onafhankelijkheid verloren de Russisch-georiënteerde partijen aan invloed,
m.n. na de putsch in Moskou van 19 aug. 1991. De verscheidenheid aan partijen is
zeer groot en bij elke verkiezing doen zich nieuwe lijstverbindingen voor.
 |
 |
4. ECONOMIE
4.1 Algemeen
Het hervormingsproces sinds de onafhankelijkheid heeft Estland in een penibele
economische situatie gebracht. De erfenis van de sovjetdictatuur met een
centraal geleide industrialisatiepolitiek heeft het land opgezadeld met
onevenwichtige industriestructuren en zwak presterende ondernemingen. Deze
kunnen niet voldoen aan de eisen van de wereldmarkt.
Direct na de onafhankelijkheid van Estland in 1991 is de privatisering begonnen,
een proces dat in 1995 werd afgerond. Na aanloopverliezen groeide het bnp in
1994 voor het eerst sinds jaren, met (afhankelijk van de bron) 3,5 tot 5%. De
consumentenprijzen stegen in dat jaar overigens met ruim 40%. De landsbegroting
vertoonde voor het eerst geen tekort. In 1997 bleef de groei gehandhaafd op 5%,
terwijl de inflatie terugliep tot 12%. Estland wist zich niet te onttrekken aan
de economische crisis die in 1998 Rusland in zijn greep kreeg; de Russische
Federatie is de belangrijkste handelspartner van Estland. De groei van het bruto
binnenlands product liep terug tot 5%. Een gunstig neveneffect was dat de
inflatie terugliep tot minder dan 10%. Grootste zorg bleef het snel oplopende
tekort op de handelsbalans. 1 In 2000 herstelde de economie zich krachtig van de
recessie van 1999. De economische groei bedroeg ruim 5%, de industriële
productie steeg 12% en de inflatie daalde tot 3%.
4.2 Landbouw, veehouderij, bosbouw
Van een exporteur van agrarische producten is Estland nu een importeur. Zowel de
plantaardige als de dierlijke productie is sinds 1990 sterk achteruitgegaan. Dit
heeft mede te maken met de versnippering van de grond. Belangrijkste producten
zijn graan en peulvruchten. De veestapel is te verwaarlozen. Estland telt 260
miljoen m2 bos, de basis voor houtverwerkings-, cellulose- en papierindustrie.
De laatste jaren neemt de houtproductie echter af.
4.3 Mijnbouw en energievoorziening
De belangrijkste natuurlijke grondstoffen zijn oliehoudende leisteen (grondstof
voor de chemische industrie, de gasproductie en als brandstof voor elektrische
centrales), fosfor, kalksteen en turf. Het merendeel van de oliehoudende
leisteen wordt gebruikt voor de stroomopwekking. In Tallinn staat een centrale
op zware olie.
4.4 Industrie
Naar omzet gemeten waren in het eerste half jaar van 1994 van belang de
voedingsmiddelenindustrie, stroom, gas en water, de machinebouw- en
metaalindustrie, de lichte industrie, de chemie en de houtindustrie. De
houtindustrie is prioritair, ook voor buitenlandse investeerders.
4.5 Handel
Ingevoerd werden machinebouwproducten, voedingsmiddelen, minerale producten en
textiel, vooral uit Finland, Rusland, Zweden en Duitsland. Uitgevoerd werden
voedingsmiddelen, textiel, hout en houtskool. Ongeveer de helft van de
exportgoederen gaat naar EU-landen.
4.6 Bankwezen
Sinds begin 1992 fungeert de Bank van Estland als centrale bank. Eind mei 1995
waren er twintig handelsbanken met een licentie van de centrale bank.
4.7 Verkeer
Het verharde wegennet telt 14 800 km, het spoorwegnet telt 1026 km, waarvan 132
km geëlektrificeerd. De zeehavens Tallinn en Nieuw-Tallinn (20 km oostelijker)
slaan maar 5% eigen producten om. De grootste binnenhaven is Tartoe. Er zijn zes
vliegvelden en landingsbanen op de drie eilanden. Voor het internationale
verkeer is er de luchthaven van de hoofdstad Tallinn.
 |
 |
5. GESCHIEDENIS
5.1 Tot 1917
Traditioneel werd Estland bewoond door een Fins-Oegrische bevolking (Esten), die
in kleine stamgemeenschappen was georganiseerd. In de 11de eeuw geraakte Estland
tijdelijk onder de macht van de Russische vorsten. Pas na 1150 werd Estland,
evenals de overige Oostzeegewesten, het doelwit van stelselmatige kerstenings-
en kolonisatieactiviteiten, die van de Zweden, Denen en Duitsers gelijktijdig
uitgingen. Sinds 1530 werd in het land de Hervorming van boven af ingevoerd,
maar de secularisering leidde tot een politieke crisis. De Lijflandse Oorlog
(1557–1582; zie Lijfland) bracht Russische en Poolse invasielegers naar Estland,
die evenwel plaats moesten maken voor een Zweedse heerschappij, die de positie
van de Duitstalige bovenlaag verzwakte zonder die van de Esten noemenswaardig te
verbeteren. In 1710 bezetten de Russen het toengeheten Reval (Tallin) en in 1721
werd Estland door Zweden aan Rusland afgestaan. Als onderdeel van het Russische
keizerrijk voerde Estland voortaan een apart bestaan. In 1817 werd er evenals in
de andere Oostzeegewesten de lijfeigenschap afgeschaft, maar de boeren kregen
hun land niet in eigendom en moesten voortaan als pachters en landarbeiders in
de schaduw van het Duitse grootgrondbezit leven. Na 1881 brak het tijdperk van
russificatie aan. Het Baltisch-Duitse element werd op de tweede plaats gedrongen
en onder de Esten begon het proces van nationale bewustwording. De omwenteling
van 1905, waarin de landhongerige boeren op grote schaal adellijke bezittingen
trachtten te bemachtigen, werd met geweld onderdrukt. Onder leiding van K. Päts
bleef zich de nationalistische Estlandse beweging (zie nationalisme) ook in de
laatste jaren van de Russische overheersing roeren en nam politiek aan betekenis
toe.

5.2 1917–1988
De Russische februarirevolutie van 1917 opende nieuwe perspectieven voor de
nationaalgezinde Esten, die sindsdien voor hun land autonomie nastreefden. De
oktoberrevolutie verhaastte deze ontwikkeling. Reeds in febr. 1918 werd te
Tallinn een onafhankelijk Estland uitgeroepen, maar een paar weken daarna
bezetten Duitse troepen het hele land. Toen in nov. 1918 het inmiddels verslagen
Duitsland tot de evacuatie van de Oostzeestreken moest overgaan, vormde Päts een
nationale regering, die al spoedig door vreemde mogendheden werd erkend. Een
Estisch volksleger kon de herhaaldelijke invallen van de bolsjeviki, die in
Estland een radenbewind (zie radenrepubliek) wilden vestigen, weerstaan en op 26
febr. 1920 werd te Tartoe met de Sovjetregering het vredesverdrag gesloten,
waarbij de onafhankelijkheid van Estland werd erkend. In hetzelfde jaar voerde
de Estische republiek, die behalve het oude Estland ook het noordelijk deel van
Lijfland (Vidzeme) en het landje van Isborsk omvatte, een democratische grondwet
in. Een radicale grondhervorming maakte een eind aan de bevoorrechte positie van
de Duitse grootgrondbezitters en droeg de vrijgekomen gronden over aan de
Estische boeren. Een rechts georiënteerde beweging van oud-strijders maakte in
1933 een eind aan het democratische bewind; de constitutie van 1920 werd toen
vervangen door een presidentiële grondwet. Weliswaar slaagde president Päts er
reeds in 1934 in de oud-strijders als politieke factor uit te schakelen, maar de
parlementaire democratie werd niet meer hersteld. De nieuwe grondwet van 1937
droeg integendeel een autoritair en corporatistisch karakter.
De buitenlandse politiek van Estland was geheel gericht op het behoud van de
nationale onafhankelijkheid. Met Finland en andere Baltische staten werden nauwe
betrekkingen aangeknoopt, met de Sovjet-Unie werd in 1932 een non-agressiepact
gesloten. Bij het naderen van de Tweede Wereldoorlog haastte Estland zich ook
met Duitsland een non-agressieverdrag te sluiten (1939), maar in het
Ribbentrop-Molotov-pact van 27 aug. 1939 werd Estland aan de invloedssfeer der
Sovjet-Unie toegewezen. Na de ineenstorting van Polen werd de Duitse minderheid
uit Estland geëvacueerd en moest de regering van Estland met de Sovjet-Unie een
bijstandsverdrag sluiten, dat het Rode leger in staat stelde strategisch
belangrijke punten in het land te bezetten. Toen in mei en juni 1940 de Duitsers
in West-Europa zegevierden, werd Estland onder druk gezet. Een nieuwe, aan
Moskou welgevallige regering kwam er aan de macht en schreef verkiezingen uit,
die aan het blok der communisten en partijlozen een ‘overwinning’ van liefst 99%
bezorgden. Op 6 aug. 1940 werd Estland als laatste van de Baltische staten op
eigen verzoek als 15de deelstaat in de Sovjet-Unie opgenomen. De terreur, die
reeds wekenlang vóór de inlijving elke oppositie deed verstommen, werd in
onverminderde omvang voortgezet. Tienduizenden Esten werden naar Rusland en
Centraal-Azië weggevoerd. De Duitse inval in 1941 maakte aan het sovjetbewind
een plotseling eind, maar van een herstel van de verloren onafhankelijkheid kwam
niets terecht. Toen in de zomer van 1944 het Rode leger opnieuw Estland
binnenviel, vluchtten 60 000 Esten naar Duitsland en Zweden. Ongeveer 50 000 van
collaboratie verdachte Esten werden naar Rusland gedeporteerd. Sinds 1944 maakte
Estland een integraal deel van de Sovjet-Unie uit. Enkele landen, waaronder de
Verenigde Staten, hebben geweigerd de annexatie van Estland volkenrechtelijk te
erkennen.
5.3 Na 1988
Met de invoering van glasnost en perestrojka aan het einde van de jaren tachtig
(zie Sovjet-Unie) ontstond in het Estse parlement openlijk verzet tegen de
hegemonie van Moskou. Er werden diverse maatregelen genomen, w.o. het invoeren
van het Estisch als officiële staatstaal (dec. 1988), het streven naar
economische onafhankelijkheid (goedgekeurd door het Centraal Comité in nov.
1989) en het invoeren van een nieuwe Kieswet waarin strenge regels werden
vastgesteld omtrent het Estse staatsburgerschap en het daaraan verbonden
kiesrecht. M.n. de laatste maatregel leidde halverwege 1989 tot massale
stakingsacties van de ten gevolge van de russificatiepolitiek in Estland
woonachtige Russische arbeiders. Eveneens ontstond grote beroering toen het
Estse parlement op 12 nov. 1989 het referendum van juli 1940 en daarmee het
Sovjet-Russische gezag onwettig verklaarde. In aug. 1990 verklaarde Estland zich
onafhankelijk. De Sovjet-Russische president Gorbatsjov bestempelde de
verklaring als onwettig. Pas na de poging tot staatsgreep in Moskou, in aug.
1991, werd Estland toegestaan de Sovjet-Unie te verlaten. Hierdoor, en door de
in 1991 aangenomen wet betreffende het Estse staatsburgerschap, voelde de
Russische minderheid (30%) zich ernstig bedreigd. In okt. 1992 dreigde president
Jeltsin van de Russische Federatie de terugtrekking van de ca. 25 000 tellende
Russische militairen stop te zetten wegens Estse schending van de burgerrechten
van zijn Russische minderheid. Mede als gevolg van Russische druk op het door
een diepe economische crisis geteisterde Estland, weigerde president Lennart
Meri op 21 juni 1993 de wet van 1991 op het Estse staatsburgerschap te
ondertekenen. In juli tekende hij alsnog een aangepaste wet die de rechten van
de Russische minderheid beter waarborgt.
De economie ontwikkelde zich in de eerste helft van de jaren negentig rustig.
Bij de in maart 1995 gehouden parlementsverkiezingen leden de regeringspartijen
een zware nederlaag. De in april beëdigde regering onder leiding van Tiit Vähi
bleef ijveren voor toenadering tot het Westen, maar kondigde ook maatregelen aan
om de in hoog tempo doorgevoerde economische hervormingen te verzachten. In nov.
1995 vroeg Estland het EU-lidmaatschap officieel aan. President Meri werd in
1996 herkozen. De Baltische samenwerking kreeg in 1996 verder gestalte door de
ondertekening van een vrijhandelsakkoord op landbouwproducten. De relatie met
Rusland wordt bemoeilijkt door de zwakke rechtspositie van de Russische
minderheid. In febr. 1997 kondigde premier Vähi, die sinds nov. 1996 een
minderheidskabinet leidt en tegen wie beschuldigingen van corruptie liepen, zijn
vertrek aan. President Meri droeg Mart Siimann op een regering te vormen, die in
maart 1997 werd beëdigd. In 1997 werd Estland als enige Baltische staat
uitgenodigd om deel te nemen aan onderhandelingen voor toetreding tot de EU.
In maart 1999 koos Estland een nieuwe volksvertegenwoordiging. De Centrumpartij
van oud-minister-president Edgar Savisaar was de grote winnaar met ruim 23% van
de stemmen, waarmee 28 parlementszetels werden verkregen. Savisaar had o.m. de
invoering van een progressief belastingstelsel en van agrarische subsidies
bepleit. De Coalitiepartij van minister-president Mart Siimann wist zich met 7%
(7 zetels) te handhaven, tegen de verwachting in want vele burgers hielden
Siimann verantwoordelijk voor de economische problemen.
De voormalige communisten, verenigd in de Democratische Arbeiderspartij,
slaagden er niet in de kiesdrempel van 5% te halen. De centrumrechtse
hervormingsgezinde partijen deden het onverwacht goed; de Vaderland Unie, de
Partij van de Gematigden en de Hervormingspartij kregen elk rond de 16% van de
stemmen. Zij verwierven daarmee een parlementaire meerderheid, 53 van de 101
zetels. Deze drie partijen vormden een regering onder leiding van Mart Laar,
leider van de Vaderland Unie en minister-president van 1992 tot 1994. Het
regeringsbeleid bleef op hoofdlijnen ongewijzigd: het klaarstomen van Estland
voor het lidmaatschap van de Europese Unie in 2003, de vaste wisselkoers van de
kroon en een begrotingsevenwicht.
De toetredingsonderhandelingen met de EU verliepen voorspoedig. Tijdens de
Baltische top van 15 december 2000 verwelkomden Estland, Letland en Litouwen de
resultaten van de Europese Raad van Nice en spraken de hoop uit in 2004 te
kunnen deelnemen aan de verkiezingen voor het Europees Parlement. De Europese
Raad was het overigens nog niet eens over een streefdatum voor de toetreding van
deze landen.
(Informatie ‘geleend’ van de serie Uitgeverij Atlas)

|